Toon Tellegens debuutbundel De zin van een liguster (1980) opent met een gedicht waarin het draait om een vogeltje dat op het punt van uitvliegen staat. De ik-figuur, die dit moment niet missen wil, stelt zich verdekt op en kijkt. Maar er zou meer aan de hand kunnen zijn. Want misschien is Spreeuw wel een koosnaam voor een dochter die voor het eerst alleen van huis vertrekt. En wat sowieso ook uitzwermt is een verzameling gedichten, waarvan het openingspoëem de allereerste is. En dat wil de dichter meemaken, al zou hij zich het liefst aan de receptie van zijn werk onttrekken.



Geef een reactie