Het gedicht als revolutionaire gebeurtenis (1)

In zijn Summa Lyrica postuleert Allen Grossman dat ‘[d]e ontologische bevestiging immer inherent aan het “lezen” van een gedicht op het volgende neerkomt: Hier is een persoon.’ Dit lijkt vanzelfsprekend bij het lezen van Gorters ‘Mei’, maar minder evident bij, bijvoorbeeld, Louis Zukofsky’s ‘Azuur’, dat eerder de vraag oproept: Is hier iemand?

AZUUR

als altijd
az alteit

Louis Zukofsky
Vertaling Ton van ’t Hof

Zukofsky wil de wereld op een oprechte en heldere wijze neerzetten en persoonlijke waarheden ontlopen. Hij munt in dit verband in 1931 de term ‘objectivists’ voor een groep dichters die min of meer hetzelfde nastreven:

‘An Objective: (Optics) – The lens bringing the rays from an object to a focus. (Military use) – That which is aimed at. (Use extended to poetry) – Desire for what is objectively perfect, inextricably the direction of historic and contemporary particulars.’

Deze reproductie van de werkelijkheid kan niet los worden gezien van het tijdsgewricht: Zukofsky probeert de effecten die het publiek toentertijd in de film en fotografie zocht, op te wekken in het gedicht. Daarna volgt de deconstructie van lens, brandpunt en brandpuntsafstand.

Ik ben geïnteresseerd in het gedicht als revolutionaire gebeurtenis: een authentiek voorval, een kortstondige opening die ongekende transformationele krachten ontketent, een moment waarin alles mogelijk lijkt.

(Dit bericht verscheen eerder, op 12-04-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)