Hoe het vandaag is

Same old, same old.

Bestelde nog wel een accu kettingzaag, om onze houtvoorraad voor de komende twee, drie jaar in handzame blokken te kunnen zagen.

‘We leven nooit lang genoeg in onze levens / om te weten hoe het vandaag is. / Scherven, stralende stranden, / laten ons, zelfs als we met ze praten, op de een of andere manier aan ons lot over. / En de luipaard is transparant, zoals ijsthee.’

John Ashbery

In 1994 verscheen John Ashbery’s zestiende dichtbundel, And the Stars Were Shining. Hij was toen 67 jaar oud. Volgens kenner David Herd had Ashbery zich niet eerder in een bundel zo duidelijk uitgesproken over het verstrijken van de tijd, de vergankelijkheid.

Het tweede gedicht in deze bundel heeft de dubbelzinnige titel ‘Spring Cries’. Hoewel het ook een ode aan de lente is geloof ik dat onze tijdelijkheid inderdaad het werkelijke onderwerp vormt van dit gedicht. Oordeel zelf:

Overigens zou Ashbery na And the Stars Were Shining nog veertien bundels met nieuwe gedichten publiceren. Hij werd 90.

Op zoek naar een gedicht van John Ashbery over de dood stuitte ik op ‘Flowering Death’, uit de bundel As We Know (1979). Wat blijkt: dit vers gaat helemaal niet over de dood.

BLOEIEND STERFGEVAL


Op kop, vanuit het verre noorden, trekt het rond.
Zijn naar radijs riekende benzinedampen hebben zich waarschijnlijk
In je sinussen genesteld terwijl je weg was.
Je zult het moeten afleveren.
De bloemen existeren op een ademrand, losjes,
Daar neergelegd.
De ene geeft de andere stof tot nadenken,
Of er zit symmetrie in hun bewegingen
Die ze ook in individuen onderscheidt.


Het is echter hun collectieve wezenloosheid
Die het benul verraadt van iets dat niet moet worden vernietigd.
Wat dit betreft, door hoeveel feiten zijn wij wel niet gezakt
En toch glimt die oude gevel daar,
Een fata morgana, maar een permanente. We moeten het idee eerst
Met een smoesje in het leven roepen, en dan ontmantelen,
De stukjes op de wind verspreiden,
Opdat de oude vreugde, zo bescheiden als cake, als wijn en vriendschap
Uiteindelijk bij ons zal blijven, bijgestaan door de nacht,
Wiens trucje hem onze definitieve betekenis gaf.


– John Ashbery

Waar het dan wel over gaat? Over het opkomen en weer verdwijnen van denkbeelden, gedachten, ideeën. Lees nog maar eens.

Een bref double is een quatorzain (elk veertienregelige gedicht dat geen sonnet is) met rijmschema axbc xbxc xaxc ab (x is onrijm). Metrum & regellengte naar keuze. In zijn boekje Versvormen vindt Drs. P de bref double iets ‘voor prutsers met of zonder eigenwaan’. Als iemand zoiets zegt, dan is mijn interesse onmiddellijk gewekt.

Na veel experimenteren—zo is o.a. mijn lange gedicht ‘Donkere ogen die ons onbewogen vogelen’, dat is opgenomen in Hey! Are You Suffering? (2010), grotendeels in bref double geschreven—kijk ik anders dan Drs. P tegen deze versvorm aan. Voor mij is de het een half vrij vers met een subtiel rijmschema dat ook ruimte biedt aan toeval. Want dat doen rijmschema’s: ze brengen je zomaar in omstandigheden die vooraf niet te voorzien zijn geweest. En de vrijheid, die eveneens in ruime mate aanwezig is, behoedt de bref double voor oubolligheid. Wat verlang ik als dichter nog meer?

Van de week heb ik deze uitgekookte versvorm weer van stal gehaald. Voor een remix van het gedicht ‘The White Shirt’ van John Ashbery, dat in zijn bundel Hotel Lautréamont (1992) staat. Let wel: met elementen van het origineel heb ik er een volstrekt nieuw gedicht van gemaakt.

(Na voltooiing nog een flink eindje wezen fietsen.)

HET WITTE OVERHEMD

Plots valt alles weer stil.
Wat het schrompelige bolgewas
koud laat, of de dorre aarde.
Gemakkelijk is het niet. Rustig blijven.

Dingen van vroeger, jij
en je veranderde eigenwaarde,
mijn hok en al
wat ik er denk neer te moeten schrijven.

De doorgeprikte illusie.
Net nu ik iets zeggen wil.
Wegtrekkende drift
die nog wat stof doet opdrijven.

Hé joh! deel toch dat verschil
wat zich in dromen aan je openbaarde.

Menaam, 2019 © Ton van ’t Hof

08.44 u. Zei ja tegen een verzoek van de Partij voor de Dieren om een lijst te beoordelen met ca. 180 voorstellen ter verbetering van dierenwelzijn.

09.20 u. Twitterde vijfmaal een stukje Ashbery (p. 4 uit John Ashbery: Collected Poems 1956-1987).

11.43 u. Liet me inspireren door Ashbery’s brokstukken en schetste de contouren van de eerste strofe van een nieuw gedicht (dat ik opdraag aan W.S.):

We zien onszelf zoals we denken
dat we ons gedragen. Zowel de lamme
als blinde. In ‘t verschiet
laten doordenderende treinen ons
aan ons lot over. Verstoken
van nieuws wordt het landschap om ons heen vanzelf
object van waarachtige liefde.
Oktober was warm dit jaar en weldadig,
lucht trilde en vervormde de lijn
waar hemel en aarde elkaar leken te raken.

12.42 u. Deed Stanza’s laatste bestelling op de bus. Vanaf 1 november a.s. heeft de uitgeverij niet langer een KvK-nummer. Met ingang van vandaag zijn de producten van Stanza, met uitzondering van mijn laatste bundel, niet langer te koop. Ik ben enigszins vervuld van weemoed.

13.13 u. Straks naar Ermelo, waar we aan tafel gaan met oude vrienden.

A5BD494A-60E9-4D60-8FD6-3C92DC149AB8

08.18 u. Speelde met de gedachte om Charles Olsons monumentale werk, The Maximus Poems, volledig te vertalen en al twitterend de wereld in te sturen. Als het even kan elke dag een of meer Twitterberichten. Waanzinnig project. Overwoog toen zelfs heel even om aan het oeuvre van John Ashbery te beginnen. Nee. Niet vol te houden. Had wel behoefte aan een iets gigantisch.

09.38 u. Maakte een Twitteraccount aan, haalde de eerste strofe van het openingsgedicht van John Ashbery’s eerste bundel door Google Translate en publiceerde mijn eerste tweet. Werkte vervolgens mijn Twitterbio bij: ‘Huidig project: Het volledige werk van John Ashbery door Google Translate halen en de wereld in twitteren.’ Voegde vervolgens de Twitterwidget aan mijn blog toe (zie rechts).

09.56 u. Twitterde nog een keer. Las een stukje in Existentialists and Mystics: Writings on Philosophy and Literature (Chatto & Windus, 1997) van Iris Murdoch:

‘A deep motive for making literature or art of any sort is the desire to defeat the formlessness of the world and cheer oneself up by constructing forms out of what might otherwise seem a mass senseless rubble.’

16.02 u. Fietste met dit heerlijke herfstweer naar Veenwoudsterwal en Munein, rondje van bijna veertig kilometer.

17.03 u. Zag een interessante Arte docu, Siberia: The Melting Permafrost, over enkele Russische wetenschappers die proberen om de Siberische klimaatbom – het smelten van de permafrost – onschadelijk te maken door aanpassing van het ecosysteem van de taiga. En wat is Siberië toch mooi & onherbergzaam.

C2367249-A2DD-41F2-9D27-799CFBD159F1
Molenend, 2018 © Ton van ’t Hof

12.59 u. Vertaalde, met dit mooie weer, John Ashbery’s magistrale gedicht ‘Still Life with Stranger’ (uit Hotel Lautréamont, Alfred A. Knopf, 1993):

STILLEVEN MET VREEMDELING

Kom op, Ulrich, de grote hemelse
achthoek trekt over ons heen.
De wereld draait gewoon door, hoor.
Die vrijerij van je, is dat iets anders
dan een storm in een glas water?

Maar zulke stormen brengen vreemde
trillingen met zich mee: het gezag van de Almachtige
teruggebracht tot het allerbelangrijkste
hangt als bijengezang,
zacht melkwit berkenblad
op een windstille herfstdag –

Dit zijn me nog eens verschijnselen of vlekjes,
ver weg als de glinsterende nonsens van godsstad,
maar het monstrueuze raamwerk blijft
en loopt vol met spijt, met strohalmen,
of, op een ander niveau, met de opgewekte goedheid
van kwinkelerende, neerdwarrelende sneeuw.

Meesterlijk, zoals je ze overhaalt
om met je mee te zingen.
Boven je grazen paarden die het daglicht
in de schuur niet langer onthouden kunnen.

Kruiper bungelt tegen rotswand.
Puntdaken getuigen.
De hele cast is denkbeeldig
nu, maar verderop, in schaduw, wacht het verleden.

14.48 u. Maakte een portret van John Ashbery:

7CAD61BE-27C0-4657-9020-1AFD7E40122D
John Ashbery, 2018 © Ton van ’t Hof