08.44 u. Zei ja tegen een verzoek van de Partij voor de Dieren om een lijst te beoordelen met ca. 180 voorstellen ter verbetering van dierenwelzijn.

09.20 u. Twitterde vijfmaal een stukje Ashbery (p. 4 uit John Ashbery: Collected Poems 1956-1987).

11.43 u. Liet me inspireren door Ashbery’s brokstukken en schetste de contouren van de eerste strofe van een nieuw gedicht (dat ik opdraag aan W.S.):

We zien onszelf zoals we denken
dat we ons gedragen. Zowel de lamme
als blinde. In ‘t verschiet
laten doordenderende treinen ons
aan ons lot over. Verstoken
van nieuws wordt het landschap om ons heen vanzelf
object van waarachtige liefde.
Oktober was warm dit jaar en weldadig,
lucht trilde en vervormde de lijn
waar hemel en aarde elkaar leken te raken.

12.42 u. Deed Stanza’s laatste bestelling op de bus. Vanaf 1 november a.s. heeft de uitgeverij niet langer een KvK-nummer. Met ingang van vandaag zijn de producten van Stanza, met uitzondering van mijn laatste bundel, niet langer te koop. Ik ben enigszins vervuld van weemoed.

13.13 u. Straks naar Ermelo, waar we aan tafel gaan met oude vrienden.

A5BD494A-60E9-4D60-8FD6-3C92DC149AB8

08.18 u. Speelde met de gedachte om Charles Olsons monumentale werk, The Maximus Poems, volledig te vertalen en al twitterend de wereld in te sturen. Als het even kan elke dag een of meer Twitterberichten. Waanzinnig project. Overwoog toen zelfs heel even om aan het oeuvre van John Ashbery te beginnen. Nee. Niet vol te houden. Had wel behoefte aan een iets gigantisch.

09.38 u. Maakte een Twitteraccount aan, haalde de eerste strofe van het openingsgedicht van John Ashbery’s eerste bundel door Google Translate en publiceerde mijn eerste tweet. Werkte vervolgens mijn Twitterbio bij: ‘Huidig project: Het volledige werk van John Ashbery door Google Translate halen en de wereld in twitteren.’ Voegde vervolgens de Twitterwidget aan mijn blog toe (zie rechts).

09.56 u. Twitterde nog een keer. Las een stukje in Existentialists and Mystics: Writings on Philosophy and Literature (Chatto & Windus, 1997) van Iris Murdoch:

‘A deep motive for making literature or art of any sort is the desire to defeat the formlessness of the world and cheer oneself up by constructing forms out of what might otherwise seem a mass senseless rubble.’

16.02 u. Fietste met dit heerlijke herfstweer naar Veenwoudsterwal en Munein, rondje van bijna veertig kilometer.

17.03 u. Zag een interessante Arte docu, Siberia: The Melting Permafrost, over enkele Russische wetenschappers die proberen om de Siberische klimaatbom – het smelten van de permafrost – onschadelijk te maken door aanpassing van het ecosysteem van de taiga. En wat is Siberië toch mooi & onherbergzaam.

C2367249-A2DD-41F2-9D27-799CFBD159F1
Molenend, 2018 © Ton van ’t Hof

12.59 u. Vertaalde, met dit mooie weer, John Ashbery’s magistrale gedicht ‘Still Life with Stranger’ (uit Hotel Lautréamont, Alfred A. Knopf, 1993):

STILLEVEN MET VREEMDELING

Kom op, Ulrich, de grote hemelse
achthoek trekt over ons heen.
De wereld draait gewoon door, hoor.
Die vrijerij van je, is dat iets anders
dan een storm in een glas water?

Maar zulke stormen brengen vreemde
trillingen met zich mee: het gezag van de Almachtige
teruggebracht tot het allerbelangrijkste
hangt als bijengezang,
zacht melkwit berkenblad
op een windstille herfstdag –

Dit zijn me nog eens verschijnselen of vlekjes,
ver weg als de glinsterende nonsens van godsstad,
maar het monstrueuze raamwerk blijft
en loopt vol met spijt, met strohalmen,
of, op een ander niveau, met de opgewekte goedheid
van kwinkelerende, neerdwarrelende sneeuw.

Meesterlijk, zoals je ze overhaalt
om met je mee te zingen.
Boven je grazen paarden die het daglicht
in de schuur niet langer onthouden kunnen.

Kruiper bungelt tegen rotswand.
Puntdaken getuigen.
De hele cast is denkbeeldig
nu, maar verderop, in schaduw, wacht het verleden.

14.48 u. Maakte een portret van John Ashbery:

7CAD61BE-27C0-4657-9020-1AFD7E40122D
John Ashbery, 2018 © Ton van ’t Hof

12.37 u. Wandelde van Tzummarum naar Koehool aan de zeedijk en weer terug, ruim acht kilometer. Achter de aardappelrooimachines wonden massa’s meeuwen zich op, de wind schaterde van plezier.

14.43 u. Verzamelde twee omschrijvingen van poëzie. De eerste is van de Griekse wijsgeer Gorgias van Leontini (ca. 480-376 v.Chr.) en afkomstig uit zijn Lofrede op Helena:

‘Poetry (poiēsis) as a whole I deem and name “speech (logos) with meter.” To its listeners poetry brings a fearful shuddering, a tearful pity, and a grieving desire, while through its words the soul feels its own feelings for good and bad fortune in the affairs and lives of others.’

De tweede is van John Ashbery (1927-2017) en te vinden in zijn bundel Flow Chart: A Poem (1991):

‘Een dezer dagen moet je je erin gaan ophouden,
de poëzie, en hiertoe moeten belangrijke voorbereidingen worden getroffen, de zandpaden
aangeharkt, de puinmuur ontdaan van dode druivenranken, maar wat
als poëzie totaal iets anders zou zijn, niet dit vorstelijke weer
waaraan het oog van een god vastzit, dat binnen-
en buitenwaarts kijkt? Wat als het alleen maar een bescheiden, andere manier van leven was,
zoals bijvoorbeeld door de wind bewogen worden? of de verschillende rustgevende geluiden die we nu horen
te laten voor wat ze zijn en de inspanning te registreren die ieder wezen heeft gepleegd om zijn gemoedsgesteldheid effentjes te ontbieden en dan
stil te vallen, in de hoop dat er genoeg gebeurd is?’

D0BDC041-8CA5-4CF7-B6BC-752AC3168441
Het wad bij Koehool, 2018 © Ton van ’t Hof

Ik las het & zag het: de kern van John Ashbery’s poëtica: ‘art is to flee the external world’ – zíjn manier om met de buitenwereld om te gaan. Uit een essay dat hij op achttienjarige leeftijd schreef.
     Naar Rottevalle voor een kilometer of negen. De mist is dik & melkwit. Ik parkeer voor De herberg van Smallingerland, waar we 31 jaar geleden ons huwelijksfeest hielden. Mooi feest, goed huwelijk.
     Als ik de Mûntsgroppe insla sta ik er alleen voor: een nat zandpad waar ijzeren platen overheen zijn gelegd en nauwelijks huizen aan staan. Kaarsrecht en kilometers lang. Ik loop langs weilanden en stoppelvelden en zie af en toe wat schapen staan. Plots schrikt er vlakbij een hert op, rent weg, blijft staan, draait zich om, zoekt oogcontact en begint weer te rennen.
     Ik laat Witveen links liggen en wandel langs De Leien terug, waar honderden ganzen luidkeels opstuiven als ik passeer. Ze zouden eens moeten weten: ik doe geen vlieg kwaad.
     In mijn ‘herinneringen op Facebook’ hervind ik een gedicht dat ik op de kop af vier jaar geleden schreef:

IK ZIT OP KANTOOR, LUISTER NAAR HET FILENIEUWS

Tik ‘file’ en ‘Nietzsche’ in en bemerk dat Google de voorkeur geeft aan betekenis 2: (computer) (gerangschikte) groep gegevens; bestand.

Ik tik ‘rij wachtende voertuigen’ en ‘Nietzsche’ in en lees: Blijf dan staan en rij niet door rood.

Ik beantwoord een e-mail, voel me ongemakkelijk, denk.

We zijn zo graag in de vrije natuur omdat zij geen mening over ons heeft.

Met de trein naar Den Haag voor een lunchafspraak met Syl. Omdat de coupé maar zuinigjes wordt verwarmd heb ik mijn jas aan. John Ashbery’s jeugd dient als leesvoer. Opvallend hoe hij reeds vroeg in de ban raakt van literatuur. Als vijftienjarige verslindt hij al bloemlezingen poëzie, de leeftijd waarop ik Bob Evers nog las. Ook Ashbery’s schrijftalent wordt rap door zijn school onderkend.
     Ik schreef mijn eerste gedichten toen ik zeventien was. Mijn scheikundeleraar, hij heette IJzermans geloof ik, pakte er ooit eentje onder de les van me af en moest er hartelijk om lachen; het was een vunzig vers dat ook nog de schoolkrant haalde.
     Over Syl: veel tegenspoed & o zo veel levensmoed; moordwijf.
     Ashbery houdt enkele jaren een dagboek bij maar stopt daar in 1944 mee. Hij is dan bijna zeventien en denkt te weten wat hij wil. Zijn laatste aantekening luidt als volgt: ‘I shall rent Brute’s typewriter tomorrow. I will write better poems than I ever have and publish them. If I die in the attempt, I’ll make them respect me yet.’ Wat een aspiratie!
     Als we langs de Oostvaardersplassen tuffen stop ik met lezen en geniet van de duizenden grazers en talloze foeragerende vogels op de natte vlaktes. Ze worden allemaal bedreigd. Door ambitieuze politici die economisch belangen laten prevaleren boven die van het dier: toeristen, met busladingen tegelijk, moeten en zullen door en over dit unieke natuurgebied toeren. Idioten.

6780A8F4-8E54-442B-8E9D-B87AE283034C
Een familielunch, juli 1945, John Ashbery zit in het midden en kijkt recht in de camera, zijn moeder staat schuin achter hem, zijn oma zit uiterst rechts.

Dat John Ashbery’s poëzie niet zozeer een product is van zijn verbeelding maar vooral stoelt op zijn ervaringen, wist ik al. Maar dat veel van zijn gedichten verweven zijn met wat hij in zijn jeugd heeft meegemaakt, dat had ik niet gedacht. Karin Roffman in The Songs We Know Best: John Asbbery’s Early Life: de kijkdozen van de Amerikaanse kunstenaar Joseph Cornell brachten de 10-jarige Ashbery op het idee dat ‘dingen van zijn eigen “stomme, suffe” leven weleens in kunst zouden kunnen worden omgezet.’ Scheppen is hergebruiken.
     Oudega is mijn uitvalsbasis vandaag voor een wandeling door De Alde Feanen, een oogstrelend laagveenmoeras tussen Leeuwarden en Drachten in. De kou is uit de lucht en de wind gaan schuilen. Elke heg van het dorp herbergt tientallen vrolijke mussen. Boven het lage wolkendek vliegt een vliegtuig lawaaierig richting de Noordzee. Ik constateer dat de elzen in deze streek numeriek in de meerderheid zijn, zwarte elzen, waar je goed klompen van maken kunt. Langs de weg scharrelen wat kippen en een vuilniswagen stuift veel te haastig voorbij. Na negorij De Kooi passeer ik de eerste petgaten en rietlanden. Borden waarschuwen me voor overstekende otters en herten, en uiteraard barst het ook hier van de ganzen, brandganzen vooral, met hun gemaskerde koppies. Op het schelpenpad langs de Hooidamsloot word ik vervolgens ook nog verrast met een biddende sperwer en een ooievaar. Ik wil hier voor altijd blijven.