Geschoffeerd | John Ashbery

In het tweede gedicht uit A Worldly Country, ‘To Be Affronted’, voelt een berenkop zich geschoffeerd:

Net als in het openingsgedicht van A Worldly Country staat ook in dit gedicht de tijd centraal. Meer specifiek: het besef dat de tijd snel gaat.

Een ouder iemand, de ik-figuur, lijkt al mijmerend terug te kijken op het leven. In de eerste strofe komt de jeugd aan bod, waarin de ik-figuur dingen leert en zich ontwikkelt tot een volwassene. Het was kennelijk een zorgeloze tijd die, achteraf gezien, plankgas verstreek.

In strofe twee volgt de ernst van het bestaan: je probeert je in de boze buitenwereld te handhaven, vraagt je ergens halverwege af waar je het allemaal voor doet en belandt niet veel later in de herfst van je leven.

Het (allerkleinste) meisje in de eerste twee strofes doet me denken aan de Alice in het parodistische avonturenverhaal Alice in Wonderland, waarin vooral de logica op de hak wordt genomen. In ‘de berenkop op de schoorsteen’ zie ik telkens als ik het lees, maar zonder enige concrete aanwijzing, een ingelijst portretje van de markante kop van Ashbery zelf, die net als de Gekke hoedenmaker in Alice in Wonderland ruzie heeft met (de) Tijd.

Dan de derde en laatste strofe, waarin de fase van de ouderdom is aangebroken: je hoeft niets of niemand meer te veroveren – ‘het is te laat voor de huzaren’ – en begint je af te vragen wanneer de man met de zeis – ‘de gebogen figuur op de achtergrond’ – bij jou langskomen zal.

Ashbery was tegen de tachtig toen hij dit gedicht schreef.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *