Tagged:Maarten van der Graaff Wissel reactie discussies | Sneltoetsen

  • tonvanthof 17:19 op 19 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Chris Kraus, Maarten van der Graaff   

    Halverwege Wormen en engelen drongen de vragen zich op: Wat lees ik eigenlijk en waarom? Nu ik het boek uit heb, zoek ik nog steeds naar bevredigende antwoorden. Ik heb onderweg wat invallen genoteerd:

    Iets tussen religieuze kritiek en fictie in. / Deconstructie van een geschiedenis. / Zelf-fictionalisering.

    Het boek noemt zichzelf een roman: ‘prozaverhaal waarin lotgevallen en karakter van een of meer personen beschreven worden’.

    Laat er geen misverstand over bestaan: in zijn debuut toont Maarten van der Graaff zich zowel een stilist als een genreverruimer.

    Het oeuvre van de Amerikaanse schrijver Chris Kraus, dat ook in Wormen en Engelen ter sprake komt, is van invloed geweest op Van der Graaffs verruimingsdrang. Zo zetten beiden, bijvoorbeeld, theoretische teksten en ideeën in om hun verhalen vorm te laten aannemen. In Van der Graaffs geval gaat het dan vooral, in dit boek, om religieuze denkbeelden en hypothesen.

    Overigens voelde ik me ondanks de stichtelijke overvloed niet geroepen om inhoudelijk over religie na te denken, wel werd ik aangezet tot het ophalen van herinneringen aan mijn eigen kleine religieuze verleden.

    Ik heb de verwikkelingen in Wormen en engelen hoofdzakelijk tégen het decor van de religieuze teksten gelezen.

    En uit dit alles rijst bij mij het beeld op van een jongeman, Bram Korteweg, die voor zijn vertrek van Goeree-Overflakkee al twijfelde aan het christelijke geloof en zich, eenmaal in Utrecht, openstelt voor het grootstedelijke leven, begerig als hij is om zich ‘te schurken aan de zintuiglijke dingen.’

    Omgekeerd dus aan de weg die Augustinus aflegde.

    En ook Korteweg snijdt banden door, ‘een bevrijdend verraad aan het verleden’.

    Ik kijk uit naar Van der Graaffs volgende boek.

     
  • tonvanthof 16:54 op 18 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Ad Simonis, Arvo Pärt, Maarten van der Graaff   

    Van der Graaffs Wormen en engelen doet me aan mijn eigen religieuze verleden denken, dat niet veel om het lijf heeft gehad. Zowel mijn vader als moeder is van katholieke huize. Hun huwelijk is nog wel bezegeld in het bijzijn van God, maar daarna hield mijn moeder de kerk voor gezien. Mijn vader heeft zijn overtuiging iets langer aangehouden. Tot zijn moeder, die diep gelovig was, overleed.

    Mijn lagere school in Den Haag was verbonden met de Allerheiligst Sacramentskerk aan de Sportlaan. Aan het begin van de vierde klas, ik was negen, werd ik met een misdienaarsreisje tot het misdienaarsschap gelokt. Ik heb het een jaartje volgehouden. Trouwpartijen en begrafenissen waren het leukst om te doen. Daar waren twee misdienaars voor nodig. Vaak kreeg je aan het einde van zo’n mis een dubbeltje of een kwartje in je hand gedrukt. Soms stalen we hosties uit de blikken hostietrommels; ik vond de bruine het lekkerst. Onze kapelaan heette Simonis, die niet veel later tot bisschop van Rotterdam werd benoemd.

    Na het misdienaarsreisje, dat naar Diergaarde Blijdorp ging, hield ik het voor gezien. Omdat ik inmiddels te veel andere interesses gekregen had. Maar van wierook heb ik nooit echt afscheid kunnen nemen. En de laatste tijd luister ik vaker dan voorheen naar sacrale muziek. Arvo Pärt o.a.

    Allerheiligst Sacramentskerk, Den Haag, 2012 © Ton van ‘t Hof

     
  • tonvanthof 16:55 op 17 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Günther Grass, , John Ashbery, Maarten van der Graaff, Stephen Toulmin,   

    Nog altijd op zoek naar het beste boek van de wereld (zie o.a. dit bericht) kom ik in Maarten van der Graaffs debuutroman Wormen en engelen (Atlas Contact, 2017) de volgende passage tegen:

    ‘Het maakt uit of en aan wie je een verhaal vertelt. Zowel jouw leven als dat van de ander zal erdoor veranderen. Soms begrijp ik hoe ingrijpend het eigenlijk is om gesprekken te voeren waarin je daadwerkelijk iets wil verduidelijken. Het lijkt simpel, maar dat is het niet.’

    Een boek schrijven is inderdaad niet simpel, laat staan een goed, extraordinair of zelfs levensveranderend boek. Het boek dat in aanmerking wil komen voor ‘het beste boek van de wereld’ dat ík ooit gelezen heb zal van die laatste orde moeten zijn: levensveranderend. Dat boek zal op zijn minst mijn leven blijvend veranderd moeten hebben.

    En er zijn al boeken die dat hebben gedaan. Ze staan in mijn boekenkast. Vijf boeken van vijf blanke mannen (over dit laatste ontluisterende feit volgt nog een bericht). Twee dichtbundels, twee filosofische werken en één roman. In willekeurige volgorde (inclusief jaartal waarin het oorspronkelijke boek voor het eerst werd gepubliceerd):

    • Hotel Lautréamont, John Ashbery, 1992
    • De bot, Günther Grass, 1977
    • Handboek voor de levenskunst, Wilhelm Schmid, 2004
    • Kosmopolis: Verborgen agenda van de Moderne Tijd, Stephen Toulmin, 1990
    • Of Being Numerous, George Oppen, 1968

    Na Oppen en Ashbery ben ik andere poëzie gaan schrijven, Grass en Toulmin hebben mijn kijk op de Westerse geschiedenis ingrijpend veranderd en door Schmid ben ik anders gaan leven.

    Een levensveranderd boek of vijf op driekwart mensenleven. Dat moet beter kunnen.

    In de komende jaren zou ik nog graag een dozijn van dit soort boeken willen lezen. Maar hoe kom ik eraan?

     
c
Maak een nieuw bericht
j
volgende post/volgende reactie
k
vorige post / vorige opmerking
r
Beantwoorden
e
Bewerken
o
toon / verberg reacties
t
ga naar boven
l
ga naar log-in
h
hulp weergeven/verbergen
shift + esc
Annuleren
%d bloggers liken dit: