De drie fasen van opinievorming

Kijkcijfers die het onderwerp bepalen. Zo kregen Pim Fortuyn en Donald Trump de massamedia aan hun zijde en werden groot.

img_1568

In zijn boek Weerwoord: De publieke opinie onderzoekt journalist Marc Josten (1961), momenteel werkzaam bij omroep HUMAN, hoe de publieke opinie tot stand komt. Een aanleiding voor dit onderzoek is Jostens aversie tegen hokjesdenken ofwel ‘de overhaaste generalisatie’

Als heel veel mensen tegelijk een soortgelijke denkfout maken, ontstaat een publieke opinie gebaseerd op een onjuiste generalisatie. Dat leidt dan tot gemeenplaatsen als ‘alle Marokkanen zijn criminelen’, ‘alle pvv’ers zijn racisten’, ‘alle asielzoekers zijn gelukszoekers’, ‘alle bankiers zijn ladelichters’.

Josten wil niet berusten in de postmoderne analyse dat de waarheid een constructie is geworden:

Als er geen enkele waarheid of objectiviteit bestaat – zoals de meeste aanhangers stellen – en de werkelijkheid alleen uit beeldvorming bestaat, dan is waarheidsvinding per definitie een heilloze onderneming en evenveel waard als de leugen.

‘Er lijkt maar één kruid tegen gewassen,’ concludeert hij, ‘onze opinies ontleden. […] Om persoonlijke vooroordelen te voorkomen, om maatschappelijke vooroordelen te voorkomen.’

Geïnspireerd op het gedachtegoed van de Amerikaanse journalist Walter Lippmann (1889-1974) onderscheidt Josten drie fasen van opinievorming:

De selectiefase, die bestaat uit twee componenten:

  • De informatie die de buitenwereld voor het individu selecteert, waarbij we kunnen denken aan de nieuwsselectie van een zender of krant, maar ook aan censuur. Dit is een proces waarbij het individu niet direct betrokken is: een passief proces.
  • De selectie die het individu zelf maakt uit de overvloed aan informatie die zich uit de buitenwereld aandient. Dit is een actief proces, waarbij de sociale context vaak van belang is: waar ben je geboren, wat is je religieuze en sociaaleconomische achtergrond, tot welke leeftijdsgroep behoor je?

De verwerkingsfase: hier interpreteert het individu de geselecteerde informatie en vormt het zich een oordeel dat van invloed is op zijn identiteit: het ‘ik’. Andersom geldt ook dat het ik het oordeel van het individu beïnvloedt.

De fase van de publieke opinie: individuele oordelen en identiteiten komen in een smeltkroes en vormen zich tot een publieke opinie: het ‘wij’. En deze fase 3 gaat als bij een perfecte cirkel over in fase 1. Het beleid dat vaak mede op basis van de publieke opinie in fase 3 tot stand komt, wordt in fase 1 weer kritisch tegen het licht gehouden en met nieuwe inzichten aangevuld.

In het vervolg van het boek komen deze vragen nog aan bod:

  • Waar gaat het met de publieke opinie naartoe?
  • Hoe ziet de kloof tussen feit en fictie in 2017 eruit?
  • Kunnen we conclusies trekken over de betekenis van die ontwikkelingen voor de publieke opinie in de toekomst, de democratie en de rechtsstaat?’

Waarover later meer.

Weerwoord: De publieke opinie, Marc Josten, De Geus, 2017: via bol.com.

21012017

~ Winternachten in Den Haag gisteravond: Het was plezierig om weer eens een aantal vrienden te zien en enkele andere dichters voor het eerst te ontmoeten. Het optreden verliep in een sneltreinvaart. Goed gevulde zaal. Knap hoe enkele dichters uit het hoofd voordroegen (Dominique De Groen & Ruth Lasters). De scherpe lyriek van Obe Alkema bleef het langst bij me hangen. Vanwege de terugreis naar Ljouwert het borreltje achteraf laten schieten.

~ Loving Vincent:

~ Er zijn mensen die niet willen horen dat onze leefgebieden onder druk staan en we onze manier van leven zullen moeten veranderen:

‘De Europese habitats gaan achteruit in oppervlakte en kwaliteit door diverse oorzaken. Intensivering van de landbouw en het verlaten van traditionele graasgebieden en hooilanden, ontwatering en vervuiling, invasieve exoten, verstedelijking en aanleg van infrastructuur zijn ernstige bedreigingen voor terrestrische habitats. Op zee vormen vervuiling, eutrofiëring, destructieve vormen van visserij en de aanleg van kustverdedigingen de grootste bedreigingen. Sommige negatieve effecten van klimaatverandering zijn al zichtbaar in zee en op land, en deze zullen in de toekomst erger worden.’

Waarom wijzen mensen deze problematiek van de hand? Waarom bieden ze weerstand tegen veranderingen? In de verandermanagement worden hier verschillende oorzaken voor gegeven. Ik noem er een paar:

Eigenbelang: Voor sommige mensen zijn gevolgen van veranderingen nadelig voor hunzelf. Het eigenbelang gaat dan voor het groepsbelang.
Misverstanden: Er wordt onvoldoende, onjuiste of onvolledige informatie gegeven, waardoor de noodzaak tot verandering niet wordt onderkend.
Schroom: Op dezelfde manier doorgaan biedt veiligheid en stabiliteit. Mensen hebben moeite om dit in te ruilen voor het onbekende.

In het geval van Trump zouden eigenbelang en schroom een rol kunnen spelen.

Uit eigen ervaring weet ik dat veranderingen niet kunnen worden doorgevoerd als de leiding er niet achter staat. Als een deel van het volk dan toch bruut wil doorzetten, is er sprake van revolutie.

~ Interessante mix van stijlen: Andy Svarthol uit IJsland:

Over literaire mores, politieke taal & afvalkunst

Vrijdagmiddag 28 okt: kussen in de rug, poes op schoot, glas whisky & iPad binnen handbereik en surfen maar. Stuit al direct op Arjen Fortuins column in de NRC van de 27e: over de mores in de literaire wereld. Hij geeft af op belangenverstrengeling in literaire jury’s: ‘Als een naaste collega (of partner, of vriend) in aanmerking komt voor een prijs, moet je de jury verlaten.’

Ik neem een slokje whisky, aai de poes en denk: da’s waar. Maar in de literaire niche poëzie zal Fortuins voorstel niet gemakkelijk kunnen worden verwezenlijkt: het poëzieveld is zó klein, dat zowat ieder jurylid met een beetje affiniteit met poëzie wel collega en/of partner en/of vriend (en/of concurrent/rivaal/vijand) van bijna alle ingezonden dichters zal zijn. Waardoor vrijwel níemand alléén op zijn of haar literaire kwaliteiten zal worden beoordeeld. Wat nu? Hoe lossen we dit op? Wie laten we dan jureren? Of, voor deze, subsidieaanvragen beoordelen?

We kunnen dit niet afdoen als oninteressant of onbelangrijk. Daarvoor is er te veel prijzen- en subsidiegeld mee gemoeid. Te veel macht ook. En achterstelling. De veelgehoorde klacht dat het meestal blanke heteromannen van middelbare leeftijd zijn die met een prijs aan de haal gaan, dient serieus te worden genomen. Het wordt tijd, hoe lastig ook, voor een uitweg. Een uitweg die altijd begint met de erkenning van het probleem. Waarna men op basis van een analyse oplossingsrichtingen kan gaan bedenken.

Een bagatellisering zoals Das Mag dat in een advertentie met betrekking tot de NS Publieksprijs laat zien – ‘Het wordt eindelijk eens tijd dat een witte man van middelbare leeftijd een literaire prijs wint.’ – is (inderdaad Obe Alkema) uit den boze.

Zaterdagochtend 29 okt: Rondje digitaal nieuws. Ik begin met de column van Bas Heijne: ‘Het is tijd voor een nieuwe taal‘. Hij heeft eigenlijk een geruststellende boodschap: Trump en Wilders frustreren met hun ‘uitzinnige, opwindende en hyperbolische taal […] hun eigen politieke ambities. Zij zijn zelf hun grootste tegenstander.’ De kans dat Trump of Wilders ooit president dan wel minister-president wordt, acht Heijne daarom klein.

Bij Heijne’s slotparagraaf moet ik ook aan de hierboven aangehaalde advertentie van Das Mag denken. Ook reclamemakers kunnen zich uit scoringsdrang vergalopperen. Heijne:

‘Taal die louter vijandig is, die geen publieke zaak erkent, en zich weigert te committeren aan de meningen en denkbeelden van een ander, maakt alleen nog stemming. […] De verwording van het publieke discours is niet enkel de schuld van populisten. We moeten afscheid nemen van onze eigen verlekkerde hyperbolen, van onze verbale uitzinnigheden, de neiging alles en iedereen in dramatische termen te gieten, van onze zelfrijzende verontwaardiging en ontsteltenis. Het is tijd voor een nieuwe taal.’

Op Artist’s Books and Multiples kom ik een werk van de Belgische kunstenaar Sophie Nys tegen: een ‘plastic pumpkin leaf bag’, bedoeld voor bladerafval, maar waarin Nys geshredderde documenten heeft gestopt. Het werk is in een oplage van 25 stuks verschenen en wordt voor $ 300 per stuk verkocht.

img_0790
‘Leaf Bag’, Sophie Nys, 2016, oplage 25 stuks

In het begeleidende persbericht lees ik dat Nys alledaagse objecten transformeert en herpositioneert om vragen op te roepen over oorzaak, gevolg & vergankelijkheid en nieuwe ruimtes te open voor reflectie, verzet & creativiteit.

Een reclamepraatje of zet dit kunstwerk je daadwerkelijk aan het denken? Dat we met z’n allen veel afval produceren is een bekend gegeven. Evenals de noodzaak tot hergebruik. Veel vernieuwends kan ik aan deze oranje zak dan ook niet ontdekken. Hoewel het uiteraard nuttig blijft om het afvalprobleem, zo lang het bestaat, steeds weer onder onze aandacht te brengen. Grappig vind ik het ding wel. Stel me voor hoe hij in onze woonkamer zou staan. En hoeveel nieuwsgierigheid hij daar zou opwekken. Verbazing ook. Over de prijs die je ervoor hebt betaald.