Onhandiger/stunteliger

Ik lees het ergens online en krabbel het in mijn notitieboekje neer:

‘Naarmate zijn werk onhandiger/stunteliger werd, troostelozer, verlossing geen doel op zich meer was, werd hij een betere dichter.’ – Maria Damon over Jack Spicer

En vraag me af of dit waar is. Zelfs zou kunnen worden veralgemeniseerd.

Beland ondertussen op de nieuwe website over het werk van Jeroen Mettes. Wiens onvoltooide proefschrift ik interessant vind. En ‘N30’ problematischer. Begrijp nog niet goed waarom en door wie hij nu precies tot ‘grootste revelatie van de Nederlandse poëzie van het afgelopen decennium’ is uitgeroepen. Zijn hier institutionele krachten aan het werk geweest? Een behoefte aan een eigen gesneden beeld?

Ik bedoel: Wie heeft het overzicht? Leest elk jaar alle nieuwe Nederlandstalige uitgaven? Welke aanmatiging nemen we hier nu waar?

Opmerkelijk ook is Rutger H. Cornets de Groots ellebogenkritiek op Robert Anker:

‘Gebrek aan professionele scrupules en onvermogen om elementaire letterkundige principes op concrete uitingen toe te passen staan bij hem in nauw verband met bekrompen literaire normen, de drang om lezers daarmee naar de mond te praten en een agenda waarin niet zijn onderwerp, maar zijn eigen naam bovenaan staat. Kritiek betekent voor hem niet: vragen hoe iets in elkaar zit, hoe het functioneert en of dat in orde is, maar: de dingen als feiten aannemen en er dan je smaakoordeel op loslaten.’

Wauw. Hier wordt een moker gebruikt. Welk voordeel moet dit opleveren?

En eh zouden ook kritieken beter worden naarmate ze onhandiger/stunteliger worden neergezet, wat troostelozer, zonder al te veel hoop op enige verlossing?

(Dit bericht verscheen eerder, op 04-11-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)

Wat ons laat leven …

Vandaag begonnen aan een gedicht over het modernisme. Wat me als eerste te binnen schoot was de titel: ‘Gedicht over het modernisme’. Dat was me nog nooit eerder overkomen! Alles wat ik daarna schreef, heb ik weer gewist. Ik staar nu naar een vrijwel lege pagina.

De keuze om naar een avond over Jeroen Mettes te gaan of een volgende fles wijn open te trekken blijkt verrassend eenvoudig: plop!

Ik vraag me af of de vorige twee alinea’s ook iets met elkaar te maken hebben…

Ik vraag me af of wat ik werkelijk denk ook durf op te schrijven.

Ik vraag me al enige tijd af of Ooteoote een verrijking is.

De wijze waarop tijd niet lijkt te bestaan als je dronken bent!

‘Wat ons laat leven is zo onuitputtelijk als water.’

(Dit bericht verscheen eerder, op 24-02-2012, op 1hundred1.blogspot.nl.)