In mijn archief kwam ik een kort gedicht van Marije Langelaar tegen, dat enkele jaren geleden verscheen in de Deventer podiumkrant voor poëzie en beeldende kunst Petrichor. Het moet in een wellustige bui zijn geschreven, of als reactie op de toegenomen preutsheid. Of het gedicht ook in een bundel is terechtgekomen, weet ik niet, maar ik laat het niet graag in de vergetelheid geraken.


Geef een reactie