Zeg mijn naam (1987) |Chekwube O. Danladi

Chekwube O. Danladi werd in Nigeria geboren en groeide op in Washington D.C. en Baltimore. Het gedicht ‘Say My Name (1987)’ is afkomstig uit haar chapbook Take Me Back, dat in 2017 verscheen.

‘Zeg mijn naam (1987)’ heeft een titel en vijf genummerde strofes. In de eerste strofe treedt de ik-figuur op, die heel goed Danladi zelf zou kunnen zijn, en de overige strofes handelen over de moeder en vader van de ik-figuur en Ibrahim Badamasi Babangida, die van 1985 tot 1993 dictator van Nigeria is geweest. Driemaal wordt expliciet de plaats van handeling aangegeven en eenmaal impliciet, de lezer hopt de wereld over, van Engeland naar de VS naar Nigeria. De nummering benadrukt de vijfledige opbouw van dit gedicht.

In de eerste, korte strofe maken twee mensen samen een bed op, de ik-figuur en iemand die ‘kolonisator’ wordt genoemd. De ik-figuur staat op het punt van smeken. We zien hier een shot waarin een machtsverhouding wordt neergezet, als die tussen een zwarte slavin en een witte settler. De gedachte dringt zich bij me op dat de man de vrouw tot seks heeft gedwongen. De titel van het gedicht, ‘Say My Name’, dat ook de titel van een liedje van Destiny’s Child is, zet me op nog een ander spoor. Dat liedje gaat over een vrouw die vermoedt dat ze door haar man wordt bedrogen en opent als volgt: ‘Say my name, say my name / If no one is around you / Say baby I love you / If you ain’t runnin’ game’. Zou er in het gedicht sprake van een problematische liefdesverhouding zijn?

In de tweede strofe, die eveneens maar uit twee regels bestaat, verschijnt de moeder van de ik-figuur op het toneel. Ze houdt zich in de wijk Northern Quarter op, in het Engelse Manchester, waar ze witte mannen aan haar tenen laat likken. Dat er tussen moeder en ik-figuur een verwijdering is opgetreden, zou je kunnen afleiden uit de typering ‘zuipende zandduin’ oftewel moddervette alcoholiste. Vermoedelijk om aan de kost te komen is moeders witte mannen met een voetfetisjisme ter wille. In dit beeld worden koloniale verhoudingen – het woord ‘kolonisator’ klinkt ook in deze strofe nog door – ondersteboven gekeerd. Al met al een huishouden met een randje, lijkt me.

De vader wordt in de derde strofe als leugenaar, zwerver en fantast weggezet, die soms in Lagos, dan weer in Washington opduikt. Wie botten van wezen eet doet aan hekserij, in Nigeria juju geheten, en bataten telen op een met zout bestrooide bodem levert gegarandeerd een mislukte oogst op. Ik zie een armoedzaaier met een fietsenrek voor me, die hoopt (ditmaal) langer in de VS te kunnen blijven, totdat zijn huid gehard is door de Amerikaanse zon.

Danladi kwam in de miljoenenstad Lagos ter wereld. Haar geboortejaar, dat ik niet heb kunnen achterhalen, zou het ‘1987’ uit de titel kunnen zijn. Ibrahim Badamasi Babangida was op dat moment dictator van Nigeria. Na een bloedeloze coup in 1985 had hij zichzelf tot president van deze West-Afrikaanse federale republiek uitgeroepen. Babangida was getrouwd met Maryam King, die hem in de vierde strofe ook bedient. Naar aanleiding van de zinsnede ‘Namesake has become Father of the House / Naamgenoot is nestor van de Kamer geworden’ achterhaal ik dat de Nigeriaanse achternaam Babangida ‘father of the house’ betekent en dat de nestor van een politiek bestuursorgaan in het Engels met Father of the House wordt aangeduid. Onder de noemer SAP, Structural Adjustment Program, voerde Babangida met behulp van internationale leningen economische en politieke veranderingen door. Dat niet iedere Nigeriaan van dit programma profiteerde maken de woorden dat ‘sommigen zeggen dat SAP Suffering for African People betekent’ duidelijk. Zou armoede een van de redenen zijn geweest waarom de ik-figuur met haar ouders uit Nigeria is vertrokken? Dat de ik-figuur weinig op heeft met Babangida, die nog altijd leeft, is in elk geval een understatement.

In de laatste strofe keren we terug naar de moeder in Manchester. Ze drinkt bier en overweegt nog een kind te nemen. Dit impliceert, als we auteur en ik-figuur als identiek beschouwen, dat ze Danladi op (zeer) jonge leeftijd heeft gekregen. Van hoeveel kinderen zou ze in tussentijd bevallen zijn? vraag ik me af. De suggestie dat deze moeder een kil kreng is en haar kinderen na verloop van tijd verlaat, in de kou laat staan, kan ik niet van me afzetten. Hopelijk vergis ik me.

‘Zeg mijn naam (1987)’ is een poging tot afstand nemen van schokkende ervaringen, van armoede en een gebrek aan liefde. Het resultaat is een overrompelend gedicht dat lang nazindert.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *