ton van ’t hof

dagboek van een dichter-schilder

Hakte vanwege de verwachte hitte én omdat we van het weekend de pizzaoven willen gaan gebruiken al vroeg in de ochtend hout, een uurtje lang. Snoeide vervolgens uitgebluste rozen, lunchte met een glas Belgische bier in de hand en las uren in vergeten boeken.

Ventilator op het lichaam gericht.

En van lezen kwam ik tot schrijven, veranderde van lezer in schrijver.

En noteerde dat ik bij het lezen van Jacq Vogelaars Meer speelruimte het idee had gekregen dat het enige waarvoor Vogelaar had geleefd de literatuur was geweest. Nooit gebungeejumpt, wel Ulysses meer dan eens gelezen en becommentarieerd.

En nee, ook ik heb nog nooit gebungeejumpt, ook niet voor de vorm.

Tags

Albert Camus André Breton Anna Achmatova Anna Blaman Anna Freud Armando Astrid Roemer Ayn Rand Bertrand Russell Emil Cioran Ernst Bloch Gerrit Kouwenaar Gilles Deleuze Hannah Arendt Harry Mulisch Herman Gorter Hugo Claus Isaiah Berlin Jacques Derrida Jacques Lacan Jacq Vogelaar Jan Arends Joan Mitchell Karl Popper Kurt Vonnegut Martin Heidegger Maurice Blanchot Multatuli Paul de Wispelaere Primo Levi René Descartes Robert Musil Rosa Luxemburg Sigmund Freud Simone Weil Willem Elsschot Winston Churchill

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *