‘Esthetische consistentie = stemgeluid’ lees ik op Silliman’s Blog, wat gemunt zou zijn door musicoloog Peter Yates. ‘Toon’ is misschien beter, voegt Silliman er even later aan toe, ‘maar het verschil tussen deze twee termen is verwaarloosbaar.’

Each poet in his or her practice has characteristic moves as inescapable as the moon’s gravity on the tides.

Stijl is weer iets anders dan stemgeluid of toon. Stijl als een manier van schrijven of spreken kan worden aangeleerd, of afgeleerd, terwijl je je stemgeluid van onze lieve Heer hebt gekregen. Je bént je eigen stemgeluid, je kunt er niet aan ontsnappen.

Het herkennen van iemands poëtische stemgeluid is gemakkelijker dan het omschrijven ervan. Wie herkent de Kouwenaar in Kouwenaars gedichten niet? Maar definieer dat stemgeluid maar eens.

Ik heb deze kwestie weleens vergeleken met het herkennen en omschrijven van een kleur, blauw bijvoorbeeld.

Omdat ik er niet een-twee-drie literatuur over kan vinden, houd ik het er voorlopig maar op dat het stemgeluid van een dichter persoonlijke combinaties zijn van ritme, klank, woorden, techniek en betekenissen, die een constante factor vormen binnen zijn of haar oeuvre. Silliman heeft het in dit verband over ‘the writer’s almost alchemical processing of phenomenological perception.’

Interessant is Sillimans constatering dat ook dichters die werken met onpersoonlijk, niet-eigen materiaal – poëten die collages maken bijvoorbeeld – óók over een eigen stemgeluid beschikken. Blijkbaar kunnen we dichters ook herkennen in hun keuzes en verwerkingen van andermans teksten.

Coolidge, Inman, Melnick, Mac Low – all of the most rigorous “anti-voice” poets in fact have totally identifiable voices in Yates’ sense of a recognizable aesthetic consistency.

Omslag Dichter & andere dingen, verschijnt eind juni
In Een lijn is een vore (2011) moet ik het procedé voor het eerst hebben toegepast: een gedicht laten bestaan uit één lange zin, verdeeld over meerdere regels en strofes. Het gebruik van lange zinnen is niks nieuws, John Ashbery is er kampioen in en Gerrit Kouwenaar kon er ook wat van. Zelfs de beperking van een gedicht tot één lange zin is legio gebezigd.

Interessant aan dit procedé is de relatie die het aan regel en zin oplegt. Omdat het allemaal binnen één zin moet gebeuren, ligt elke regelafbreking, elke witregel, elke ademhaling erg gevoelig. Als ik doelbewust aan een één-zin-gedicht begin, neem ik ook, merk ik, een andere houding aan: serieuzer, bedachtzamer. Wat vaak in de uitkomst valt terug te zien.

In mijn nieuwe bundel Dichter & andere dingen: Nieuwe gedichten en een keuze uit eerder werk, die binnenkort verschijnt, staan twee nieuwe één-zin-gedichten, beide onderdeel van dezelfde serie. Dit is er eentje van:

Radicaal zijn,
is doordringend zijn,

tot de kern van de zaak,

dichter, nieuwe taal
die zo oud is als de dichtkunst zelve

en naar nieuwe betekenissen graait, hevige over-
loop die tot de lippen van de status quo dreigt te komen,

dichter,
dichter & andere dingen, monstrueuze schikkingen
die uit zijn op onstuimig effectbejag, dichter,
dichter, zo wild als onze planeet is.

Over check-ups, Kouwenaar & mijn footprint

Vandaag weer een check-up gehad. Het aantal kaduke witte bloedlichaampjes (ik heb chronische lymfatische leukemie) neemt langzaam maar zeker toe, maar is nog niet groot genoeg om tot behandeling over te gaan. Die zal nog enige tijd op zich laten wachten. Hoewel ze nodig zijn, leef ik niet echt naar deze driemaandelijkse check-ups toe, plof na afloop (glas wijn in de hand) steevast op de bank, diep in de kussens.

img_0650

Tijdens de check-up (wachttijd zat) heb ik Gerrit Kouwenaars debuutbundel Achter een woord (1953) gelezen. Misschien niet de beste gelegenheid voor het lezen van complexere poëzie. Ik ben fan van Kouwenaar, maar deze gedichten konden me vandaag niet bekoren. Stroef vond ik ze, luchtdicht bijna. Een korter gedicht uit de bundel:

IK SLOEG mijn ogen op ten teken
dat het beslagen oog nu afscheid neemt

nog even
de moeder met haar jong
het afgevende water
de vader in verbazing
alles keert terug de tranen
worden door tranen overstroomd

op schorre voeten wordt het woonvel groot
vlechtenvenus zeg ik met schilderend oog
fakir zegt zij in een woordenhoes –

Voorts staat er bovenaan mijn digitale notitieblok al langere tijd een zin waarop ik me steeds meer verlaat:

‘Put your actions “in line” with your beliefs.’

Zo geloof ik in een gerespecteerde aardbol en wil daarom mijn ‘footprint’ zo klein mogelijk maken. Enzovoorts.

Achter een woord, Gerrit Kouwenaar, U.M. Holland, deel 22 in De Windroos reeks, 1953: via boekwinkeltjes.nl.