Scrotum, castratie

‘Doe eens gek,’ moet Willem Bongers hebben gedacht en hij mailde enkele van zijn gedichten naar Gerrit Komrij. Twee ervan eindigde in Turings Top 100. Het meest ‘gekke’ gedicht van die twee is ‘een vogel een boom’:

EEN VOGEL EEN BOOM

De zak ziet er raar uit kijken op de televisie lijkt de normaalste
zaak van de wereld, maar als je er over nadenkt is het deze opnieuw
berekende strook ziet er ‘raar’ uit. Een belangrijker nadeel is
Jantje. Die zak zit vol van de dennenappels echter hurkt gewoon
naast de auto op de grond. Klopt dat? Dat een boom laat het weten ziet?

Het is alsof mijn rechterbal helemaal scheef beneden is gezakt.
En dan met name rook uit mijn oren.
Een boom is geen taal.

Hanz neemt Bianca, omdat ze soms wat raar overkomt in sommige situaties.
Een unterzeichneter boom is taal.

er rest mij niets dan contact op te nemen met een
lap vlees wat hechtte aan de rest van me scrotum
de pijn maakt het hout van de boom

[[[Maar screw it: Vista werkt als een tierelier]]]

de vlaamse schrijvers kennende
testikels, scrotum, balzakvulsels,
met een paar donkerblauwe draadjes die erdoorheen
als dat is een verminderde boom een actie van de taal

service onderdelen voor beeld geluid huishoudelijke apparaten
castingbureau k A s t I N b y r o
castratie k A s t r a d s i
casu k a z y
casual k E Z u w @ l
casus k a z U s

Alles is welke dat de boom bestaat – taal zegt

Willem Bongers

‘Kenners’ merkten al snel op dat het openingsgedicht uit Jan Arends’ Lunchpauzegedichten een rol moet hebben gespeeld bij de totstandkoming van Bongers ‘een vogel een boom’. En dat lijkt er inderdaad verdomd veel op. Zo vinden we in beide gedichten de zin ‘Een boom is geen taal’ terug. Daarnaast verandert Arends’ strofe ‘Een/ Getekende boom is taal’ bij Bongers in ‘Een unterzeichneter boom is taal.’ Voorts verwordt ‘Een / Bijl / Maakt hout / Van de boom’ tot ‘de pijn maakt het hout van de boom’, en heeft Bongers slotzin veel weg van Arends’ laatste strofe:

Alles
Wat zegt
Dat de boom
Bestaat
Is
Taal.

Blijft over de ‘zak’ (scrotum, castratie) die in Bongers gedicht rondwaart. Maar zou die niet kunnen worden gelinkt aan een strofe uit het tweede gedicht uit Lunchpauzegedichten: ‘Misschien / Is mijn vader / Gierig geweest / Met het zaad’? Wellicht. Voldoende aanknopingspunten, dacht ik zo, om te kunnen concluderen dat Jan Arends’ stem weerklinkt in ‘een vogel een boom’.

Daar waar Arends’ openingsgedicht gaat over taal als teken (een boom is een boom is een boom) is Bongers gedicht echter dubbelzinniger: een boom is een zak is een boom. De vierde strofe uit ‘een vogel een boom’ is in dit verband veelzeggend, doet me afvragen wat hier eigenlijk gaande is: ‘er rest mij niets dan contact op te nemen met een / lap vlees wat hechtte aan de rest van me scrotum / de pijn maakt het hout van de boom’. Luguber? Absurd? Ik herinner me ineens mezelf, alweer heel wat jaren terug, op de bank, voor de tv, blauwe zak, draadjes, net terug van een vasectomie: ‘een verminderde boom’, zo voelde dat.

Enfin, ‘een vogel een boom’ focust ontegenzeggelijk ook op taal, maar is, in tegenstelling tot Arends’ gedicht, tevens een lyrisch vers. En dat boeit me. Bongers lijkt te zoeken naar een antwoord op de vraag: Hoeveel verhaal zit er nog in de brokstukken van de postmoderne taal? In zijn innovatieve taalconstructies licht telkens weer een hoopgevende respons op. Hoe ‘gek’ soms ook.

(Dit bericht verscheen eerder, op 02-02-2010, op 1hundred1.blogspot.nl.)