Dit titelloze gedicht van Hester Knibbe, uit haar bundel Barcode van stilte, waarmee ze is genomineerd voor De Grote Poëzieprijs 2026, heeft een knoeper van een thema: vergankelijkheid. Meer specifiek: de eindigheid van het menselijke leven, en dus ook dat van Knibbe zelf, die onlangs tachtig is geworden. Een gedicht als dit kun je alleen schrijven als de levensavond is aangebroken, en misschien ook wel alleen dán appreciëren. Ik zou er, denk ik, twintig of dertig jaar geleden mijn schouders voor hebben opgehaald, maar nu – ik ben van 1959 – raakt het me. (Op de slotregel na, die voegt niets meer toe.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *