‘Heb je weer van dat bocht, dat dropwater!’ proostte Hennie me gistermiddag toe. Bij warm weer drink ik graag een Ricard als aperitief, maar wielrennen op tv is ook een uitstekend voorwendsel. Het regende buiten, binnen werd gestreden om een ritzege in de Ronde van Zwitserland. Sunwebbie Soren Kragh Andersen won afgetekend de etappe.

Direct overgeschakeld naar één, waar Rusland al met 1-0 voorstond tegen Saoedi-Arabië. Doelpunt gemist. Nog geen 15 minuten gespeeld. Mijn dropwatertje bleek ook bij voetbal uitstekend te smaken. Ik las ooit dat je pastis – Ricard is een pastis – drinkt in de verhouding 1 op 5: één deel pastis aangelengd met vijf delen water. Deze zuipschuit geeft evenwel de voorkeur aan slechts twee en een halve deel majem.

2-0, Cheryshev. Ricard wordt getrokken van koriander, kamille, citroenkruid, zoethout en anijs o.a. In de oven pruttelde een bak lasagne. 3-0. Waarna Hennie de brand stak in een wierookstokje en mijn reukorgaan op hol sloeg. Vanuit mijn ooghoeken zag ik nog net dat Poetin op de tribune in een geanimeerd gesprek gewikkeld raakte met de voorzitter van de FIFA en de kroonprins van Saoedi-Arabië. Je kon deze middag met de beste wil van de wereld niet knieperig noemen. 

Oog in oog met een wild zwijn. Op een meter afstand. Dat overkwam mij begin jaren negentig, toen ik ‘s ochtends in het schemerdonker door de Veluwse bossen naar mijn werk fietste. Ons geluk: dat ik heuvel op ging en niet veel vaart had. We zagen elkaar op het allerlaatste moment en schoten allebei van het fietspad af, rakelings langs elkaar heen. Ik kukelde voorover de bosjes in.

Las vanochtend in de krant dat het wilde zwijn oprukt en onlangs ook al in het Drents-Friese Wold is waargenomen. Wolven, zwijnen, het wordt nog wat met Nederland!

0C611B32-1835-4429-98AF-69C7B74BE98F
Bartlehiem, 2018 © Ton van ’t Hof

Je moet er toch niet aan denken dat België wereldkampioen wordt!

‘Vliegen is dodelijk voor de planeet,’ las ik in een journalistiek artikel. De luchtvaartsector is ‘een directe bedreiging voor het halen van de klimaatdoelen.’

En dan te bedenken dat ik bijna veertig jaar bij de Koninklijke Luchtmacht gewerkt heb.

‘Minder vliegen,’ vervolgde de journalist, ‘is nu een van de effectiefste dingen die je zelf kunt doen om klimaatverandering te beperken.’ De cijfers die hij presenteerde logen er niet om. Cijfers waarmee de politiek niet te koop loopt.

Gedurende mijn laatste job heb ik gezien hoe nauw de betrekkingen zijn tussen de politiek, Schiphol en KLM. Gedurende mijn laatste job heb ik geleerd dat voor de politiek maar één belang echt telt: het handelsbelang.

Hennie en ik vliegen al niet veel, maar ik zal er vanavond tijdens de vleesloze maaltijd toch eens een balletje over opgooien. Als God bestaat dan verkiest hij vandaag de dag zelfduurzaamheid vast boven het opzenden van een gebedje.

Even naar de druiventros wezen kijken: 97 mm. Dat betekent dat hij in elf dagen tijd 23 mm is gegroeid! Wat een kanjer. Gemiddeld 2 mm per dag. Hij schommelde zachtjes in de wind. Zo’n druiventros wordt op den duur een kind van je.

3B728C7A-AB5F-4EF9-B845-490B5AFB2CFE
Tikoes, Leeuwarder Bos, 2018 © Ton van ’t Hof

Ze drongen zomaar bij me binnen: beelden van een meisje met wie ik ooit verkering heb gehad. Lang blond haar, blosjes op haar wangen. M. heette ze. We moeten vijftien, zestien zijn geweest. Spijkerbroeken droeg ze, flanellen bloezen en leren cowboylaarzen. Ze was best stoer. Ik zat op het Bonaventura, in Oegstgeest, net als Boudewijn Büch, maar dan tien jaar later. Waar zij op school zat ben ik vergeten. En hoe we elkaar hebben ontmoet en hoe lang gezoend weet ik ook al niet meer. Wel waar ze woonde, in een rijtjeshuis in de Merenwijk, Leiden.

Vaag herinner ik me nog iets van plaatjes draaien en een avondje uit, wat wazige indrukken, meer niet. Het moment daarentegen waarop het uitraakte staat op mijn netvlies gebrand. We waren met zijn vieren op haar kamer, op een zondagmiddag meen ik, en hadden lol: zij, ik, een vriendin van haar en Arnold, een boezemvriend van mij. Plotseling bleef M’s mond wagenwijd openstaan en begon ze gevaarlijk te loeien. Het was een ontzettend lijp gezicht. Haar ogen rolden van links naar rechts. Arnold en ik proestten van het lachen. De vriendin krijste dat M’s kaak op slot zat, omklemde met een hand de krakende laadklep en probeerde de boel los te wrikken. Toen vader en moeder binnenstormden dansten de twee vriendinnen door de kamer en rolden Arnold en ik over de vloer. Gelukkig wisten de ouders het euvel snel te verhelpen, blijkbaar kwam het vaker voor, waarna M. ons eruit bonjourde. Witheet was ze.

Tikoes opgehaald in Zeist, ze blijft een kleine week logeren. Onderweg een bakkie gedaan bij pa en ma. Pa heeft eindelijk z’n gehoorapparaten gekregen en hoort weer als een jonge god! ‘Had ik dit maar tien jaar eerder gedaan,’ zei de ijdeltuit van 84. Ma is naar de kraker geweest en loopt weer rechtop. Het was een vrolijke bedoening daar. Oost van Heerenveen nog ruim anderhalf uur met de hond gewandeld.

43565A07-BCE6-44AB-9848-9906911A8F78
Tikoes, Nieuwehorne, 2018 © Ton van ’t Hof

Onder een bewolkte hemel over de dijk van Stavoren naar Hindeloopen gewandeld. Links het grijsblauwe water van het IJsselmeer en rechts donkergroene weilanden waarin koeien en bosjes staan. Waar ik ook keek: een lage horizon die eindeloos ver leek te liggen. Nog niet alle ruimte is verdwenen uit Nederland. Boven mijn hoofd schreeuwden water- en weidevogels door en naar elkaar.

Ik had me voorgenomen om onderweg wat na te denken over een poëzierecensie die Janita Monna onlangs voor Trouw schreef. Specifieker: over de zet waarmee ze de bespreking opent. Die luidt zo:

‘Zou ik zonder Menno Wigman ook aan Koenraad Goudeseune zijn begonnen? Een van de laatste keren dat ik Menno zag, vertelde hij een liefhebber te zijn van Goudeseune’s werk. Ik kende het niet goed, wist wel dat hij ooit voor zijn gedicht ‘Ieper’ de Gedichtendagprijs had gekregen.’

Mijn eerste reactie: Poëzierecensenten die het werk van Goudeseune niet kennen vind ík niet erg vakkundig. Maar kennelijk schaamt Monna zich niet voor haar minder professionele houding, loopt er zelfs mee te koop.

Op de dijk lagen honderden schapen. Ik zigzagde tussen ze door. Plots zag ik er eentje op haar zij liggen, met een opgeheven achterpoot. Uit haar vulva stak een puntje vlies; de uitdrijving was begonnen. Ik had al verschillende lammeren gezien met een lange, verdroogde navelstreng aan hun buik; op deze dijk hadden meer bevallingen plaatsgevonden. Het schaap kreeg een volgende wee; ze bleef er wonderwel rustig onder. In het volste vertrouwen liet ik haar achter in handen van Moeder Natuur.

Per jaar verschijnen er pak hem beet honderdvijftig poëziebundels. Ik begrijp best dat ook recensenten die niet allemaal kunnen lezen, maar een hogere geletterdheid dan gemiddeld verwacht ik toch zeker. 

Laat ik maar aannemen dat Goudeseune onwillekeurig aan Monna’s aandacht ontsnapt was, totdat Wigman haar op het werk van de Vlaming attent maakte. En wat een nominatie voor de Jo Peters Poëzieprijs en de toekenning van de Gedichtendagprijs niet voor elkaar hadden gekregen, lukte Wigman wel: Monna besloot een bundel van Goudeseune te lezen en te recenseren. Wat alleszins lovenswaardig is.

Terwijl de brandganzen me om de oren vlogen concentreerde ik me op de slotvraag: Wat beoogt Monna nu precies met haar openingszinnen? Wil ze de lezer laten weten dat ze Menno Wigman persoonlijk heeft gekend en hem een zekere autoriteit toebedeelt? Biedt ze hier wellicht haar verontschuldigingen aan voor het feit dat ze schaarse opinieruimte vult met een bespreking van een, in haar establishment ogen, minor poet?

Of zoek ik, muggenzifter, te veel achter Monna’s woorden? En is er slechts sprake van een tikkeltje onnozelheid? Nou ja, besloot ik, terwijl ik de dijk verliet, laat ik het daar dan maar op houden.

80C4D48B-2683-48EE-9070-89D772D6F0D3
Brandganzen, Molkwerum, 2018 © Ton van ’t Hof

Tijdens de barbecue gisteravond hebben we het, terwijl we ons volpropten met vlees, brood en wijn, ook nog even gehad over de zogenaamde blauwe zones, gebieden waar mensen gemiddeld langer leven dan elders op de wereld. Er zijn vijf blauwe zones gelokaliseerd: het eiland Sardinië in Italië, de eilandengroep Okinawa in Japan, het eiland Ikaria in Griekenland, het schiereiland Nicoya in Costa Rica en een religieuze club in Loma Linda, Californië. Al deze geografisch geïsoleerde gemeenschappen hebben een traditionele levensstijl weten te bewaren, die tot op hoge leeftijd fysieke activiteit met zich meebrengt, stress weet te beperken, familiehulp en vriendendiensten aanmoedigt evenals het consumeren van lokaal geproduceerd voedsel. Geleerden geloven – wetenschappelijk bewezen is het niet – dat de ouderen binnen deze gemeenschappen hun opmerkelijk goede gezondheid te danken hebben aan de voordelen van hun traditionele levensstijl in combinatie met voordelen van de moderne tijd: toegenomen rijkdom en betere medische voorzieningen. Dus.

Nu ik dit zo opschrijf lijkt een moestuin toch weer een lumineus idee.

De Herman de Coninckprijs voor Poëzie beoogt, naar smaak van een jury, de beste Nederlandstalige bundel van het jaar te bekronen. Onder andere. Het is ook een promotiecampagne voor poëzie in het algemeen en enkele uitgeverijen in het bijzonder. Humo, Klara en De Morgen zijn sponsors en Het Vlaamse Fonds voor de Letteren (openbare instelling) en Antwerpen Boekenstad (stedelijke dienst) worden op de website van de prijs investeerders genoemd. Opvallend: één van de zes te nomineren bundels moet een debuut moet zijn. Wat niet rijmt met doelstelling één, maar wel met twee. De winnaar krijgt € 7.500. Alleen al voor de feestelijke prijsuitreiking was dit jaar, zo weet Yves T’Sjoen, hoogleraar moderne Nederlandse literatuur aan de universiteit van Gent, in een Facebookbericht te melden, een bedrag van € 25.000 beschikbaar.

Wie een prijs voor de beste Nederlandstalige bundel in het leven roept, riskeert een nominatie van louter Vlaamse of louter Nederlandse bundels. Tenzij je voorschrijft dat er zowel Vlaamse als Nederlandse bundels dienen te worden genomineerd. Wat weer niet rijmt met doelstelling één, maar wel met twee.

Dit jaar nomineerde de jury, die uit Vlamingen en Nederlanders bestond, uitsluitend Nederlandse bundels. Wat tot de situatie leidde waarin Vlaamse commerciële en publieke instanties een promotiecampagne van Nederlandse uitgeverijen financierde.

En deze hele bedoening zint T’Sjoen niets. ‘Waar zijn Marleen de Crée, Claude van de Berge, Charlotte van den Broeck, Tom van de Voorde, Lies van Gasse, Mark van Tongele?’ roept hij uit. Jammer genoeg bedenkt hij geen oplossingen, waardoor zijn Facebookbericht een losse flodder wordt.

Poëzieprijzen zijn een kwestie van smaak. En vriendjespolitiek, klieknijd. Ambitietjes. Clichés. Het zijn commerciële circussen waarmee de poëzie zelf geen mallemoer opschiet. Zij is gebaat bij goede gesprekken over haar, bij beschikbaarheid, diversiteit, vertalingen. Daar zou ik als overheid op inzetten. Uitgeverijen organiseren en bekostigen hun eigen promotiecampagnes maar. De vorm is me om het even.

9D1EC842-87ED-41E7-948B-070FDCE2F7C5

Kijk naar een reisprogramma op Arte, waarin een Fin door een onherbergzame maar wonderschone streek van Rusland reist. Bij een plaatselijke bewoner drinkt hij zelfgestookte gin: om kracht op te doen en ziektes te bestrijden! ‘Zie je nou wel dat drank goed voor je is,’ zeg ik tegen Hennie, die verstoord uit haar boek opkijkt.

Alle afleveringen van Verder kijken met Krabbé gezien, waarin Jeroen Krabbé en regisseur Richard den Dulk dieper ingaan op items uit het weergaloze tv-programma Krabbé zoekt Gauguin. Dit is televisie naar mijn hart. Kundig en met passie gemaakt, en over een onderwerp waarvoor ik bovenmatige belangstelling heb: schilderkunst. Van Gauguin wordt een veelzijdig beeld geschetst: fantast, charlatan, straatschoffie, levensgenieter, syfilislijder, voorvechter en, bovenal, schilder. Een geweldige schilder.

‘Van wie is deze geile stem?’ vraagt Hennie.
Ik leg Klinkende ikken van Atte Jongstra neer en antwoord: ‘Geen idee.’
‘Nee?’
‘Nee.’
‘Van Marvin Gaye.’
‘Oh.’
‘Hij was een hele mooie man hoor.’
‘Ik zou hem niet kunnen herkennen, op een foto,’ zeg ik, want dat hij dood was, dat wist ik dan weer wel, neergelegd door zijn vader, een dominee.

Hennie is gek op soul, ik ben er, evenals voor jazz, allergisch voor.

Overigens is Klinkende ikken het eerste boek dat ik van Jongstra lees. In dit deel van de Privé-domeinreeks, nummer 266, gaat hij, vaak op hilarische wijze, op zoek naar zijn eigen essentie. Dat die essentie zich maar moeilijk laat raden, spreekt voor zich. Plezante lectuur. Op pagina 71 komt Boudewijn Büch nog even om de hoek kijken, als Jongstra op Malta de Hollandse winter ontloopt:

‘Ik wees op een rotsklomp, vijf kilometer uit de kust. “Filfa,” zei ik. Je mag er eigenlijk niet komen, maar Boudewijn Büch heeft er toch weer voetstappen liggen.”’

Dat klopt als een bus, ik herinner me de aflevering nog goed waarin Büch zich met een helikopter op de Maltezer klip laat afzetten, te midden van zijn krijsende en kakkende bewoners: duizenden vogels.

F03472DB-6911-4FD4-9A7A-8703CA7E27C5
Ypecolsga, 2018 © Ton van ’t Hof

Warmte en vocht doen onze wijnstok goed: de druiventros mat vanochtend 92 mm.

Boodschappenlijstje: fruit, batterij, avocado’s, snijbonen, verse gember, radijsjes, rundvlees, wijn, melk.

Goodreads en Instagram afgedankt.

In de koeienstal wemelde het van de boerenzwaluwen. Voortdurend scheerden ze laag over de schonkige koeienruggen, pikten insecten uit de lucht. Volgens de boer zaten er een stuk of twintig zwaluwnesten in zijn stal. Veel boeren moeten niets van vogels in hun stal hebben, zei hij. Vooral spreeuwen vervloeken ze, want die brengen ziekten over. Maar hij gaf zijn koeien geen maïs en had dus geen last van spreeuwen. Hij was blij met minder vliegen in de stal.

Kruidenrekjes opgehangen.

Heb ik hier al eens verteld dat ik met mijn voeten naar voren ter wereld kwam? En ook nog een maand te vroeg. Op een warme zomerdag. Het was voor mijn moeder en de huisarts zweten geblazen. Ik bleef er bijna in. Met uiterste krachtsinspanning wist de arts me er toch nog op tijd uit te trekken. Ik hield er wel een scheve heup aan over. Waardoor mijn linkerschoenen sneller slijten dan mijn rechterschoenen. Aan elke linkerzool lees je mijn stuitligging af.

55BC2FD3-7192-4A36-8153-2577BE26A2A9