Schreef vandaag het gedicht dat zich de afgelopen dagen geleidelijk aan in mijn hoofd gevormd had.

Toen ik de laatste punt zette was de dag zo goed als voorbij.

Nadat ik me langs God lasterende nieuwbouwwijken had gewurmd en het hemeltergende lawaai van een antieke bladblazer had getrotseerd werd het loopje ten westen van Drachten toch nog aangenaam. Blauw, bladgoud & de lokroep van ganzen kregen de overhand en knikkerden mijn ergernissen eruit.

Ik smolt zowat in de buitenlucht die op koelkasttemperatuur was gebracht.

Adem in, adem uit. Er gaat niets boven het aanhouden van een ritme.

(De rest van de dag werd hoofdzakelijk lezend doorgebracht. Om 16.17 uur nam ik de tijd voor een donker biertje.)

‘Arme wij / aan zee / op het strand / heel effies maar’

Samuel Menashe
De Wilgen, 2019 © Ton van ’t Hof

‘Het is hier zo zonnig,’ zei ma, ‘dat ik niet eens zie wat ik zie!’

Readtsjerk, 2019 © Ton van ’t Hof

Sinds ik niet meer ontbijt (16/8 dieet) begin ik mijn dag met koffie. De geur en smaak ervan hebben aan belang gewonnen. Een aangenaam bakje is een klein genoegen. Nadat onze espressomachine het enkele maanden geleden begaf zijn we teruggekeerd naar filterkoffie. Het heeft lang geduurd eer ik de juiste koffie vond. Van alles heb ik geprobeerd, dure koffie, exotische koffie, biologische koffie, maar niet eentje stemde tot tevredenheid. Totdat ik dat goedkopere pak uit het onderste schap meenam: Kanis & Gunnink, de koffie uit mijn jeugd, het bakkie dat mijn ouders altijd dronken. Verfijnd kan ik deze boon niet noemen, maar wel robuust en rechtdoorzee; ik word er een wakkere knaap van.

Naar het Drentse Orvelte gereden, waar we een kachel & schouw uitzochten en door de rustieke omgeving hebben gewandeld. In het zonnetje. Voor niets. God zij ons genadig.

De dagboeken van Kierkegaard kunnen mijn aandacht nog niet gevangen houden, maar deze uitspraak werkte verhelderend:

‘Wat is dan de onmiddellijkheid? Dat is de werkelijkheid. Wat is het middellijke? Dat is het woord.’

Søren Kierkegaard
Orvelte, 2019 © Ton van ’t Hof

Stelde enkele van mijn poëziebundels weer verkrijgbaar , waaronder Aan een ster/ she argued.

Anderhalf uur bewogen door Ljouwert & lichte regenval. Hoewel ik in mijn nopjes ben met onze nieuwe omgeving in januari ga ik de gezelligheid van 058 wel missen. Niet zijn toenemende lawaaiigheid.

Maakte een opzetje voor een nieuw gedicht dat twee vertellers heeft, een losjes op Tolstoj’s Anna Karenina gebaseerde verhaallijn en de klimaatproblematiek als een van zijn thema’s. De openingsregels luiden vooralsnog:

Klimaatontkenners lijken allemaal op elkaar,
maar iedere klimaatfanaat
is fanatiek op zijn eigen manier.

Dronk een rosé waar ik niet veel mee op bleek te hebben.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

Al vroeg op weg naar Bartlehiem, fietsend, muts op, handschoenen aan. Gouden ochtend, als champagne.

Ma in opperbeste & filosofische stemming: ‘De meeste dingen liggen ver weg.’

Op de terugweg boodschappen gedaan, brood vergeten.

Vanmiddag mijn nieuwe poëziebundel gezet, titel: Waar tijd al niet goed voor is. Verschijnt begin 2020.

Lekkum, 2019 © Ton van ’t Hof

Naar raambekleding wezen kijken. Op de terugweg onze trek gestild met een portie kibbeling met friet.

Proefdruk gereedgemaakt & besteld van Thies’ nieuwe bundel die in januari bij Gaia Chapbooks zal verschijnen.

Las de eerste bladzijden van Kierkegaard. Een keuze uit zijn dagboeken (1957) en vatte die als volgt samen: op 25-jarige leeftijd zocht hij naarstig naar mogelijkheden om zichzelf te zijn.

Jezelf zijn.

Dat bruisende vat vol tegenstrijdigheden.

En die realiteit onder ogen zien.

En dan niet ironisch worden.

Readstjerk, 2019 © Ton van ’t Hof