Vandaag namen we afscheid van het ons geliefde Normandië en reden in één ruk naar huis, via Luik, in een boog om alle files heen.

Minpuntje onderweg: de ster in de voorruit.

Pluspuntje thuis: flinke doppers uit eigen tuin!

Les Petites Dalles, 2021 © Ton van ’t Hof

Vanochtend bezochten we een bloemenpark in Offranville, waar we een reuzenreuzenberenklauw zagen.

Ik waande me even in een andere wereld.

Eentje die een stuk warmer is dan de onze en waarin van alles opnieuw is vormgegeven: het recht, de politiek, de architectuur, de poëzie, de muziek, het overheidsapparaat, de wetenschap etc.

Een wereld die bevrijd is van het onbegrensde.

Later, in brasserie La Valé Normande in Sotteville-sur-Mer, deed ik een Ayn Randje en at voor € 19 aan foie gras.

Als een god in Frankrijk. Wat dus eigenlijk niet meer kan.

Reuzenreuzenberenklauw, 2021 © Ton van ’t Hof

Het was of vandaag de hemelsluizen openstonden, tot een uur of vier ’s middags, daarna brak het wolkendek open.

Boodschappen gedaan.

Beetje rondgetoerd, ruitenwissers aan.

Geluncht onder een waterdichte parasol, waarbij we een uitstekende chardonnay dronken, die er nog meer stemming in bracht.

Voor het avondeten nog anderhalf uur door velden vol landbouwgewassen gewandeld: aardappelen, bieten, graan, vlas en iets wat zwarte mosterd zou kunnen zijn.

Allemaal dingen die me in leven houden.

Sainte-Colombe, 2021 © Ton van ’t Hof

In juni 1940 trokken Franse en Britse troepen zich terug rondom de havens van Saint-Valery-en-Caux en Veules-les-Roses in de hoop op evacuatie. Tijdens hevige gevechten konden 3.500 Fransen en Britten worden geëvacueerd, ruim 46.000 militairen werden door de Duitsers gevangengenomen.

Vandaag speurden we naar achtergelaten sporen van deze historische gebeurtenis en wandelden over stranden vanwaar werd geëvacueerd.

We zagen een verroest kanon en namenlijsten op plaquettes.

We lazen over een wrak dat bij eb boven water komt.

We maakten ons voorstellingen.

Veules-les-Roses, 2021 © Ton van ’t Hof

De auto werd geparkeerd in Sassetot-le-Mauconduit, waar keizerin Sissy in 1875 de zomer doorbracht.

Wat ongelogen is, keizerin Sissy heeft echt bestaan.

Vervolgens naar Les Petites Dalles gewandeld, dat in de negentiende eeuw nog een mondain badplaatsje was, maar nu de verlatenheid zelve is, een afgebladderd openluchtmuseum.

Wij werden er blij en vrolijk van.

Daarna langs de kust en over de hoge rotsen naar Les Grandes Dalles getrokken, waar we een waardeloze hamburger wegspoelden met een bijzonder lekker flesje Pouilly-Fumé.

Een flesje dat we tijdens de terugtocht moesten bezuren.

Maar allee, op deze wijze handhaafden wij ons vandaag in het bestaan!

Van Les Petites Dalles (op de achtergrond) naar Les Grandes Dalles

Vandaag was het de dag van de kunstschilders.

Eerst bezochten we het graf van kubist Georges Braque, dat ligt op het kerkhof van Varengeville-sur-Mer, vanwaar wie leeft uitkijkt over zee.

Daarna afgedaald naar de Gorge des Moutiers, langs een geitenpaadje, waarop Claude Monet ooit stond te schilderen.

Op die plek legde Hennie me vast, de Monet van het noorden. Hahaha!

Wat ik overdacht: dat Monet nog zonder schuldgevoel naar dit magnifieke landschap kon kijken, zonder stil te staan bij de gevolgen van zijn handel en wandel voor de leefomgeving.

Dat lukt mij niet meer.

Wat we ondanks de buienlijntjes als eerste deden vanochtend: wandelen aan zee, over het keienstrand van Saint-Valery-en-Caux.

Wat een kleurenfeestje was.

Daarna de kliffen op, waar monumenten stonden, ter herinnering aan de eerste vlucht van New York naar Parijs in 1930 en aan de gevallenen van het 51st (Highland) Division.

In Frankrijk kun je niet om monumenten heen.

Ik ben, met flinke tussenpozen, drie keer eerder in deze Normandische streek geweest. Wat me vandaag opviel: er is niets veranderd in al die jaren. Wat schijn is, natuurlijk. De schijn van de veranderlijke onveranderlijkheid.

Saint-Valery-en-Caux, 2021 © Ton van ’t Hof

Na autopech en fileleed gistermiddag aangekomen in Le Mesnil-Geoffrey, waar we zijn ondergebracht in de voormalige kasteelbakkerij.

Verdomd goed geslapen. Bij het ontwaken: fluitende vogels & windkracht zes.

Geen wifi, nauwelijks verbinding met een mobiel netwerk.

Wel veel goede zin.

Koffers uit de mottenballen gehaald, regenjassen gepakt,

wandelschoenen.

Normandië here we come!

Invarianten: de sublieme groenen.

Varianten: klif & calvados.

Onze tuin in Brantgum

Vraag me naar het hoezo van wat ik zeg en ik zal je een redelijk argument geven.

Meer kan ik niet doen. En meer hoeft ook niet.

Wie daarentegen woorden de ruimte geeft, begeeft zich op het vlak van de poëzie.

Bedenk wel: als woorden de ruimte krijgen, krijgen waarheden dat ook. Evenals onwaarheden.

Wat ik in het hoge noorden zocht en vond? Meer ruimte, ademruimte.

Brantgum, 2021 © Ton van ’t Hof

Niet onbelangrijk: een uitdrukkingswijze die aanschouwelijk is en concreet, en weet te plezieren.

Dan pas de logica. (De wat?)

Daar ben ik heilig van overtuigd. (Op mijn knieën, handen gevouwen.)

De eerste verse doppers uit eigen tuin! Piepklein, klavergroen en gedoopt in kokend water.

De begeleidende tripel kwam uit Gulpen, wie schoan os Limburg is.

En het engagement! Waar is het engagement?

De grote wilg van Waaxens, 2021 © Ton van ’t Hof