Ma was verguld met de interactieve hond—‘Wat een alleraardigst beestje!’—en doopte hem of haar Keesje.

Verwarming aangezet.

& een passage onderstreept: ‘Er is nog een andere reden waarom HSP’s hun lichaam tot te veel dwingen, en dat is hun intuïtie, die sommigen van hen een continue stroom van creatieve ideeën geeft. Ze willen deze allemaal tot uiting brengen. En wat denk je? Dat lukt je nooit. Je zult moeten kiezen. Niet kiezen is opnieuw een vorm van arrogantie en van wreed misbruik van je lichaam.’

Of ik nooit genoeg krijg van dit blog? Alleen door te blijven spreken, kan er betekenis ontstaan.

Het donderde boven Leeuwarden.

Wyns, 2019 © Ton van ’t Hof

Mijn posture? Volledig mezelf zijn. Self-fashioning? Een neurotische staaf in mijn nek. Mijn recht als dagboekschrijver? Eeuwig in dingen blijven geloven. Wat dit journaal niet ongevaarlijk maakt.

Deed een zelftest en beantwoordde 21 van de 22 vragen volmondig met ja. 14 was al genoeg geweest om als ‘hoog sensitief’ gekwalificeerd te worden. Las vervolgens hoofdstuk 1 en moest het boek daarna wegleggen om niet nóg meer overprikkeld te raken. Zestig jaar aan onbegrepen gedrag en kwalen hebben ineens een naam: HSP—High Sensitive Person. Kolere.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

Iemand gebood me vanochtend niet te speculeren, geen houding aan te nemen, doch mijn neus gewoon achterna te lopen, met aandacht.

Er is geen gedicht
zonder adembenemende
zinsnede, die de dag op-
schort in de stilte die volgt & tijd
weet samen te vouwen tot een enkel woord.

—Joseph Massey in A New Silence (2019)

Door het deurgat koele ochtendlucht & het geschater van vrolijke meeuwen. In het overdrijvende wolkendek een open ontsnappingsluikje naar ’t hemels blauw.

Op basis van mijn dagelijkse selectie en rangschikking van voorvallen en reflecties hier—die zich stuk voor stuk ‘echt’ hebben voorgedaan—construeer ik mijn eigen mythe.

Wat ik evenwel—om de verwarring niet nog groter te maken—níet doe: over iemand schrijven die slechts op mij lijkt.

Al ben ik als schrijver wél de regisseur, en is híj—de ‘ik’ in al deze blogberichten—de bungelende acteur.

In de namiddag probeerde de zon wederom door de stratocumulus heen te breken, zette alles op alles om zijn waardigheid niet volledig te verspelen; met wisselend succes.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

Wat deze dag bijeenhield? Wolken die als gedachten voorbijsnelden.

Windkracht zes. Wel of niet op de fiets naar het fierljeppen?

Toen we ons afgelopen donderdag bij de kantonrechter meldden, vroeg ma aan de bode of ze een hondje mocht hebben. Tot voor kort heeft ze altijd honden gehad. ‘Ik wil een hondje anders ga ik dood!’ Bij iedereen met een uniform aan smeekt ze om een trouwe viervoeter. Daarom maar een interactieve hond voor haar besteld, die volgens de aanprijzing ‘op elke aanraking, knuffel en beweging’ zal reageren.

Om half twaalf nog geen afgelasting, dus wij op weg naar Winsum. Na één uur en veertig minuten ongemotoriseerd trappen was die er wél: ‘Vanwege de harde wind gaan de Friese kampioenschappen fierljeppen niet door vandaag.’ Dank-u-wel. Dan maar door naar café Baard voor bier en bitterballen. Hierna werden de zestien kilometer terug naar Ljouwert in sneltreinvaart overbrugd. Thuis nog even de tuin in.

Druivenbladeren ritselden, een vogel trok een streep in de lucht, de fontein neuriede. Ik had er niets meer aan toe te voegen.

Hilaard, 2019 © Ton van ’t Hof

Las vanochtend in Joseph Massey’s A New Silence (2019), een dichter die ik momenteel goed pruimen kan, een moderne poète maudit ook, die zichzelf telkens weer te gronde weet te richten. Stilte is zijn thema, verstilling de techniek.

‘Nothing to hear beyond a voice / consuming itself in an alley.’

In het kader van de namenkwestie Sloots/Schut alle kinderen van Hendrik Alofs (1773-1812) en Lammigje Harms Sloots (1773-1849) op een rijtje: Jantien, Harm, Annegien, Alof, Willem, Willemtje & Albertje; edoch:

  • Jantien overleed in 1869 als (meisjesnaam) Jantien Hendriks;
  • Harm overleed in 1846 als Harm Hendriks Sloots;
  • Annegien overleed in 1879 als (meisjesnaam) Annegien Hendriks Sloots;
  • Alof overleed in 1879 als Alof Hendriks Sloots, maar trouwde in 1824 als Schut;
  • Willem overleed in 1863 als Willem Hendriks Sloots, trouwde in 1827 ook als Sloots, maar in 1852 als Schut;
  • Willemtje overleed in 1887 als (meisjesnaam) Willemtje Sloots;
  • Albertje overleed in 1890 als (meisjesnaam) Albertje Hendriks Sloots.

What can I say? Kennelijk wist deze familie geen consensus te bereiken over het aannemen van een en dezelfde achternaam. De keuze voor Hendriks (patroniem vader) of Sloots (achternaam moeder) valt nog te begrijpen, maar Schut vooralsnog niet.

Hypothese: twee van de drie zonen zijn ooit in de veronderstelling geweest dat hun vader de achternaam Schut zou hebben aangenomen áls hij nog wat langer had geleefd.

Heeft Hendrik Alofs, die al op 38-jarige leeftijd zijn hachje erbij inschoot, wellicht broers of zussen gehad die zich aan het begin van de 19e eeuw als Schut hebben laten registreren? Ik graaf verder.

PS Al deze familieleden woonden hun hele leven lang op loopafstand—binnen vijf kilometer—van elkaar.

Uit de huwelijksakte van Alof (Aalf) Hendriks Sloots (Schut), 1824

Daan Roovers, Denker des Vaderlands, Wij zijn de politiek: ‘Ons grootste probleem is niet zozeer de overheersing van de ene klasse over de andere, of de hardnekkigheid van antiwetenschappelijke scepsis, racisme of homofobie, maar de overheersing van de extreme stem over de gematigde.’

Te veel hooi op mijn vork nemen; nóg zo’n trekje van me.

Kunst, literatuur, poëzie gaan voor alles over ‘dat eerste persoonsperspectief’, de ervaring. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik hiervan overtuigd raak.

Alleen ík kan zeggen wat ik vanbinnen ervaar.

Mijn moeder ziet er sinds ze in Bartlehiem zit gelukkiger uit dan in jaren. Het gevoel bekruipt me dat ze sinds mijn vader ziek werd en verbolgen—zijn gezicht stond sedert eind 2015 op onweer—eenzaam is geweest. Pa kon geen begrip meer opbrengen voor haar voortschrijdende dementie; wat een fucking intermenselijk debacle moet dat zijn geweest.

Kunst, literatuur, poëzie maken het leven niet zozeer ‘aangenamer’, maar ontsluiten het eerste persoonsperspectief, maken het toegankelijker voor ons allen. Iets wat machines niet kunnen doen.

Vanmiddag met moeders naar de kantonrechter in Almere geweest, die het verzoek tot onderbewindstelling & instelling mentorschap ten behoeve van ma—opdat mijn zussen en ik mogen beslissen over financiële en medische aangelegenheden die haar aangaan—inwilligde.

Toen we afscheid namen schudde mijn moeder de kantonrechter de hand en zei doodserieus: ‘Welterusten.’

En vandaag is het precies 33 jaar geleden dat ik ‘ja, ik wil’ zei tegen mijn geliefde.

Mijn kijk op de wereld … ja, tja.

Die was vroeger meer uitgesproken dan nu. Dat wel, weet je.

Alsof ik door de jaren heen toch nog dingetjes geleerd heb.

Dat het tijd kost, bijvoorbeeld, om een mening te vormen en dat ook de wijze waarop je die uit, aandacht behoeft. Zoiets.

Overigens zou volgens boeddhisten, als ik ze goed begrijp, de onthouding van oordeelsgenot het leed—dat van jou en anderen—kunnen verzachten.

Maar soms laat ik me desondanks gaan, raak ik door emotie buiten mezelf en toeter maar wat, schoffeer, bruuskeer etc. waarna—te laat!—de spijt komt.

Tja. Tijd voor een fikse wandeling, geloof ik.

Recapitulatie. Toen mijn oudmoeder Willemtje Sloots in 1854 voor de tweede maal in het huwelijksbootje stapte, ditmaal met Geert Leupen, een broer van haar overleden eerste echtgenoot Hindrik, waren zij en Geert straatarm. Maar ruim twintig jaar later, toen Willemtje haar laatste adem uitblies—Geert was al lang dood—liet ze onroerend goed na met, omgerekend naar nu, een waarde van € 38.000 oftewel f 83.000, de tussentijdse stijgingen van grondprijzen niet meegerekend. Ze bezat naast een huis en een tuin ook 6,5 hectare bouwland, weide, heide en bos.

Hoe had ze dat geflikt? Dat wil ik graag weten. Omdat een erfenis een mogelijke verklaring is, ben ik gaan graven in het verleden van haar ouders, maar stuitte daarbij op een kwestie die mijn graafwerk bemoeilijkt: het verwarde gebruik van twee achternamen, Sloots en Schut. Om geen informatie over het hoofd te zien die van belang is voor inzicht in Willemtjes vergaring van onroerend goed, wil ik eerst meer duidelijkheid in de namenkwestie scheppen.

Wat ik weet is dat de vader van Willemtje op zijn overlijdensakte uit maart 1812 Hendrik Alofs wordt genoemd, waarbij Alofs een patroniem is, een achternaam ontleend aan de voornaam van zijn vader, die Alof Hendriks heette. Omdat de kinderen van Hendrik Alofs nu eens Sloots en dan weer Schut als achternaam gebruikten, en niet Alofs, ga ik er vanuit dat Hendrik Alofs er niet meer aan toe is gekomen om, zoals op grond van decreten van Napoleon uit 1811 en 1813 verplicht was, een achternaam te laten registreren.

Zijn echtgenote, Lammigje, echter wel. Zij was een dochter van Harm en afkomstig uit een familie die al vóór Napoleons decreten een achternaam droeg: Sloots. Tot aan haar verscheiden in 1849 bleef ze Lammigje Harms Sloots heten; ze hertrouwde nooit.

Maar dan. Enige jaren na het overlijden van Hendrik nemen enkele kinderen van Hendrik en Lammigje, niet allemaal, ineens de achternaam Schut aan. Waarom? Op dit punt ben ik nu aanbeland. Laat ik maar eens beginnen om álle kinderen goed in kaart te brengen. Wordt vervolgd.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof