Nog nooit zó vroeg de eerste langere fietstocht van het jaar gemaakt: veertig kilometertjes langs Poppenwier en Grou. In de wind was het nog wat koud, maar de handschoenen konden uit blijven. Regelmatig grote V-formaties in de lucht. Geluncht bij Het Theehuis aan ‘t Pikmar.

Niet lang nadat Darwin zijn The Origin of Species publiceerde stierf de weerwolf uit, zo lees ik in Dirk Draulans’ Beagle Dagboek. Op reis naar de oorsprong van de evolutie (2010). Volgens een Britse historicus maakte de weerwolf in vertelsels plaats voor ‘de yeti, bigfoot en andere mensaapachtige monsters. Omdat Darwins werk had aangetoond dat een kruising tussen mens en wolf minder voor de hand lag dan een kruising tussen mens en aap, kwam er een wetenschappelijk verantwoorde correctie in de verhalen.’ Waar of niet waar? In elk geval een aardige anekdote.

Zag een docu over een trektocht door de Himalaya, waar mensen wonen, werken, overleven op vijfduizend meter. Waar schoonheid & blijheid nog onbedorven zijn (dacht de romanticus in mij). Ik hoop dat men daar het toerisme kan beteugelen!

Gaia? Er zijn inmiddels twee nieuwe chapbooks in voorbereiding: eentje van een dichter en eentje van een fotograaf.

Idaerd, 2019 © Ton van ’t Hof

In het ‘roekenbeheerplan’ zijn ‘25 gedoogplekken’ aangewezen, waar de roeken ‘alleen bij problemen’ zullen worden aangepakt. Ik geloof niet dat ik ooit zal wennen aan dit afstandelijke ambtelijke stijltje! Zouden de roeken bij de opstelling van dit plan ook zijn gehóórd? – hoor en wederhoor – dat vraag ik me eveneens af.

Het duurde even voor ik binnen was; mijn moeder vergeet steeds vaker op welk knopje ze moet drukken om de benedendeur te openen, en mijn vader lag met hardlijvigheid in bed. Ze stond me al op te wachten in de hal: ‘Ik ben gevallen,’ zei ze, ‘en heb wel twintig minuten, of wel een uur, op de grond gelegen.’

Ze was duizelig geworden en, zo leerde ik even later, op de grond gaan líggen, niet gevallen. En na een paar minuten was ze weer opgekrabbeld. Je moet bij mijn moeder tegenwoordig goed dóórvragen, dan kom je er meestal wel uit. En nee, ze had nu nergens meer last van.

Toen ze klaar was met haar verhaal zag ik een glas Baileys op het aanrecht staan, halfvol. Het was kwart over tien in de ochtend.

‘Zit je aan de Baileys?’
‘Ja.’
‘Nu al?’
‘Ik was de fles aan het wegdoen en toen zat er nog een beetje in.’
‘En dat restje wilde je niet weggooien.’
‘Nee.’
‘Nu net? Voordat je duizelig werd?’
‘Ja.’
‘En toen dronk je wat en werd duizelig?’
‘Ja.’
‘Hahaha! Jij bent me er ook eentje!’

Op de terugweg een uur gewandeld bij Munnekeburen, waar ik twee dartelende bruine kiekendieven zag; er zit lente in de lucht!

Munnekeburen, 2019 © Ton van ’t Hof

Las vanochtend de bibliofiele uitgave Five Poems van Joseph Massey, uitgegeven door Tungsten Press (2018). Een bijzonder samengaan: de verstilde beelden van de Amerikaan Massey in het paleis van handgeschept papier van Neerlands meesterdrukker Wolfram Swets.

Wat ze gemeen hebben: een halsstarrig vasthouden aan schoonheid, raffinement. En ook: leven onder de armoedegrens. Gekwelde kunstenaars. Zonder zou de wereld minder goed af zijn. Ik vertaalde het eerste gedicht uit deze uitgave:

VOOR DE MARGE

Nacht laat in zijn spoor
een stem achter die ik niet herken;
een echo die wegsterft
in kou, vervormd
door kou

en de doffe plof
van een peertje van 40 watt.

Op de rand
van paniek
bijt dageraad
het uur uit

terwijl ik op je wacht,
de onbekende,
om de leegte
uit te spreken
van wat ik niet ben –

het gedicht
dat jij al bent.

Vanmiddag eerst naar de dijk bij Holwerd gereden, waar we in de regen naar het half voltooide beeld van Jan Keetelaar zijn gewandeld, Wachten op hoog water, dat uiteindelijk moet gaan bestaan uit twee vrouwen van metaal, een dikkere en een dunnere, die over het wad uitkijken.

Daarna door naar Dokkum voor een stadswandeling en een middagmaal, waar ik een uiterst smaakvolle donkere Bonifatius bij dronk; ze kunnen hier prima brouwen.

Holwerd, 2019 © Ton van ’t Hof

Toch weer het uitgeverspad ingeslagen, zij het op hele andere voorwaarden dan de vorige keer: administratieve & financiële beslommeringen worden ontweken, waardoor alle aandacht kan uitgaan naar vorm & inhoud. Op de website van Gaia • Chapbooks wordt het concept als volgt weergegeven:

‘Je kunt Gaia • Chapbooks vergelijken met een speaker’s corner: in deze reeks mag je je kunsten vertonen of je mening geven over politiek, cultuur, wetenschap, religie etc. Artistieke vrijheid en vrijheid van denken is waar het om draait. Je moet wél wat in je mars hebben.

‘Het eindproduct is een e-book (pdf) (22-30 pagina’s hoofdwerk, 6-10 pagina’s voor- en nawerk), dat via lulu.com gratis aan publiek beschikbaar wordt gesteld. Wie dat wenst kan bij dezelfde webwinkel tegen kostprijs (plus verzendkosten) een paperback (formaat 15 x 23 cm) aanschaffen.

‘Er is geen winstoogmerk. Er worden geen contracten afgesloten; kunstenaar/auteur en uitgever maken afspraken op basis van vertrouwen. Uiteraard ontvang je als kunstenaar/auteur een e-book, paperbacks kunnen op eigen kosten worden aangekocht.’

Geen idee of dit concept levensvatbaar is, of het ook vrúchten oplevert? We zullen zien. Ik heb er wél zin in.

Naar Green Book geweest (toprol voor Viggo Mortensen) & na afloop een pizza gegeten.

Vanochtend vroeg: het gaat straks regenen & de krant zit nokkievol treurigheid.

Bestelde een SpeedComfort Basic Trio set om gas te besparen en deed een stelletje diepe, stress regulerende ademhalingsoefeningen van iceman Wim Hof.

Wandelde zeven kilometer om twee tochtstrippen te halen.

Maakte het eerste deeltje uit de Gaia • Chapbooks reeks proefdrukgereed en bestelde een proefdrukexemplaar.

Las in Koos van Zomerens Naar de natuur een citaat van de Duitse auteur Jurek Becker, dat Van Zomeren aardig vond en ik van toepassing op mijzelf:

‘Het gevoel bij anderen belangstelling voor mijn persoon op te wekken, volgens mij voor ieder mens van belang, lukt mij het best achter een bureau.’

Hang daarbij wel Lacan aan: ik heb géén kern die ik zou kunnen laten zien.

In Trouw vandaag:

‘Dichter Ton van ‘t Hof schrijft op zijn blog zelfs dat eigenbeheerdichters “een poot is uitgedraaid”. Ze moesten wel het inschrijfgeld van 75 euro betalen, maar zouden nooit een schijn van kans hebben gehad. Onzin, verzekert Baars: de jury heeft alle werken serieus gelezen en weet door de labels heen te kijken.’

Waarmee zo ongeveer alles gezegd is over deze kwestie.

Windkracht vijf, naderende buien. Voldoende redenen om het rondje Finkum met enkele kilometers te bekorten.

Tjonge, hij bleef wél hangen, die laatste zin uit het shortlist juryrapport van De Grote Poëzieprijs:

‘Hoewel de jury enkele [eigen beheer] inzendingen met plezier gelezen heeft, bleek toch dat het selectiemechanisme van de traditionele poëzie-uitgevers, zeg maar hun “poortwachtersfunctie”, functioneert.’

Curieuze uitspraak. Eerst stellen ze De Grote Poëzieprijs met veel bombarie ook open voor uitgaven in eigen beheer, en na betaling van € 75 worden de ‘zzp’ers’ weer ruw buiten de deur gezet.

Au fond staat er, en ik bedoel dat niet cynisch, dit: De jury heeft de meeste uitgaven in eigen beheer, zoals verwacht, want niet door de ballotage van reguliere uitgeverijen, niet met plezier gelezen.

Alle andere bundels dan wel?

Hier lijkt me toch sprake van onbeschaamde vooringenomenheid van juryleden die de wereld vanuit de heiligheid van een zogenaamde echte uitgeverij aanschouwen.

Ben benieuwd hoeveel eigen beheer bundels er volgend jaar nog worden ingestuurd. Ik verklaar iedere zzp’er die dat doet rechtstreeks voor gek.

Finkum, 2019 © Ton van ’t Hof

Zag Canadese ganzen in de stadsgracht van Zwolle. Vermoedelijk van een kleiner type; ik ben een vogelliefhebber, geen kenner. Het regende pijpenstelen, maar daar trokken ze zich niets van aan. Heel anders dan onze katten, die je bij het geringste spatje met geen mogelijkheid naar buiten krijgt. Ik hang er zelf wat tussenin, dacht ik, terwijl ik mijn kraag opzette en verder liep.

Vroeg me in de trein af of ik een jaar de tijd zou nemen om een boek te schrijven waarin ik de balans van de Nederlandstalige poëzie opmaak. Op de vraag hoe je zoiets aanpakt kon ik niet onmiddellijk antwoord geven. Daarna realiseerde ik me dat ik voor zo’n onderneming de nodige educatieve bagage mis; enkele jaren studie aan de OU (culturele wetenschappen) is op zijn zachts gezegd magertjes. En terug naar de schoolbanken zit er niet in; het moet wél leuk blijven. Wat overblijft? Aanroeren wat voor míj het belang van poëzie is. En dat doe ik op dit blog al regelmatig. Terug bij af, dus.