Een komen en gaan

Momenteel lees ik Jasper en zijn knecht van Gerbrand Bakker. Een uitgave in de onvolprezen Privé-domeinreeks. Nummer 287. Uitgebracht in 2016. Het is een reeks waar ikzelf nog wel eens in zou willen verschijnen, als blogger, met een jaargang blogberichten. Maar dat zal er niet van komen. Dat is een utopie.

Ik hérlees Jasper en zijn knecht, las het twee of drie jaar geleden voor het eerst. Jasper is Bakkers hond en Bakker is de knecht. Geweldig boek. Al vind ik de schrijver een rare snoeshaan, een einzelgänger, maar schrijven kan hij. Overigens is Bakker de eerste die zal toegeven dat hij een eenpittertje is, iemand die niet veel opheeft met anderen. Wat hij zelf moet weten, hoor, dat is zijn goed recht.

Terwijl ik Bakker lees moet ik aan M denken, naast wie wij in 1987 kwamen wonen. M & M. Ze zijn ietsje ouder dan wij. Vier jaar zijn we buren geweest, met veel plezier. M & M proaten Brabants, zijn joviaal, maken van hun hart geen moordkuil. Biertje, glaasje wijn en af en toe een peukje. Veel lachen doen ze ook.

We zijn elkaar nooit uit het oog verloren, hebben nog altijd contact. Ze wonen al jaren in Goes. M’s laatste standplaats was Woensdrecht, en ze zijn in Goes blijven hangen, nooit teruggekeerd naar Eindhoven, waar ze oorspronkelijk vandaan komen.

Maar M gaat dood. Hij is uitbehandeld, vertelde M gisteravond door de telefoon. Slokdarmkanker. Waarvan we dachten dat hij genezen was. Maar de kanker keerde terug. In sneltreinvaart. De goedlachse, altijd vrolijke M moet nu dus de pijp aan Maarten geven. Over enkele weken, of maanden, wie zal het zeggen. Klop klop.

Gisteren werd op een van de boerderijen tegenover ons een kalf geboren. Op de foto hieronder is hij, het is een hij, nog geen twee uurtjes oud. Het leven is een komen en gaan.

Met de hand

Bakkie van tien kuub, vanmiddag gebracht, voor tuinafval, handmatig vullen.

Zagen dat het een lieve lust was

Vandaag is onze woning geïnventariseerd op asbestverdachte materialen. We prijzen ons gelukkig met de uitslag: buiten het schuurdak werd nog slechts tweemaal verdacht materiaal aangetroffen: de kit waarin het enkelvoudige glas van de ramen op de bovenverdieping is gezet en de pakkingen van één oudere radiator. Zowel ramen als radiator kunnen (en zullen) op eenvoudige wijze vervangen worden; er hoeven geen mannen in witte pakken aan te pas te komen. Ik kan in april/mei op de bovenverdieping aan de slag.

De inspecteur ging overigens grondig te werk: hij zaagde, ten behoeve van het onderzoek, dat het een lieve lust was.

Vorm, variëteit & kleurschakeringen

De vorige bewoners van ons huis waren gesteld op privacy, en zo hebben ze de tuin ook ingericht: gesloten. Hij is vergeven van hoge hekken, die zijn begroeid met oneindige hoeveelheden klimop. Niks voor ons. Wij willen meer ruimte, openheid, en zijn dus aan het snoeien geslagen. Niet als kippen zonder kop, maar met beleid; niet álles hoeft weg.

Wat mij voor ogen staat: een tuin als die van Monet, waarin het draait om vorm, variëteit & kleurschakeringen.

Vandaag stond het weghalen van twee hekdelen op het programma, waarvan de half verrotte staanders waren gebroken onder het gewicht van overhangende klimop. Hieronder twee foto’s die begin en einde van de klus markeren.

Achter de hekdelen kwamen twee bossen bamboe tevoorschijn, die helaas van het ergste soort zijn: Pseudosasa japonica, ‘een krachtig groeiende woekerende bamboe’ die een hoogte van zes meter kan bereiken! Dit tropische gras kan je tuin ruïneren en moet dus weg. Karweitje voor de dag van morgen.

Zalm & paling

De moeder van mijn moeder, Grada Spann, kwam in 1908 in Millingen aan de Rijn ter wereld. Haar vader, mijn overgrootvader, Willem Spann, was evenals zijn broer Carl en zijn vader Albert riviervisser van beroep. Ze voeren met een roeibootje, een vlieger, de Rijn op en visten onder andere op zalm en paling, ook bij hoge golven en sterke wind, ‘omdat hun boterham er nu eenmaal mee gemoeid was.’ Geen van de kinderen, niet van Willem en niet van Carl, trad in vaders voetsporen. Halverwege de vorige eeuw leverde de inmiddels ernstig vervuilde rivier te weinig vis op om er nog de kost mee te kunnen verdienen.

Op foto hieronder, die rond 1935 is genomen, kun je Carl (staand), de broer van mijn overgrootvader, aan het werk zien.

Carl Spann (staand) en Bartje Weyers op een vlieger in de jaren dertig

Lentekriebels

Geef ma een snoeischaar …

Werk aan de winkel

Ondanks de regen toch naar buiten gegaan. Er was werk aan de winkel: vóór een schapenhekje geplaatst, achter de blauwe regen onderschoord. Ontdekte wel dat twee gemetselde terraspilaartjes, waar de blauwe regen overheen hangt, gebroken zijn. Die zal ik moeten afbreken en weer opmetselen.

Na de lunch een vouwgordijn opgehangen, enkele dakpannen recht gelegd en een verstopte regenpijp doorgestoken. Ja, in Brantgum is altijd wel wat te doen.

Toen de hemel opdroogde en er tekening in kwam de wandelschoenen aangetrokken en anderhalf uur genoten van weids uitzicht.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof