• 16.08.2026

    Door de uitgestrekte manshoge rietvelden op de zuidelijke oevers van het Lauwersmeer had een maaier zich een weg gebaand. Met de zon kwamen er ook ontelbare insecten te voorschijn. Ik werd voortdurend belaagd door muggen en dazen die me op een kilometer afstand al roken. Bij de zoveelste duikvlucht van zo’n teringbeestje sloeg ik per ongeluk de eigen bril van het hoofd, die met een grote boog ergens in het riet belandde. We hebben een uur gezocht, tevergeefs.

    Draag nu de vorige bril weer.

    Hopeloos was ook het schilderwerkje van vandaag, een impressie van het wad die veel weg heeft van een vuile onderbroek. Ik wilde iets in de trant van Matisse doen, maar het werd poep. Enfin, zonder hopeloosheid geen hoop. Morgen beter.

    Tijd voor stilo Antonio.

    Gewoon schilderen wat je ziet, zei David Hockney ooit.

  • 15.08.2026

    Zoog voor zessen vanochtend al muggen met de stofzuiger van het plafond op. We hebben last van een ware muggenplaag in en rondom huis. Werd tijdens het stofzuigen volop gestoken.

    Schilderde naar een foto van akkerland tussen Waaxens en Holwert op abstract expressionistische wijze akkerland tussen Waaxens en Holwert. Willem de Kooning keek over mijn schouder mee.

    Na de lunch werd het Fries Kampioenschap Fierljeppen bijgewoond, waar ruim 21,5 meter werd gesprongen. De sfeer was buitengewoon gemoedelijk.

    Daarna naar een Nederlandse medailleregen in Birmingham gekeken met als hoogtepunt gouden raket Stefan Nillissen op de 1500 meter!

    Dat rare nationalistische trekje van me als het om sport gaat. (Alleen sport?)

  • Brood en spelen. De avond languit doorgebracht met chips, chocoladenootjes, voetbal & atletiek.

    Des middags nog wat aan kunst gedaan.

    Nadát de tandarts de brug weer op zijn plaats had geplakt. Een gouden brug die destijds nog betaalbaar was en me met gemak overleven zal.

    ‘Je kunt je de dood eigenlijk niet voorstellen,’ zei de jonge tandarts nog, en hij bedoelde met ‘je’ zichzelf.

    Trok tijdens het kijken naar de atletieknummers voortdurend mijn t-shirt over mijn pensionadobuikje heen.

  • Stond vanochtend te schilderen aan de Waddenzee en schilderde de Waddenzee.

    Ik stond er achter mijn nieuwe veldezel, die de wind met gemak trotseerde.

    Ik stond er en stemde met de wereld van het wad in, die wondermooi is en me altijd weer, zomer én winter, weet op te beuren. Alsof ik word teruggeplaatst in een of andere samenhang.

    ’s Middags was het bloedheet, alles en iedereen hapte naar adem en gebeurtenissen wisten zich niet te voltrekken.

    Of het moet de brug zijn geweest die spontaan uit mijn mond viel.

  • Keek naar het EK atletiek in Birmingham en liet de halve zonsverduistering schieten.

    Ook in Birmingham bleef de zon schijnen alsof er niets aan de hand was. En dat was er ook niet.

    Opgeklopt gebeuren, zoals tegenwoordig alles opgeklopt wordt.

    Zoals bellen voor de laatste ronde op de 800 meter overdreven is.

    Deed men dat vroeger ook al?

  • Maakte gebruik van het ov en overbrugde een afstand van 25 km in 95 minuten.

    Vloekte. Ging te keer. Kwam dertig minuten later dan was afgesproken.

    Koos voor twee ambachtelijke kroketten op bruin brood en een Tripel Karmeliet.

    Kocht verf en kocht boeken, twee stuks: (1) Pauline Slots Een jaar met Simon: Over Vestdijk, een vader en de liefde voor het leven en (2) Ton Lemaire’s Op weg naar het heden: Filosoferen over tijd en leven.

    Het leven. Voelde op mijn wang een dikke vette puist rijzen.

  • Rondgehangen.

    Op en neer naar de grote stad gefietst.

    Rondgehangen.

    Door een dichtbundel van John Ashbery gebladerd.

    ‘Wat voor grappigs je ook overkomt / het is oké.’