Verwarming geïnstalleerd in het nieuwe toilet, wat best een tricky karweitje was, en tijdrovend.

En luxe brengen moet, voor de billetjes van Hennie.

Zat pas om vier uur op mijn eigen gat, met in de linkerhand een aperitief en op het rechteroor De Nieuwe Contrabas Podcast 023.

Over waarom Dimitri Verhulst misschien wel nooit zijn meesterwerk zal schrijven: ‘Hij schrijft te mooi, het is net alsof-ie, hij kan het zó goed dat-ie niet, dat-ie niet zijn best hoeft te doen, snap je wat ik bedoel?’

Tijdens het koken zong ik een klein loflied, ter ere van mezelf.

Dat het regende vannacht, hoosde, en ik wakker werd, luisterde, in het volste vertrouwen dat al dat water van de terp zou afglijden als water van een eend.

Wat het ook deed.

Liep vanochtend over een bedrijventerrein in Leeuwarden en zag veel leegstand, heel wat mislukte bedrijven. Onderhoud van het openbare groen leek niet langer aan de orde. Wat een troosteloze aanblik. Ik benijd de mensen niet die in dit planologisch rampgebied uit de jaren zeventig moeten werken.

Hadden ze, godsamme, niet alle onderdelen voor de reparatie van onze auto in voorraad!

Begon vanmiddag, met een Ricard onder handbereik, in De woede van Maigret.

‘Handen werden naar [Maigret] opgestoken, men schikte in om plaats voor hem te maken aan de toonbank en hij bromde, op de glazen wijzend die met opaalkleurige drank gevuld waren: “Geef mij ook maar zoiets …”’

De Hemrik, Leeuwarden, 2021 © Ton van ’t Hof

Aan het toilet gewerkt, naar een bouwmarkt gefietst, stapelwolken in studie genomen, potje gekookt; het was een dag met een zweempje eenheid.

‘Het probleem van de hedendaagse dichter is dus niet langer dat hij moet kiezen tussen l’art pour l’art en politiek engagement. De poëet moet thans veeleer op zoek naar geschikte taal om vrijheid in de diepste zin tot stand te brengen en te vieren: het natuurlijke, spirituele gevoel dat we zijn geboren om plezier te beleven aan onze plek op aarde.’ – Carmen Bugan

Büch bezoekt in aflevering 63 o.a. Hawaii. We schrijven 1994, op de stranden zijn nauwelijks toeristen te zien.

IJs gegeten. En ik had me nog zó voorgenomen om dat níet te doen!

Bornwird, 2021 © Ton van ’t Hof

Met Hoe je geliefde te herkennen won Tomas Lieske in 2007 de VSB Poëzieprijs. Ik las de bundel pas onlangs. Van de meeste gedichten begreep ik de ballen. Wat niet wil zeggen dat ik me niet met de bundel heb vermaakt; dat deed ik namelijk wel.

Lieske is niet van de identiteit of het activisme maar trekt nog, hoe ouderwets, bouwsels op van taal. Het effect dat hij beoogt? Iets teweegbrengen bij zijn lezers, een schok bijvoorbeeld.

ENQUÊTEVROUW VRAAGT HET PUBLIEK

Wanneer de honing in de korven rijpt, acht u
zichzelf dan verzadigd, tot wederdienst bereid?

Kruis aan wat in uw leven wringt, onderstreep
uw vermogens van hartstocht, uw god van passie.

Veronderstel een getto in uw lichaam. Kiest u
voor nauwere gevoelspoorten of voor paniekbewaking?

Wie god wordt, blijft zelf onaangedaan. Kent u
zo iemand? Hoe spreekt u hem aan? Straalt zijn licht op u af?

De avond valt. Is uw tafel sterk genoeg
voor de gecraqueleerde schaal waarop het ei van de familie?

Bedenk dat onze vragen niet altijd een antwoord,
soms is een schok voldoende, een botsing, ver in het heelal.

‘Je kunt dingen niet duidelijk maken door bijvoeglijke naamwoorden opeen te stapelen, door te stamelen.’ – Antoine de Saint-Exupéry

Wat wil ik eigenlijk van taal? Ik zou er de wereld wel mee willen redden.

Wat is geluk? Volgens Van Dale een ’aangename toestand waarin men zijn wensen bevredigd ziet en vrede heeft met zichzelf en zijn omgeving’. We nemen geluk niet met zintuigen waar, maar zíjn gelukkig. Of niet.

In het gedicht ’A Theological Definition’, uit zijn bekroonde bundel Of Being Numerous (1968), brengt George Oppen, die geenszins gelovig was, geluk in verband met aardse zaken, die hij nauwkeurig omschrijft.

EEN THEOLOGISCHE DEFINITIE

Een kleine kamer, een gelakte vloer
Die een L maakt om het bed,

Wat is of is zo waar als
Geluk

Ramen die uitkijken op zee
De groen geverfde balustrade van het balkon
Tegen de rots, het struikgewas en de bruisende golven

Oppen moet zich in deze omgeving happy hebben gevoeld, en zich hebben gerealiseerd dat geluk in de kleine dingen zit. Goddelijk, was het woord dat in hem opkwam. En dat zette hem aan tot het schrijven van dit gedicht.

Waar word je het gelukkigst van? Van ruimte geven aan jezelf of het uitbannen van je ego? Dat was een prikkelende topic gisteravond.

‘Op een gegeven moment kots ik van mijn eigen meningen, juist omdat die zo goed zijn.’ – A.L. Snijders

Werkte me vandaag de pestpokken, echt waar. Alsof ik meedeed aan de Olympische Spelen. Omrop Fryslan was erbij.

Pakjes hooi op Foppes hooizolder opbergen o.a.

Mooiste chapbook ever in voorbereiding.

Werd vanochtend wakker met goede zin, veel goede zin.

Altijd maar op zoek naar toereikende taal. Toereikende taal is als een kneep in een van je armen.

En toen kwam er plots een oude stalmuur onder het stuc tevoorschijn, opgetrokken van kloostermoppen, die gezien hun grootte weleens honderden jaren geleden gebakken zouden kunnen zijn. Sommige hebben een maat die past bij de late middeleeuwen. Degene die destijds de stal bouwde heeft ze vast ergens tweedehands op de kop getikt.

Ik heb de vraag naar een stukadoor maar van werkspot.nl gehaald.

Wat dit allemaal te betekenen heeft? Nou niks.

Hoorde vanochtend dat lezen ‘een positieve hobby’ kan zijn.

Een bezigheid die je voor je genoegen of ontspanning doet en waar je ook nog eens baat bij kunt vinden. Zoiets.

Mijn leraar Nederlands – en dan heb ik het over de jaren zeventig – vond literatuur nog een noodzakelijkheid, om je je doorheen het leven te kunnen slaan. Met stelligheid.

Zelf kan ik het lezen niet laten, maar bittere noodzaak, nee.

Tijdens het wandelen liet mijn moeder een scheetje, waar ze breeduit om moest lachen. ‘Ja,’ zei ze, ‘wij horen óók van alles!’

Waaxens, 2021 © Ton van ’t Hof

Las dat hoogsensitieve personen in onmensen veranderen wanneer ze honger hebben. (Uitspraak van een centrale novellefiguur, die het weer van een psycholoog had.)

Nu ben ik volgens de methode Aron een HSP en heb soms razende honger. Maar een monster als ik naar eten hunker? Nee.

Tenzij we geen chocolade in huis hebben.

In het nieuwe toilet is een oude pleisterlaag aan vervanging toe. Het gaat slechts om twee vierkante meter. Maar stuken is niet mijn ding. Daarom, voor het eerst, een klus geplaatst op werkspot.nl. Stukadoors liggen niet voor het oprapen in Brantgum.

Wat met verscheidene factoren te maken heeft, o.a. de circulatie van goederen, arbeiders en kapitaal.

Een zondag vol feiten, échte feiten, door mij, voor dit blog, geselecteerd.

Het geeft geen pas om er geheimzinnig over te doen, of dogmatisch.

Er werd, door ons, tussen 11.12 en 12.47 uur gefietst door het Noardeast-Fryske land; we kwamen zes andere fietsers tegen en twee of drie auto’s.

Er werd geluncht met witte wijn uit Nieuw-Zeeland, omdat we witte wijn uit Nieuw-Zeeland in huis hadden en er wat te vieren viel.

Er werd, bij afwezigheid van bezoek, gelezen en gesoesd.

Er waren, qua kleur, lots of zomervibraties.

Wat er niet was: een conclusie.

Blije, 2021 © Ton van ’t Hof

Een paar uurtjes aan het nieuwe toilet gewerkt, dat langzaam maar zeker op een toilet begint te lijken.

Vliegen doodgemept en een kleine radiator besteld, online.

Willem Schinkel gelezen: ‘Kapitalisme vormt de perfecte ecologie voor een dodelijk virus.’

Grote woorden, maar misschien niet te groot.

Gestoken door dazen.

Waarna ik de les van de dag inweefde, de menselijke windvlaag.

Brantgum, 2021 © Ton van ’t Hof

‘Coronabeleid gebaseerd op ziekenhuiscapaciteit betekent het regeren via de noodtoestand, het normaliseren van de uitzonderingstoestand, en dat betekent het ontmantelen van politieke strijd en de vervanging ervan door autoritair bestuur.’ – Willem Schinkel in Pandemocratie

Om op te kauwen.

Leerde dat een nicht van mijn grootvader gedichten publiceerde in het Eindhovens Dagblad, in negentienhonderdzoveel. Wat is een nicht van mijn grootvader eigenlijk van mij?

En Pogie ‘overtoepte’ vanmiddag op overmachtige wijze iedereen op de Luz Ardiden.

Het schrijven van de geschiedenis van het heden is een permanent werk.

Foudgum, 2021 © Ton van ’t Hof