19.49 u. Stadswandeling gemaakt, gedicht geschreven.

COMPLEX SYSTEEM

Gisteren nog een rasoptimist, vandaag zeven strategieën
voor meer structuur. Mijn tijd vulde zich in no time
met liefdevolle, mystieke plannen. Ik durfde
geen nee te zeggen, waardoor ik veranderde in een brij
van woorden, waarin iedereen wel iets
van zijn gading vinden kan om thuis als wijsheid
aan de wrakhouten muur te hangen.

Je moet de strategieën juist hanteren natuurlijk.
Om te overleven, bedoel ik. Eenmaal mijn hobby achterna
lukte het me om de eenzaamheid te regulariseren,
de voorschaar die door de aangestampte depressiviteit breekt, let op
de gelegenheidskraaien. Zo vloog de middag voorbij.

En nu is dan het uur van vertrek aangebroken. Je kunt gaan.
Zorg goed voor jezelf. En wacht nog even
met het nemen van een onherroepelijk besluit. Ciao.
Aan de avondlucht geen enkel vuiltje.

2018 © Ton van ’t Hof

FD468170-918B-47F3-8DB8-E7BBDA02F245
Aldlânsdyk, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

07.58 u. Slecht nieuws. Het uit Afrika afkomstige Usutuvirus is nu ook in Noord-Nederland aangetroffen. Mogelijk zijn er al honderden vogels aan bezweken. Vooral merels zijn de klos. Zo las ik in de Leeuwarder Courant vanochtend. ‘De ziekte kan grote gevolgen hebben voor de broedvogelstand. Zo stierven in Duitsland in 2012 al meer dan 300.000 vogels. Op sommige plaatsen was het zo erg dat er praktisch geen merels meer in de steden voorkwamen.’ Je moet er toch niet aan denken.

08.45 u. Koos definitief voor optimisme.

16.04 u. Schreef een e-mail:

Beste O.,

Of ‘kunst per definitie een elite-aangelegenheid’ is, vroeg je me vorige week, naar aanleiding van mijn opmerking dat poëzie vandaag de dag verworden is ‘tot een zaak voor en door hogeropgeleiden.’ (1) Ik geloof dat kunst tegenwoordig, met uitzondering van een aantal muziekstromingen, inderdaad niet is bedoeld voor iedereen, maar voorbehouden aan, gericht op een elite. Meer dan voorheen in elk geval.

‘Ik ben ook met deze kwestie bezig,’ schreef je, ‘over hoe er een steeds substantiëler deel van “de” poëzie de kant van de entertainment opgaat (Tim Hofman, Rupi Kaur, Jan Terlouw).’

Opvallend in deze formulering vind ik het gebruik van het woord ‘entertainment’, waarmee je de gedichten van Hofman, Kaur en Terlouw rangschikt in de klasse amusement/vermaak/vertier. Volgens het etymologisch woordenboek is ‘entertainment’ ‘een van de vele Amerikaanse en Engelse woorden uit het gebied van het amusement die in de jaren 1950 en 1960 via radio en televisie in het Nederlands zijn gekomen.’ In datzelfde woordenboek lees ik dat ‘amuseren’ o.a. is ontleend aan het Franse wederkerend werkwoord ’s’amuser’, wat ‘zijn tijd verbeuzelen’ betekent.

Wie entertainment zegt, bedoelt geen kunst met een grote K, maar hooguit iets kunstigs. Vaker dan me lief is wordt ‘entertainment’ zelfs met een zeker dedain uitgesproken, gebaseerd op de gedachte dat het louter volksvermaak zou zijn.

Wellicht is ‘light verse’ – ‘poëzie geschreven om de lezer te amuseren’ (Van Dale) – een betere classificatie van Hofmans en Terlouws werk dan ‘entertainment’. Een kenmerk van light verse is dat het toegankelijk is, en daardoor ook te begrijpen voor mensen zonder een academische graad in literatuur of filosofie.

Ik kan me de tijd nog herinneren waarin light verse (met vertegenwoordigers als C. Buddingh’, Drs. P en Annie M.G. Schmidt) ook door literatuurcritici als subgenre serieus werd genomen. Dat is, helaas, niet meer het geval.

Meer dan eens heb ik de afgelopen jaren de veronderstelling gelezen dat wel één miljoen Nederlanders poëzie zouden schrijven; ik geloof er geen snars van. De jaarlijkse verkoop van poëziebundels geeft in mijn ogen een betere stand van zaken weer: ‘poëzie betreft slechts een verwaarloosbare 0,25 procent van de totale boekverkoop in Vlaanderen en 0,38 in Nederland.’ Voor 2017 betekent dit dat er in Vlaanderen 35.000 poëziebundels zijn verkocht en in Nederland bijna 156.000.

Dat is, op zijn zachtst gezegd, niet veel. Slechts een handjevol mensen houdt zich vandaag de dag nog met deze kunstvorm bezig. Wie beweert dat het goed gaat met de poëzie lult uit zijn of haar nek. Poëzie in de openbare ruimte = ambtenaren die goede sier willen maken.

Om de huidige Nederlandstalige poëzie staat een hoog hek.

Oké, ik moet nu stoppen, anders draaf ik door. Over de vraag of bovenstaande ‘verelitairisering’ ernstig is, denk ik verder na. Al lijkt buitensluiting me per definitie een serieuze zaak.

Hartelijke groet,

Ton

(1) Volledige uitspraak: ‘Poëzie is vandaag de dag verworden tot een zaak voor en door hogeropgeleiden. Om tot poëziekringen door te dringen die er toe doen, is een academische graad geen must maar wel een pre. Dat veel moderne poëzie vaak moeilijk wordt gevonden, is niet verwonderlijk.’

PS Ik neem dit antwoord op, tenzij je daar bezwaar tegen heb, in mijn online dagboek vanavond, onder de titel ‘Beste O.’

16.27 u. Heb mijn hyperrealistische werk ‘Na museumbezoek aan Morandi’ laten afdrukken en inlijsten:

5CA07504-FC00-45DE-877F-3B1B1133ED94
‘Na museumbezoek aan Morandi’, 2018 © Ton van ’t Hof (40 x 40 cm)

19.23 u. Boodschappen gedaan, deel van de druif gesnoeid, haardhout gestapeld, wat gelezen:

‘Er is misschien niet één plek op de wereld te vinden waar je zo veel dieren zo dicht op elkaar vindt, op zo’n klein stukje grond, zo dicht bij mensen als in Nederland. Als je mensen op elkaar propt, in vluchtelingenkampen bijvoorbeeld, dan heb je ook binnen één tot enkele weken ernstige uitbraken: cholera, vlektyfus en dergelijke. Als je dieren bij elkaar zet in zulke grote aantallen, is het onvermijdelijk dat je ook grote uitbraken krijgt.’ – Arts-microbioloog prof. Hans Zaaijer

Ook nog getekend:

016333FC-BDF7-46BA-97CA-A1AC66D7CD91
Ivrey, Jura, Frankrijk, 2018 © Ton van ’t Hof

In de Volkskrant van vrijdag 24 maart 1967:

HET VERGETEN EI

‘Er was eens een paashaas die een mand vol paaseieren weg moest brengen, [toen] verloor hij het mooiste paasei en het was niet alleen het mooiste maar het was ook een paasei dat kon praten. Een week of twee lag het ei daar al, maar naast het vergeten paasei was een boom. Daar woonde een eekhoorn en die had al twee weken nagedacht wat dat ronde ding voor zijn huis was. Toen die eekhoorn op een dag aan het eten was, lag het paasei daar al twee weken vergeten. En hij lag daar al een jaar. Twee jaren gingen voorbij en nog lag het paasei er. En toen hij al 100 jaar daar lag, zeiden de dieren het moet daar maar altijd blijven liggen en toen bleef het paasei voor eeuwig liggen!’

Ton van ‘t Hof, 7 jaar, Den Haag

Toen al gefascineerd door tijd en vergankelijkheid.

B19AC1CB-DB1D-43E5-8185-37CE09B5503D
Volkskrant, 24 maart 1967

06.47 u. Gisteren alle zaken met betrekking tot een eventuele aankoop en verbouwing van de woonboerderij (woonoppervlakte 224 m2) in Morra nogmaals op een rijtje gezet en enkele berekeningen gemaakt. Conclusie: dit project is toch een maatje te groot voor ons. We zien af van een bod en concentreren ons weer op onze woning in Leeuwarden, waar we ook nog het nodige aan willen doen.

08.18 u. Vroeg me af waarom dichters zo weinig met elkaar over elkanders werk praten. Ik bedoel: we bomen over van alles en nog wat, maar zelden over een gedicht van de een of ander.

08.43 u. Realiseerde me dat een gedicht nadrukkelijk uitnodigt tot een overweging van particuliere waarden en riep uit: ‘Dát is nog eens een nuttig element van poëzie!’

15.23 u. Zocht het vers van Gust Gils op dat Martijn Benders van de week op FB plaatste. Ik had er de afgelopen dagen herhaaldelijk aan gedacht:

geïnfiltreerde eend

geïnfiltreerde eend
en
hij ligt de godsschommelendganse dag
met zijn ogen open.
zijn ogen zijn gesloten.
geïnfiltreerde eend
en
hij ligt de godsschommelendganse dag
met zijn ogen
hij heeft zijn ogen
opengesloten:
canard is frans voor spaans.
en
geïnfiltreerde eend

Opgenomen in de bundel afschuwelijke roze yoghurtman, uit 1972. De Antwerpenaar Gils heeft zíjn ogen overigens al weer meer dan vijftien jaar geleden definitief gesloten. Of hij het in zijn laatste uurtje Spaans benauwd heeft gehad, weet ik niet.

Dit gedicht roept bij mij het beeld op van een dode eend met wijd open, van schrik versteende ogen. Het woord ‘geïnfiltreerd’ doet me afvragen of er soms maden in een wond rondkruipen. Voorts geloof ik dat de twee fraai klinkende neologismen – ‘godsschommelendganse’ en ‘opengesloten’ – en de opmerkelijke interpunctie bovenal de kunstmatigheid van het vers versterken. En staat ‘canard’ naast eendenvlees niet ook voor onjuist of verzonnen bericht?

Als je wil kan je er daarnaast nog postmoderne labels op plakken: centrifugaal en decentraal bewustzijn bijvoorbeeld. Maar ik waardeer dit gedicht niet omdat Gils er dat soort tendenzen in heeft verwerkt. Waarom dan wel?

Omdat het klopt. Pulseert. Overeenstemming vertoont met. Me effentjes in een andere toestand weet te brengen. Telkens weer. Ik durf ‘geïnfiltreerde eend’ gerust een heerlijk poëtisch moment te noemen.

18.14 u. Begonnen in De kanarie in de kolenmijn van Marianne Thieme & Ewald Engelen:

‘Wanneer we geen rozen meer kweken in Ethiopië of asperges importeren uit Peru, maar groenten van het seizoen eten, verspillen we de schaarse watervoorraden van de Afrikaanse bevolking niet langer aan onze eigen decadentie.’

9A939847-C89B-4F3C-9CF0-C192C1D5D386
Groene Strand, Terschelling, 2018 © Ton van ’t Hof

07.35 u. Dacht: dat gaat de goede kant op: dat er in een rijtje nieuwbouwhuizen te Burgum ‘nestelvoorzieningen’ voor een kolonie gierzwaluwen en ‘invliegopeningen’ voor vleermuizen komen.

08.09 u. Uit een recensie over Het rijk van de schaarste van filosoof Hans Achterhuis:

‘Voedselschaarste is niet een absoluut tekort, maar een scheve verhouding en als zodanig een menselijke schepping.’

08.29 u. Wat kun je als consument doen aan de plastic soup? ‘Probeer plastic zoveel mogelijk te vermijden,’ zegt Maria Westerbos, directeur van Plastic Soup Foundation:

‘Doe niet alles in plastic boterhamzakjes, neem geen plastic tasjes aan in de winkel, koop geen in plastic verpakte groente en fruit. Vermijd al het “single use” plastic, al het plastic dat je maar één keer verbruikt. Veertig procent van al het plastic dat wereldwijd wordt geproduceerd, gooien we binnen twintig minuten weg. Daar kun je als consument wat aan doen.’

13.11 u. Meende te begrijpen dat recenseren sociaal gedrag is, en als zodanig zou moeten worden bestudeerd.

17.32 u. Huis bezichtigd, we beraden ons nu over een bod. Of eigenlijk: we beraden ons nu over de hoogte van ons openingsbod. Dus.

64BCAB3F-DA33-40C9-989A-2224255E1729
Morra, 2018 © Ton van ’t Hof