Thierry wie?

Roodborstje op vetbol. Pimpelmees op deze zelfde vetbol, ietsje later. Daaronder geraniums die maar blijven bloeien. Op de radio enkel gedoe, menselijk gedoe. En dan, plotsklaps, het verfrissende inzicht dat bijna vier jaar Thierry Baudet niets aan mijn leven veranderd heeft.

Tussen Brantgum en Waaxens staan nog beetwortels op een veld, uit de rest van het pikzwarte land heeft het leven zich zo goed als teruggetrokken. Wat ik tijdens mijn rondje nog wel aan drukte waarnam: een boer die zijn tractor schoonspoot, een wippende mus, een fladderende meeuw en twee dollende kraaien.

November: zorgeloos, heerlijk oppervlakkig.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Hooglandse drek

Ongetwijfeld lijd ik aan een wandelverslaving. Ik ben er lichamelijk én geestelijk afhankelijk van, weet zelden iets beters te doen. Het is me met de paplepel ingegoten. Mijn ouders wandelden vaak en mijn zussen en ik moesten dan mee. Vanaf mijn veertiende, vijftiende vergezelde ik ze uit vrije wil.

Vandaag door drassige landerijen ten zuiden van het Lauwersmeer gebaggerd, waar Konikpaarden (niet gezien) en Schotse hooglanders (wel gezien) vrij mogen grazen. Minder vogels waargenomen dan gehoopt. Topstuk was de grote zilverreiger (wat een knoeper), die als een landsheer statig door laag water waadde. Ook fraai: de enorme, grillige wilgen, die zich in eindeloze rietvelden fier staande houden. Aan onze schoenen klodders hooglandse drek.

Zuidzijde Lauwersmeer, 2020 © Ton van ’t Hof

Erwtensoep

Al vroeg naar Amerongen gereden. Omdat er een plan was: samen met Anoek, Sanne & de honden een fikse wandeling in de omgeving maken. Zigzaggend over de Utrechtse heuvelrug. Het weer werkte mee: droog, halfbewolkt, 8°C. Om ons heen overwegend bruine en gele tinten, vaak van bomen waar we de naam niet van wisten. Beuk, berk en eik lukte nog wel, maar de rest was problematischer. Een hiaat in onze éducation, vind ik nog altijd. Belangrijker waren de gesprekken die we voerden, het samenzijn. Aan de eindstreep: Anoeks erwtensoep.

Amerongen, 2020 © Ton van ’t Hof

Weldadige leegte

Een stralende middag. Ik trek er toch nog even op uit, verlaat Brantgum via de Fjildbuorsterwei richting Hantum. Het landschap tussen de twee terpdorpen is vlak, gecultiveerd en vandaag een zonbeschenen lappendeken. De oranje gifvelden kleuren wonderwel bij de zwarte omgeploegde akkers, het witgele riet, groene gras en het blauw van de onberispelijke hemel.

Na ruim een kilometer passeer ik een oude kop-hals-rompboerderij, de Montzema State, die 16e-eeuwse fundamenten heeft. Enkele maanden geleden is het monumentale pand van eigenaar verwisseld. Achter benedenramen wordt geklust. Het lijkt erop dat de nieuwe eigenaar in tegenstelling tot zijn voorgangers niet boert en de boerderij louter als woning in gebruik heeft genomen. Het erf is opgeruimd en aan de overzijde van de weg wordt landbouwgrond te koop aangeboden. Hier geeft iemand een wending aan de loop der geschiedenis.

Als ik de Pybemawei insla vliegen twee buizerds op uit een plukje bomen, dat waarschijnlijk een gerief- en geen pestbosje is, om boeren van hout te voorzien. Er ligt een sloot omheen om het tegen vee te beschermen, maar is van de weg af voor iedereen toegankelijk. Ik zie ook enkele gevelde bomen.

Op een wat lager gelegen weiland staan flinke plassen water, drassigheid die is afgezet met roodwit lint. Daar moet je kennelijk niet met je zware tractor in belanden.

Daarna rechtsaf de Mellemawei op, een verzakte, half begroeide klinkerweg die thans nog door wandelaars en boeren wordt gebruikt, maar vroeger de hoofdweg was tussen Hantum en Foudgum. Ik kom er zelden iemand tegen. Naast kieviten en meeuwen word ik getrakteerd op een zilverreiger die me laat opmerkt. De vooruitgestoken borst van een wegwiekende reiger heeft iets plechtstatigs.

Langs de eeuwige rust van Foudgum en de provinciale N365 keer ik vervolgens huiswaarts. Mijn hoofd heeft dan al de weldadige leegte van de omgeving overgenomen.

Fjildbuorsterwei, Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Wilde vogels

In een weiland achter ons huis heeft een legertje grauwe ganzen al enige weken zijn kamp opgeslagen, op de plek waar kooikers ooit¹ een vogelkooi hielden. Als je langsloopt vliegen de ganzen, schichtig als ze zijn, gakkend op, de grote leegte in.

  1. In de atlas van Schotanus (tweede, verbeterde druk, 1718) zijn ten zuidwesten van Brantgum drie vogelkooien (‘Vogel Kooy’ voor het vangen van wilde vogels) ingetekend, in die van Eekhoff (1853) staan ze al te boek als ‘voormalig’.
Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Wierummerwad

‘t Moddergat, Noardeast-Fryslân, 2020 © Ton van ’t Hof

Moddergat de Kamp

Ten noordoosten van Nes, Noardeast-Fryslân, 2020 © Ton van ’t Hof

Boven De Mosselbank

Ten noorden van Nes, Noardeast-Fryslân, 2020 © Ton van ’t Hof

Leven & dood

In 1849 kwam Adrianus van Hooff ter wereld, halfbroer van mijn betovergrootmoeder Johanna Gertruda Baijens-Van Hooff. Hij is een man met een verhaal. Adriaan had potentie. Hij schopte het tot ‘chef sigarenfabriek’ en werd vader van minstens zestien kinderen. Maar hij had ook de dood aan zijn kont hangen.

Adriaan stapte driemaal in het huwelijksbootje: op zijn 24e, 27e en 35e. Zijn eerste echtgenote stierf drie maanden na de echtverbintenis, doodsoorzaak onbekend. Met zijn tweede echtgenote, Constantina, zou hij vier kinderen krijgen. Maar in 1881 lieten Constantina en twee van hun kinderen kort na elkaar het leven. In 1885 trouwde Adriaan met de vijftien jaar jongere Maria Margaretha Notermans, die twaalf kinderen zou baren.

Tragisch is de constatering dat minsten acht van Adriaans zestien kinderen binnen twee jaar na hun geboorte de geest gaven. Van slechts twee weet ik dat ze een respectabele leeftijd haalden. Van zes heb ik hun overlijdensdatum (nog) niet kunnen achterhalen. Evenals van Adrianus en zijn derde echtgenote Maria Margaretha.

Natuurlijk begin je rare dingen te denken.

Sigarenfabriek in Weert, waar Adrianus mogelijk heeft gewerkt, ca. 1899

Een hele trap

Ongebroken blauw. Een rookpluim die wind verraadde. De meeste akkers omgeploegd, winterklaar. Tussen Ternaard en Nes nog het oogsten van spruiten. Koeien op stal, weilanden bezet door grote groepen ganzen en meeuwen. Voor een kudde schapen gingen we graag even opzij. En tot slot was daar het frietje in laconiek Dokkum, met mayonaise.

Ternaard, 2020 © Ton van ’t Hof