• Brood en spelen. De avond languit doorgebracht met chips, chocoladenootjes, voetbal & atletiek.

    Des middags nog wat aan kunst gedaan.

    Nadát de tandarts de brug weer op zijn plaats had geplakt. Een gouden brug die destijds nog betaalbaar was en me met gemak overleven zal.

    ‘Je kunt je de dood eigenlijk niet voorstellen,’ zei de jonge tandarts nog, en hij bedoelde met ‘je’ zichzelf.

    Trok tijdens het kijken naar de atletieknummers voortdurend mijn t-shirt over mijn pensionadobuikje heen.

  • Stond vanochtend te schilderen aan de Waddenzee en schilderde de Waddenzee.

    Ik stond er achter mijn nieuwe veldezel, die de wind met gemak trotseerde.

    Ik stond er en stemde met de wereld van het wad in, die wondermooi is en me altijd weer, zomer én winter, weet op te beuren. Alsof ik word teruggeplaatst in een of andere samenhang.

    ’s Middags was het bloedheet, alles en iedereen hapte naar adem en gebeurtenissen wisten zich niet te voltrekken.

    Of het moet de brug zijn geweest die spontaan uit mijn mond viel.

  • Keek naar het EK atletiek in Birmingham en liet de halve zonsverduistering schieten.

    Ook in Birmingham bleef de zon schijnen alsof er niets aan de hand was. En dat was er ook niet.

    Opgeklopt gebeuren, zoals tegenwoordig alles opgeklopt wordt.

    Zoals bellen voor de laatste ronde op de 800 meter overdreven is.

    Deed men dat vroeger ook al?

  • Maakte gebruik van het ov en overbrugde een afstand van 25 km in 95 minuten.

    Vloekte. Ging te keer. Kwam dertig minuten later dan was afgesproken.

    Koos voor twee ambachtelijke kroketten op bruin brood en een Tripel Karmeliet.

    Kocht verf en kocht boeken, twee stuks: (1) Pauline Slots Een jaar met Simon: Over Vestdijk, een vader en de liefde voor het leven en (2) Ton Lemaire’s Op weg naar het heden: Filosoferen over tijd en leven.

    Het leven. Voelde op mijn wang een dikke vette puist rijzen.

  • Rondgehangen.

    Op en neer naar de grote stad gefietst.

    Rondgehangen.

    Door een dichtbundel van John Ashbery gebladerd.

    ‘Wat voor grappigs je ook overkomt / het is oké.’

  • Naar het pittoreske Niehove (GR) getuft, waar werd gewandeld (Oebelepad-Oude Dijk-Laarzenpad) en geluncht (Bistro Eisseshof). Veel bloemen, veel bijen, veel dazen én uitstekende garnalenkroketjes, bijgestaan door een Eggens Tripel.

    Bracht de middag door met Nootebooms dagboeken (1970-1995) en vermaakte me kostelijk met zijn decadente gedragingen. Zo schrijft hij ‘Morbide angsten over toekomst, geld etc. Zo burgerlijk, wat moet ik doen om daar van af te komen?’ En even verderop: ‘Naast dit [dagboek] houd ik een werkelijk dagboek bij, in een wijnjaarboek; alles wat ik (we) eet en drink. Het idee dat iemand dat vindt, deze apotheose van materialisme – elke dag 3 gangen, en de wijn(en) daarbij.’

    Hahaha! De tering naar de nering zetten was niet zo Nootebooms ding!

    Ik vind Cees Nooteboom een puike schrijver, hou vooral van zijn romans en reisboeken, maar hij wil me wel íets te vaak als erudiet overkomen.

    Wie zich wil meten met de grootsten dient erudiet te zijn, zeker, maar de allergrootsten etaleren hun eruditie niet. (Wijsheidje mijnerzijds.)

  • Poetin, Trump, Xi Jinping: stuk voor stuk despoten zonder ideologie. Mens en samenleving interesseert ze voor geen meter. Wat wel telt: macht en machtsbehoud.

    En stuk voor stuk overtuigd van hun eigen gelijk. Ze gelóven in zichzelf.

    De nieuwe keizers.

    Ik raak er zowat van aan de drank.

    Ik klaag ze aan.

  • Dat zestigduizend Marokkanen, een voetbalstadion vol, de Spaanse enclave Ceuta waren binnengedrongen, georganiseerd of niet, was nieuws van de dag.

    Vooral jonge Marokkanen. Jonge Marokkanen zonder veel perspectief.

    Ik kon destijds, in principe en met een beetje geluk, alles worden wat ik maar wilde. Luxe was dat.

    Ik begrijp die jonge Marokkanen wel. Misschien dat een van hen ooit nog mijn hoogbejaarde kont wassen zal. Nee, geen kolonialistisch getinte gedachte, maar een kwestie van cijfertjes.

    Je kunt tegenwoordig ook godverdomme níets meer zeggen.

  • ‘In enkele van de meest iconische regio’s van Frankrijk woedden deze zomer bosbranden, waarbij al 115.000 hectare in vlammen is opgegaan,’ las ik vanochtend in de krant. Op tv zag ik de afgelopen dagen beelden van geblakerde huizen en gestikte dieren. Om een beter begrip van de omvang van deze ramp te krijgen vroeg ik me af hoe groot 115.000 hectare in km2 is. Daartoe deelde ik 115.000 door 100: 1150 km2, oftewel een gebied van 30 bij 38 km, verdeeld over vier regio’s.

    Een oppervlakte die in het niet valt bij heel Frankrijk, maar tweemaal zo groot is als die van de gemeente Noardeast-Fryslân, waarin ik woon. Vierdaagsedeelnemers lopen er in vier dagen omheen.

    Op en neer naar De Westereen gefietst, waar ons fish-and-chips-adresje met vakantie bleek te zijn. Onderweg geen onregelmatigheden waargenomen: geen lage waterstanden, geen protesterende boeren, geen bosbranden en geen raketinslagen.

    Wel e-bikes. Veel e-bikes, op twee na.

    O hoe heerlijk langzaam wij ons voortbewogen!

  • De hondsdagen. Doorgaans de warmste periode van het jaar. Zelfs hier aan de zeedijk bereikte de temperatuur vandaag tropische waarden. Het is overigens ook de titel van een boek van Hugo Claus dat ik ooit las. Geen idee meer waar het over gaat.

    Schilderde de Peazemerlannen en besproeide onze gaarde. Maakte tegen de avond een frisse makreelsalade klaar en dronk daar een glas gekoelde rode wijn bij.

    Als Tokkie de kip over onze houten veranda loopt sloft ze.

    Keek naar B&B Vol Liefde en las het laatste nieuws op nu.nl.

    Tjonge.