Kreeg vandaag het papieren exemplaar van mijn chapbook Gecomprimeerd dagboek 2018 binnen, dat ik 12 dagen geleden bestelde. Ik ben zeer tevreden over de prijs-kwaliteitverhouding: voor negen euro (inclusief verzendkosten) ligt er een puik bundeltje (15 x 23 cm) op tafel van 34 bladzijden dik! De omslag is van prima kwaliteit, de bladzijden hebben een mooie crèmekleur, maar hadden ietsiepietsie dikker gemogen (wat overigens niet tot de mogelijkheden behoort). De zwart-witfoto’s zijn me een beetje te donker, maar een kniesoor die daar op let. Al met al een chapbook zoals een chapbook hoort te zijn: fijnkost qua inhoud, betaalbaar qua prijs!

Vanmiddag het tweede deeltje uit de Gaia • Chapbooks reeks – Gert de Jagers fraaie dichtbundel Dieren op schaal – drukproefgereed gemaakt & een drukproef besteld. Over veertien dagen in de winkel!

Wat me zo langzamerhand vaststaand lijkt: de vermogensongelijkheid broeit ook hier im Westen weer.

Het Literatuurmuseum in Den Haag schijnt een nalatenschap van F. Starik aanvaard te hebben, waaronder – ik schiet in de lach – ‘enkele leesbrillen.’

Dikke bobbel in mijn mond weer geslonken; wat kan een mens toch rare dingen oplopen!

Als het goed is, lees ik in de LC, wordt aanstaande vrijdag het eerste kievitsei gevonden. Deze voorspelling is gebaseerd op het volgende wichelprocedé: ‘Vanaf 1 februari worden de gemiddelde dagtemperaturen (in graden Celsius) opgeteld. Op de dag waarop de temperatuursom de 120 passeert, hoort het eerste ei te zijn gevonden. Als de milde temperatuursvoorspellingen van de komende dagen worden meegerekend, is het vrijdag zover. […] De afgelopen jaren bleek deze rekenmethode behoorlijk waterdicht.’

Mijn God. Dus mogelijk aanstaande vrijdag al it earste ljipaai. Acht dagen eerder dan de oude recorddatum! Waar houdt dit op?

Naar de groenteautomaat in Engelum gefietst. Flauw zonnetje, matige koude wind; winterjas nog altijd nodig. Eieren en rode uien gehaald. Noord van Ritsumazijl een twintigtal kieviten gespot, waaronder eentje die maar opgewonden over de weilanden bleef scheren.

Midden in Cambodja ligt het Tonlé Sapmeer, dat in de regentijd circa 25.000 km2 beslaat en tien keer groter is dan in de droge tijd. Bernard Guerrini en Mathias Schmitt maakten een strakke docu over het leven op, in en aan dit meer, waar drie miljoen Cambodjanen van afhankelijk zijn en overbevissing op de loer ligt. Om het flucturende waterpeil te weerstaan, er treden verschillen op van wel acht meter, worden dorpen op palen of vlonders gebouwd. En het ecosysteem is een wonder op zich.

Wat we eten vandaag? Zeewiernoodles met spicy tofu!

Marsum, 2019 © Ton van ’t Hof

Vanochtend eerst anderhalf geschilderd en daarna koffie gedronken met buurman Julius. Afgesproken dat we (zeer) binnenkort twee tentoonstellingen bezoeken: Fries expressionisme: Not afraid of the new in Museum Dr8888 en FRYSK: 100 jaar schilderkunst in Friesland in Museum Belvédère.

‘s Middags het binnenwerk gezet van het tweede deeltje van de Gaia • Chapbooks reeks, Dieren op schaal van Gert de Jager, dat over enkele weken zal verschijnen.

Vertaalde een nieuw Engels woord in insectocalyps.

Mijmerde even dat mijn leven op punt van beginnen stond en nam inenen een stroopwafel!

Wat, naar ik hoop, nog voor me ligt: het binden van mijn gedachten en gevoelens tot een soortement van geheel.

Dikke bobbel in mijn mond, vermoedelijk een gezwollen speekselklier.

Met de trein naar Arnhem getuft, op bezoek bij een ouwe maat, voor wie ik een of meer stadsgezichten ga vervaardigen. Kilometers door het centrum en langs de Nederrijn gewandeld, gekletst, tientallen foto’s genomen, ideeën uitgewisseld. Onwerkelijk mooi weer.

Onderweg in Heibel in de polder gelezen:

‘Onze winter heeft niet veel te beduiden. Soms wordt het jaren achtereen niet eens winter en groeien de plantjes die in october of november ontkiemen onafgebroken voort, totdat ze in januari of februari bloeien of vrucht dragen.’ – Jac. P. Thijsse, 1909

Trump (wil dat Europa 800 IS-strijders overneemt, anders laat hij ze vrij), krijg de kolere! Van Nieuwenhuizen (wil ondanks eerdere afspraken dat Schiphol doorgroeit, ‘anders mis je gewoon de boot’), stik!

Terwijl ik doorgaans toch een redelijke gozer ben.

Arnhem, 2019 © Ton van ’t Hof

Uiteraard een fietstocht gemaakt met dit mooie weer, op en neer naar Baard, en een uurtje of vier opgegaan in het hier en nu. Onderweg een zootje kievitten gezien, pak hem beet twintig, die deze zachte winter hebben aangegrepen, neem ik aan, om niet af te reizen naar het verre zuiden maar lekker dicht bij huis te blijven.

Roelke Posthumus in Heibel in de polder. Natuur in Nederland (Atlas Contact, 2018):

‘Ieder levend wezen gaat door met exploiteren van natuurlijke bronnen tot de wal het schip keert oftewel tot er een levensbedreigende schaarste optreedt.’

Posthumus heeft het hier niet alleen over mensen maar ook over planten en dieren. Ze poneert deze stelling overigens alsof het een ijzeren natuurwet betreft. En ik ben geneigd haar te geloven.

Anderzijds: alles gaat over in iets anders.

Ik bedoel, ik moet niet zo gewichtig doen, mezelf niet zo serieus nemen. Want dat heeft hoofdzakelijk saaie blogberichten als resultaat.

Hahaha!

‘Wie schrijft maakt zich steevast ergens schuldig aan,’ schrijft Ester Naomi Perquin in haar column in De Groene Amsterdammer, ‘altijd maar toekijken, overdrijven.’

Wat een kijk op het schrijverschap is. Schrijven is óók handelen. Hoe je je daarbij verhoudt tot het grotere geheel, dáár draait het wat mij betreft om.

Als het ingewikkeld is om een bevredigend verhaal rond je eigen ik te weven, doe het dan niet. Ga wat lummelen.

Boksum, 2019 © Ton van ’t Hof

Als ik Onno Blom, biograaf van de jonge Rembrandt van Rijn, over het werk van Rembrandt hoor, dan denk ik: die Blom heeft totáál geen verstand van schilderen.

Vandaag zélf uren geschilderd, een gezicht op Leeuwarden, waar nog dagen werk in zit.

Tussendoor lunch genoten op een zonovergoten terrasje op de Nieuwestad.

Las dat de Raad voor Dierenaangelegenheden – een raad van deskundigen die de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit advies geeft over morele, ethische en strategische kwesties – onlangs in een enquete vier diergroepen onderscheidde:

‘productiedieren (koeien en varkens), recreatiedieren (honden en katten), proefdieren (muizen) en natuurdieren (herten en zwijnen).’

Deze beesten staan voor de Raad voor Dierenaangelegenheden overduidelijk lager in de pikorde dan de mens; ze zijn er voor óns: om ze op te eten, ermee te spelen, experimenten op uit te voeren en als decorstuk te gebruiken.

Ik werd onaangenaam getroffen door zoveel arrogantie, die ongetwijfeld ook gevoed is door de Hollandse handelsgeest.

Voetbal gekeken.

Erna & Arno uit Spijk (GD) op bezoek gehad. Erna is een achternicht van me, die ik vorig jaar via MyHeritage leerde kennen. Haar opa van vaderskant, Wilhelmus Spann, is een van mijn overgrootvaders van moederskant. Wat ik verwonderlijk vind: vanaf het allereerste moment dat we elkaar zagen was er een klik. Nu zijn we vrienden. Nog dit jaar gaan we die kant weer op.

Nee, de toekomst is verre van een bedreiging geworden.

En nee, Baudet past op geen enkele wijze in míjn voorstelling van wat een zogenaamde ‘sterke man’ is of zou moeten zijn.

Ik loop overigens überhaupt niet graag zingend achter vlaggen aan, vertrouw liever op mezelf.

Ook vrees ik de sharia niet, evenals het nieuwe fascisme of zoiets als de onleefbare hitte.

Er is wél werk aan de winkel.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof