Het is motterig weer. Ik doe wat zout in mijn havermoutpap. Buiten kleurt de hemel langzaam lichtgrijs. Straks komen de buien. Maar ik blijf desondanks niet binnen vandaag. Ik kan slecht tegen binnenblijven. Heb ik altijd gehad. Mijn hang naar frisse lucht mag je best ziekelijk noemen. Achter me warmt het espressoapparaat op. Dan kom ik iets van Neil Gaiman tegen, auteur van Don’t Panic: The Official Hitchhikers Guide to the Galaxy Companion, over het belang van lezen, ‘waar dat goed voor is’:

‘Ik was eens in New York,’ zegt Gaiman, ‘waar ik een lezing bijwoonde over het bouwen van private gevangenissen – een enorme groeisector in Amerika. Deze gevangenisindustrie wenste zijn toekomstige groei te plannen – hoeveel cellen zijn er nodig? Met hoeveel gevangenen moeten we over vijftien jaar rekening houden? En ze hadden ontdekt dat dat heel gemakkelijk te voorspellen viel, met behulp van een vrij eenvoudig algoritme, dat gebaseerd was op de vraag hoeveel tien- en elfjarigen niet konden lezen. En zeker niet voor hun plezier konden lezen.’

Ik kan het haast niet geloven.

Zuid van Jistrum gewandeld, door weilanden en langs het Kolonelsdiep. Onder voortjakkerende wolken beoefenden plukjes ganzen de kunst van het formatievliegen. Vlak voor een veerooster moest ik me door een groepje koeien heen wurmen (zie video). In dit gulle landschap fleurde mijn muffe lijf op. Aan het einde van de wandeling brak zelfs de zon door en werd het nog aangenamer.

ADO-AZ 0-1. Wat een zootje ongeregeld. Zelfs van het roemruchte Haags kwartiertje is niets meer over: ADO is de enige ploeg die dit seizoen nog niet in de laatste 15 minuten heeft gescoord.

Menu van de dag: bloemkoolsoep met witte bonen en worst.

26829FC8-9A35-45B8-A4F4-2DCCD96C62D9
Jistrum, 2018 © Ton van ’t Hof

Kwam vanochtend het woord energielandschap tegen, gebezigd door een landbouwprofessor om er een ontvolkte landstreek mee aan te duiden, vol zonnepanelen- & windmolenparken en robots & drones die ons voedsel produceren. Ik zag me daar al tussendoor fietsen en werd niet vrolijk van dat beeld. Dacht vervolgens terug aan een ander krantenartikel dat ik gelezen had:

Onderzoeksbureau Peil.nl/Maurice de Hond heeft een enquête gehouden over kernenergie. Op de vraag ‘Bent u ervoor dat in Nederland nieuwe kerncentrales worden gebouwd?’ antwoordde 46 procent positief en 40 procent negatief. 14 procent had geen mening.’

Ik knipte alle overbodige lichten uit en realiseerde me dat we roerige tijden tegemoet gaan.

Het verlangen naar spetterend vers (6)

Hoe ik de bundels uitkies voor deze rubriek? Er zijn twee voorwaarden: (1) ze zijn van 2000 of later en (2) ik heb ze nog niet gelezen. Soms koop ik een bundel, nieuw of tweedehands, maar meestal worden ze van de on- dan wel offline bieb geleend. En krijgen, als recensie-exemplaar bijvoorbeeld (wie?), behoort ook tot de mogelijkheden. De definitieve keuze is voorts vrij willekeurig, lijkt vooral afhankelijk te zijn van mijn humeur.

Van Anne Vegter had ik hier en daar wel wat losse gedichten gelezen, maar Eiland berg gletsjer (2011) is de eerste bundel van haar die ik uitspel. Het moest er maar eens van komen, dacht ik toen ik op ‘leen e-boek’ klikte, ze was toch niet voor niks verkozen tot Dichter des Vaderlands (2013-2017). En wát ik van haar gelezen had, was draaglijk geweest.

En ik moet zeggen, ik raakte al direct bekoord van het openingsgedicht, een ongrijpbaar maar hopeloos poëtisch vers:

IN DE WINTER BUITEN WONEN

We misten je pas toen je vertrek niet langer kon worden uitgesteld.
Later in de dag breaking news dat jij kaarsrecht op de achterbank

en je weigerde elk commentaar. Bestaat daar een woord voor
of zou een auditie je goed doen: er is studioruimte beschikbaar

een piepjonge coach met weetjes. Iedereen is mooi in het licht,
iemand vingert je standpunten en ik kan je bijna aanraken –

vandaag is iedereen trouwens goed in alles beangstigend.
Een paard valt op knieën in de sneeuw, zei je zo vinden ze me.

Zeven regels, de titel niet meegerekend, ter voorbereiding op een overweldigend slotbeeld: een paardmens dat op zijn knieën in de sneeuw valt. Althans dat stond mij onmiddellijk voor de geest. Ook andere zintuigen lijken te worden geprikkeld. Nu eens denk ik kou te voelen, dan weer ruik ik een vleug mest. En om welke reden de ik-figuur ook door de knieën gaat – ter onderwerping? uit eerbied? verslagenheid? verdriet? – het geschiedt met de grootste intensiteit. Deze laatste regel representeert niet alleen, maar laat je ook iets ondervinden, is een ervaring als zodanig. En daar draait, wat mij betreft, poëzie om.

29FE2957-7257-490A-A4D4-7469305D9A33
Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

Werd met een knallende koppijn wakker, wat me niet vaak overkomt. Nee, niet van de drank, maar mogelijk van alle drukte gisteren. Ik ga vandaag niet al te veel doen. Eindje wandelen, boeken lezen. Ik downloadde Eiland berg gletsjer van Anne Vegter en vermaak me al enkele dagen met Wiel Kusters’ Mijn versnipperd bestaan. Het leven van Kees Fens 1929-2008. Maar nu eerst een paracetamolletje.

Zag Discovering Père-Lachaise Cemetery (2018) over de grootste begraafplaats van Parijs (44 ha), die in de docu als ‘een oase van biodiversiteit’ wordt aangeduid. Sinds de plantsoendienst aldaar geen pesticiden meer gebruikt zijn planten, insecten, vogels en kleinere dieren er zienderogen soortenrijker geworden. En nergens in Parijs is de boomdichtheid groter. De geraadpleegde kerkhoffilosoof noemt Père-Lachaise een ‘gevecht tegen de vergetelheid’ & een ‘manifestatie van het leven zelf’. Kleurrijke reportage, zonder al te veel geleuter over Jim Morrison.

Een koe gekocht, bij Malle Pietje, in Sint Annaparochie, voor € 5.

Niet meer dan een biechteling ben ik of hoogstens chroniqueur van mijn eigen leven!

Ik schrijf primair om met mijn eigen leven in het reine te komen. Het is mijn ervaring dat mijn leven zijn krachten en zwakheden pas toont als ik er rekenschap van afleg. Erover schrijven is het opnieuw en grondiger beleven.

A9CD7A91-D400-43C6-AF62-8F6FE581BB50

Het verlangen naar spetterend vers (5)

Iemand zei van de week op Facebook, ik geloof Joseph Massey, dat Rae Armantrout onlangs ‘The Red Wheelbarrow van de 21e eeuw’ geschreven heeft, getiteld Object en te bewonderen op Poetry Daily. William Carlos Williams’ The Red Wheelbarrow, uit 1923, is een van de bekendste Amerikaanse gedichten uit de vorige eeuw. Het is een schoolvoorbeeld van een imagistisch vers, dat ondubbelzinnig, beknopt en melodieus wil zijn. Of, zoals de Engelse dichter F.S. Flint het formuleerde:

  1. ‘Direct treatment of the “thing,” whether subjective or objective.
  2. ‘To use absolutely no word that did not contribute to the presentation.
  3. ‘As regarding rhythm: to compose in sequence of the musical phrase, not in sequence of a metronome.’

Met deze wetenschap in het achterhoofd en nadat ik Armantrouts vers had gelezen, begreep ik Massey maar al te goed: Object is een raak eigentijds gedicht dat voldoet aan alle imagistische regels. Het is bovendien typisch Rae Armantrout: de naast elkaar geplaatste, door een liggend streepje gescheiden strofes laten telkens een iets ander licht over het onderwerp schijnen, waardoor het geheel rijk wordt bedeeld met betekenissen en wint aan complexiteit. Armantrout laat ons door een prisma naar facetten van de wereld kijken.

En hoe vaker ik dit gedicht lees, hoe beter het wordt. Object heeft een hoog zo-is-het gehalte. Het is een spetterend vers. In een eerste vertaling:

OBJECT

Met statige gang
toert deze stoet
belletjes
langs de binnenrand
van het kopje.

‘Levende systemen
schikken zich
naar een setje
opgelegde beperkingen’

Zoals onze gast
eerder over deze
gijzelingszaak zei

Geloofssystemen
zijn parodieën.

Glazen lampenvoet
in de vorm
van een hasjiesjpijp
in een luxehotel
in Berkeley.


Objecten
die zichzelf determineren
als hype

versus die die dat niet doen.

De populier,
rank en lichtgekleurd,
is per ongeluk
in zijn huidige vorm
geraakt

D1872255-F6CC-4651-BF31-35E33ED79F49
Populieren aan de Epte, Claude Monet, 1891

Het verlangen naar spetterend vers (4)

Het verloop van het leven is grillig, onvoorspelbaar, hangt van toevalligheden aan elkaar. Als je van een afstandje naar ons gekrioel kijkt, zie je talloze malligheden. De logica is geregeld zoek. Heel wat mensen trekken vandaag de dag elke zin van het leven in twijfel. In deze situatie rijst de vraag of je de boel nog wel serieus moet nemen of dat je het kunt afdoen met een obsceen gebaar.

In Een kogelvrije zomer, dat vrijwel geheel uit ongerijmde anekdotes bestaat, veelal zonder kop of staart, benadrukt Den Ouden deze absurde toestand. De lezer krijgt ruim honderd bladzijden lang gekkenpraat voorgeschoteld, die nu eens burlesk en dan weer beschamend flauw is.

Wat mij benauwt is dat Den Ouden zelden een ernstig woord spreekt, de dingen amper in hun wezenlijke waarde wil zien, niets onderzoekt en geen enkel belang op het spel zet, waardoor de verzen aan oppervlakkigheid ten onder gaan en ik de neiging kreeg om de bundel half uitgelezen weg te leggen. Maar áls Den Ouden stelling neemt, dan krijgt het vers ook direct een ziel:

was de verguisde huizen van hun handen
temper het opgejaagde dier in het hart

dep de slachtingen en verkrachtingen
van hun ogen

verdring de smaak van bloed
breng bloemenhoning naar hun monden

richt een feestmaal aan
kus de gevleugelde vreemdeling

Maar dit gebeurt te weinig, veel te weinig. Hierdoor is Een kogelvrije zomer niet meer dan een opgestoken middelvinger naar het leven. Er staan geen spetterende verzen in. Jammer.

1B5C703F-DF3E-409F-AF58-D23674BC5BA4