Jarig vandaag, 59 geworden. Vanochtend met Anoek & Tikoes gewandeld in de bossen bij Bakkeveen, waar we slechts een enkeling tegenkwamen. Als er niet zoveel muggen waren geweest, dan zou vredigheid me ten deel zijn gevallen en had ik dagelijkse beslommeringen van me af gezet. Majestueuze beukenbomen zouden me gevoel hebben gegeven voor de ouderdom van de aarde en het langzame maar volcontinue scheppingsproces. Ik zou op mijn gemak zijn geweest, vriendschap hebben gesloten met de wereld, zijn opgenomen in een groter geheel. Vast en zeker. Maar ik heb dus kilometers lang getracht aanvallen van muggen af te slaan.

732D0CD4-20CF-4ECD-9E0A-7D3737C8056A
Bakkeveen, 2018 © Ton van ’t Hof

Of ik, als blogger, een marktdenker geworden ben? Dat vraag ik me af na het lezen van een artikel van Joris Luyendijk in De Correspondent. Pas ik mijn berichten aan, aan wat (ik denk dat) de lezer lezen wil? Luyendijk:

‘Angst verkoopt. Woede verkoopt. Geweld verkoopt. Onzin verkoopt. Geruststellende leugens verkopen. Zelfkritiek verkoopt niet. Ambiguïteit ook niet. Erkenning van onze machteloosheid doet het bar slecht, en een oproep tot zelfopoffering is commerciële en politieke zelfmoord.’

Schrijf ik op wat ik horen wil in plaats van wat ik zou moeten horen? Heb ik te weinig kritiek op mezelf of op mijn eigen werk? Simplificeer ik te vaak? Laat ik mijn hulpeloosheid te weinig zien? Staat meestal mijn eigenbelang voorop?

Ja dus. Godver.

Toet! Gall & Gall aan de deur. Met drie steekwagentjes vol drank. Ik ben bijna jarig.

Eerste bergetappe vandaag. Als ze de Montée du plateau des Glières (HC) oprijden, zegt Maarten Ducrot: ‘Het bestaat niet dat je op zo’n berg nog zit te geiten.’ Uit de context kan ik niet opmaken wat Ducrot bedoelt. Ook online kan ik geen verklaring vinden. Het gaat wel steil omhoog: 11,2% over 6 km. Ik schenk een Ricard in en bewonder de moed van Greg van Avermaet.

B57BB41C-B4BE-4C8F-A7DE-AE39B7B1CBDA

Finale. Frankrijk-Kroatië. Bij rust, tegen de verhouding in, de Kroaten zijn beter, 2-1. Emmanuel Macron hangt nerveus over de balustrade van gepantserd glas heen. Onze kamer ruikt naar uitgebakken kippenvleugeltjes. Alleen Uruguay wist in 1930 en 1950 als klein voetballand het wereldkampioenschap te winnen. Tussen de reclames door raken de voetbalexperts het met elkaar eens: Frankrijk kreeg onterecht een penantie toegekend. Na rust geven individuele acties de doorslag en winnen de Fransen met 4-2. Goh, wat had ik het die Kroaten gegund.

Maandagochtend. Auto naar de garage gebracht. Druiventros gemeten: 108 mm lang, 60 mm breed. Hij is in drie weken tijd nauwelijks gegroeid: 2 mm in de lengte en 7 mm in de breedte. Zou dat normaal zijn? Of speelt het warme, droge weer de plant wellicht parten? Ik geef hem toch regelmatig een flinke plens water. Bovendien kunnen wijnstokken goed tegen de warmte en staat de plant er gezond bij; hij hangt bomvol druiven.

Daarna de kruidentuin bewaterd en muntblaadjes geplukt voor een kop muntthee. De insectenhotelletjes hebben nog geen gasten mogen ontvangen. Wel heeft een spinnetje tussen muur en een van de twee hoteldaken een web gesponnen dat intussen vol berkenzaad zit. Telkens als ik me voorover buig trekt het spinnetje zich vliegensvlug achter het hotelletje terug.

Toen Florence Green in de winter van 1960 het (verzonnen) Engelse kustplaatsje Hardborough in Suffolk voorgoed verliet, ‘boog ze beschaamd haar hoofd: het dorp waar ze bijna tien jaar lang had gewoond, had geen boekhandel gewild.’ Zo eindigt Penelope Fitzgeralds De boekhandel, dat in 1978 op de shortlist van de Booker Prize stond en onlangs verfilmd is. Voordat ik de film ga zien, wilde ik eerst het boek lezen. Dat bevalt mij meestal beter dan andersom.

En ik heb de 140 bladzijden in één ruk uitgelezen. Klassiek aandoende stilering; vormelijk bijna. Het is de schrijfster om moed te doen, daar draait de novelle om, de moed die niets anders is ‘dan de vastberadenheid om zich staande te houden’ in een gemeenschap. Maar omdat de hoofdrolspeelster zich hierbij niet aan de gedragscode van het Engelse klassenstelsel houdt, wordt ze uiteindelijk verstoten. 

Toen ze beschaamd het dorp verliet had ik haar wel willen toeroepen: Trek het je niet aan! Laat ze toch het heen-en-weer krijgen! Jij bent jezelf gebleven en daar mag je trots op zijn!

B73BA271-E24E-4121-9CC5-B570E2F0ED7E

Vanochtend om 5 uur naar beneden gestommeld voor een Zantacje en een paracetamolletje. De witte wijn had gisteren uitstekend gesmaakt, maar de twee afsluitende grappa’s waren aangekomen als mokerslagen.

Ik was rond lunchtijd met de trein in Amsterdam gearriveerd, waar Tim op een vega bowl bij SLA in de Utrechtsestraat trakteerde. Daarna boeken gekocht bij Scheltema: De genialiteit van vogels van Jennifer Ackerman, Hij schreef te weinig boeken van Herman Brusselmans, Bundels van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw onder redactie van Jeroen Dera & Carl De Strycker en Hoe Hollands wil je het hebben van Bas Heijne. De genadeloze zon joeg ons vervolgens Café de Jaren in, waar we een tafeltje aan het open raam vonden. Tegen vieren schoven Gert de Jager, Nanne Nauta en Mark van der Schaaf ook aan.

Nadat we waren bijgepraat over onze oudemannenkwalen hebben we de literaire wereld binnenstebuiten gekeerd. Ondertussen naar La Storia della Vita aan de Weteringschans verhuisd voor een klassiek Italiaans diner. Gert verklapte dat hij níet aan een roman werkte, nooit aan een roman heeft gewerkt en ook niet van plan is om dat in de toekomst te gaan doen. Ook had geen van ons de laatste bundel van Nachoem M. Wijnberg gelezen. Van de programmering van Perdu begrepen we geen snars meer. Enzovoorts. In jolige stemming om middernacht terug in Leeuwarden.

Vanuit de trein zag ik op de heenweg grote delen van de Oostvaardersplassen diep geel kleuren, oorzaak: bloeiend jacobskruiskruid. Ik voelde me afgebluft.

99175B6B-4C81-4B72-B58A-1E1731060BF5
Oostvaardersplassen, 2018 © Ton van ’t Hof

Vanochtend werd ik ‘drilsergeant’ genoemd, omdat ik weer eens haast wilde maken, met ons vertrek ditmaal. Slaapzakken oprollen, matjes oprollen, fietstassen inpakken, tentje afbreken etc. ‘Duurt lang, duurt lang!’ Hennie is een stuk relaxter in dit soort dingen. En dat botst natuurlijk wel eens. Om kwart over negen op weg. Heerlijk fietsweer. Onderweg kwamen we nog een doe-het-zelfpontje tegen, maar daar wist deze drilsergeant wel iets op! Na een heerlijke lunch in De Veenhoop tegen drieën weer op ons nest neergestreken. Toffe twee dagen gehad.

9BD670D0-4F0D-42A9-A588-9C7155710F18
Nije Feart, 2018 © Ton van ’t Hof

Frankrijk-België. 51e minuut: 1-0. De Belgische koning stapt, heel genereus, met uitgestoken hand op de president van Frankrijk af, die net zijn vuisten aan het ballen is. Niet lang daarna brengt België een extra aanvaller in, wat tot extra spektakel leidt maar niet meer tot doelpunten. Frankrijk is simpelweg té goed georganiseerd. Tussendoor lees ik nog een interview met journalist Max van Weezel, bij wie alvleesklierkanker is geconstateerd: ‘Pas nu ik de dood in de ogen kijk denk ik: waar heb ik mij druk over gemaakt?’

In Ik bestaat uit twee letters van A.H.J. Dautzenberg las ik gisteren een passage over een sprinkhaan, die door een jonge Dautzenberg werd opgehangen aan een touwtje, dat op zijn beurt werd bevestigd aan een waterkraan die uit de garagemuur stak. Hij schaamt zich nog altijd diep voor deze handeling en zegt dat hij sindsdien ‘geen vlieg, geen spin, geen wesp, geen mier’ meer bewust heeft doodgemaakt. Ik haalde ook zoiets uit toen ik elf was.

Zomer 1970. We waren net van Den Haag naar Leiderdorp verhuisd, van een appartement op drie hoog naar een gloednieuw rijtjeshuis met een ligbad en centrale verwarming. Overal om ons heen werd flink gebouwd en veel straten lagen nog open. Een paradijs voor schoffies zoals ik. Een jaar eerder hadden er op de plek van ons huis nog koeien staan grazen. Mijn nieuwe vrienden en ik struinden de buurt af en vingen een tijd lang padden, die we in kartonnen verhuisdozen bewaarden. Onze schuur stond er vol mee. Op een dag namen we een stel van die beesten mee naar een flat die juist was opgeleverd. Vanaf de bovenste verdieping, zeven hoog, lieten we de padden vervolgens naar beneden vallen, morsdood.

Wat een wreedheid, bah. Ik kan me geen andere voorvallen van dierenmishandeling herinneren waar ik bij betrokken ben geweest. Deze gebeurtenis moet toch een diepe indruk op me hebben gemaakt. Alle andere padden hebben we naderhand vrijgelaten.

Morgen trekken we er twee dagen op uit, zuidwaarts. We zullen in de buurt van Mildam overnachten op een camping. Vanmiddag bij wijze van proef onze nieuwe tent voor de eerste keer opgezet!

2FE7285F-D8A2-4C54-9AF5-76F278D93382