Schilder arriveerde. Schilderde voordeur. En vensterbank. Vertrok. Had nog natte voordeur opengelaten. Die luttele minuten later dicht waaide. Goddomme. Waarna kat op vensterbank sprong. Nondeju. One of those days? Fietste naar ma, 22 frisse kilometers. Moet onderweg, bij het nemen van een of andere hobbel, fietstas met bandenplaksetje verloren zijn. Fok!

Inkomen bepaalt individuele ecologische footprints. Rijke stinkers maken zich per definitie schuldig aan ecocide. Het leven op aarde is afhankelijk van matiging. We kunnen ons niet langer rijkaards veroorloven. Er moet een bovengrens worden gesteld aan het inkomen dat kan worden genoten en de rijkdom die kan worden vergaard. Aldus George Monbiot in the Guardian.

Twee of drie keer modaal?

Mijn grote bek deinsde terug voor een ‘niet’ of ‘ja maar’.

Niet zonder reden naar Brantgum gepedaleerd, een boerengehucht dat 27 km ten noordoosten van Leeuwarden ligt. Het weer—’de ter plaatse heersende gesteldheid van de atmosfeer’—had veel weg van een fris-fruitige chardonnay. Wat we zagen beviel ons zeer. Op een bankje bij de kerk de bruine boterhammen met kaas en salami opgepeuzeld.

Vijfhonderd bruine boterhammen. Onze fietstassen puilden uit.

Niets is heilig, alles kan in poëzie worden veranderd.

Raard, 2019 © Ton van ’t Hof

Vanochtend weer een stuk van het Noardlike Fryske Wâldenpad gelopen, van Quatrebras naar Gytsjerk. Spectaculaire vergezichten, bui van een half uurtje, de hemelse geuren erna. 

‘Biografen krijgen vaak tabak van hun onderwerp,’ las ik in de New Yorker, ‘waarmee ze buitensporig vertrouwd raken.’ Hoe zou dat, vroeg ik me vervolgens af, met autobiografen zitten?

Als ik politiek bedrijf wint het optimisme het altijd van het pessimisme.

Aan het einde van de middag eigengemaakte pitabroodjes & eigengemaakte falafel gebakken.

De vorige zin gaf vorm aan een relatie tot de wereld, waarin ik effe stond.

In de daaropvolgende tijdruimte hebben Hennie & ik de pitabroodjes & de falafel met smaak opgegeten.

Mûnein, 2019 © Ton van ’t Hof

Het is 05.22 uur. Ik lijd al enkele weken aan een vorm van slapeloosheid. Als een blok val ik ’s avonds in slaap om enkele uren later—drie, vier, soms vijf uur—wakker te worden en wakker te blijven. Het is geen pretje.

Las woorden van de vorige week overleden Hongaarse schrijver György Konrád: ‘Ik ben gezegend met een innerlijke onverschilligheid, ik heb nooit het gevoel dat ik iets misloop en ik hoef niets te bereiken.’

Geen bal, geen barst, geen biet, geen bliksem, geen botten, geen donder, geen flikker, geen fluit, geen fuck, geen greintje, geen klap, geen klop, geen kruimel, geen lor, geen mallemoer, geen mieter, geen moer, geen pest, geen reet, geen ruk, geen schijntje, geen sikkepit, geen snars, geen sodemieter, geen spat, geen steek, geen zak, geen zier, nada, niemendal, niet, nihil, niks, noppes, nul komma nul, zero.

Om precies 08.00 uur bracht PostNL me een pakketje, waarin een tweedehands exemplaar van Zonneschijn. Documentaire roman van de vorig jaar overleden Kroatische schrijver Daša Drndić. Deze vertaling verscheen in 2010 maar werd in 2011 uit de handel genomen omdat Drndić de Franse cineast Claude Lanzmann zonder diens toestemming verscheidene malen had geciteerd. Het origineel werd aangepast, maar er verscheen geen nieuwe Nederlandse vertaling meer van. Toen ik dit vorige week vernam heb ik het boek ogenblikkelijk bij een antiquariaat aangeschaft. Ruim een vijfde van deze dikke pil bestaat overigens uit een namenlijst ‘van de ongeveer 9000 Joden die uit Italië zijn gedeporteerd, of die vermoord zijn in Italië in de landen die het tussen 1943 en 1945 bezet hield.’

Ma meegenomen naar een dijkhuisje dat te koop staat en dat ik graag wilde zien. Schitterende plek, maar de lap grond waarop huis & schuur zijn gebouwd bleek niet bij de prijs inbegrepen. Ma kwam duidelijk voor haar mening uit, vond het helemaal niks: ‘Allemaal rotzooi, zoveel rotzooi!’

Eaglestone, Robert—Literature: Why It Matters (2019): ‘Literatuur heeft een belangrijk aandeel in onze aanhoudende dialoog over het steeds veranderende zelfinzicht van de mensheid—niet over wat we zijn, maar over wie we zijn.’

14.09.2019

Ai Qing (1910-1996) was een bekende Chinese schrijver-dichter en vader van de nog bekendere kunstenaar Ai Weiwei (1957). In Barnaby Martins Ai Weiwei. Een dissident in hedendaags China (2013) lees ik met stijgende verbazing Ai Qings geboorteverhaal: ‘Bij zijn geboorte heette Ai Qing niet Ai Qing. Hij heette eigenlijk Jiang Haicheng. Net als Mao was hij een telg uit een betrekkelijk rijke familie van landeigenaren; pas als jongeman veranderde hij zijn naam. Volgens de gewoonte van die tijd raadpleegde zijn ouders direct na zijn geboorte een astroloog. Ze kregen te horen dat hun pasgeboren zoon het gezin de vernieling in zou helpen. De enige hoop die ze hadden was om hem weg te geven. Doodsbang door de voorspelling van de astroloog gaven de ouders van Ai Qing de baby aan een van de armste vrouwen van het dorp, een boerin die zelf al meer kinderen moest voeden dan ze aankon. Om aan tafel ruimte te maken voor de zuigeling Ai Qing verdronk deze vrouw een van haar eigen kinderen in de rijstvelden.’

Ik kan het, met een volgevreten lijf, niet geloven. Zou dit verhaal zijn aangedikt? Ik hoop het wel.

12.09.2019

Connie Palmen vertelde gisteravond in DWDD dat ze na de moord op Pim Fortuyn dacht: ‘Ja, de wereld verandert. Wat moet ik doen? Ik stem toch op de goede partij?’

Het geheim van Angela Merkels succes? Volgens historicus & journalist Wierd Duk speelden haar analytisch vermogen en oplossingsgerichtheid daar zeker een rol bij, maar belangrijker is het gegeven dat niet de partijelite maar de ‘gewone kiezer’ haar machtsbasis vormde: ‘”Mutti” Merkel wist haar burgers op sleeptouw te nemen, stap voor stap, telkens uitleggend waarom bepaalde besluiten in haar ogen onvermijdelijk waren—’alternativlos‘, noemde ze dat. Zij wekte daarmee de indruk dat ingrijpende veranderingen geleidelijk plaatshadden en dat ze werden aangestuurd door een “rustige hand”.’

Hoe waar. En zwaarwegend. Vernieuwingen moet je langzaam doorvoeren, veel mensen kunnen snelle omslagen niet aan. Dat lesje heb ik in de loop van mijn carrière wel geleerd.

Het barokke Venetië in Cees Nootebooms barokke taal; dat heet overdaad. En overdaad schaadt. Ik houd momenteel koppig vol.

Marwa Helal—’spookaankoop’
uit de bundel Invasive species, Nightboat Books, 2019

SPOOKAANKOOP

ik zou deze koffiedikkopjes kunnen kopen: nu tussen de 3.000 en 5.000 francs waard. ik zou naar galerieën in algerije of tunesië kunnen gaan, ik zou ze uit museumvitrines kunnen laten weghalen, onder het stof vandaan, ik zou een vergelijk kunnen treffen, ze zouden prompt van mij kunnen zijn. ik dacht er even aan om ze aan te schaffen van het geld dat ik aan dit gedicht overhoud. Ik dacht er zelfs even aan om ze in dit gedicht op te nemen, maar naarmate ik vorder raken zij verder op de achtergrond, en wie wil er nou koffiedik lezen als er een gedicht wacht. om te worden geschreven bedoel ik. eenmaal gekocht zouden de kopjes hun waarde verliezen, zoals het overgrote deel van het leven een afnemende meeropbrengst is, of juister gezegd latente; een spook.

OVER #05661

vluchteling #05661 arriveerde op het eiland algiers toen ze 12 jaar oud was en leefde in een periode van grote armoede in het zuiden van de verenigde staten waar ze een zeldzame auto-immuunziekte opliep. op dat moment ging ze steun zoeken bij poëzie. pas op latere leeftijd vestigde ze naam als dichter, publiceerde twee dichtbundels na 55 jaar als genezer en medium werkzaam te zijn geweest, waarbij ze mensen, die tijdens de grote vluchtelingencrisis van 2016-2200 waren vervreemd van hun familieleden, hielp contact te maken. haar werk richtte zich op voorouderlijke herinneringen, de energie die in objecten bruist en de psychische ruimte tussen kolonie en land van herkomst. het is ook opvallend dat ze nooit haar staatsnaam gebruikte maar koos voor de laatste vijf nummers van haar vluchtelingenidentiteitskaart. in de overtuiging dat het leven taal nabootst weigerde ze de koloniale hiërarchie van hoofdletters en kleine letters over te nemen, vond alle letters gelijk en verklaarde ooit: ‘in mijn moerstaal zijn de letters verbonden, de wijze waarop de letters zich in deze taal ophouden is een vorm van isolement waar ik niet in geïnteresseerd ben.

NOOT VAN DE VERTALER

het werk van #05661 was van essentieel belang voor de vluchtelingen die zich op het eiland algiers in het zuiden van de verenigde staten bevonden. ze geloofde dat het geen toeval was dat ze op een eiland was beland met dezelfde naam als het land van haar voorouders. op de onderzoeksuniversiteit merkte ze tot slot tegen haar klas op: ‘daar ik hun raad opvolgde t.a.v. bewustwording, weten en niet-weten, dromen en verantwoordelijkheid, nam ik hun inzichten mee hiernaartoe.’ om haar esthetiek te eren, heeft de vertaler ervoor gekozen om van dezelfde stijlmiddelen gebruik te maken als #05661 deed.

© 2400

*

Slechts in de verbeelding bestaat de toekomst, nergens anders. En iets wat alleen in de verbeelding mogelijk is, niet echt is, wordt hersenschim genoemd, of spook van de verbeelding. Dit toekomstgedicht is een spook van de verbeelding. Wat er in beschreven wordt is niet echt maar fantasie. Het is koffiedik kijken. Laat dat een waarschuwing zijn.

Maar dit vers komt in een heel ander licht te staan als ik het tot een toekomstscenario bestempel dat, middels het doortrekken en uitvergroten van hedendaagse ontwikkelingen, ons huidige denken over onvermijdelijke veranderingen kan prikkelen. Dan is het ineens een interessant experiment met gekke ideeën, waarin een alternatieve wereld wordt geschetst en ruimte is voor kritiek op het actuele maatschappelijke bestel. Deze invalshoek is me liever dan de eerste.

Het gedicht bestaat uit drie delen. Het eerste deel is een vertaling van een vers van ene #05661, wat het pseudoniem is van een vluchtelinge die rond 2200 vanuit Noord-Afrika op een eiland in het zuiden van de VS terechtkwam. (Welke gebieden de VS op dat moment ook mogen omvatten.) In deel twee wordt leven en werk van #05661 kort beschreven en deel drie bevat naast wat aanvullende, van de vertaler afkomstige informatie over #05661 ook nog, in de afsluitende zin, een wetenswaardigheid over vertaler & vertaling zelf. Het geheel wordt in het jaar 2400 vertelt door een verteller die alles weet.

Als we het gedicht als toekomstscenario in beschouwing nemen, dan valt direct op dat de huidige vluchtelingenproblematiek naar de verre toekomst wordt doorgetrokken en uitvergroot: de vluchtelingenstromen houden aan tot 2200, de landstreken die worden ontvlucht breiden zich uit tot in Noord-Afrika, en Noord-Afrikaanse vluchtelingen weten ook de VS als toevluchtsoord te bereiken. Wat hier de oorzaken van zijn—klimaatverandering, strijd, nooddruft?—wordt in het midden gelaten.

Daarnaast wijzen saillante details op toekomstige veranderingen die we nu nog niet voorzien: rond 2200 heerst er grote armoede in het zuiden van de VS en is de franc er een gangbare valuta. Schrikbeelden worden opgeroepen bij het lezen van woorden als kolonie, vluchtelingenidentiteitskaart, koloniale hiërarchie en isolement: in wat voor wereld komen we straks terecht? Gelukkig worden er ook geruststellende zaken aangehaald, dingen die ik nu koester en er kennelijk straks ook nog zijn: galerieën, musea, universiteiten. Ook de aandacht van de vertaler voor het esthetische doet me goed evenals het gegeven dat er over een paar honderd jaar nog poëzie wordt geschreven.

Kommer én vreugd. Geen vreugd zonder kommer. Het is nooit anders geweest. Wie nog wat verder uitzoomt zou tot de conclusie kunnen komen dat het voorgespiegelde toekomstbeeld in wezen niet veel afwijkt van ons verleden: tot op de dag van vandaag zijn migratie, uitbuiting en tradities onlosmakelijk met de mens verbonden. Marwa Helal spreekt hier de verwachting uit dat dat nog wel een tijdje zo zal blijven. In die zin is er dus niets nieuws onder zon. Maar bedenk nogmaals, slechts in de verbeelding bestaat de toekomst, nergens anders. Het blijft koffiedik kijken. Waar altijd en overal ook een flikkering van hoop in zit.