Je kunt alléén, snauwde iemand me toe, met je eigen bewustzijn vertrouwd raken en verder met helemaal níets!

Las enkele passages terug uit dit journaal en dacht: Er staat niet veel bijzonders in, maar ze hebben wel een prettig ritme en soms iets raadselachtigs.

Schrijven, de bezigheid zelf, geeft me een machtig gevoel. Ik word er blij van. Dit journaal komt dan ook vrijwel moeiteloos tot stand.

Doorgaans schrijf ik de hele dag door. Ik heb geen vast moment waarop ik er voor ga zitten. Meestal noteer ik tussen bezigheden door, als er me iets invalt of iets gebeurt wat de moeite van het bewaren waard is.

En gewoonlijk zet ik de boel eenvoudig onder elkaar, sleutel er naderhand nog zelden aan.

Zo ontstaat een caleidoscoop van aantekeningen, die de dag veelvoudig weerspiegelt en wisselende betekenissen oproept.

Wout Van Aert ging nondeju! akelig onderuit.

Dit zorgt, denk ik, ook voor dat vleugje raadselachtigheid.

Mijn mond—dat akelige mondbranden—begint zich gelukkig wat normaler te gedragen.

Iets. Dat uit niets is ontstaan. Zonder aanleiding noch oorzaak. Het heeft zich eerder voorgedaan. Ging gepaard met een big bang. En was een waar mirakel!

Potverdomme, Gert. Verpletterende tekst!

Dronk tussen 07.30-08.30 uur vier koppen koffie & een beetje; Royal Estate Java.

Lang geleden, het moet eind jaren negentig zijn geweest, dacht ik ineens, zonder aanleiding noch oorzaak: oké, misschien kan ik ook wel een roman schrijven. Dat bleek, na honderd moeizaam tot stand gekomen bladzijden, niet zo te zijn. Uit niets was niets ontstaan.

Heb mettertijd een allergie ontwikkeld voor academisch gezwam over poëzie. Een voorbeeldje dat ik vanochtend tegenkwam:

‘Het gedicht vormt (en wordt gevormd door) potentiële energie die resoneert met vrijwel onzichtbare gebeurtenishorizonten en die de autonome contouren onderscheidt van afzonderlijke operationele systemen (onderwerp van object van wereld).’—Michael Cross

Schei toch alstublieft uit met die dikdoenerij, man.

Nog gefietst (ca. 2,5 uur) en dingen geregeld voor ma (o.a. bewind & mentorschap, ca. 2 uur).

Anoek & Tikoes enkele dagen op bezoek!

Raerd, 2019 © Ton van ’t Hof

Afscheid genomen van ons favoriete wandelgebied in Almere, het Oostvaardersbos, dat aan de rand van de Oostvaardersplassen ligt. Na alle grauwe dagen voelde de zon weldadig aan. Het kleurenpalet werd gedomineerd door veldbloemen.

Volgende week woensdag verhuist ma. Daar zijn alle zaken intussen voor geregeld. In de periode erna zullen we ons eerst ontdoen van de spulletjes die achterblijven en vervolgens de flat opleveren. En daarmee is het basta!

Mamaatje lijkt zich inmiddels te hebben verenigd met de verplaatsing naar het hoge maar schone noorden! Gelukkig maar.

Thuis bolognesesaus gemaakt van verse tomaten. Daarna Tour gekeken, met een longdrinkglas pastis in de hand. Aimé De Gendt reed 160 km vooraan, maar werd luttele kilometers voor de finish door het peloton ingehaald.

Je lummelt wat, wil een tweede of derde dichtbundel schrijven en vraagt subsidie aan.

‘De verleende beurzen variëren van € 10.400 tot € 31.200.’

Subsidie stelt mensen in staat, volgens Jan van Mersbergen, om te kiezen voor het schrijverschap. Subsidie is een tombola, poneer ik, die netwerkers de mogelijkheid biedt om te lanterfanten.

Beide stellingen zijn níet waar. Of maar ten dele.

Maar het is wel een érg select gezelschap dat het afgelopen decennium miljoenen euro’s aan ondersteuning heeft ontvangen.

En levert het ook topliteratuur op? Dat valt best wel tegen.

Daarom moeten we zo snel mogelijk van dit systeem af.

Get a life! In plaats van ons kent ons. Een clubje dat in- en uitsluit.

Al vroeg in de ochtend: genealogisch gepiel. Stamboommanie. Wat je er aan hebt? Niets natuurlijk. Wat volgens boeddhisten een groot goed is.

Vroeg me al langer af waarom mijn overgrootouders Geert & Geertruid Leupen, die vrijwel altijd in de buurt van Assen hadden gewoond, hun oude dag ineens in Epe (GD) sleten. Geert stierf er zelfs. Kom ik online (graftombe.nl) plots het graf van hun jongste zoon Evert Geert tegen op een begraafplaats te Epe. Hij stierf in 1973, 61 jaar oud. Ging Evert nog met zijn ouders mee naar Epe of gingen zijn ouders met hem mee?

Vragen, vragen, vragen.

Hennie had een tuinbank bij Intratuin gezien. Wij naar Intratuin. Bleek de bank niet meer op voorraad. In Drachten nog wel. Wij naar Drachten, 25 km verderop. Tuinbank aangeschaft. Bleek het ding nét niet in de auto te passen. Zonder bank terug naar Leeuwarden.

Bij het instappen schade aan de auto ontdekt. Deuk plus twee krassen. Lijkt van een fietsstuur plus handrem te zijn. Tweede schade binnen een jaar. En we hebben per gebeurtenis een eigen risico van € 250. Het is een private lease, de schade zal dus moeten worden hersteld. Kassa!

Tuinbank door Hennie met grotere auto van schoonzus opgehaald. Rijden maar!

Leren leven met al die anderen die anders denken dan ik is een kunst. En soms een treffen, tussen beelden en echte mensen.

Mijn overgrootvader Geert Leupen en mijn overgrootmoeder Geertruid Rutgers trouwden op zaterdag 18 april 1891 te Rolde, in aanwezigheid van Geerts vader, Jan Geerts, en vier getuigen. De bruidegom 27 jaar oud, de bruid 23. Acht maanden ervoor had Geert zijn moeder verloren en Geertruid was al sinds 1889 wees.

Online weet ik te achterhalen dat half Europa in deze periode te maken had met een koudegolf en dat het op de 18e niet alleen ‘s nachts maar ook overdag tot diep in Frankrijk vroor. Dikke jas aan dus.

Onder Geertruids dikke jas moet overigens ook een dikke buik hebben gezeten, want nog geen drie maanden later beviel ze van hun eerste kind, dochter Lammegien.

In de trouwakte vind ik niet alleen Geerts beroep op moment van trouwen terug, dienstknecht, en hun beider woonplaats, Deurze, maar ook dat er aan de Ambtenaar van den Burgerlijken Stand zeven documenten ter hand zijn gesteld: twee geboorteakten, drie overlijdensakten en, mijn belangstelling wekkend, twee bewijzen:

  • ‘bewijs voldaan te hebben aan de wet op de nationale militie’;
  • ‘bewijs van toestemming tot het aangaan van dit huwelijk afgegeven door den Kommanderenden Officier van het eerste Regiment Veldartillerie’.

Tot mijn voldoening—alle lof voor het Drents Archief—heb ik ook de bijlagen kunnen downloaden.

In het begin van de 19e eeuw werd in Nederland—middels de ‘Wet omtrent de inrigting der Nationale Militie’—de conscriptie (dienstplicht) ingevoerd. Iedere jongeman diende zich in te schrijven, waarna door loting werd bepaald wie daadwerkelijk werd opgeroepen. Als je werd ingeloot bestond er de mogelijkheid om ‘zijne dienst [te] doen waarnemen door een plaatsvervanger’, die tegen betaling jouw plaats als militielid innam. De hoogte van dat bedrag was in 1861 een zaak geworden tussen loteling en plaatsvervanger, voor die tijd gold een tarief ‘naar mate van de gegoedheid der personen’ van f 25 tot f 75.

De dienstplicht duurde vijf jaar. De eerste achttien maanden kwam je op in werkelijke dienst, waarna je nog drie en een half jaar oproepbaar bleef.

Geert schreef zich in 1882 als negentienjarige in, maar werd uitgeloot. Hij woonde op dat ogenblik in Anloo, waar hij het vak van wever uitoefende. Zes jaar later, op 1 mei 1888, kwam hij alsnog onder de wapenen, bij het 1e Regiment Veldartillerie te Utrecht, waar hij de plaats van iemand anders innam.

Geert kon ongetwijfeld het geld goed gebruiken. Thuis hadden ze het niet breed en de toenemende mechanisering van de textielindustrie zorgde voor minder vraag naar wevers. Na zijn diensttijd zou hij niet meer achter het weefgetouw plaatsnemen.

Toen Geert en Geertruid op die koude zaterdag trouwden, was de bruidegom weliswaar niet meer in werkelijke dienst, maar nog wel oproepbaar. Daarom had hij van zijn commandant toestemming voor het huwelijk nodig.

Ik ga ervan uit dat ze na afloop van de plechtigheid een goed glas bier of wijn hebben gedronken in de plaatselijke herberg.

Een bref double is een quatorzain (elk veertienregelige gedicht dat geen sonnet is) met rijmschema axbc xbxc xaxc ab (x is onrijm). Metrum & regellengte naar keuze. In zijn boekje Versvormen vindt Drs. P de bref double iets ‘voor prutsers met of zonder eigenwaan’. Als iemand zoiets zegt, dan is mijn interesse onmiddellijk gewekt.

Na veel experimenteren—zo is o.a. mijn lange gedicht ‘Donkere ogen die ons onbewogen vogelen’, dat is opgenomen in Hey! Are You Suffering? (2010), grotendeels in bref double geschreven—kijk ik anders dan Drs. P tegen deze versvorm aan. Voor mij is de het een half vrij vers met een subtiel rijmschema dat ook ruimte biedt aan toeval. Want dat doen rijmschema’s: ze brengen je zomaar in omstandigheden die vooraf niet te voorzien zijn geweest. En de vrijheid, die eveneens in ruime mate aanwezig is, behoedt de bref double voor oubolligheid. Wat verlang ik als dichter nog meer?

Van de week heb ik deze uitgekookte versvorm weer van stal gehaald. Voor een remix van het gedicht ‘The White Shirt’ van John Ashbery, dat in zijn bundel Hotel Lautréamont (1992) staat. Let wel: met elementen van het origineel heb ik er een volstrekt nieuw gedicht van gemaakt.

(Na voltooiing nog een flink eindje wezen fietsen.)

HET WITTE OVERHEMD

Plots valt alles weer stil.
Wat het schrompelige bolgewas
koud laat, of de dorre aarde.
Gemakkelijk is het niet. Rustig blijven.

Dingen van vroeger, jij
en je veranderde eigenwaarde,
mijn hok en al
wat ik er denk neer te moeten schrijven.

De doorgeprikte illusie.
Net nu ik iets zeggen wil.
Wegtrekkende drift
die nog wat stof doet opdrijven.

Hé joh! deel toch dat verschil
wat zich in dromen aan je openbaarde.

Menaam, 2019 © Ton van ’t Hof

‘Wie,’ mopper ik binnensmonds, ‘houdt er géén zonderlinge neigingen of wonderlijke leefgewoontes en gedragingen op na?’

Toen ik aan dit blog begon was het niet mijn bedoeling om een literair journaal bij te gaan houden, maar ik wilde wél kwalitatief goede stukjes publiceren die ‘niet onpersoonlijk’ waren, oftewel korte, op de werkelijkheid berustende teksten, die ik stilaan ben gaan bestempelen als ‘particuliere non-fictie op míjn manier’.

Luisterde in alle vroegte naar Continental Drifts van Uzul Prod, een Franse band uit Lyon, die zijn muziek zelf afficheert als hiphop noise & bass, maar door anderen ook labels krijgt opgeplakt als alternatieve rap, electro dub en dubstep. Ik vond het vooral zwoel, licht bruisend, snuf ras el hanout. Het titelnummer valt hieronder te beluisteren.

Ik denk wel eens dat ik dit blog al zo lang bijhoud omdat ik nog steeds niet het gevoel heb dat het nuttiger is om iets anders te doen, zélfs als niemand anders mijn stukjes lezen zou. Mijn drang om wat ik denk & doe met precisie vast te leggen is, geloof ik, ook een drang tot zelfbehoud, míjn verdediging tegen de grove charges van de tijd, de spitse vork van de vergankelijkheid. Ik kan, in deze fase van mijn leven, kennelijk niet zonder die eigenaardige bezigheid die schrijven is.

Onderwijl bevinden de wielrenners zich alweer in de laatste kilometers, is Hennie roti aan het bereiden en vult het huis zich met de verrukkelijkste geuren.