• Over het wat dat poëzie is of zou kunnen zijn

    Wat is poëzie? is een ontzagwekkende vraag, die vaak is beantwoord, maar nooit eensluidend. Mijn woordenboek maakt zich er met een jantje-van-leiden vanaf: poëzie = dichtkunst = kunst van dichten en de producten daarvan. Jeroen Mettes stuurde zijn lezers ooit met een kluitje het riet in: poëzie ‘is simpelweg dat wat in een gedicht niet te reduceren is tot tekst, vorm of inhoud.’ In The Poetic Pattern (1956) geeft dichter en academicus Robin Skelton een bevredigender antwoord, waarover later meer. Voor nu volstaat een citaat uit dat boek:

    ‘One finds set down on the page, or in the heard words, a pattern that reveals completely one particular aspect of life so that one may, in knowing that pattern, realize that aspect of life the more fully. […] The pattern may be composed of trees and clouds and grass, or of gibbets, bones and blood; it may include a Prufrock or an Endymion; it may be complex or simple—but it has, immediately one reacts to it, identifying it as “poetry”, the effect of arousing one’s senses of life in such a way that the newly revealed pattern sets in motion and re-orders all those other patterns of one’s own inner jigsaw-puzzle of thought, emotion, memory and vision.’

    Kortom, poëzie is volgens Skelton een in woorden uitgedrukt patroon dat het levensgevoel prikkelt en het innerlijk herschikt.

    John Ashbery, die de literatuurwetenschap het liefst meed, beantwoordde de vraag Wat is poëzie? met een gedicht, dat hij opnam in Houseboat Days (1977). Een pasklaar antwoord:

    WAT IS POËZIE

    Het middeleeuwse stadje, met friezen
    Versierd met padvinders uit Nagoya? De sneeuw

    Die kwam toen we graag wilden dat het sneeuwde?
    Mooie beelden? Het trachten te vermijden

    Van ideeën, zoals in dit gedicht? Maar we
    Keren naar ze weer als naar een gemalin, de minnares

    Achterlatend naar wie we verlangen? Nu
    Zullen ze het moeten geloven

    Zoals wij het geloven. Op school
    Werden alle gedachten uitgekamd:

    Wat overbleef was als een vlakte.
    Doe je ogen dicht en je kunt het kilometers ver voelen.

    Open ze nu op een smal verticaal pad.
    Wie weet levert het ons weldra – wat? – wat bloemen op?
  • Over de comeback van een poëzieblogger

    Bladerde gisteren weer eens in Jeroen Mettes’ Weerstandsbeleid: Nieuwe kritiek (Wereldbibliotheek, 2011), waarin een selectie van zijn blogberichten uit 2005 en 2006 is opgenomen, en dacht met weemoed terug aan die periode in de jaren 0, waarin bloggers voor een opleving van de aandacht voor poëzie zorgden. Aandacht die met de komst van sociale media als Facebook en Twitter versplinterde.

    Zelf hield ik van 2005 tot 2009 samen met Chrétien Breukers het succesvolle poëzieweblog De Contrabas bij en schreef vanaf 2009 nog enkele jaren korte stukjes over de dichtkunst op mijn blog 1hundred1.

    Daarna viel ook ik ten prooi aan de verslavende werking van algoritmen, waarvan ik me pas na Trumps herverkiezing wist te bevrijden. Maar daarom niet getreurd. Nu ik de meeste Amerikaanse sociale netwerken de rug heb toegekeerd ga ik, potdomme, gewoon weer ouderwets bloggen, dat wil zeggen, lekker ouwehoeren over poëzie!

    Vooral poëzie, want ik blijf ook oog hebben voor urgente maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. (Dat Trump & kornuiten nu in het Midden-Oosten op hun muil gaan, doet me goed!)

    Verwacht hier, op dit blog, geen academische kritiek, daar heb ik de opleiding niet voor genoten, maar wel de beargumenteerde praktijkgerelateerde mening van een dichter die inmiddels veertien dichtbundels op zijn naam heeft staan.

    En nee, ik wil niets veranderen aan de Nederlandstalige poëzie, niet meer. Mijn revolutionaire denkbeelden heb ik langzamerhand afgelegd en tussen ‘alles mag, niets hoeft’ ben ik nog slechts op zoek naar gedichten die me overdonderen of doen verzuchten: ja, zo is het. Maar, zoals ook Mettes in zijn eerste blogbericht zei, ik blijf in principe bevooroordeeld.

    En ja, ik heb de Nederlandstalige poëzie de afgelopen jaren grotendeels langs me heen laten gaan, ik heb nog maar een vaag idee van wat er zich momenteel in afspeelt. Niet erg, maar dat ik als de wiedeweerga moet gaan lezen is wel een eerste vereiste.

    Bestelde bundels van De-Grote-Poëzieprijs-genomineerden Hester Knibbe en Charles Ducal.