Deze week werd Dichter & andere dingen tweemaal besproken: door Piet Kaptein en Remco Ekkers. Beide heren hebben geen affiniteit met en geen kaas gegeten van het soort experimentele poëzie dat ik schrijf. Hun recensies zijn navenant. Waar Kaptein zijn gebrek aan kennis nog probeert te verbloemen door aan de hand van andermans oordeel de loftrompet over de bundel te steken, doet Ekkers geen enkele moeite om zijn onkunde te verbergen. Hij kraamt onzin uit: George Oppen en Charles Bernstein zijn geen flarfdichters, mijn gedicht ‘nederland is groot’ is niet tot stand gekomen met behulp van een Markov Generator en ik ben geen beroepsvlieger bij de krijgsmacht geweest. Ekkers neemt zijn lezers niet serieus.

Je vraagt je af waarom deze heren überhaupt aan een recensie van mijn bundel begonnen zijn? Wie heeft er baat bij deze besprekingen? Je laat een poprecensent die geen verstand heeft van klassieke muziek toch ook niet de laatste cd van violiste Liza Ferschtman bespreken?

Volgens politici ‘is het referendum niet het goede instrument gebleken om de democratie te versterken.’ Hahahaha! Je zou ze een schop onder hun elitaire kont geven!

Dit dagboek schiet er de laatste tijd – sinds ik weer fanatiek aan het schilderen ben geslagen – een beetje bij in. Dat is geenszins de bedoeling maar, ben ik bang, ook niet helemaal te voorkomen.

Vanochtend was de Oldehove aan de beurt, Leeuwardens scheve toren! Enige fauvistische invloed is zichtbaar. Ik kijk de laatste weken veel naar hun werk. Vooral dat van Albert Marquet boeit me.

E8999258-A89E-4345-B310-C006538F83D6
De Oldehove, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

Het bijhouden van dit reflectieve dagboek is een creatieve bezigheid ín de tijd. Het dagboek zelf is in de eerste plaats een concreet overblijfsel van het leven dat ik geleefd heb, een erfenis uit vroeger tijd. Maar in het reflecteren op, het nadenken over, evalueren van wat geweest is, zit ook onmiskenbaar iets van een blik vooruit. Niet alleen wil ik leren van gemaakte fouten maar ook bepalen, zij het slechts zeer globaal, wat ik in de komende tijd nog zou willen doen, hoe ik me ga gedragen.

Intermezzo, waarin ik twee kattenbakken schoonmaak en hoor dat Sven Kramer olympisch goud heeft gewonnen op de vijf kilometer.

In dit dagboek ben ik zélf een vraagstuk geworden.

Naar de bieb geweest en Birney’s De tolk van Java ingeruild voor Arendts Vita Activa. In het biebcafé de Bak nog een pint gedronken.