Ik zette een raam open

Of ik nog iets te zeggen heb op De Grote Poëzieprijs 2020, die gisteravond zijn climax bereikte? Een rimpelloze editie, lijkt me!

Ook de houtduiven hebben hun nestplaats gevonden: in de in klimop gehulde eik.

Stukje bij beetje neemt de rommelwal af en het uitzicht over de weilanden toe. Ook komt er onvermoed struikgewas te voorschijn! Van alles hebben de vorige bewoners er neer geflikkerd, van groenafval tot vogelhuisjes en stellingkasten.

Accu kettingzaag is binnengekomen, zonder accuoplader. Die moet je, in tegenstelling tot wat ik dacht, er dus apart bij bestellen. Kassa! Accu’s plus oplader zijn duurder dan de kettingzaag zelf.

En dan het coronavirus: weer een harteloze dag. We kunnen barsten, met alles wat ons dwars zit. En als je al je radeloze twijfel kunt wegvegen, moet je wel geloven in wat je ziet, waar je in leeft.

Ik zette een raam open.

En bij Wolter blijven de lammeren maar komen!

Kut. Ouwe zooi

Eergisteravond kuierde er een fazant, vrouwtje, door onze tuin. Toen ze ons in de smiezen kreeg ging ze er pijlsnel vandoor. Gisteravond zat er een mannetje – háár mannetje? – in een van onze elzen, tien meter boven de grond. Dat zijn leuke dingen voor de mens.

Wilde me scheren en drukte de stop van de wasbak in, zo’n stop die weer omhoogschiet als je er nog een keer op drukt. Maar ik bemerkte het al direct: die zit vast en wil niet meer omhoog. Intussen had de wasbak zich al met een hoeveelheidje water gevuld. Kut. Ouwe zooi. Kostte me bijna een uur – smerig karweitje – om het te verhelpen.

Zoals gewoonlijk werd de nieuwe afvalcontainer, nummer zes alweer, stipt op tijd geplaatst vanochtend. We hebben besloten om door te pakken en de komende maand de volledige houtwal achter in de tuin af te breken. Ik schat dat we daar nóg drie of vier containers van tien kuub voor nodig hebben.

Maakte ook nog een omslagtekening voor mijn nieuwe bundeling blogberichten die binnenkort verschijnt, een keuze uit 2019.

Als ik een wegwijzer zou zijn geweest, dan zou het leven me op een dag wel gevolgd hebben.

Zelfportret, 2020

Over een gedicht van Frank O’Hara

EEN WARME DAG VOOR DECEMBER

57th Street
straat van plezier
ik ben een microkosmos in jouw macrokosmos
en dan weer een macrokosmos in jouw microkosmos
een waterstofbom die te klein is
om een oog te laten tranen
en toch wandel ik door
langs de imponerende etalages van Tiffany
met zijn diamanten clips voor papieren zakjes
straat der dromen artistieke
Sidney Janis en Betty Parsons
en Knoedler is zo Teutoons vol
dat je me niet opmerkt
behalve dat ik te kijk loop met mijn nieuwe kapsel
en meer Brâncuși lijk dan gewoonlijk
dus ga ik een telefooncel binnen op een hoek
net een ruimteschip
ik hou van de mensen die luidruchtig passeren
voorbijschieten
‘Ik hou van jou’
‘Ik hou ook van jou’
dan open ik de deur de geluiden overdonderen me de mensen
maar ik ben in de buitenlucht
nog altijd volg ik 57th
ontmoet Roy en Bill ik drink vermout
we praten over de verstrooiingen van New York
je bent er bijna
57th Street

De vroeggestorven Frank O’Hara (1926-1966) schreef ‘Een warme dag voor december’ op 5 december 1960. Dit gedicht werd gevonden in O’Hara’s nalatenschap en voor het eerst gepubliceerd in zijn Collected, 1971. Het doet verslag van een wandeling door een drukke straat van Manhattan, 57th Street, die bekend staat om zijn kunstgalerijen, restaurants en chique winkels. Dichten was voor O’Hara het neerleggen van wat hem te beurt viel: ‘What is happening to me […] goes into my poems.’

En dat het inderdaad een warme dag was voor de tijd van het jaar wordt door Weather Underground, een weersite die ook historische gegevens verstrekt, bevestigd. Begin december bedraagt de temperatuur in New York gemiddeld 9°C, op 5 december 1960 liep het kwik echter op tot ruim 17°C.

Sidney Janis en Betty Parsons waren kunsthandelaars en Knoedler was een kunsthandel die in 1960 kunstgalerieën aan 57th Street hadden, niet ver van het beroemde juweliersbedrijf Tiffany’s, dat al sinds 1837 in Manhattan huist. O’Hara werkte in 1960 als assistent-curator in het Museum of Modern Art (MoMa) en was kind aan huis bij deze kunstgalerieën.

Visueel doet ‘Een warme dag voor december’ me denken aan een langgerekte straat en ritmisch aan het rumoer van overvolle trottoirs.

Maar de praktijk van de stadswandeling draaide voor O’Hara niet alleen om het kijken naar wat er zich zoal voltrekt maar evenzeer om het bekeken worden: ‘ik ben een microkosmos in jouw macrokosmos / en dan weer een macrokosmos in jouw microkosmos’. O’Hara flaneerde graag, wilde zien en gezien worden. Zo heeft hij in dit gedicht een kapsel waarmee hij wil opvallen – de Roemeen Constantin Brâncuși (1876-1957) wordt wel de vader van de moderne beeldhouwkunst genoemd – en let hij op of hij de aandacht van anderen ook daadwerkelijk weet te trekken.

De populaire O’Hara was zich voortdurend bewust van zichzelf en verstond de kunst om zich naar believen aan de menigte te onttrekken, erin op te gaan of juist op te vallen. Dit heen en weer bewegen tussen zijlijn en middelpunt was een tool dat O’Hara gebruikte om kleur aan zichzelf te geven, zowel op papier als in het echt.

Hoe het vandaag is

Same old, same old.

Bestelde nog wel een accu kettingzaag, om onze houtvoorraad voor de komende twee, drie jaar in handzame blokken te kunnen zagen.

‘We leven nooit lang genoeg in onze levens / om te weten hoe het vandaag is. / Scherven, stralende stranden, / laten ons, zelfs als we met ze praten, op de een of andere manier aan ons lot over. / En de luipaard is transparant, zoals ijsthee.’

John Ashbery

Bejubeld, verguisd, bespot

Patagonië: het beloofde land voor wie nog op zoek is naar wat ruige natuur en eenzaamheid in een gematigd klimaat. Ik hoop dat deze regio de bezoeking van menswege weet te doorstaan. Zag een docu over een taaie Chileen van 81 die al meer dan 45 jaar in afzondering in dat sprookjesachtige landschap verblijft, samen met enkele honden en een zootje vee. Niet dat ik met hem zou willen ruilen, hoor, maar ik bewonder zijn wilskracht en doorzettingsvermogen wel.

‘I don’t need money. I have enough to eat and drink wine.’

Werd in een poging tot een recensie een ‘vermoeide oude dichter’ genoemd ‘die met zijn defaitisme nooit verder komt.’ Hahaha! Goed gezien! Ik verlang terug naar de The Muppet Show.

Alle gekheid op een stokje: moedeloosheid is een van de thema’s die ik exploiteer in mijn laatste bundel, waar hoop een belangrijk onderwerp is in vorige werk. Voor wie mijn oeuvre kent kán Waar tijd al niet goed voor is qua thematiek geen verrassing zijn. 

Dat het leven onvoorziene wendingen in petto heeft, obstakels opwerpt, je voor morele keuzes stelt – het zit allemaal in mijn werk! Dat bejubeld is, verguisd, bespot.

Vier uurtjes gebeuld vandaag. Leegde weer heel wat kruiwagens met groenafval. Zon, ruimte & frisse wind. Hoezo, moedeloos?

Bruine kop

Kwam gisteravond in een filosofische publicatie de volgende uitspraak tegen: ‘Vrij zijn is doen wat er moet worden gedaan in een specifieke situatie.’ Waar iets voor te zeggen valt, geloof ik. Maar, vroeg ik me vervolgens af, hoe noem je dan: niet doen wat er moet worden gedaan in een specifieke situatie?

Up & running vandaag, zij het nog niet op volle kracht, d.w.z. rustiger aan gedaan. Bomen gerooid; en waarom ook niet? 

Begroef me tegen 14.30 u. op het terras in boeken.

Noteerde iets over de ware geschiedenis van mijn leven: ik leef het, ik beschrijf het.

Mijn middenklasseleventje.

Maar ik wist te ontkomen aan de sleur. Door, lang geleden, een uniform aan te trekken. Het bracht me all over the world, liet me veel gezichten zien.

Hé, ik krijg al een bruine kop!

Tegen vijven bekroop ons de lust om de pandemie onder tafel te zuipen.

Durven doen

Lichte verbetering in fysieke toestand, maar het hield nog niet over vandaag.

Werkte ’s ochtends aan twee volgende deeltjes van de Gaia Chapbooksreeks: Warhoofds leerdichten 2. Alsof licht niet van de zon komt van Alain Delmotte, en [Auto]observaties. Een keuze uit de blogberichten 2019 van mijzelf.

At om twaalf uur boterhammen met kaas en met hazelnootpasta. Jawel, hazelnootpasta! Ik wist niet eens dat we dat hadden.

Nam ’s middags, gewapend met zonnebril, verrekijker en een stapeltje boeken – waaronder Zakgids: Vogels van Nederland en België – plaats op het terras.

Vond mezelf heel even lui, daarna verstandig.

Keek om me heen en zag dat de twee pimpelmezen nu definitief in het vogelhuisje zijn getrokken, op vijf meter hoog in de eik. Ze moeten een fijne neus hebben voor donkere openingetjes; hoe ontdek je als vogel anders zo’n kot?

Zag een houtduif languit maffen in een zonbeschenen kruin die zachtjes heen en weer bewogen werd.

Durven doen is een geboorterecht.

Kreeg tegen vieren zin om te beppen over tijd en eeuwigheid, dingen van deze en de volgende wereld, over boeken en uitgevers en alle andere mogelijke en onmogelijke zaken, uiteraard onder het genot van een cigarillo & een goed glas wijn.

Maar ik was alleen.

De eindigheid van het universum.

Eik met vogelhuisje