Stond vanochtend te schilderen aan de Waddenzee en schilderde de Waddenzee.
Ik stond er achter mijn nieuwe veldezel, die de wind met gemak trotseerde.
Ik stond er en stemde met de wereld van het wad in, die wondermooi is en me altijd weer, zomer én winter, weet op te beuren. Alsof ik word teruggeplaatst in een of andere samenhang.
’s Middags was het bloedheet, alles en iedereen hapte naar adem en gebeurtenissen wisten zich niet te voltrekken.
Of het moet de brug zijn geweest die spontaan uit mijn mond viel.