Tijdens de barbecue gisteravond hebben we het, terwijl we ons volpropten met vlees, brood en wijn, ook nog even gehad over de zogenaamde blauwe zones, gebieden waar mensen gemiddeld langer leven dan elders op de wereld. Er zijn vijf blauwe zones gelokaliseerd: het eiland Sardinië in Italië, de eilandengroep Okinawa in Japan, het eiland Ikaria in Griekenland, het schiereiland Nicoya in Costa Rica en een religieuze club in Loma Linda, Californië. Al deze geografisch geïsoleerde gemeenschappen hebben een traditionele levensstijl weten te bewaren, die tot op hoge leeftijd fysieke activiteit met zich meebrengt, stress weet te beperken, familiehulp en vriendendiensten aanmoedigt evenals het consumeren van lokaal geproduceerd voedsel. Geleerden geloven – wetenschappelijk bewezen is het niet – dat de ouderen binnen deze gemeenschappen hun opmerkelijk goede gezondheid te danken hebben aan de voordelen van hun traditionele levensstijl in combinatie met voordelen van de moderne tijd: toegenomen rijkdom en betere medische voorzieningen. Dus.

Nu ik dit zo opschrijf lijkt een moestuin toch weer een lumineus idee.

De Herman de Coninckprijs voor Poëzie beoogt, naar smaak van een jury, de beste Nederlandstalige bundel van het jaar te bekronen. Onder andere. Het is ook een promotiecampagne voor poëzie in het algemeen en enkele uitgeverijen in het bijzonder. Humo, Klara en De Morgen zijn sponsors en Het Vlaamse Fonds voor de Letteren (openbare instelling) en Antwerpen Boekenstad (stedelijke dienst) worden op de website van de prijs investeerders genoemd. Opvallend: één van de zes te nomineren bundels moet een debuut moet zijn. Wat niet rijmt met doelstelling één, maar wel met twee. De winnaar krijgt € 7.500. Alleen al voor de feestelijke prijsuitreiking was dit jaar, zo weet Yves T’Sjoen, hoogleraar moderne Nederlandse literatuur aan de universiteit van Gent, in een Facebookbericht te melden, een bedrag van € 25.000 beschikbaar.

Wie een prijs voor de beste Nederlandstalige bundel in het leven roept, riskeert een nominatie van louter Vlaamse of louter Nederlandse bundels. Tenzij je voorschrijft dat er zowel Vlaamse als Nederlandse bundels dienen te worden genomineerd. Wat weer niet rijmt met doelstelling één, maar wel met twee.

Dit jaar nomineerde de jury, die uit Vlamingen en Nederlanders bestond, uitsluitend Nederlandse bundels. Wat tot de situatie leidde waarin Vlaamse commerciële en publieke instanties een promotiecampagne van Nederlandse uitgeverijen financierde.

En deze hele bedoening zint T’Sjoen niets. ‘Waar zijn Marleen de Crée, Claude van de Berge, Charlotte van den Broeck, Tom van de Voorde, Lies van Gasse, Mark van Tongele?’ roept hij uit. Jammer genoeg bedenkt hij geen oplossingen, waardoor zijn Facebookbericht een losse flodder wordt.

Poëzieprijzen zijn een kwestie van smaak. En vriendjespolitiek, klieknijd. Ambitietjes. Clichés. Het zijn commerciële circussen waarmee de poëzie zelf geen mallemoer opschiet. Zij is gebaat bij goede gesprekken over haar, bij beschikbaarheid, diversiteit, vertalingen. Daar zou ik als overheid op inzetten. Uitgeverijen organiseren en bekostigen hun eigen promotiecampagnes maar. De vorm is me om het even.

9D1EC842-87ED-41E7-948B-070FDCE2F7C5