Ecopoëzie reageert op de desastreuze invloed van de mens op zijn leefomgeving, die veelomvattend is: we hebben de hoeveelheid radioactiviteit op aarde vergroot, het milieu met giftige stoffen verontreinigd, de atmosfeer en oceanen opgewarmd, planten en dieren laten uitsterven, bodem en watervoorraden uitgeput.

Aan dit onbedoelde catastrofale experiment van de mens met zijn eigen life-support system kan alleen een einde worden gemaakt met een waaier aan georkestreerde noodgrepen. Ecogedichten kunnen de bewustwording bevorderen van de milieuproblematiek.

Momenteel maakt ecopoëzie een snelle ontwikkeling door. Vooral in de VS verschijnen veel publicaties op dit gebied – dichtbundels, bloemlezingen en ecokritieken. In Nederland kan werk van Xavier Roelens en Maartje Smits tot de ecopoëzie worden gerekend. Mijn gedicht Obsoleet.nl gaat over planten en dieren die in Nederland uitgestorven zijn.

Al in 2007 ontwikkelde Sven Vitse een ecokritisch perspectief om o.a. ‘natuurdichter’ Huub Beurskens beter te kunnen lezen. Hierin schildert Vitse poëzie als methode af om natuurervaringen te conserveren:

‘Van het unieke in de natuur kan men hoogstens in een flits iets ervaren; om die ervaring te bewaren heeft men culturele hulpmiddelen nodig, zoals het gedicht.’

Voor als de natuur straks verdwenen is; het vers als museum.