Week 11

Wandelde op en neer naar het Leeuwarder bos. Er stond een harde wind. Toen het begon te motregenen kreeg ik de inval. Ik ga een reconstructie maken van mijn verblijf in Afghanistan, ruim tien jaar geleden. En het reconstrueren zélf zal onderdeel vormen van de voorstelling op papier; het uitzoekwerk als raamvertelling, zeg maar.

Ik beschik nog over een notitieboekje vol werkgerelateerde aantekeningen, e-mails naar en van het thuisfront & een schat aan herinneringen.

Beperking: maximaal dertig bladzijden tekst; ik wil de reconstructie uiteindelijk in de Gaia • Chapbooks reeks onderbrengen. Maar een literair tijdschrift heeft al laten weten dat het belangstelling heeft, afhankelijk van het eindproduct uiteraard, voor een voorpublicatie.

Maar eerst moet de kroniek van Hennie’s familie af.

‘De ideale onderdaan van de totalitaire heerschappij is niet de overtuigde nazi, noch de overtuigde communist, maar de mens voor wie het onderscheid tussen feit en fictie niet langer bestaat.’ – Hannah Arendt

Er wordt wat afgelogen vandaag de dag.

Zondagmiddag gezellig met Wim & Annemarie geluncht in Het Refter, Zwolle.

ADO bakt er momenteel helemaal niets meer van.

Bo, 2019

Hechte vriendschap overbrugt afstanden. Hechte vriendschap wil zeggen: als vanouds. We kennen Wim en Annemiek al meer dan drie decennia en zien elkaar een- of tweemaal per jaar. In Apeldoorn of Leeuwarden. Toen we ze gisteravond uitzwaaiden mompelde ik: ‘Weer net zo goed als vroeger.’ Waarna het volgende gebeurde: (1) er trok een melancholieke bui over, en (2) de dop wilde niet meer op de cognacfles.

Vanmiddag eerst gewandeld op de Zeedijk bij Ferwert en daarna bij Flory en Theo op bezoek geweest, in Holwerd. Prachtig verbouwd huis waarin vroeger twee arbeidersgezinnen onderdak vonden. Theo, al in de zestig, werd onlangs werkloos en loopt nu te solliciteren. Wauw. Petje af voor de goede moed waar hij, gelukkig maar, nog vol van zit.

Ferwert, 2017 © Ton van ‘t Hof

In de Friesche Naamlijst van Johan Winkler (1898) lees ik dat de uitgang sma betekent: ‘zoon, afstammeling of horige’ van. De strekking van Brandsma zou dan zijn: Brands zoon, de zoon van de man die Brand (of Brant) heette. Brand zou dan weer een verbastering van het aloude Brandrik kunnen zijn.
     Al langere tijd vraag ik me af waarom Jelle Broers en zijn zoon Johannes Jelles in 1811 de naam Brandsma aannamen. Bovenstaande zou een aanknopingspunt kunnen zijn: wie weet heette de grootvader van Jelle Broers, die ik op dit moment nog niet ken, wel Jelle Brands. Of zijn overgrootvader Brand Jelles. Op Alle Friezen vind ik één hit voor ene Brant Jelles: in het Ondertrouwregister van het Gerecht te Dokkum valt te lezen dat Brant Jelles, wonende te Kollum, en Anne Romkes, wonende te Dokkum, op 5 februari 1663 in ondertrouw zijn gegaan. Ook Broer Brands levert een treffer op, maar dan met betrekking tot een document van latere datum, uit 1848, waarin de naam Broer Brands Haagsma voorkomt. De les die ik uit dit alles trek is dat Brandsma heel goed zou kunnen verwijzen naar een vroege voorvader die Brand, Brant of Brandrik heette.
     Wat ik ook overwogen heb, maar nu wat minder aannemelijk vind, is de mogelijkheid dat Brandsma een geografische oorsprong heeft. In de Friesche Naamlijst zijn ook plaatsnamen opgenomen waarin brand of brant voorkomt, bijvoorbeeld: Brantgum, een dorp in West-Dongeradeel, Brandemeer, een meer in Lemsterland, Branda, een voormalige state onder Nes in Dongeradeel, Brandtjewijk, veenvaart onder Surhuisterveen, en Brandtjeklooster, een buurt in Leeuwarden. Uitsluiten kan ik een geografische herkomst niet, maar vanwege de uitgang sma gok ik vooralsnog op de man die Brand heette.

Weliswaar grijze, maar heerlijk koude dag; de winter is in aantocht. Straks Wim en Annemiek op bezoek. Veul boodschappen gedaan en veul eten voorbereid. Daarna de haard aangestoken.

42C762A0-F886-4A78-BE6C-0EAD7F70FD73
Emmakade, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof