Boezem

Droomde vannacht over mijn vader. We sloegen elkaar op de schouders. Ik geloof dat ik weer on speaking terms met hem ben.

Ging vanochtend aan tafel zitten en schreef in één ruk een gedicht, de opening van een nieuwe cyclus.

Hing vetbolletjes op, voor de vogels.

Fietste met Hennie ruim dertig kilometer, bij godenweer. Onderweg fish & chips gegeten, begeleid door een soepel sapje van vlierbessen.

Haalde aan het einde van de middag voor het eerst sinds afgelopen zondag een biertje uit de koelkast, wat wel in de krant mag. Een Friese boezem, overigens, gebrouwen met Fries regenwater. Schuimde als een gek.

Vergoelijking

Schrijvers zijn alleen het aanhoren waard als ze iets over zichzelf te zeggen hebben, en tegen zichzelf. Toen Seamus Heaney dit beweerde dacht hij vast niet aan journalisten of historiografen.

Hij had, vermoed ik, in de eerste plaats zichzelf op het oog. Wat niet wil zeggen dat er in zijn uitspraak geen kern van waarheid zit. (Ik denk namelijk van wel.)

Plaatste, tussen regenbuien door, een oud en versleten gietijzeren hek in onze tuin, dat we voor een paar tientjes bij Malle Pietje op de kop hadden getikt. Wij houden van hekken die al een heel leven achter de rug hebben.

Stootte op een voorvader die, toen hij een gezin wilde stichten, het vak van musicus verruilde voor dat van winkelier. Ook toen viel er met het maken van kunst meestal geen droog brood te verdienen.

At een stuk taart en zei ter vergoelijking iets tegen mezelf, wat ik heel aardig vond.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Feestend

Schilderde wat, grachtengroen, hing een buitenlamp op, harkte een zootje bladeren bijeen, fietste een eindje en liet me sinds lange tijd weer eens in de mond kijken.

Ik ben immer goedgeluimd als het leven zin heeft, een of ander plan dat ik kan uitvoeren.

Las een fatalistisch artikel waarin de verwachting werd uitgesproken dat we ‘feestend’ ten onder zullen gaan. Wat me niet de slechtste optie leek.

Nauwelijks een mondkapje te zien in Dokkum.

Voor mijn neus een bak patat & twee kroketten.

Raard, 2020 © Ton van ’t Hof

Door ondervinding verkregen

Onze valse wingerd krijgt langzaam de kleur van rode wijn, granaatrood. Wingerd is overigens een ‘doorzichtige samenstelling’ van wijn en gaard.

In de tuin van de buren: briljantrode appels, op vier meter hoog. In onze vijver de eerste kikker.

Legde een nieuwe stroomkabel aan van huis naar garage. Waarschijnlijk is de oude – uitgraven was er niet meer bij – vermorzeld tussen boomwortels.

‘Door ervaring leer je het vak pas echt.’

Ik zei: ‘Er moet weer licht komen,’ en er was licht.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Doorbreken die hap

Krassende kraaien boven klamme akkers van zwarte klei.

Dat krassen legde toch een soort contact met de eenzame fietser, boodschappentassen aan het stuur, die ik vanochtend was.

Woorden zijn loyaal aan tig dingen, die ik niet onder controle heb.

Kwam me daar toch plots de zon tevoorschijn! Liefde is wijsheid, haat is dom! Doorbreken die hap, dat ronddraaien in een kringetje!

Klooide ook nog wat aan met stroom en regenpijpen.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Essentials

Gisteren, bij humeur opbeurend mediterraans nazomerweer, een nieuwe dakgoot op de schuur aangebracht en het aan de schuur palende halfvergane hek provisorisch gerepareerd. Nu kan het hek weer een wintertje mee.

Luisterde naar The Strokes Essentials en wipte aldoor met mijn voeten. Van het zegje van twee influencers op tv gingen mijn tenen krom staan.

Van het weekend, wij waren er niet, neusden er mensen rond ons huis. Ze kwamen, volgens buurman Foppe, die ze aansprak, uit Amsterdam en hadden gehoord dat onze stulp (weer) te koop stond. Nou vraag ik je!

Drink al drie dagen spa rood; mijn lever is effies in herfstretraite gegaan. Tot morgen, hoor. Dan vertrekken we voor een culinair weekend naar Giethoorn.

Mijn moeder fietste vanmiddag van Bartlehiem naar Dokkum, waar we haar een stukje vergezelden. Elke dag gaat er weer een wereld voor haar open.

Grenskwesties

De garagewand is opgetrokken en staat in de grondverf. Morgen nog een dakgoot aanbrengen. Daarna een lang weekend aan de wandel met kids & aanhang.

Mogelijk leven op Venus, hoog in de lucht. Dat zou nog eens grensverleggend zijn.

‘Grenzen zijn waar wij allemaal vanbinnen uit bestaan.’

Charles Olson

Tijdens de voortreffelijke casked whiskyproeverij gisteravond bij onze buurtjes Bernd & Ingrid zocht ik toch een grensje op.

Wortelsoep werd het vandaag, wor-tel-soep.

Rammen

Fluitje van een cent. Volgende week de linkerhelft.

Beschrijving, geen uitleg

Alle passies verschrompelden. Steden verdwenen in zee. Wat rivieren niet kon bommen en planten volledig koud liet. In de schemering riep een uil om liefde.

Even verlangde ik hevig terug naar onze vakantie aan de Oostzee vorig jaar. Naar kalme golfslag, lichte regen en sereniteit. Naar kleines Hotel Europa. Naar pullen lokaal gebrouwen Oost-Duits bier.

Een blauwe maan kwam op boven de Noordoost-Friese einder en scheen op het portret van de minister-president. De beste man zag er boos uit, dan weer verdrietig, afhankelijk van de wiegelende schaduwen van onze es.

Je ontwaakt eruit maar hebt geen idee hoe je deze hele toestand moet uitleggen.

Overdag was sloven het credo: de houten garagewand (zes meter breed, drie meter hoog), die ik deze week met hulp van Tim ga vervangen, vrij gemaakt van begroeiing en deels gesloopt. Het frame bleek toch hier en daar te zijn aangetast en zal moeten worden hersteld. Tof karweitje.

Bornwird, 2020 © Ton van ’t Hof

Kijk maar

Mijn moeder belde gisteravond. Ze wilde me iets uit de tv-gids voorlezen. Toen ik even later vertelde dat ik haar vandaag zou komen ophalen, vroeg ze hoe laat en trachtte vervolgens mijn komst in de tv-gids op te zoeken.

Uit het niets worden we geschapen, scheppen we.

Dakgoten schoongemaakt, reparatie aan garage verricht, boomwortels onder garagetegels verwijderd, houtrotstop op raamdelen aangebracht, hondendrollen opgeraapt.

Ma had lekker anderhalf uur in onze tuin staan wroeten. En niks geen last van haar rug. Op het moment dat het tijd was om haar weer naar het verzorgingstehuis te brengen, zei ik dat ze binnen haar handen kon wassen. ‘Nee hoor,’ antwoordde ze, ‘kijk maar, ik heb geen handen.’

De werkelijkheid verruimen.