Vanochtend om 5 uur naar beneden gestommeld voor een Zantacje en een paracetamolletje. De witte wijn had gisteren uitstekend gesmaakt, maar de twee afsluitende grappa’s waren aangekomen als mokerslagen.

Ik was rond lunchtijd met de trein in Amsterdam gearriveerd, waar Tim op een vega bowl bij SLA in de Utrechtsestraat trakteerde. Daarna boeken gekocht bij Scheltema: De genialiteit van vogels van Jennifer Ackerman, Hij schreef te weinig boeken van Herman Brusselmans, Bundels van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw onder redactie van Jeroen Dera & Carl De Strycker en Hoe Hollands wil je het hebben van Bas Heijne. De genadeloze zon joeg ons vervolgens Café de Jaren in, waar we een tafeltje aan het open raam vonden. Tegen vieren schoven Gert de Jager, Nanne Nauta en Mark van der Schaaf ook aan.

Nadat we waren bijgepraat over onze oudemannenkwalen hebben we de literaire wereld binnenstebuiten gekeerd. Ondertussen naar La Storia della Vita aan de Weteringschans verhuisd voor een klassiek Italiaans diner. Gert verklapte dat hij níet aan een roman werkte, nooit aan een roman heeft gewerkt en ook niet van plan is om dat in de toekomst te gaan doen. Ook had geen van ons de laatste bundel van Nachoem M. Wijnberg gelezen. Van de programmering van Perdu begrepen we geen snars meer. Enzovoorts. In jolige stemming om middernacht terug in Leeuwarden.

Vanuit de trein zag ik op de heenweg grote delen van de Oostvaardersplassen diep geel kleuren, oorzaak: bloeiend jacobskruiskruid. Ik voelde me afgebluft.

99175B6B-4C81-4B72-B58A-1E1731060BF5
Oostvaardersplassen, 2018 © Ton van ’t Hof

Colombia-Engeland. Wat opvalt? Een jongetje op de tribune met een gebod op een stuk karton: Kane score a goal. Wat ik niet wist? Dat Engeland qua oppervlakte bijna tien keer in Colombia past. Inwonersaantallen: Colombia 47 miljoen, Engeland 55 miljoen. Hé, de Duitse ex-international Lothar Matthäus is ook bij de wedstrijd aanwezig, de aansteller die tegenstanders (onder wie Frank Arnesen en Mark van Bommel) met liefde rode kaarten aansmeerde. Van wat op het veld gebeurt word ik niet erg geestdriftig. Ik kijk reikhalzend uit naar de start van de Tour de France zaterdag a.s. Het jongetje juicht: Kane scoort een goal.

Kut. Tim heeft weer een drugsterugval. Dat komt hard aan. Het leek zo goed te gaan. Ik heb hem aangeraden om direct contact op te nemen met zijn laatste begeleidster, met wie hij het zo goed vinden kon. Hij heeft professionele hulp nodig, een deskundige die hem uit het dal haalt. Hennie en ik zijn hier, dat leert de geschiedenis, niet toe in staat. We kunnen er gelukkig wel met hem over praten.

De eerste verslaafde met wie ik kennis maakte was kapitein Haddock, uit de strip Kuifje. Die dronk vaak, kon niet van de whisky afblijven. Doch nuchter een schat van een vent. Ik heb zelf ooit één stickie gerookt, maar was te dronken om me iets van die ervaring te kunnen herinneren.

Belde vlak voor de lunch, het kliekje van gisteren stond reeds op het vuur, nog even met mijn moeder:

‘Dag ma.’
‘Ton?’
‘Ja. Hoe gaat-ie?’
‘Ik zit te huilen.’
‘O jee, wat dan?’
‘Ik heb geen goede dag.’
‘Hoe komt dat?
‘Voel me niet leuk.’
‘Zomaar?’
‘Ik zag een foto van een hondje, maar dat kon niet komen. En ik wil zo graag een hondje.’

Mijn moeder, die haar hele leven lang honden heeft gehad, is dementerende. Haar laatste hond is vorig jaar gestorven. Ze zou zich niet goed meer over een nieuwe hond ontfermen kunnen.

Toen ik ook nog eens een brandlucht rook – kliekje in vlammen opgegaan – heb ik me maar een glas rosé ingeschonken.

81501D97-8FE1-4EBE-AFAB-EC705FD0CBC8

‘Bijna alles puur uit de tube volgens mij,’ zei mijn zoon over Albert Marquets schilderij La fenêtre à La Goulette, dat Marquet in 1926 schilderde. La Goulette is een havenplaatsje vlakbij Tunis, hoofdstad van Tunesië. Marquet woonde er samen met zijn tweede echtgenote van 1923-1926, in een huis aan het strand. Tunesië was van 1881-1955 Frans protectoraat.

Dit schilderij is inderdaad helder van kleur. Onder lucht en water lijkt een onderschildering van licht oker te zitten, maar dat zou ook een verkleuring van verf of doek kunnen zijn. Het venster en de vaas met bloemen zijn met droge, dikke verf geschilderd, die niet of nauwelijks vermengd is met een verdunningsmiddel of andere verf. Wat verder weg is – boot, lucht en water – is wel met aangelengde verf geschilderd. De voorgrond heeft meer substantie dan de achtergrond, waardoor de illusie van diepte wordt versterkt.

Het geheel is losjes, haast nonchalant neergezet. De kleuren roepen een mediterraanse sfeer op. Ik krijg het gevoel op de drempel van een warme dag te staan. Gelukkig kan het water straks voor wat verkoeling zorgen. De grote vlakken en weinige details brengen rust met zich mee, een ontspannen atmosfeer. In de ogenschijnlijke simpelheid herkent men de hand van de meester. Marquet was 51 toen hij La fenêtre à La Goulette schilderde en had al duizenden trainingsuren achter de rug.

577E72E0-E8FF-4531-96E5-C9ABDE8C114D
La fenêtre à La Goulette, Albert Marquet, 1926

Tijdens de eerste langere wandeling sinds ruim een week vanochtend niet al te veel last gehad van mijn achillespees. Over een paar dagen ben ik weer helemaal boven Jan. Onderweg nagedacht over hoe we personen aan de hand van feiten kunnen omschrijven. Hamvraag in dit kader: welke feiten belichten we wel en welke niet? Het kiezen van een invalshoek kan daarbij helpen. De opsomming hieronder is mijn antwoord op de vraag: welke feiten vormen de grondslag voor wie je denkt te zijn? Nu ik de reeks nog eens doorneem ben ik overigens niet zo zeker meer van mijn zaak.

Een chronologie:

1959: Anton Theodoor, roepnaam Ton en eerste kind van Lambertus Ludovicus Theresia van ‘t Hof en Maria Geertruida Margaretha van ‘t Hof-Leupen, wordt geboren in Haarlem.

1961: Wordt broer van zus Garrie.

1963: Wordt broer van zus Ankie.

1970: Wordt lid van voetbalvereniging Racing Club Leiderdorp.

1978: Gaat niet naar de kunstacademie.

1982: Slaagt aan de Koninklijke Militaire Academie en wordt bevorderd tot Tweede Luitenant.

1984: Drinkt voor het eerst een glaasje grappa.

1986: Trouwt met Hinke Trijntje (Hennie) Brandsma. Wordt vader van zoon Tim.

1987: Verhuist naar Heinsberg-Kempen, Duitsland.

1988: Wordt vader van dochter Anoek.

1995: Koopt eerste huis, in Apeldoorn.

1997: Begint weer gedichten te schrijven. Wordt in het kader van de Joegoslavische oorlogen uitgezonden naar het Combined Air Operations Centre (CAOC) Vicenza, Italië, en vervult daar de functie van Senior Operations Officer.

2003: Drukt 112,5 kilo.

2005: Richt samen met Chrétien Breukers poëzieweblog De Contrabas op.

2006: Wordt Commandant van het Air Operations Control Station Nieuw Milligen.

2008: Wordt uitgezonden naar Kandahar, Afghanistan, en vervult daar de functie van Deputy Commander Kandahar Airfield.

2013: Voelt zich vernacheld door collega’s.

2014: Krijgt te horen dat hij lijdt aan chronische lymfatische leukemie.

2015: Koopt laatste huis, in Leeuwarden.

2017: Gaat met functioneel leeftijdsontslag. Publiceert zijn elfde poëziebundel Dichter & andere dingen. Begint weer te schilderen.

4FF2B0A9-97A8-4B6F-AD07-DDA774AA8530
Oude Meer, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

Om 06.00 u. sta ik op. De houtzagerij naast me is dan al enige tijd in bedrijf. Ik heb enkele uren liggen woelen, verhaallijnen voor dit logboek bedacht. Tussendoor ben ik nog minstens eenmaal in slaap gevallen, want ik herinner me een droom waarin Lien, een van onze poezen, van grote hoogte naar beneden viel. Ik vond haar op een of andere trap terug, half kaal en bebloed.

Een van de verhaallijnen betreft een verzameling waarvan mijn vader en moeder aan het hoofd staan: de familie Van ‘t Hof/Leupen. Ik heb twee zussen en we zijn alle drie getrouwd. Samen hebben we zeven kinderen, van wie er momenteel vier hokken. Een van hen, het oudste kleinkind van mijn ouders, heeft inmiddels zelf ook alweer drie kids. Zo bestaat de verzameling Van ‘t Hof/Leupen momenteel, inclusief partners, uit 22 elementen. Zowel de bestudering van het onderlinge verband als elk element afzonderlijk kan mooie verhalen opleveren; deze verzameling is voor mij als schrijver een goudmijn.
     Mijn zoon Tim, die volgende maand 31 wordt, klessebeste gisteren met zijn licht dementerende oma. Naast hem zat zijn iets oudere neef Marco, met wie hij het goed kan vinden. Plotseling boog oma zich voorover en vroeg: ‘Kennen jullie elkaar?’ Mijn moeder vat nog wel de verticale banden binnen onze familie, maar heeft steeds meer moeite met de horizontale.

Buiten is het koud en nat. Toch even de metropolis Frisiae in, voor een frisse neus en boodschappen; vanavond wordt het een stoofpotje van varkensvlees en malse veldertjes.

Oliver Sacks in De rivier van het bewustzijn: ‘Het is een schokkende gedachte dat een deel van onze meest gekoesterde herinneringen nooit hebben plaatsgevonden, of dat ze iemand anders zijn overkomen.’

Emmakade, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof

Van 1987-1991 hebben we in het Duitse gehucht Kempen gewoond, zo’n vijftien kilometer ten zuidoosten van Roermond. Tim was ruim een half jaar oud toen we het oerdegelijke huis betrokken, Anoek zag een klein jaar later het licht. Ik besef steeds beter, nu ze op eigen benen staan, wat een belangrijke taak het leven ons – piepjonge ouders – had opgelegd: de opvoeding van deze twee dreumesen. Ik kijk met veel plezier terug op onze Kempener jaren, waarin we ze veel ruimte en groen – om ons heen niets dan weilanden – hebben kunnen geven. Kind aan huis waren ze bij de boer en zijn vee even verderop. En Hennie en ik, stadskinderen, genoten mee.

Tim & Anoek, Kempen, Duitsland, ca. 1990