Haarscherp

Hennie en ik wonen links van de ‘Drooglijn’, leerde ik vanochtend, waar het water, de zee, in steeds hogere mate de agenda zal gaan bepalen. Ons huis staat nu nog op een terp, straks eiland.

Schrijvers zijn exhibitionisten, beweert Thomas Rosenboom.

Op deze grijze ochtend hing ik een televisietoestel op in onze slaapkamer en sloot haar aan: haarscherp beeld.

Schrijvers menen dingen te zien of te weten, die anderen niet zien of weten, zegt Thomas Rosenboom.

Op een gezinskaart kwam ik het adres tegen waar mijn grootouders van vaderskant in 1931 naartoe verhuisden: de Lange Bisschopstraat te Deventer. Ook het beroep van mijn grootvader in die jaren wordt vermeld: kantoorbediende, volgens overlevering bij een schoenenzaak. Eindelijk heb ik het adres gevonden waar mijn vader in 1933 het levenslicht zag. Hieronder een foto van de Lange Bisschopstraat, eerste helft twintigste eeuw.

Mijn God!

De dag begon en eindigde met genealogisch onderzoek. Tussendoor een bezoek aan mijn moeder gebracht, die dacht via het raam de zorginstelling te kunnen verlaten, en nog een uurtje gewandeld.

Dat mijn grootmoeder van vaderszijde een godzalige vrouw was wist ik wel, maar dat mijn grootvader van huis uit ook een klap van de religieuze molen moet hebben gehad, was nieuw voor me. Ik zocht en vond vandaag alle broers en zussen van grootvader Theo. De rooms-katholieke zweep lag al over hun namen: Daniel Ludovicus Antonius, Huberdina Antonia Cornelia, Ludovicus Antonius Maria, Henricus Antonius, Johanna Maria Engelina, Henricus Theodorus Antonius, Antonius Henricus, Theodorus Antonius en Maria Wilhelmina.

Negen kinderen. Mijn grootvader de achtste. Zijn moeder was 35 toen ze hem kreeg. Mijn overgrootouders hebben het Godswoord ‘Gaat heen en vermenigvuldigt u’ serieus genomen.

Mijn twee doopnamen, Anton Theodoor, sluiten overigens uitstekend bij het voorgaande rijtje aan.

Twee van de negen kinderen stierven al vroeg, Huberdina (1887-1887) en Henricus Antonius (1889-1891). Van de vijf overgebleven jongens vertrokken er minstens drie, onder wie mijn grootvader, op jeugdige leeftijd naar Stratum, een dorp vier kilometer verderop, waar ze volgens het bevolkingsregister enkele jaren als student verbleven en eentje ook nog als postulant.

‘Een postulant is iemand die streeft naar het religieuze leven maar nog niet tot een bepaalde kloosterorde is toegelaten’

Aan het einde van de negentiende eeuw stichtte de rooms-katholieke kloostergemeenschap Broeders van Liefde een jongensinternaat in Stratum, met een school voor lager en uitgebreid lager onderwijs: Pensionaat voor Jonge Heeren Eikenburg.

Ik acht het aannemelijk dat mijn oudooms en grootvader hier een deel van hun jeugd hebben doorgebracht. In de jaren negentig van de vorige eeuw kwam Eikenburg trouwens in opspraak, toen oud-leerlingen niet langer zwegen over mishandeling, intimidatie en seksueel misbruik door kaderpersoneel.

De twee oudere broers van grootvader Theo, Daniel en Antonius, vertrokken op 15-jarige leeftijd van Stratum naar Gent in België. Theo zelf belandde na verloop van tijd in Hollogne-aux-Pierres, een vlek ten westen van Luik. Hij moet zich daar overigens goed verstaanbaar hebben kunnen maken: de voertaal in het jongensinternaat was namelijk Frans.

Van Daniel en Antonius ontbreekt na hun vertrek naar Gent elk spoor.

Zowel Gent als Luik huisvestte toentertijd een grootseminarie. Op basis van wat ik nu weet – mijn grootvader kwam in 1919 als religieuze terug uit België – concludeer ik dat drie van de negen kinderen uit dit gezin ooit waren voorbeschikt tot het priesterschap. Mijn God!

Pensionaat voor Jonge Heeren Eikenburg, Stratum, ca. 1920

Winkelier in schoenen

Toen mijn grootvader van vaderszijde, Theodorus Antonius van ’t Hof, in 1926 te Eindhoven trouwde met Johanna Maria Verstraaten, woonde hij, 29 jaar oud, bij zijn moeder thuis, aan de Hoogstraat 225 te Gestel. Zijn vader was in 1923 overleden.

Op moment van trouwen oefende grootvader Theo het beroep van ‘winkelier in schoenen’ uit en grootmoeder Jo dat van ‘winkeljuffrouw in een banketzaak’.

In het bevolkingsregister van Gestel ontdekte ik dat Theo in augustus 1919 weer bij zijn ouders was ingetrokken. Vreemd genoeg wordt ‘Hollogne aux Pierres’ als zijn vorige woonplaats vermeld, een dorp ten westen van Luik. Nog gekker is het eerst opgegeven, later doorgehaalde beroep: ‘Religeuze’, waarmee, naar ik aanneem, religieuze wordt bedoeld. Kwam mijn grootvader op 23-jarige leeftijd als geestelijke terug uit België? Had hij wellicht een opleiding gevolgd aan het grootseminarie te Luik? En ingezien dat het priesterschap toch niks voor hem was?

Trouwfoto van mijn ouders (voor de wet)

Mijn ouders trouwden in 1957, eerst voor de wet (14 november) en veertien dagen later voor de kerk (28 november). Ze hebben de laatste datum altijd als hun trouwdatum aangehouden. ‘Wanneer zijn jullie getrouwd, pa?’ ‘28 november 1957, jongen.’

Mijn moeder was toentertijd 22 en mijn vader op een haar na 24. Ze trouwden vanuit hun ouderlijke huizen, beide gelegen aan de Botstraat in Eindhoven. Ze hadden al jaren verkering.

Op onderstaande foto zijn mijn vader en moeder te zien (zittend), de ouders van mijn moeder (links) en die van mijn vader. Ik gok dat de foto, gezien de kleding die ze dragen, is gemaakt op 14 november, de dag dat ze voor de wet trouwden, maar weet dat geenszins zeker.

Je wilt een verhaal hebben, hè.

Kwam in een doos vol oude papieren de bidprentjes van mijn opa & oma van vaderszijde tegen. Mijn opa ging naar de hemel toen ik twaalf was, mijn oma volgde hem dertien jaar later. De bidprentjes wekten vage herinneringen op. Aan sigarenrook en groentensoep met balletjes. De miniportretjes las ik keer op keer over:

‘Reeds lang voelde hij dat zijn gezondheid slechter werd, maar zoals dat altijd was geweest, had hij alleen maar belangstelling voor zijn goede vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen en de vele vrienden die hij had. Hij klaagde nooit om [sic] zichzelf, maar was bedroefd omdat hij voor zijn vrouw niet meer kon doen wat hij zo graag wilde.’

‘Zij was een lieve, zorgzame en gelovige vrouw die altijd voor iedereen klaar stond. Fijn dat ze in haar laatste moeilijke jaren iemand vond die haar liefdevol terzijde stond.’

Deze portretjes wierpen nieuwe vragen bij me op.

Vanmiddag een huis in Brantgum bezichtigd & een openingsbod uitgebracht.

09.15 u. Schreeuwde het regelmatig uit bij de documentaire Greenland. The Echoes of Icebergs uit 2017: ‘Idioten!’ Om antwoord te kunnen geven op de vraag wat het smeltende ijs van Groenland ons in het kader van de klimaatverandering te vertellen heeft, drongen enkele Franse wetenschappers een afgelegen gletsjer binnen. Vrijbuiters is een beter woord voor ze. Door verschillende smeltwateropeningen verdwenen ze in deze kathedraal van ijs. Adembenemende plaatjes, dat wel, maar levensgevaarlijk. De onderzoekingen die ze deden worden momenteel geanalyseerd.

16.14 u. Kleine 1000 kcal weggetrapt. Nog door Jorwerd gereden. Zag in de monumentale woning van Geert Mak een enorme boekenkast staan. Het weer: krachtige zuidwestenwind en motregen.

Thuis een warm bad genomen. Spelde in Terug naar Reims (Leesmagazijn, 2018) een opstuivende Didier Eribon uit:

‘Want reken maar dat je sociale lotsbestemming al vroeg vastligt! Het is een gelopen race! Je vonnis is al geveld voordat het goed en wel tot je doordringt. Al vanaf je geboorte ben je gebrandmerkt en draag je het verleden van je familie en je milieu met je mee; je plek in de maatschappij wordt bepaald en begrensd door je achtergrond.’

Vroeg me af of dit in Nederland wat genuanceerder zou liggen maar dacht van niet. Enkele weken terug vertelde mijn vader dat zijn vader tot zijn veertigste (hij was van 1896) in minstens twee schoenenzaken als ‘bedrijfsleider’ had gewerkt. Ik wist niet beter of mijn opa was altijd gemeenteambtenaar geweest, maar dat werd hij dus kennelijk pas rond 1936.

Opa zou 25 jaar bij de gemeente Eindhoven werkzaam blijven, mijn vader maakte ruim 30 jaar vol als burgerambtenaar bij Defensie en ik heb 39 jaar het militaire ambt uitgeoefend. Mijn stempel: ambtenarij & middenklasse. Niks mis mee, hoor. Zoon en dochter verdienen overigens op geheel andere wijze de kost. Maar dat zal de invloed van Hennie wel wezen.

F281766F-674F-4482-8946-9331F949CBA0
Jorwerd, 2018 © Ton van ’t Hof