Vergoelijking

Schrijvers zijn alleen het aanhoren waard als ze iets over zichzelf te zeggen hebben, en tegen zichzelf. Toen Seamus Heaney dit beweerde dacht hij vast niet aan journalisten of historiografen.

Hij had, vermoed ik, in de eerste plaats zichzelf op het oog. Wat niet wil zeggen dat er in zijn uitspraak geen kern van waarheid zit. (Ik denk namelijk van wel.)

Plaatste, tussen regenbuien door, een oud en versleten gietijzeren hek in onze tuin, dat we voor een paar tientjes bij Malle Pietje op de kop hadden getikt. Wij houden van hekken die al een heel leven achter de rug hebben.

Stootte op een voorvader die, toen hij een gezin wilde stichten, het vak van musicus verruilde voor dat van winkelier. Ook toen viel er met het maken van kunst meestal geen droog brood te verdienen.

At een stuk taart en zei ter vergoelijking iets tegen mezelf, wat ik heel aardig vond.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof