Nadat ik me langs God lasterende nieuwbouwwijken had gewurmd en het hemeltergende lawaai van een antieke bladblazer had getrotseerd werd het loopje ten westen van Drachten toch nog aangenaam. Blauw, bladgoud & de lokroep van ganzen kregen de overhand en knikkerden mijn ergernissen eruit.

Ik smolt zowat in de buitenlucht die op koelkasttemperatuur was gebracht.

Adem in, adem uit. Er gaat niets boven het aanhouden van een ritme.

(De rest van de dag werd hoofdzakelijk lezend doorgebracht. Om 16.17 uur nam ik de tijd voor een donker biertje.)

‘Arme wij / aan zee / op het strand / heel effies maar’

Samuel Menashe
De Wilgen, 2019 © Ton van ’t Hof