• Is het dan toch de liefde / die ons in de benen houdt?

• Dronk niet twee, zoals gebruikelijk, maar vier koppen koffie vanochtend.

• Las Marc van der Holsts nieuwe dichtbundeltje en was laaiend enthousiast.

• Herlas Rutger Koplands Het orgeltje van yesterday (1968) en werd een paar keer tot tranen toe geroerd.

• Luisterde naar de nieuwe plaat van Nieuw-Zeelander Marlon Williams, Live at Auckland Town Hall, en was er helemaal ondersteboven van.

• Heb hoogstwaarschijnlijk mondslijmvliesontsteking. Ontkom niet aan een bezoekje aan de dokter. Ik ga momenteel door een periode van verminderde weerstand heen. Mogelijke oorzaken: stress (dood van mijn vader), CLL, combinatie van beide.

• Ontwierp een eerste versie van de omslag voor de nieuwe bundel van Alain Delmotte, die binnenkort als het vierde deeltje van de Chaia • Chapbooks reeks zal verschijnen, en bracht de laatste verbeteringen aan in het binnenwerk.

• Las, afwisselend in zon en schaduw, over Luceberts rafelrand, zijn oorlogsverleden, de periode waarin hij als jongeling, ergens aan de Elbe, vrijwillig meedraaide in de Duitse oorlogsmachine. Het gebeuzel in zijn brieven naar Tiny Koppijn (sic) is nu eens schokkend, dan weer lachwekkend:

‘Inderdaad, een groot gedeelte van ons volk is verwekelijkt, is verjoodst, is ontaard, doch een reden te meer om te vechten voor de zuivere kern die er ongetwijfeld nog in aanwezig is.’

Elk gedicht van Lucebert zal me voortaan ook—jeugdzonde of niet—aan zijn compromitterende houding in de oorlogsjaren doen denken.

• Dat ik gefaald heb, ja, en dat ik daar nu al jaren voor wegloop in plaats dat ik ervan leer. Tot dat inzicht kwam ik tijdens mijn meditatieoefening vanochtend.

Schrale troost: niemand is onfeilbaar. Boemerang: je kúnt niet voor jezelf weglopen.

Het vreet vanbinnen aan me. Dat project dat ik maar niet in goede banen wist te leiden en waar ik ziek van werd.

Ik ben niet perfect. Nooit geweest ook.

• Kocht voor € 9,99 de Verzamelde gedichten (Kindle editie) van Rutger Kopland, een dichter die ik de laatste jaren steeds meer ben gaan waarderen, en herlas Onder het vee, Koplands eerste bundel uit 1966.

• Toen ik zeven of acht was maakte ik al rolschaatsend een smak, waarbij er een stukje afbrak van een van mijn voortanden. Niks geen bloed, hoor, gewoon een stukje eraf. Ik weet nog dat ik thuiskwam en lachend tegen mijn moeder zei: ‘Kijk, er is een stukje van mijn tand af!’ Dat stond wel interessant, vond ik toentertijd.

Later, op de middelbare school, droeg ik mijn haar tot op mijn schouders. Dacht nog dat oorlog spannend was.

Schaamte, 2019 © Ton van ’t Hof