Schudden

Gisteravond met Rindert op de trekker buitendijks geweest, waar we gras hebben geschud, zodat het goed kan drogen, waarna er kuilvoer van zal worden gemaakt. Na een stilte, waarin we de ondergaande zon bewonderden, zei Rindert, voeten op het dashboard: ‘Ik hoef nooit met vakantie, hoor, die heb ik elke dag al.’

Ferwert, 2020 © Ton van ’t Hof

Berenburg & frikadellen

The day after. Overal op ons perceel, het erf van Wolter en in de berm aan de overkant van de weg lagen doorgezaagde takken en stammen. Terwijl Hennie de voortuin fatsoeneerde en het gazon maaide deelde ik het hout in: dunner hout voor het houtschuurtje achter (één jaar drogen), dikker hout voor de opslagplaats naast de garage (twee jaar drogen). Vervolgens ruim een kuub dunner hout in kleinere stukken gezaagd.

Ik heb van mijn leven nog nooit zoveel beweging gehad als in de afgelopen drie maanden. Voel me een jonge god.

Gisteravond nog anderhalf uur met Foppe en Rindert gesproken, vooral over het boerenbedrijf. Eén ding is me intussen duidelijk geworden: er komt veel geld bij ze binnen – ze zijn loonwerkers en beschikken samen over drie tractoren en allerlei landbouwwerktuigen – maar ze geven het ook met bakken (lease, afbetaling, onderhoud) weer uit.

Foppe toucheerde nog even een van Rikus’ koeien die op het punt stond te kalven: het fokstiertje – wat het volgens de administratie was – lag goed.

Rindert had toen al afscheid genomen: om zich een Berenburg in te schenken en het vet aan te zetten voor wat frikadellen.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof