Laatst kocht ma, toen ik met haar in een AKO was, een boek, de nieuwe van Esther Verhoef meen ik. Ze had, zei ze, meer boeken van Verhoef gelezen en die waren goed. Vanochtend vroeg ik of ze er al in begonnen was.

‘Ik heb het weggegooid.’
‘Weggegooid?’
‘Rotbeest!’
‘Rotbeest? Wie?’
‘Nou, dat mens!’
‘Een personage bedoel je?’
‘Ja. Ik wilde het niet meer lezen. Ik vond er geen bal aan. Dus heb ik het weggegooid.’

Een dikkere pluim kun je als schrijver nauwelijks krijgen, dacht ik zo!

Vanmiddag, op weg naar huis, langs Steenwijkerwold gereden en een mogelijk verzorgingstehuis voor ma bekeken. Leek me wel wat. Nu moet ma het ook nog leuk vinden. Wordt vervolgd.

Kuinre, 2019 © Ton van ’t Hof

Uiteraard is het niet nodig, bedacht ik me, om direct een alternatief achter de hand te hebben als je gelooft dat het kapitalisme hopeloos gefaald heeft. Het kapitalisme is een debacle. Punt. We kunnen niet eeuwigdurend blijven groeien. En natuurlijke rijkdommen zijn niet louter voorbehouden aan rijke stinkers. We zullen ons opnieuw en anders moeten organiseren.

Met ma gewandeld langs de Noorderplassen en geluncht in het BoatHouse. Ze noemde een olijfboom olijfolie: ‘Kijk de druif staat in blad en de olijfolie doet het ook goed!’

Op de terugweg even gestopt in het gehucht Oosterzee-Buren, aan het Tjeukemeer. Vijftig huizen en een prachtige kerkje met een witte houten torenkoepel. Veel ruimte tussen de huizen. Een weilandje met drie pikzwarte Friese paarden. Een fietsende jongen die gedag zegt, met onder zijn snelbinders een skateboard. In het bushokje hangt een fel oranje poster: ‘Snel kan altijd sneller. Nu nog sneller internet voor Ziggo klanten.’ Ook hier staat de tijd niet stil.

Alfred Schaffer schreef in De Groene Amsterdammer een rake recensie over Gert de Jagers nieuwe dichtbundel Dieren op schaal, die onlangs in de Gaia • Chapbooks reeks verscheen: ‘Het gedicht Een regel begint aldus: “Er komt een dag waarop je vindt/ dat alles wat poëzie is, of wat daarop lijkt,/ onzin is.” Het antwoord op deze bevinding is gelukkig geen gemopper op alles wat poëzie is of wat daar op lijkt, maar de publicatie van een voortreffelijke verzameling gedichten die ervoor zorgt dat ik na lezing aan zee wil staan, blik op de bergen, om te luisteren naar het lawaai van de golven, te zien hoe mist de baai binnensluipt, met deze programmatische regels in het hoofd: “Je bent er om er te zijn, weet je/ Je probeert je een niet-zijn voor te stellen, maar dat lukt je niet”.’

De bundel kan hier worden besteld: ebook of paperback.

Met ma langs de Noorderplassen, Almere, 2019 © Ton van ’t Hof

Naar ma gekard. Ze was de vrolijkheid zelve. De diepvries moest leeg, want er lag wat ijs op de bodem van de laden. En tegenwoordig moet alles pico bello schoon.

Ma: ‘Wat moet ik hier allemaal mee?’
Ik: ‘Met wat?’
‘Met dit?’
‘Gooi maar weg. Die doperwten, sperziebonen en plakjes deeg zijn van vorig jaar.
‘Oh.’
‘Maar die vissticks, díe zijn nog goed! Díe eten we vanmiddag wel op!’
‘Oh ja, dat is wel lekker!’

Dus haalden we, nadat we de auto op haar naam hadden gezet, broodjes bij de warme bakker en bakten de vissticks op.

Opgepeuzeld met remouladesaus uit een plastic flesje.

Op de fiets een verkenning uitgevoerd naar een zorgboerderij in Bartlehiem, waarin we ma eventueel zouden kunnen onderbrengen. Ziet er veelbelovend uit. Ik heb een oriëntatiebezoek aangevraagd.

Weetfeitjes. Sinds 1994 werd de VSB Poëzieprijs 24 keer uitgereikt. De 24 winnaars hadden een gemiddelde leeftijd van 52. De eerste tien waren gemiddeld 57 jaar oud, de laatste tien 52 en de laatste vijf 48.

Door de jaren heen is de winnaar van deze prijs gemiddeld gezien steeds jonger geworden. Tenzij Willem Jan Otten (1951) wint, zal deze tendens zich ook bij de eerste editie van De Grote Poëzieprijs doorzetten. De gemiddelde leeftijd van de zes genomineerden is 44.

Hier zijn vast prachtige hypotheses voor te verzinnen.

Ik wed overigens dat we, als dat zou worden onderzocht, ook bij de juryleden een daling in de gemiddelde leeftijd zullen zien.

Bracht vandaag niet alleen de dag door, maar ook een stukje van mijn leven. Er zaten enkele momenten van pure vreugde bij. Dit was zo’n dag waarop ik de tijd af en toe naar mijn hand wist te zetten.

En wie kiest voor ‘t leven, kan niet echt een klootzak zijn, die heeft de wereld nog niet opgegeven!

Wyns, 2019 © Ton van ’t Hof

Hele dag bij ma geweest om, in verband met het overlijden van pa, haar administratie bij te werken. Wat geen kattenpis was. En is. Want ik ben nog (lang) niet klaar.

Voorbeeldje. Mijn ouders hebben nooit een testament opgemaakt. Dit betekent dat mijn moeder, als langstlevende, automatisch alle bezittingen van mijn vader krijgt. Nu hebben ze altijd een gezamenlijke bankrekening en een gezamenlijke spaarrekening gehad. Om die twee rekeningen louter op de naam van mijn moeder te kunnen zetten, heeft de bank een overlijdensakte nodig én een verklaring van het Centraal Testamentenregister dat er géén testament is. Ik begrijp dat. Maar moet nu wel eerst een formulier van het Centraal Testamentenregister downloaden, invullen en opsturen om die verklaring thuisgestuurd te krijgen.

En mijn moeder heeft geen printer.

Zoals mijn moeder ook geen mobiel heeft. Laat staan de DigiD-app. (Dit is nog een voorbeeldje). En om in te kunnen loggen verlangen nogal wat instanties vandaag de dag naast de DigiD ook een sms-controle. Of gebruikmaking van de DigiD-app.

Dan moet je dus op zoek naar alternatieve oplossingen. En dat vergt fantasie, tijd & geduld.

Enfin. Ik heb me niet op laten naaien, ben niet eenmaal uit mijn humeur geraakt.

Kwam thuis en heb, gezeten in de zon, één glas wijn gedronken. Ik weet dat dat—één glas—het beste voor me is. Tijd om die wetenschap ook eens om te zetten in daden. Bovendien schijnt deze daadkracht ook nog eens bevorderlijk te zijn voor je geluk.

Pompidompidom.

De telefoon gaat, mijn moeder neemt op:

‘Hallo?’
‘De trombosedienst.’
‘De brosedienst, bozedienst?’
‘De trombosedienst!’
‘De frambozendienst?’

Geen dag als alle andere, en toch ook weer wel.

In de buurt van Swichum en Wirdum gewandeld. ‘t Barstte er van de vogels: buizerds, bruine kiekendief (vermoed ik), grutto’s (gehoord, niet gezien), scholeksters etc. In nogal wat sloten waren nieuwe eendenmanden geplaatst, op wilgentenen.

Een koe strompelde naar buiten, ze keek me vorsend aan.

Daarachter, in het oog van de wind, het kerkje van Swichum, dat stamt uit de middeleeuwen.

Las dat de Franse overheid in de jaren vijftig met betrekking tot overmatig alcoholgebruik het volgende adviseerde: ‘maximaal 1 liter [wijn] per maaltijd, dus 2 liter per dag.’

Oké dan.

Swichum, 2019 © Ton van ’t Hof

Hologig is het juiste woord, en graatmager: zo lag pa vanochtend in zijn bed. Hij was blij me te zien, maar trok zich al snel weer terug onder de dekens; de man wil alleen nog maar rust. Daarna met ma naar een tuincentrum—‘Oh leuk!’—en een bak vol geur & kleur gekocht voor de lege bloempotten op haar balkon. Ze begrijpt heel goed dat pa binnenkort gaat hemelen, maar haar dementie voorkomt, tot nu toe, enige vorm van droefgeestigheid.

‘t Leven gaat zijn eigen weg.

Vanmiddag in de achtertuin gebuffeld, waar de vorige bewoners van ons huis onder de vlonder circa vier kuub puin hebben achtergelaten.

Wat een show moet dat zijn geweest.