Conscious capitalism

Als babyboomer ben ik verwend en vertoon een lichte neiging tot narcisme, werd me verteld, en dat kon ik beamen. De aanstormende generatie Z schijnt te werken en te leven en geld te verdienen vanuit haar geweten. Wat iemand conscious capitalism noemde.

De wereld verandert voor onze ogen.

Verhalen vertonen steeds minder samenhang.

Als suggestie voor ‘conscious’ hierboven opperde de spellingscontrole ‘couscous’; ‘capitalism’ werd met rust gelaten: couscous capitalism.

Nadat ze eerst had gegiecheld om een valpartij in de Tour de France zei mijn moeder plots: ‘En je weet hoe het met vaders afloopt!’ ‘Slecht?’ vroeg ik, waarna ze me veelbetekenend over haar bril bleef aankijken.

Jannum, 2020 © Ton van ’t Hof

Kijk maar

Mijn moeder belde gisteravond. Ze wilde me iets uit de tv-gids voorlezen. Toen ik even later vertelde dat ik haar vandaag zou komen ophalen, vroeg ze hoe laat en trachtte vervolgens mijn komst in de tv-gids op te zoeken.

Uit het niets worden we geschapen, scheppen we.

Dakgoten schoongemaakt, reparatie aan garage verricht, boomwortels onder garagetegels verwijderd, houtrotstop op raamdelen aangebracht, hondendrollen opgeraapt.

Ma had lekker anderhalf uur in onze tuin staan wroeten. En niks geen last van haar rug. Op het moment dat het tijd was om haar weer naar het verzorgingstehuis te brengen, zei ik dat ze binnen haar handen kon wassen. ‘Nee hoor,’ antwoordde ze, ‘kijk maar, ik heb geen handen.’

De werkelijkheid verruimen.

Schuimkoppen

Droomde over vleermuizen, die verdomd veel gelijkenis vertoonden met bonte spechten. Maar het waren vleermuizen.

Hakte, achterin de tuin, driemaal een gat in vooroorlogse funderingen, ter plaatsing van een gietijzeren slagershek waaraan ooit gerookte hammen hingen. Nu laten we er een bruidssluier tegenop groeien.

Meeuwen, ik zie de laatste weken opvallend veel meeuwen rondom ons huis.

Satan is het kapitalisme, las ik in een boek, en internet een valkuil. Je kunt erom lachen en denken dat ik rare boeken lees, maar met een voorstelling van het kapitalisme als veelkoppig en vraatzuchtig monster doe je de waarheid nauwelijks geweld aan, en sinds ik me heb teruggetrokken op een plek waar je nog rust kunt vinden is mijn schermtijd sterk gedaald. Overigens zou ik de boel wel, als het mijn boek zou zijn geweest, anders hebben verwoord.

Op en neer naar Bartlehiem gefietst, schuimkoppen op de Dokkumer Ee. Mijn moeder noemde een pony meneer, een boot beest, paarden mannen, geiten hertjes en een hond poes. En ik begreep haar volkomen.

Foudgum, 2020 © Ton van ’t Hof

‘Kijk,’ zei mijn moeder

‘Kijk,’ zei mijn moeder en wees naar een toerende motor. ‘Een Harley-Davidson,’ verduidelijkte ik. ‘O,’ zei mijn moeder, ‘heet-ie man zo?’

Joachim du Bellay (1522-1560) vond dat gedichten niet per se in het Grieks of Latijn hoefden te worden geschreven, maar beschouwde het Frans, mits goed gehanteerd, ook als een optie.

‘Kijk,’ zei mijn moeder en wees naar een gevechtsvliegtuig in de landing. ‘Een F-16,’ verduidelijkte ik. ‘O,’ zei mijn moeder, ‘zitten daar zestien mensen in?’

Door mijn voorouders aan de vergetelheid te ontrukken, trek ik het verleden in de persoonlijke sfeer, doorbreek abstracte historische schema’s, consolideer iets van wat werkelijkheid is geweest.

Tussen Brantgum en Foudgum, waar ik ook keek, strak gemaaid gras.

Wie?

Mijn moeder, die eindelijk weer eens bij ons op bezoek was, zag een babyfoto van me en zei glunderend: ‘Ja, dat was het leukste beestje wat er was.’

Langzaam maar zeker kom ik achter de identiteit van mijn voorouders. Genealogisch onderzoek heeft iets weg van een whodunit.

Terwijl ik naar mijn betovergrootvader Daniel van ‘t Hof vorste, vond ik de ouders van zijn echtgenote Maria: Judocus van de Leur en Lamberta Toemen. Toen Judocus en Lamberta in 1820 trouwden, was hij linnenbleker van beroep en zij dienstmeid. Later zou Judocus nog het vak van, jawel, tapper uitoefenen en dat van bouwman.

Dit blog is ook een motor, methodiek, om te ontdekken wat ik bedoel, te zeggen heb, en op basis daarvan te handelen, vorm te geven aan mijn aanwezigheid / in de wereld.

Vijf alinea’s

Een depressie boven de Noordzee zorgde vandaag voor winderig weer.

Vanochtend werd me voor de Dokkumer milieustraat geen fileleed berokkend.

Volhard en beheers je.

Bij de bibliotheek reserveerde ik voor Hennie het boek Mijn naam is Selma van Selma van de Perre. Selma overleefde het vrouwenkamp Ravensbrück.

Mijn moeder, die ik een week lang niet had gezien, begroette me met een ontwapenend: ‘Waar ben jij?’

Paracetamolletjes

‘Je moet precies weten waarover je schrijft,’ zegt Gerbrand Bakker in Knecht, alleen, en precies zijn in wat je schrijft, voegde ik eraan toe. Anders wordt het al gauw gezwets, lulkoek.

Vanochtend werd ik wakker met spierpijn in mijn nek. Verkeerd gelegen of gisteren tijdens lichamelijke arbeid in de tuin een nekspier verrekt. En ik moest nogal wat werk verzetten vandaag: grond egaliseren en een waterornament plaatsen. En morgen wordt drieduizend kilo grind afgeleverd, dat rondom het waterornament moet worden gelegd. Er zat weinig anders op dan twee paracetamolletjes in te nemen.

We stonden naar vijf volwassen paarden en een veulen te kijken. Mijn moeder glunderde: ‘Fucking leuke paarden.’ Het drong maar langzaam tot me door: ‘Wat zei je nou?’ Ze keek me lachend aan: ‘Zukke leuke paarden.’

Hij doet het

Wat doe jíj nou?

In een van onze buitenmuren zit op ca. 1,75 m hoogte het ventilatierooster van onze verwarmingsketel. Dat rooster mondt uit in een kort pijpje. Om dat pijpje hangt een krans van wilgentenen. In die krans, onder het pijpje, broedt nu al veertien dagen een grauwe vliegenvanger. Als we ons erf betreden of verlaten lopen we op twee meter afstand langs het nestje. In het begin vloog het vrouwtje telkens als we langsliepen een boom in. Later bleef ze zitten en volgde ons met haar kopje. Gisteren, moeders was er even niet, waarschijnlijk insecten aan het vangen, zagen we drie roze kuikentjes in het nestje liggen, met grijs nesthaar. Ik ben benieuwd of we nu ook het mannetje nog gaan zien. Bij grauwe vliegenvangers helpen de vaders negen van de tien keer met het verzorgen van de kleintjes.

Vanochtend op en neer naar Dokkum gefietst en bij Karwei Hammerite, Rambo pantservernis en kwasten gehaald. Daarna met de auto naar Bartlehiem gereden. Mijn moeder had me al eerder gezien met een mondkapje op, maar reageerde toch met ogen als schoteltjes: ‘Wat doe jíj nou?’ Na mijn uitleg zei ze: ‘Is corona er nu nog steeds? Wij merken er hier anders helemaal niks van.’ Wat ik een groot compliment vond voor het verzorgingstehuis.

’s Middags roestige tuinstoelen gehammeritet. En thee gedronken. Bier ook. Ik slaagde er vandaag aardig in om gelijke tred met de tijd te houden.

36,1°C

Stipt om 08.30 uur ging de milieustraat open en mocht ik achter in een rij van driehonderd meter aansluiten. Dinsdagochtend, Noardeast-Fryslân. Het weer verpletterend mooi, de weilanden om me heen kurkdroog. Bij elke tegenligger spatte het grind tegen onze auto aan. Sommige dagen beginnen beter, of slechter, dan andere.

Mocht vandaag voor het eerst sinds ruim twee maanden weer op bezoek bij mijn moeder. Een half uur. Als we zouden gaan wandelen hoefde ik geen mondkapje op. Wandelen dus. Bij aankomst moest ik mijn handen wassen, enkele vragen beantwoorden en mijn temperatuur opnemen (36,1°C). Tegen ma hadden ze, volgens het protocol, gezegd dat ze niet te dichtbij mocht komen. Ze stormde naar buiten, vroeg waar ik geweest was en omarmde me. ‘Volgende keer bij de begroeting maar even een mondkapje op,’ zei een van de verzorgsters. Ik knikte, draaide me om en liep dolgelukkig met ma in de richting van wat boerderijen.

De bom

Lang geslapen, pas om 08.31 u. uit bed gestapt. Koffie gedronken, door de krant gestiefeld. Op 1,5 m waargenomen en het plan opgevat om een dezer dagen te stofzuigen. Iedereen krijgt weleens zulke ideeën.

Las enkele bladzijden in Voskuil, die in 1963 een vakantie in de Auvergne doorbracht: ‘Liggend op bed wachten we tot het tijd is om te gaan eten.’

Luisterde naar de nieuwe van Blake Mills, Mutable Set, en was onder de indruk van ‘Money is the True God’.

Luisterde naar Hennie, die in de badkamer met sopraanstem zong: ‘Het leven is een zure bom!’

En raakte in een opperbeste stemming.

In het would-be weiland achter ons huis legde een zware eigele machine drainage aan, een buur sneed zijn gras af met een dieseltje. Daarbovenuit: vogels die floten, kikkers die kwaakten. We zijn de stad ontvlucht naar een hoek die je niet bepaald stil kunt noemen.

Op en neer naar Dokkum gefietst om een 8 mm houtboor te halen. Langs de Dokkumer Ee: bermmaaier in wetsuit.

Zelfgemaakt kaartje van mijn moeder in de bus, waar achterop: ‘Van ’t Ria tot echt heel snel dikke kus. mamma!’

Bornwird, 2020 © Ton van ’t Hof