Vijf alinea’s

Een depressie boven de Noordzee zorgde vandaag voor winderig weer.

Vanochtend werd me voor de Dokkumer milieustraat geen fileleed berokkend.

Volhard en beheers je.

Bij de bibliotheek reserveerde ik voor Hennie het boek Mijn naam is Selma van Selma van de Perre. Selma overleefde het vrouwenkamp Ravensbrück.

Mijn moeder, die ik een week lang niet had gezien, begroette me met een ontwapenend: ‘Waar ben jij?’

Paracetamolletjes

‘Je moet precies weten waarover je schrijft,’ zegt Gerbrand Bakker in Knecht, alleen, en precies zijn in wat je schrijft, voegde ik eraan toe. Anders wordt het al gauw gezwets, lulkoek.

Vanochtend werd ik wakker met spierpijn in mijn nek. Verkeerd gelegen of gisteren tijdens lichamelijke arbeid in de tuin een nekspier verrekt. En ik moest nogal wat werk verzetten vandaag: grond egaliseren en een waterornament plaatsen. En morgen wordt drieduizend kilo grind afgeleverd, dat rondom het waterornament moet worden gelegd. Er zat weinig anders op dan twee paracetamolletjes in te nemen.

We stonden naar vijf volwassen paarden en een veulen te kijken. Mijn moeder glunderde: ‘Fucking leuke paarden.’ Het drong maar langzaam tot me door: ‘Wat zei je nou?’ Ze keek me lachend aan: ‘Zukke leuke paarden.’

Hij doet het

Wat doe jíj nou?

In een van onze buitenmuren zit op ca. 1,75 m hoogte het ventilatierooster van onze verwarmingsketel. Dat rooster mondt uit in een kort pijpje. Om dat pijpje hangt een krans van wilgentenen. In die krans, onder het pijpje, broedt nu al veertien dagen een grauwe vliegenvanger. Als we ons erf betreden of verlaten lopen we op twee meter afstand langs het nestje. In het begin vloog het vrouwtje telkens als we langsliepen een boom in. Later bleef ze zitten en volgde ons met haar kopje. Gisteren, moeders was er even niet, waarschijnlijk insecten aan het vangen, zagen we drie roze kuikentjes in het nestje liggen, met grijs nesthaar. Ik ben benieuwd of we nu ook het mannetje nog gaan zien. Bij grauwe vliegenvangers helpen de vaders negen van de tien keer met het verzorgen van de kleintjes.

Vanochtend op en neer naar Dokkum gefietst en bij Karwei Hammerite, Rambo pantservernis en kwasten gehaald. Daarna met de auto naar Bartlehiem gereden. Mijn moeder had me al eerder gezien met een mondkapje op, maar reageerde toch met ogen als schoteltjes: ‘Wat doe jíj nou?’ Na mijn uitleg zei ze: ‘Is corona er nu nog steeds? Wij merken er hier anders helemaal niks van.’ Wat ik een groot compliment vond voor het verzorgingstehuis.

’s Middags roestige tuinstoelen gehammeritet. En thee gedronken. Bier ook. Ik slaagde er vandaag aardig in om gelijke tred met de tijd te houden.

36,1°C

Stipt om 08.30 uur ging de milieustraat open en mocht ik achter in een rij van driehonderd meter aansluiten. Dinsdagochtend, Noardeast-Fryslân. Het weer verpletterend mooi, de weilanden om me heen kurkdroog. Bij elke tegenligger spatte het grind tegen onze auto aan. Sommige dagen beginnen beter, of slechter, dan andere.

Mocht vandaag voor het eerst sinds ruim twee maanden weer op bezoek bij mijn moeder. Een half uur. Als we zouden gaan wandelen hoefde ik geen mondkapje op. Wandelen dus. Bij aankomst moest ik mijn handen wassen, enkele vragen beantwoorden en mijn temperatuur opnemen (36,1°C). Tegen ma hadden ze, volgens het protocol, gezegd dat ze niet te dichtbij mocht komen. Ze stormde naar buiten, vroeg waar ik geweest was en omarmde me. ‘Volgende keer bij de begroeting maar even een mondkapje op,’ zei een van de verzorgsters. Ik knikte, draaide me om en liep dolgelukkig met ma in de richting van wat boerderijen.

De bom

Lang geslapen, pas om 08.31 u. uit bed gestapt. Koffie gedronken, door de krant gestiefeld. Op 1,5 m waargenomen en het plan opgevat om een dezer dagen te stofzuigen. Iedereen krijgt weleens zulke ideeën.

Las enkele bladzijden in Voskuil, die in 1963 een vakantie in de Auvergne doorbracht: ‘Liggend op bed wachten we tot het tijd is om te gaan eten.’

Luisterde naar de nieuwe van Blake Mills, Mutable Set, en was onder de indruk van ‘Money is the True God’.

Luisterde naar Hennie, die in de badkamer met sopraanstem zong: ‘Het leven is een zure bom!’

En raakte in een opperbeste stemming.

In het would-be weiland achter ons huis legde een zware eigele machine drainage aan, een buur sneed zijn gras af met een dieseltje. Daarbovenuit: vogels die floten, kikkers die kwaakten. We zijn de stad ontvlucht naar een hoek die je niet bepaald stil kunt noemen.

Op en neer naar Dokkum gefietst om een 8 mm houtboor te halen. Langs de Dokkumer Ee: bermmaaier in wetsuit.

Zelfgemaakt kaartje van mijn moeder in de bus, waar achterop: ‘Van ’t Ria tot echt heel snel dikke kus. mamma!’

Bornwird, 2020 © Ton van ’t Hof

Kleine mensen

Wandelde vanochtend met ma door een villawijkje in Gytsjerk, langs grote, goed onderhouden, veelal saaie vrijstaande woonhuizen op ruime kavels. Elke plant binnen handbereik werd door haar aan een onderzoek onderworpen, op knoppen en vormgeving beoordeeld. Bij een allerliefst houten huisje, een stuk kleiner dan de rest, bleef ze gebiologeerd staan, vinger aan de onderlip. Het duurde even, maar toen toch: ‘Wonen hier kleine mensen?’

Vanmiddag gesloopt. Vervolgens een biertje gedronken. Rindert van de overkant kwam nog effe langs. Ze hadden, vanwege een veronachtzaamde ontsteking, een van zijn vingernagels verwijderd. Hij was er niet van onder de indruk: ‘It wie al de tredde.’

Ons huis (dat witte) in Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Voorjaarsweertje

Toen ik aankwam was ze samen met de tuinman rozen aan het snoeien. Op de bovenkant van haar hand zat een jaap, waar ze om moest lachen. De zon scheen uitbundig en ze had zin om te wandelen, naar de windmolens in de verte. Of we daar al een keertje waren geweest? Ja hoor ma, antwoordde ik, meer dan eens.

Bartlehiem, 2020 © Ton van ’t Hof

Afgebeuld

Ochtend. Donderwolken trokken gejaagd voorbij. De tuin werd door een krachtige wind flink door elkaar gerammeld. Ik zag geen vogels. Hoorde ze ook niet. Wel was er een narcis ontloken, de eerste. Dan toch: achter onze bomen, boven het weiland: een vlucht spreeuwen, pijlsnel. Het vaantje van de buurman wees aan dat de wind varieerde van west tot westnoordwest.

Registreerde, terwijl ik koffie dronk en naar buiten keek, een te veel aan spierspanningen in mijn rug, schouders en nek. Realiseerde me dat ik de afgelopen weken hard werken heb verward met afbeulen. Ik moet wat gas terugnemen. Hennie trouwens ook.

Bij ma aangewipt en haar meegenomen naar autowasserette en Appie Heijn. Op de terugweg smulde ze van een Bounty.

Middag. Wind ietsje afgenomen, zon kwam vaker tevoorschijn. Gewapend met snoeischaar en schep de tuin verder in model gebracht. Tien kuubs container inmiddels nagenoeg vol met snoeiafval.

Raard, 2020 © Ton van ’t Hof

Lentekriebels

Geef ma een snoeischaar …

Zachte schoenen

‘Ja,’ zei ma in de schoenenwinkel, ‘deze zijn goed.’ Ze liep nog een rondje en gebaarde: ‘Toen ik nog een kind was had ik dat al, dat ze verschillend zijn, de ene zo groot en de andere kleiner. Maar deze schoenen zijn goed, ja, heel zacht.’