Ouwe wijven

Hielp Rindert met het versjouwen van oud ijzer, een tonnetje of tig.

Kreeg van een ouwe maat, geheel onverwachts, negen bananendozen vol boeken. Hij verhuist binnenkort naar Frankrijk en wil maar een deel van zijn boekenverzameling meenemen.

Onze kennis en hoop verschijnen ook in de woorden die we gebruiken.

Zocht naar grondslagen voor een nieuw poëtisch project. Dat ik als mens, en dichter, losstaand ben, bijvoorbeeld. Wat ik deel met anderen.

Toen ik mijn moeder vertelde, dat ze deze week 85 wordt, boog ze voorover, veerde weer terug en zei lachend: ‘O ja? Wat zijn wij alles toch ouwe wijven!’

Het gevaar

Alleen wat je je zonder hulpmiddelen herinnert is de moeite waard om herinnerd te worden, las ik in een stuk over ‘het gevaar’ van het bijhouden van een dagboek.

‘Vergeten is een vorm van herinneren.’

Ik geloof er niets van. Oude foto’s roepen bij mijn demente moeder herinneringen op die haar opvrolijken. ‘O ja!’ roept ze dan en lacht. Dikke kans dat ze zonder foto’s nauwelijks meer op haar verleden terug kan kijken.

Mocht ik ooit geheugenproblemen krijgen dan heb ik dit dagboek nog.

Wat de fuck heb ik ook al weer gedaan vanmiddag?

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Essentials

Gisteren, bij humeur opbeurend mediterraans nazomerweer, een nieuwe dakgoot op de schuur aangebracht en het aan de schuur palende halfvergane hek provisorisch gerepareerd. Nu kan het hek weer een wintertje mee.

Luisterde naar The Strokes Essentials en wipte aldoor met mijn voeten. Van het zegje van twee influencers op tv gingen mijn tenen krom staan.

Van het weekend, wij waren er niet, neusden er mensen rond ons huis. Ze kwamen, volgens buurman Foppe, die ze aansprak, uit Amsterdam en hadden gehoord dat onze stulp (weer) te koop stond. Nou vraag ik je!

Drink al drie dagen spa rood; mijn lever is effies in herfstretraite gegaan. Tot morgen, hoor. Dan vertrekken we voor een culinair weekend naar Giethoorn.

Mijn moeder fietste vanmiddag van Bartlehiem naar Dokkum, waar we haar een stukje vergezelden. Elke dag gaat er weer een wereld voor haar open.

Conscious capitalism

Als babyboomer ben ik verwend en vertoon een lichte neiging tot narcisme, werd me verteld, en dat kon ik beamen. De aanstormende generatie Z schijnt te werken en te leven en geld te verdienen vanuit haar geweten. Wat iemand conscious capitalism noemde.

De wereld verandert voor onze ogen.

Verhalen vertonen steeds minder samenhang.

Als suggestie voor ‘conscious’ hierboven opperde de spellingscontrole ‘couscous’; ‘capitalism’ werd met rust gelaten: couscous capitalism.

Nadat ze eerst had gegiecheld om een valpartij in de Tour de France zei mijn moeder plots: ‘En je weet hoe het met vaders afloopt!’ ‘Slecht?’ vroeg ik, waarna ze me veelbetekenend over haar bril bleef aankijken.

Jannum, 2020 © Ton van ’t Hof

Kijk maar

Mijn moeder belde gisteravond. Ze wilde me iets uit de tv-gids voorlezen. Toen ik even later vertelde dat ik haar vandaag zou komen ophalen, vroeg ze hoe laat en trachtte vervolgens mijn komst in de tv-gids op te zoeken.

Uit het niets worden we geschapen, scheppen we.

Dakgoten schoongemaakt, reparatie aan garage verricht, boomwortels onder garagetegels verwijderd, houtrotstop op raamdelen aangebracht, hondendrollen opgeraapt.

Ma had lekker anderhalf uur in onze tuin staan wroeten. En niks geen last van haar rug. Op het moment dat het tijd was om haar weer naar het verzorgingstehuis te brengen, zei ik dat ze binnen haar handen kon wassen. ‘Nee hoor,’ antwoordde ze, ‘kijk maar, ik heb geen handen.’

De werkelijkheid verruimen.

Schuimkoppen

Droomde over vleermuizen, die verdomd veel gelijkenis vertoonden met bonte spechten. Maar het waren vleermuizen.

Hakte, achterin de tuin, driemaal een gat in vooroorlogse funderingen, ter plaatsing van een gietijzeren slagershek waaraan ooit gerookte hammen hingen. Nu laten we er een bruidssluier tegenop groeien.

Meeuwen, ik zie de laatste weken opvallend veel meeuwen rondom ons huis.

Satan is het kapitalisme, las ik in een boek, en internet een valkuil. Je kunt erom lachen en denken dat ik rare boeken lees, maar met een voorstelling van het kapitalisme als veelkoppig en vraatzuchtig monster doe je de waarheid nauwelijks geweld aan, en sinds ik me heb teruggetrokken op een plek waar je nog rust kunt vinden is mijn schermtijd sterk gedaald. Overigens zou ik de boel wel, als het mijn boek zou zijn geweest, anders hebben verwoord.

Op en neer naar Bartlehiem gefietst, schuimkoppen op de Dokkumer Ee. Mijn moeder noemde een pony meneer, een boot beest, paarden mannen, geiten hertjes en een hond poes. En ik begreep haar volkomen.

Foudgum, 2020 © Ton van ’t Hof

‘Kijk,’ zei mijn moeder

‘Kijk,’ zei mijn moeder en wees naar een toerende motor. ‘Een Harley-Davidson,’ verduidelijkte ik. ‘O,’ zei mijn moeder, ‘heet-ie man zo?’

Joachim du Bellay (1522-1560) vond dat gedichten niet per se in het Grieks of Latijn hoefden te worden geschreven, maar beschouwde het Frans, mits goed gehanteerd, ook als een optie.

‘Kijk,’ zei mijn moeder en wees naar een gevechtsvliegtuig in de landing. ‘Een F-16,’ verduidelijkte ik. ‘O,’ zei mijn moeder, ‘zitten daar zestien mensen in?’

Door mijn voorouders aan de vergetelheid te ontrukken, trek ik het verleden in de persoonlijke sfeer, doorbreek abstracte historische schema’s, consolideer iets van wat werkelijkheid is geweest.

Tussen Brantgum en Foudgum, waar ik ook keek, strak gemaaid gras.

Wie?

Mijn moeder, die eindelijk weer eens bij ons op bezoek was, zag een babyfoto van me en zei glunderend: ‘Ja, dat was het leukste beestje wat er was.’

Langzaam maar zeker kom ik achter de identiteit van mijn voorouders. Genealogisch onderzoek heeft iets weg van een whodunit.

Terwijl ik naar mijn betovergrootvader Daniel van ‘t Hof vorste, vond ik de ouders van zijn echtgenote Maria: Judocus van de Leur en Lamberta Toemen. Toen Judocus en Lamberta in 1820 trouwden, was hij linnenbleker van beroep en zij dienstmeid. Later zou Judocus nog het vak van, jawel, tapper uitoefenen en dat van bouwman.

Dit blog is ook een motor, methodiek, om te ontdekken wat ik bedoel, te zeggen heb, en op basis daarvan te handelen, vorm te geven aan mijn aanwezigheid / in de wereld.

Vijf alinea’s

Een depressie boven de Noordzee zorgde vandaag voor winderig weer.

Vanochtend werd me voor de Dokkumer milieustraat geen fileleed berokkend.

Volhard en beheers je.

Bij de bibliotheek reserveerde ik voor Hennie het boek Mijn naam is Selma van Selma van de Perre. Selma overleefde het vrouwenkamp Ravensbrück.

Mijn moeder, die ik een week lang niet had gezien, begroette me met een ontwapenend: ‘Waar ben jij?’

Paracetamolletjes

‘Je moet precies weten waarover je schrijft,’ zegt Gerbrand Bakker in Knecht, alleen, en precies zijn in wat je schrijft, voegde ik eraan toe. Anders wordt het al gauw gezwets, lulkoek.

Vanochtend werd ik wakker met spierpijn in mijn nek. Verkeerd gelegen of gisteren tijdens lichamelijke arbeid in de tuin een nekspier verrekt. En ik moest nogal wat werk verzetten vandaag: grond egaliseren en een waterornament plaatsen. En morgen wordt drieduizend kilo grind afgeleverd, dat rondom het waterornament moet worden gelegd. Er zat weinig anders op dan twee paracetamolletjes in te nemen.

We stonden naar vijf volwassen paarden en een veulen te kijken. Mijn moeder glunderde: ‘Fucking leuke paarden.’ Het drong maar langzaam tot me door: ‘Wat zei je nou?’ Ze keek me lachend aan: ‘Zukke leuke paarden.’

Hij doet het