13.43 u. Trof in Almere zowaar twee goedgemutste ouders aan op een gloednieuwe bank. Ma sprak honderduit in haar eigen taaltje en pa was vast van plan om in de komende dagen, na drie zware jaren, zijn schilderskwasten weer eens op te pakken. Wauw. Na de lunch nog even alle klokken in hun huis een uur achteruit gezet en vervolgens fluitend naar huis gereden.

0BC894C1-582D-413C-9652-EBE149B711B4

15.27 u. In Almere geweest en met pa & ma oude foto’s bekeken. Ik heb een doos vol mee naar huis genomen om in te scannen. Op de prent hieronder staat mijn moeder, 7 jaar oud, vlak voor haar eerste communie, in 1943.

16.59 u. Zag in de gangkast van mijn ouders ca. dertig flessen rode wijn. Rechtop. Nooit eerder gezien. Vooraan jaargang 1987. Bergerac. Verdroogde kurk. Vast en zeker niet meer te drinken. Nam een Zuid-Afrikaan mee: Boschkloof, syrah, 2005. Wauw. Pure chocolade & een vleugje rode peper.

20.18 u. Joshua Corey katapulteerde me in de inleiding van zijn boek The Transcendental Circuit: Otherworlds of Poetry terug naar het tijdperk van de poëzieblogs, dat zo’n vijftien jaar geleden een aanvang nam:

Silliman’s Blog van Ron Silliman
Bemsha Swing van Jonathan Mayhew
The Skeptic van John Erhardt
Bellona Times van Ray Davis
Lime Tree van Kasey Mohammad
Samizdat Blog van Robert Archambeau
Culture Industry van Mark Scroggins
Fait Accompli van Nick Piombino
The Well Nourished Moon van Stephanie Young

Onder andere. Ook Nederland volgde: Rottend Staal, Vriezen vindt, 1hundred1, Risee in Letterland, Poëzienotities en De Contrabas, om er maar een paar te noemen. De poëziekussens werden opgeschud in die tijd. Intussen zijn de meeste poëzieblogs ter ziele gegaan. Omdat Facebook en Twitter niet geschikt zijn voor langere meditaties is er sindsdien een gat ontstaan. En om dat gat: doodse stilte.

80B495F5-C71D-407E-8C20-4A05FE152063
Ria Leupen, 1943

08.27 u. Telkens als ik het espressoapparaat aanzet vliegt de hoofdschakelaar eruit. Nu geen tijd om me er in te verdiepen.

17.13 u. Weer thuis na een dagje Almere. De oranjekoek en bonbons die we hadden meegenomen werden met smaak genuttigd. Mijn vader vertelde honderduit zonder de dot botercrème op zijn bovenlip op te merken. Daarna kwam de fles witte wijn op tafel en trakteerde mijn moeder zichzelf op een glaasje Baileys. Het was net 11.15 u. geweest. Omdat ik nog moest rijden dronk ik, echt waar, Spa rood. Mijn vader vroeg of ik bij bol.com een paar boeken van Ilja Gort voor hem wilde bestellen: ‘Die man maakt niet alleen lekkere wijn maar is ook nog een verdomd goeie schrijver!’

Trok rond lunchtijd de koelkast open: ‘Ma, de ontbijtspek is een maand over de datum.’ ‘Oh ja? Daar let ik nooit op.’ ‘Die kun je niet meer eten hoor.’ ‘Wat jammer nou,’ zei ze, ‘ik had net zo’n zin in gebakken eieren met spek!’ Gelukkig waren er nog olijven en een heerlijk stuk overjarige kaas.

Op de terugweg een wandelingetje gemaakt door Ossenzijl en bij de brug, op het terras van De Drie Musketiers, een bitterballetje gepakt. Ons voedsel trad nadrukkelijk op de voorgrond vandaag.

71E7E715-5C11-4498-A62C-26545FCCBD4D
Ossenzijl, 2018 © Ton van ’t Hof

Op en neer naar Almere geweest. Toen ik even na tienen arriveerde, waren pa & ma net klaar met hun ontbijt. Pa staat tegenwoordig rond negenen op en ma was al vroeg met mijn zus wezen wandelen. Koffie gedronken en over koetjes en kalfjes gepraat; voor diepzinnigheid zijn ze ondertussen te oud geworden. Nadat ik bedankt had, schonk pa zichzelf al om kwart over elf een groot glas witte wijn in. Toen wist ik zéker dat hij hersteld was van zijn dip van vorige week. Ma had zichtbaar plezier in het bakken van drie luncheieren met wat spek – dát gaat haar nog goed af; ze vroeg wel of ik ze uit de pan wilde halen. ‘Waarmee doe je dat?’ ‘Met een spaan, ma.’ ‘Oh ja,’ zei ze, ‘zo heet zo’n ding.’ Het zijn heus waar schatten hoor. Vlak voor de ultrakorte bergetappe van vandaag, die door Nairo Quintana werd gewonnen, weer thuis. Tom Dumoulin klom zich naar de tweede plaats in het algemeen klassement.

4DFB15E0-92AD-445C-9973-6780A60FED29
Pa & ma (‘Maak je een foto? Ik sta altijd slecht op foto’s!), Almere, 2018 © Ton van ’t Hof

Ontwaakt uit een droom, die me nog helder voor de geest staat. Ik ben met een gezelschap op weg naar een cursus. Het is vroeg in de ochtend. Ik heb mijn uniform aan. De cursus begint met een maaltijd. Ik hoor het woord ontbijt vallen maar er is alleen maar soep. Op vier mensen na verdwijnt iedereen. Drie vinden tussen het gebruikte servies op de tafels nog een schone soepkom en scheppen soep op. Ik herken ze: Noor Agter, Peggy van Leeuwen-Tjoh en Eric Burmeister. Ik vind alleen een vieze kom, ga op zoek naar een waterkraan om hem af te wassen en word wakker.

Gisteravond had Anoek, die enkele dagen bij ons logeert, heerlijke Indiase bonensoep gemaakt, het restje heb ik vanochtend opgegeten. 

Vanmiddag vier ik mijn verjaardag met familie en enkele naaste buren. Mijn moeder belde op dat ze niet kunnen komen omdat mijn vader ziek op bed ligt. Die ouwe, hij wordt 85 dit jaar, kan zo’n reis en feestje simpelweg niet meer aan. Lichamelijk niet, z’n hart werkt nog maar op halve kracht, en geestelijk ook niet. Hij kan alleen al de gedachte aan een vermoeiende autorit van Almere naar Leeuwarden en weer terug niet langer verdragen. Ik belde mijn jongste zus, met wie ze mee zouden rijden. Ook zij had het net gehoord. Ze zei dat hij gisteren al was begonnen met kreunen en steunen. Het is jammer, maar ook goed zo. Het komt zoals het komt. Hennie en ik gaan volgende week even bij ze langs. Ik hoop maar dat ie de komende hittegolf weet te doorstaan.

Hennie werkt zich uit de naad, staat al twee dagen in de keuken. Topwijf.

B7999352-DE07-4CF3-8321-AD75EEA82CA0
2018 © Ton van ’t Hof

Vanochtend naar mijn ouders in Almere getuft. Ik wilde mijn moeder de oude familiefoto’s laten zien die ik van haar nichtje (mijn achternicht) Erna had gekregen. Erna, geboren Spann, is de jongste dochter van een broer van mijn grootmoeder van moederskant. Gretig nam mijn moeder de foto’s aan en noemde tot mijn stomme verbazing vrijwel iedereen direct bij naam; zo ver reikt haar dementie dus nog niet. Dit waren ome Bart en tante Riek, en dat was Bernd, die een hele mooie dochter met een groot geheim had, en daar opoe, die een kreng was, en ja, het dijkhuisje kon ze zich ook nog herinneren … maar wanneer opa gestorven was, nee; ik moest het jaartal van zijn dood, 1943, wel vier- of vijfmaal herhalen. ‘Aan een hartkwaal? Goh,’ zei ze, ‘dat wist ik niet.’ Of we niet even naar Milligen aan de Rijn konden rijden, want ze wilde het allemaal wel weer eens zien. Ik heb beloofd dat ik haar de volgende keer mee zal nemen.

Hieronder een foto van mijn overgrootvader, Wilhelmus ‘Wim’ Spann. Hij werd in 1872 in Milligen aan de Rijn geboren en was riviervisser van beroep. Op de foto, uit 1943, is hij achter huis aol aon ‘t streupe.

91E985BB-227E-4C3C-9955-ED314F38574D

Colombia-Engeland. Wat opvalt? Een jongetje op de tribune met een gebod op een stuk karton: Kane score a goal. Wat ik niet wist? Dat Engeland qua oppervlakte bijna tien keer in Colombia past. Inwonersaantallen: Colombia 47 miljoen, Engeland 55 miljoen. Hé, de Duitse ex-international Lothar Matthäus is ook bij de wedstrijd aanwezig, de aansteller die tegenstanders (onder wie Frank Arnesen en Mark van Bommel) met liefde rode kaarten aansmeerde. Van wat op het veld gebeurt word ik niet erg geestdriftig. Ik kijk reikhalzend uit naar de start van de Tour de France zaterdag a.s. Het jongetje juicht: Kane scoort een goal.

Kut. Tim heeft weer een drugsterugval. Dat komt hard aan. Het leek zo goed te gaan. Ik heb hem aangeraden om direct contact op te nemen met zijn laatste begeleidster, met wie hij het zo goed vinden kon. Hij heeft professionele hulp nodig, een deskundige die hem uit het dal haalt. Hennie en ik zijn hier, dat leert de geschiedenis, niet toe in staat. We kunnen er gelukkig wel met hem over praten.

De eerste verslaafde met wie ik kennis maakte was kapitein Haddock, uit de strip Kuifje. Die dronk vaak, kon niet van de whisky afblijven. Doch nuchter een schat van een vent. Ik heb zelf ooit één stickie gerookt, maar was te dronken om me iets van die ervaring te kunnen herinneren.

Belde vlak voor de lunch, het kliekje van gisteren stond reeds op het vuur, nog even met mijn moeder:

‘Dag ma.’
‘Ton?’
‘Ja. Hoe gaat-ie?’
‘Ik zit te huilen.’
‘O jee, wat dan?’
‘Ik heb geen goede dag.’
‘Hoe komt dat?
‘Voel me niet leuk.’
‘Zomaar?’
‘Ik zag een foto van een hondje, maar dat kon niet komen. En ik wil zo graag een hondje.’

Mijn moeder, die haar hele leven lang honden heeft gehad, is dementerende. Haar laatste hond is vorig jaar gestorven. Ze zou zich niet goed meer over een nieuwe hond ontfermen kunnen.

Toen ik ook nog eens een brandlucht rook – kliekje in vlammen opgegaan – heb ik me maar een glas rosé ingeschonken.

81501D97-8FE1-4EBE-AFAB-EC705FD0CBC8