Telkens als mijn moeder een jas wil aantrekken telt ze eerst hoeveel jassen ze heeft: ‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes.’ Dan maakt ze een keuze.

Vanochtend besloot ze om haar eerste keuze, een beige regenjas, weer uit te trekken en voor een andere jas te gaan. Met de beige regenjas nog in haar handen telde ze voor de tweede keer: ‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes.’ Ze lachte naar me, wees op de beige regenjas en zei: ‘Ik heb zes van deze mensen!’

Ze hing de beige regenjas weer op, pakte een groene winterjas en concludeerde: ‘Ik kies toch altijd deze groene.’

Gytsjerk, 2019 © Ton van ’t Hof

Met ma naar de dijk bij Holwerd gereden om het onlangs voltooide kunstwerk van Jan Ketelaars te bewonderen: twee reuzinnen van metaal die wachten op hoog water. Ma keurde ze precies één blik waardig: ‘Ze hebben mannenkoppen.’ Waarna de vraag waar ze in godsnaam beland was al haar aandacht opeiste.

Holwerd, 2019 © Ton van ’t Hof

Wat deze dag bijeenhield? Wolken die als gedachten voorbijsnelden.

Windkracht zes. Wel of niet op de fiets naar het fierljeppen?

Toen we ons afgelopen donderdag bij de kantonrechter meldden, vroeg ma aan de bode of ze een hondje mocht hebben. Tot voor kort heeft ze altijd honden gehad. ‘Ik wil een hondje anders ga ik dood!’ Bij iedereen met een uniform aan smeekt ze om een trouwe viervoeter. Daarom maar een interactieve hond voor haar besteld, die volgens de aanprijzing ‘op elke aanraking, knuffel en beweging’ zal reageren.

Om half twaalf nog geen afgelasting, dus wij op weg naar Winsum. Na één uur en veertig minuten ongemotoriseerd trappen was die er wél: ‘Vanwege de harde wind gaan de Friese kampioenschappen fierljeppen niet door vandaag.’ Dank-u-wel. Dan maar door naar café Baard voor bier en bitterballen. Hierna werden de zestien kilometer terug naar Ljouwert in sneltreinvaart overbrugd. Thuis nog even de tuin in.

Druivenbladeren ritselden, een vogel trok een streep in de lucht, de fontein neuriede. Ik had er niets meer aan toe te voegen.

Hilaard, 2019 © Ton van ’t Hof

Daan Roovers, Denker des Vaderlands, Wij zijn de politiek: ‘Ons grootste probleem is niet zozeer de overheersing van de ene klasse over de andere, of de hardnekkigheid van antiwetenschappelijke scepsis, racisme of homofobie, maar de overheersing van de extreme stem over de gematigde.’

Te veel hooi op mijn vork nemen; nóg zo’n trekje van me.

Kunst, literatuur, poëzie gaan voor alles over ‘dat eerste persoonsperspectief’, de ervaring. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik hiervan overtuigd raak.

Alleen ík kan zeggen wat ik vanbinnen ervaar.

Mijn moeder ziet er sinds ze in Bartlehiem zit gelukkiger uit dan in jaren. Het gevoel bekruipt me dat ze sinds mijn vader ziek werd en verbolgen—zijn gezicht stond sedert eind 2015 op onweer—eenzaam is geweest. Pa kon geen begrip meer opbrengen voor haar voortschrijdende dementie; wat een fucking intermenselijk debacle moet dat zijn geweest.

Kunst, literatuur, poëzie maken het leven niet zozeer ‘aangenamer’, maar ontsluiten het eerste persoonsperspectief, maken het toegankelijker voor ons allen. Iets wat machines niet kunnen doen.

Vanmiddag met moeders naar de kantonrechter in Almere geweest, die het verzoek tot onderbewindstelling & instelling mentorschap ten behoeve van ma—opdat mijn zussen en ik mogen beslissen over financiële en medische aangelegenheden die haar aangaan—inwilligde.

Toen we afscheid namen schudde mijn moeder de kantonrechter de hand en zei doodserieus: ‘Welterusten.’

En vandaag is het precies 33 jaar geleden dat ik ‘ja, ik wil’ zei tegen mijn geliefde.

Onder laaghangende bewolking door, waaruit het hier en daar motte, op en neer naar ma gefietst. Ze was in de tuin bezig. Háár tuin inmiddels, en háár rozen. Snoeimes in de aanslag. Ze had tijd voor één bakkie koffie, maar daarna moest ze weer naar buiten: er was werk aan de winkel. Doei, doei!

Heerlijk mensje.

Wat ook goed nieuws is: in september verschijnt bij Gaia Gert de Jagers tweede chapbook van dit jaar, dat een twee-eenheid vormt met Dieren op schaal. Het manuscript bracht me enkele weken geleden echt even van de wijs. Titel: Schitterende, labiele knooppunten. Het boekje is intussen zo goed als gezet.

Eveneens in september bij Gaia: het spetterende debuut van Kamiel Choi. Waarover later meer. (Ik heb veel te doen in augustus!)

En dan heb ik nog deze plannen die ik in de toekomst uitvoeren wil:

  • A.s. januari verschijnt deel 1 van een fonkelnieuwe reeks, Gaia Paperbacks: Dingen & structuur. Journaal 2019, van mijn hand;
  • Op 1 januari 2020 wordt de naam van dit blog ververst: Ledig & vrij;
  • In de komende maanden start ik hier een nieuwe verhaallijn, waarin ik de huidige stand van zaken m.b.t. de Amerikaanse poëzie verkennen zal.

Jazekers.

Het kortste rondje dat je vanuit ma’s zorginstelling in Bartlehiem kunt lopen is bijna zeven kilometer lang. Dat is te ver voor haar. Daarom wandelden we vanochtend een half uur oostwaarts, draaiden ons om en gingen via hetzelfde verharde weggetje maar dan in omgekeerde richting weer op huis aan. Ma vertelde honderduit. Zowel heen als terug was alles wat ze zag (weer) nieuw en mooi en hartstikke leuk. Ze deed me aan kleine Marc denken die ‘s morgens de dingen groet, uit het fameuze gedicht van Paul van Ostaijen:

‘Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem / ploem ploem’

Ze wordt steeds jonger in haar spreken, als een kind dat naakt is.

Bartlehiem, 2019 © Ton van ’t Hof

Twaalf ambachten, dertien ongelukken. Wie telkens weer van beroep verandert, slaagt nergens in. Overgrootvader Geert Leupen oefende vele beroepen uit: wever, veldartillerist, dienstknecht, tapper (verkoper van alcoholische dranken), logementhouder, landbouwer, koopman en slager.

Wat kun je hieruit concluderen? Dat hij weinig goeds van zijn leven wist te maken? Nogal wat pech moet hebben gehad? Een arme sloeber was? Mijn moeder herinnert zich hem als ‘een hele aardige man’, maar mijn grootmoeder (Geerts schoondochter) haalde haar neus voor hem op en maakte hem uit voor ‘rassocialist’.

Mijn overgrootvader heeft de industrialisatie volop meegemaakt. Het zou me niet verbazen als hij vanwege mechanisering zijn eerste baantje, dat van wever, verloor. Gezien de verscheidenheid aan ambachten zat Geert niet gauw bij de pakken neer en nam van alles aan om zijn grote gezin te kunnen onderhouden.

Nu eens was hij in loondienst, dan weer probeerde hij als eigen baas zijn brood te verdienen. Het is niet zo verwonderlijk dat hij in deze omstandigheden sympathiseerde met het socialisme.

Uit alles wat ik inmiddels over hem weet komt een trotse man naar voren, die graag zelfstandig wilde zijn. In de kwestie betreffende de boerenplaats, waar ik hier eerder over berichtte, acteerde hij als een rouwdouwer. Daarnaast was hij gek met zijn gezin, bij elk huwelijk van zijn kinderen, dat zich soms ver weg voltrok, waren hij en Geertruid aanwezig.

Ik denk dat ik deze gozer wel mag.

De Varkensmarkt te Assen, waar Geert en Geertruid Leupen van 1891-92 woonden

Muziektherapie voor druiven, kopte de krant van de week. Sinds 2008 klinkt al in honderden Franse wijngaarden muziek: om druiven te helpen in hun strijd tegen schimmels. Rond Bordeaux is de druivensterfte met 75% gedaald.

Nu is ook onze druif door schimmel aangetast. Daarom zette ik vanochtend maar eens een draagbare speaker in een vensterbank en liet Rondo alla Zingarese van Brahms door de achtertuin galmen.

‘Ze zijn niet allemaal gek hier,’ zei mijn moeder gisteren in de recreatieruimte van haar nieuwe verblijf, terwijl ze aandachtig om haar heen keek en van haar glaasje rode wijn nipte.

Nee, ik schrijf poëzie geen stille kracht toe. Anderen doen dat wel. Dikwijls in schimmige taal. Zoals Michael Cross, in zijn serie op Jacket2 over ‘de ontologische status’ van het gedicht:

‘Dit is de ware aard van de excessiviteit van het gedicht: het op losse schroeven zetten van de werkelijkheid door het amplificeren van haar breuklijnen, het vinden van een weg naar generatieve noviteit door het verstoren van ingewortelde opdelingen als subject/object en schrijver/lezer.’

Het heeft iets religieus.

Bericht van lieve nicht E. De behandeling van haar ernstig zieke echtgenoot A. is nog alleen gericht op ‘kwaliteit van leven’. Even bood niets me meer vertroosting.

Mijn moeder zegt dat ze is geboren aan de Postdwarsweg 15 te Nijmegen. Door in oude kranten en adresboeken te snuffelen heb ik achterhaald dat haar ouders in april 1935 verhuisden van Groesbeek naar de Elzenstraat 38 te Nijmegen, en in 1936 inderdaad aan de Postdwarsweg 15 woonden. Mijn moeder kwam in oktober 1935 ter wereld. In april van datzelfde jaar, tijdens de verhuizing van Groesbeek naar de Elzenstraat, verkeerde mijn grootmoeder dus al drie maanden in gezegende omstandigheden. Zouden mijn grootouders nog voor de geboorte van mijn moeder zijn verkast naar de Postdwarsweg of pas erna?

Nog een opmerkelijk detail: in tegenstelling tot de adresboeken in de jaren ervoor staat er in de editie van 1951 dat er naast mijn grootvader (met zijn gezin neem ik aan) ook nog de personen J.F.H.J. Elbers en B.J. Klein Gunnewiek aan de Postdwarsweg 15 verbleven. Mijn grootouders hadden op dat moment al negen kinderen. Dat moet een hele bedoening zijn geweest. Hielden ze wellicht kostgangers om wat centjes bij te verdienen?

Postdwarsweg 15, Nijmegen, via Google Maps

Kranige 83-jarige in haar nieuwe onderkomen. Ze deed het wonderwel.

Iets. Dat uit niets is ontstaan. Zonder aanleiding noch oorzaak. Het heeft zich eerder voorgedaan. Ging gepaard met een big bang. En was een waar mirakel!

Potverdomme, Gert. Verpletterende tekst!

Dronk tussen 07.30-08.30 uur vier koppen koffie & een beetje; Royal Estate Java.

Lang geleden, het moet eind jaren negentig zijn geweest, dacht ik ineens, zonder aanleiding noch oorzaak: oké, misschien kan ik ook wel een roman schrijven. Dat bleek, na honderd moeizaam tot stand gekomen bladzijden, niet zo te zijn. Uit niets was niets ontstaan.

Heb mettertijd een allergie ontwikkeld voor academisch gezwam over poëzie. Een voorbeeldje dat ik vanochtend tegenkwam:

‘Het gedicht vormt (en wordt gevormd door) potentiële energie die resoneert met vrijwel onzichtbare gebeurtenishorizonten en die de autonome contouren onderscheidt van afzonderlijke operationele systemen (onderwerp van object van wereld).’—Michael Cross

Schei toch alstublieft uit met die dikdoenerij, man.

Nog gefietst (ca. 2,5 uur) en dingen geregeld voor ma (o.a. bewind & mentorschap, ca. 2 uur).

Anoek & Tikoes enkele dagen op bezoek!

Raerd, 2019 © Ton van ’t Hof