Nog voor negenen in Frieschepalen voor een wandeling van ruim tien kilometer. Opnieuw een coulissenlandschap. Dat geeft je in elk geval nog het idée dat je af en toe in de luwte kan lopen. Grijze wolken trekken over en het is warm voor de tijd van het jaar. Aan het eind van deze week worden gelukkig zalige winterse buien verwacht!
     Frieschepalen, dat zo’n duizend inwoners heeft, ligt voorbij Drachten tegen de provincie Groningen aan. Om landbouw mogelijk te maken moest hier het hoogveen worden ontgonnen; we spreken dan over de 18e eeuw. Ik zie louter vrijstaande huizen om me heen, keurig onderhouden en op veel grond. Uit één van die huizen, aan de Kromhoek, komen een man, een vrouw en twee dezelfde soort honden. Zij loopt, hij zit in een elektrische rolstoel. Zij slaat met de ene hond rechtsaf, hij met de andere linksaf. Als ik haar en haar blaffende hond passeer zegt ze: ‘Net echt hè,’ doelend op de hond. Als ik de man inhaal groeten we en neem ik de geur van een fijne sigaar waar. Zijn gezicht doet me aan iemand denken. Honderd meter verderop weet ik het ineens: wijlen filosoof René Gude. Gedachten zijn springerige dingen.
      Achter het bord De Kromhoekster Kip: De kip van vroeger tel ik minstens zeven megakippenstallen, goed voor honderdduizenden kippen. Die ik niet hoor, maar wel ruik. Ik vraag me af wat deze kippen nu precies hébben van vroeger! Weet wel wat ze níet meer hebben: daglicht. Een mens gaat op den duur dood zonder daglicht. Deze legbatterijkippen krijgen daar de gelegenheid niet eens toe: voor die tijd maken we ze af.
      Nu het lichter wordt vliegen er steeds meer ganzen over, in V-vorm en richting het zuiden, luid gakkend. Op zoek naar voedsel of warmere oorden. Ik las vanochtend in de krant dat ‘de man met lidnummer 1976 voorspelt dat de kans op een zestiende Elfstedentocht deze winter groot is. Hij ontleent zijn optimisme aan de cyclus van Easton, de theorie dat strenge winters ongeveer om de elf jaar voorkomen.’ Gakkende ganzen en een Elfstedentocht; ik word alsmaar vrolijker.
      Dan, plotseling, in the middle of nowhere, een grote winkel waar ze schotelantennes verkopen. In een hoge mast achter het pand hangen er een stuk of twintig. Binnen brandt licht en er staan wel dertien auto’s voor de deur! Ja, op dit soort momenten realiseer ik me: dít is het platteland.