Las vanochtend een ingezonden brief die naadloos aansluit op mijn bericht van gisteren over het apocalyptische discours binnen de environmentliteratuur. De kop van deze brief luidt We stevenen af op totale apocalyps en eindigt zo:

Moeder Natuur – wees maar niet bang – is met haar alomvattende oerkracht alles en iedereen de baas. Moeder Natuur heeft de aarde gevormd met haar biotische en abiotische actoren in het astronomische krachtenveld. Wij mogen als mensen de aarde bewonen. Wij mogen haar ontginnen, bouwen en bewaren; wij mogen er ook – zoals nu – een potje van maken.

Het resultaat zal zijn dat we uiteindelijk een totale apocalyps over ons afroepen. Moeder Natuur zal de huidige populatie opruimen, waarna de aarde een slordige miljoen jaar op adem kan komen, om daarna gewoon weer opnieuw te beginnen.

Adieu.

Pyt Kuipers

De heer Kuipers heeft uiteraard geen glazen bol; hij gelóóft dat we op een ‘totale apocalyps’ afstevenen maar weet dit geenszins zeker. Net zo min als klimaatsceptici met zekerheid kunnen weten dat elke verwijzing naar een milieucatastrofe onzin is.

Maar de polen smelten en het zeewater stijgt, al weet nog niemand precies met welke snelheid dit geschiedt, of het ijs totaal zal verdwijnen en tot welke hoogte het water uiteindelijk reiken zal.

In deze situatie lijkt het me verstandig om te handelen naar bevind van zaken: monitoren van het verloop en, indien nodig, tijdig versterken van onze dijken. Op dit punt kunnen doemdenkers en klimaatsceptici de handen ineenslaan.

Over de omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar andere vormen van energieopwekking bestaat de grootste controverse. Niet zozeer over het feit dát er moet worden omgeschakeld, want de voorraad fossiele brandstoffen slinkt nu eenmaal, maar vooral over het tempo waarin dit moet gebeuren en wie de rekening dient te voldoen.

Achteroverleunen is sowieso geen optie. En kibbelen helpt ook niet, constructief samenwerken wel.