H.C. ten Berge in de nieuwe Poëziekrant:

‘In Zuid-Amerika of de vroegere Sovjet-Unie bereikten de dichters een groot publiek van mensen die het gevoel kregen dat de poëzie aan hun kant stond. Hier heb je soms het gevoel dat je niemand meer bereikt, op de tien mensen na die je al kende.’

Tja, denk ik dan, cricket en poëzie hebben toch iets gemeen: je kiest er niet voor vanwege de toeschouwersaantallen.

Daarna lees ik, in een volgend Poëziekrantartikel, dit:

‘Eens te meer blijkt de werkelijkheid niet vast te leggen, maar het blijft wel het enige wat de verwarring van het bestaan een beetje bij elkaar houdt …’

Help! Dit moes nie magge.

Paul Claes is een bewonderenswaardige workaholic. In amper zeven jaar tijd, tussen 2011 en 2018, verschenen er meer dan veertig publicaties van zijn hand, ‘zonder dat de vele bibliofiele uitgaven daarbij werden geteld.’ Mijn god!

Tot slot K. Schippers, die voor lucht zorgt. Zijn gedicht ‘Telforts droom’, dat is opgenomen in zijn nieuwe bundel Garderobe, kleine zaal (Querido), bestaat uit twintig gelijkluidende strofes:

Een ogenblik geduld alstublieft.
We zullen u zo spoedig mogelijk te woord staan.

[Maal twintig dus.]

Kratje zuurstof!

K. Schippers, 2018 © Ton van ’t Hof