Als ik Onno Blom, biograaf van de jonge Rembrandt van Rijn, over het werk van Rembrandt hoor, dan denk ik: die Blom heeft totáál geen verstand van schilderen.

Vandaag zélf uren geschilderd, een gezicht op Leeuwarden, waar nog dagen werk in zit.

Tussendoor lunch genoten op een zonovergoten terrasje op de Nieuwestad.

Las dat de Raad voor Dierenaangelegenheden – een raad van deskundigen die de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit advies geeft over morele, ethische en strategische kwesties – onlangs in een enquete vier diergroepen onderscheidde:

‘productiedieren (koeien en varkens), recreatiedieren (honden en katten), proefdieren (muizen) en natuurdieren (herten en zwijnen).’

Deze beesten staan voor de Raad voor Dierenaangelegenheden overduidelijk lager in de pikorde dan de mens; ze zijn er voor óns: om ze op te eten, ermee te spelen, experimenten op uit te voeren en als decorstuk te gebruiken.

Ik werd onaangenaam getroffen door zoveel arrogantie, die ongetwijfeld ook gevoed is door de Hollandse handelsgeest.

Voetbal gekeken.

Tijdens het mediteren vanochtend veranderde mijn hoofd in een bloemknop, die langzaam een beetje openging.

Met veel plezier Onno Bloms vlot en humorvol geschreven Memoires van een biograaf. In de voetsporen van Jan Wolkers (Privé-domein nr. 299, De Arbeiderspers, 2018) gelezen. Wolkers’ fascinatie voor dode dieren is anders dan de mijne. Blom over Wolkers:

‘Alle dode vogels op het strand werden aan nauwkeurig onderzoek onderworpen. Alle bijna dode vogels werden liefdevol verzorgd en van een geschikte naam voorzien voor zij in het duinzand ter aarde werden gesteld. Eén meeuw die hulpeloos naar beneden was komen dwarrelen heette Eddy, naar Eddy Treijtel, de keeper van Feijenoord die bij een uittrap een meeuw uit de lucht had geschoten.’

Voor Wolkers was het onderzoek, de eventuele naamgeving en de begrafenis een reeks handelingen die hem, even maar, dicht bij de vergankelijkheid bracht. Bij wijze van voorproefje van wat ons allemaal te wachten staat. ‘Met zo’n dood beest,’ schreef Wolkers in zijn dagboek, ‘ben je eenzamer dan alleen.’

Met alle opgezette dieren in mijn huis trek ik een lange neus naar de tijdelijkheid: na je dood hóef je niet volledig uit het zicht te verdwijnen.

Begonnen in Tao als water, dat Alan Watts niet meer kon voltooien en in 1975, twee jaar na zijn dood, in het Engels verscheen. In 2016 werd het voor het eerst in het Nederlands uitgebracht, bij Synthese.

Watts, geparafraseerd: Op basis waarvan onderscheiden we de bij van de bloem?

‘De oude filosofie van Tao is een manier om vaardig en intelligent het verloop van de natuur te volgen. Het menselijk leven wordt daarin niet beschouwd als vreemd en vijandig in zijn verhoudingen tot de wereld, maar als integraal aspect van het hele proces.’

Aanwinst: Het litteken van de dood: De biografie van Jan Wolkers, Onno Blom, De Bezige Bij, 2017, Kindle-editie, € 16,99.