Norbert de Beule—‘Kyrie’
uit de bundel Vigor Anorexia, Atlas Contact, 2019

KYRIE

Johannus orgel opus 5 met klein pedaal

Ontferm u over ons

Doksaalorgel van Booitshoeke en Volkegem

Ontferm u over ons

Portatief in de vorm van een kapel

Ontferm u over ons

Cantorum VI met pijporgelgeluid
voor in de huiskamer

Geef ons uw vrede

2-klaviersorgel met zelfstandig pedaal
in de kloosterkerk der eerwaarde paters ongeschoeide karmelieten

Laat ons op de tenen lopen

Groot wijs orgel met de pijpenkrullen
en gouden bladmotief
waarop nog heeft gespeeld
Girolamo Frescobaldi
Organista di San Pietro di Roma

Verlicht onze harten met uw klankkleur

*

Het is een eeuwigheid geleden dat ik een mis bijwoonde, maar het gezongen kyrie eleison herinner ik me nog goed. Ik was acht toen ik als misdienaar priesters hielp tijdens eucharistievieringen. Hoewel ik maar half verstond en nauwelijks begreep wat er werd gezongen, vond ik het wel mooi klinken.

Een kyrie is een smeekbede, die nu eens gesproken, dan weer gezongen wordt. Gelovigen vragen God om hulp: ‘Heer, ontferm u over ons.’ In het kyrie eleison, de bekendste smeekbede, wordt God zelfs (drie maal drie is) negen keer aangeroepen. Vaak gaat een priester of koor voor in het gebed, zegt of zingt een regel, waarna de kerkgangers de regel herhalen of beantwoorden.

Het Griekse woord ‘kyrie’ betekent overigens ‘heer’, als aanspreekvorm. In de titel van Norbert de Beules gedicht lees ik dan ook niet alleen ‘smeekbede’, maar hoor er ook zoiets als ‘o Heer!’ uit opklinken. Aan het einde van mijn betoog kom ik hier op terug.

Voor wie nog enige christelijke achtergrond heeft wordt De Beules gedicht dus al bij het eerste woord, de titel, in een religieuze context geplaatst. Ineens sta ik met al mijn herinneringen in een 20e-eeuwse kerk. (De Allerheiligst Sacramentskerk aan de Sportlaan in Den Haag, waarin ik als misdienaar diensten verrichtte, werd in 1926 in gebruik genomen en afgelopen winter gesloopt.)

Al bij eerste lezing herken ik de vorm van het kyrie in De Beules gedicht: over driemaal ‘Ontferm u over ons’ valt niet heen lezen. Ik heb het als misdienaar en kerkganger talloze malen uitgesproken: ‘Heer, ontferm u over ons.’ In het gedicht vinden we wat wordt voorgezongen terug in de romeinse of niet-cursieve strofes, de antwoorden in de cursieve.

Hoewel je met wat goede wil uit alle antwoorden nog zou kunnen opmaken dat het hier om een christelijke smeekbede draait, duwen de ‘voorgezongen’ strofes je toch in een andere richting: niet God staat in dit gedicht in het middelpunt van de belangstelling, maar het orgel. Omdat ik weinig verstand heb van orgels, ben ik aan het googelen geslagen.

Johannus is een Nederlands bedrijf dat orgels bouwt, de Johannus Opus 5 is een huiskamerorgel uit zijn collectie. Een doksaal is een afscheiding tussen het priesterkoor en de overige delen van een kerkgebouw. Soms is die afscheiding breed genoeg om er een orgel op te kunnen plaatsen, het zogenaamde doksaalorgel. Kennelijk kun je in de Belgische plaatsjes Booitshoeke en Volkegem doksaalorgels horen spelen. Een portatief is een draagbaar pijporgeltje en een Cantorum VI een keyboard dat pijporgelklanken voortbrengt. De kloosterkerk van de ongeschoeide karmelieten te Gent beschikt blijkbaar over een orgel met twee klavieren (toetsenborden) en een zelfstandig pedaal. Begin 17e eeuw was Girolamo Frescobaldi als organist verbonden aan het Vaticaan en speelde in de Sint-Pietersbasiliek ongetwijfeld op een luisterrijk, maar intussen teloorgegaan orgel met ‘pijpenkrullen en gouden bladmotief’. Voor zover ik weet zijn alle huidige orgels van de Sint-Pietersbasiliek, of orgels die er ooit in hebben gestaan en nu elders onderdak hebben gevonden, ruimschoots na Frescobaldi’s tijd gebouwd.

Het is allemaal orgel wat in dit gedicht de klok slaat. De Beule moet er een groot liefhebber van zijn. Het idee om zijn liefde voor orgels en orgelspel in een ritmische en klankrijke kyrie uit te drukken werkt wonderwel. Het geeft het muziekinstrument een mystiek trekje, iets bovenaards, waardoor de voetval gepast lijkt, of in elk geval niet overdreven. Het orgel als een hogere macht die wordt gesmeekt om wonderschoon orgelspel, waar je stil van wordt en dat troost biedt. Dit gedicht heeft me aangenaam beziggehouden.

Na deze overdenking hoor ik uit de titel niet langer ‘o Heer!’ opklinken, maar ‘o orgel!’