Roze champagne

Terwijl wind en regen vanochtend huis en tuin geselde dronk ik koffie, las in Gerbrand Bakkers Jasper en zijn knecht en luisterde naar de Italiaanse postrockband La Biblioteca Deserta. Bakker moet, net als ik, niets hebben van Tommy Wieringa. Wat een kwasterig mannetje. Ik heb nooit een boek van Wieringa gelezen. En ooit een halve column. Toen wist ik genoeg.

09.44 uur: onweer, hagel. Hilarische anekdote van Bakker over een lunch bij de koningin: ‘En toen was het voorbij. Weer een voor een langs de koningin [Beatrix] en het presidentsechtpaar [van Ierland]. De koningin zei weer helemaal niets en ik had inmiddels zoveel drank op dat ik botweg “dank u wel en tot ziens” heb gezegd.’

Als cadet liep ik ooit halfdronken op een receptie van prins Bernhard rond, terwijl op de achtergrond het Cadetten Tamboerkorps onophoudelijk tamboereerde. Bernhard dronk, als enige, roze champagne.

10.08 uur: opklaring. Volgens Buienradar zou het voorlopig niet meer gaan regenen. Poepte voor de tweede keer, trok mijn overall aan en begon met het afbreken van volière annex kippenhok annex geitenhok annex schuurtje. Zon!

Vereenvoudiging

Soms kan ik ineens, zo uit het niets, hartstochtelijk verlangen naar Dvořáks Nieuwe Wereld. Gisteravond nog. Om tien uur ging ik er nog eens goed voor zitten en koos voor een uitvoering van het Berliner uit 1996. Toen het allegro werd ingezet was ik al een en al vrolijkheid. Ging aansluitend fluitend naar bed.

De tuin lag er vanochtend doodstil bij, fris, zonbeschenen. In de enorme struikroos, waarvan ik de naam nog steeds niet ken, zaten plots vijftien tot twintig mussen te tjilpen. Telkens als ik dichter bij kwam vlogen ze weg, en als ik weer afstand nam keerden ze weer terug. Het leek wel een spelletje. Ik had er in elk geval een hoop plezier in.

‘s Middags, na het snoeien, zoervleisj opgezet en appelmoes gemaakt. Heerlijk straks bij aardappeltjes uit de oven.

Een containerwissel aangevraagd, opnieuw tien kuub, maar ditmaal voor bouwafval, want de oude volière achter in de tuin gaat tegen de vlakte.

Pakte om half vijf een biertje, voor het coronavirus mij te pakken neemt. Ik probeer het eenvoudig te houden.

De oude volière in onze tuin, die gesloopt gaat worden.

Ciara uitzitten

Op het platteland zit je zo’n storm uit, let je op je bomen, je vee en je buren, ben je gereed om wie dan ook de helpende hand toe te steken.

08.24 uur. Grijs, een spat regen, krachtige wind, paraplu’s zijn met moeite vast te houden. Vogels vliegen nog, althans grotere. 

10.00 uur. Wind aangetrokken tot hard: lastig ertegenin te lopen of te fietsen. Bomen buigen steeds dieper door. Ik heb behoefte aan relativerende woorden van de doorgroefde boer om de hoek.

11.32 uur. Met een droge knal vloog een stuk hout tegen onze pannen, net naast de dakkapel (met enkel glas).

12.55 uur. Een locker uit elkaar gehaald, naar boven gesjouwd en weer in elkaar gezet. Ik hield één schroef over. Daarna een kop erwtensoep gegeten.

13.45 uur. Even naar buiten geweest: geen pretje. Een kleinere boom van de buren heeft het zwaar te verduren, wordt voortdurend duchtig door elkaar geschud. 

14.47 uur. Wind aangezwollen tot stormachtig: voortbewegen zeer moeilijk. Regen slaat tegen de ramen. 

15.52 uur. Doe mijn oortelefoontjes in, sluit het geweld even buiten en droom weg bij de fantasievolle klanken (instrumentale postrock) van You Can’t Explain Logic (No More Waiting, EP, 2011), een eenmalig project van de uit Florida afkomstige Bryan Laurenson.

16.27 uur. Eerste buienlijn trekt over. Hennie ontwaakt uit een middagdutje, kijkt naar buiten en zegt: ‘Het valt eigenlijk allemaal best wel mee.’ (Maar volgens de weerapp moeten de felste buien nog komen.)

Geen idee & ik dacht van niet

Sloot een draadloze wifi versterker aan, haalde hout bij de Gamma, at met Hennie een raspatatje oorlog met ui, werkte nog een uurtje in de tuin, zette met het oog op de storm enkele stoelen binnen, las de krant en dronk een biertje: Duvel tripel hop; echt een verdomd lekker biertje.

Belgen zijn goed in het maken van verdomd lekkere biertjes.

Luisterde naar de schitterende plaat Fields/hurricanes (instrumentale postrock, 2009) van de Canadese band Man an Ocean, die zich tegenwoordig Slow Fade Sailors noemt en richting ambient is opgeschoven.

Vroeg me naar aanleiding van een krantenartikel af wat een ‘echte Nederlander’ is en of ik me er eentje voelde. Antwoorden: geen idee & ik dacht van niet. Wat ik wel heel mooi aan Nederland vind: haar luchten. (Treintweetje waard.)

Sibrandahûs, 2020 © Ton van ’t Hof