En Deutschboden gaat uiteráárd ook over de diepte van de menselijke psyche, de verhouding tussen individu en maatschappij, vrijheid, liefde, engagement.

Als je het leven een beetje begint door te krijgen, is het al weer bijna voorbij.

Aan het winternummer van het Vlaamse literaire tijdschrift Gpunt, dat afgelopen december verscheen, leverde ik een bijdrage. Hier zou een geldelijke vergoeding tegenover staan. Om tot betaling over te kunnen gaan, kreeg ik van de penningmeester nog wel een verzoek om een formulier in te vullen en terug te sturen, maar daarna is het, ondanks herhaaldelijk reclameren, akelig stil gebleven. Niks geen honorarium. Nada. Een laakbare handelwijze. Echt maf.

Offerte voor 8 m2 oude Friese geeltjes (klinkertjes) & 1 m3 straatzand aangevraagd.

Offerte binnen: € 1100. En daar moet ik ze dan ook nog zélf voor leggen. Dacht het niet.

1000 kg Ardenner split geel (grind) besteld.

Drie uurtjes gefietst. In Stiens een patatje oorlog & een goulashkroket (Hennie) en een broodje bal (ik) gegeten.

Zeker, dacht ik, en misschien vergiste ik me ook wel, misschien zat het leven wel heel anders in elkaar.

Bitgummole, 2019 © Ton van ’t Hof

Waarom vind ik Deutschboden zo’n goed boek? Over die vraag buig ik me nu al enkele dagen. En ik mag maar één reden opgeven, de belangrijkste: het is uit het leven gegrepen.

Wat een nietszeggende reden is, eigenlijk.

Zag dat onze druif door galmijt is aangetast, en niet zo’n klein beetje ook! Heb circa 80% van al het jonge blad moeten wegnemen.

Ontwierp in nauw overleg met Richard een nieuwe omslag voor het derde deeltje uit de Gaia • Chapbooks reeks (de eerste omslag hadden we naar aanleiding van de proefdruk afgekeurd).

De troosteloosheid dan, de verbijsterende mineurstemming die in Deutschboden de boventoon voert; mijn lachstuipen hebben ook iets ploertigs.

Ze duiken ineens overal op, literatuurwetenschappers die ontkennen dat ze prediken! Mij kan het niet schelen, hoor.

De moraal van Deutschboden? Geen idee, geen énkel idee.

De hele dag in de tuin gearbeitet.

Nog nooit zó vroeg in het jaar zó’n bruine kop gehad.

Gedoucht, teennagels geknipt, onder de parasol een colaatje gedronken.

Inspecteerde nogmaals & zelfvoldaan mijn dagproductie (een keistrakke hardhouten, tegen de muur bevestigde bank).

Mike schoongemaakt, die onderweg naar de dierenarts (voor twee inentingen) overgaf (heenweg) en kakte (terugweg).

Genoot van een Hertog Jan Grand Prestige & een glas witte wijn.

Dat Pfeijffer opvattingen heeft over politieke aangelegenheden, alla, maar dat ze serieus worden genomen door nieuwsmedia, o nee!

Wie denkt dat er hier niets te beleven valt, heeft het goed mis.

Las bij de laatste zonnestralen in culthit & must-read Deutschboden en werd herinnerd aan dít nummer uit 1971:

Begonnen in Deutschboden. Participerende observatie van de Duitse journalist Moritz von Uslar. Het origineel verscheen in 2010 en de Nederlandse vertaling bij het Leesmagazijn in 2013. Von Uslar bracht drie maanden door in het Oost-Duitse provinciestadje Oberhavel, zestig kilometer ten noorden van Berlijn. Van dat verblijf doet hij in Deutschboden verslag.

En wat zal ik er van zeggen … ik las de eerste honderd bladzijden in één ruk uit.

Stijl is alles. En dit boek heeft stijl. Heul veul stijl.

‘Dat komt naar het schijnt niet zo vaak voor, dat je direct weet dat je in de juiste plaats bent aangekomen; hier wist ik dat direct.’

En bier zuipen. Deutschboden gaat óók over bier zuipen. En eindeloos geouwehoer. En de oorzaken die dáár aan ten grondslag liggen.

Vandaag constructief overleg gehad met mijn zussen over het onderkomen dat we ma op korte termijn willen bezorgen.

Om 06.16 uur bood de conductrice over de intercom excuses aan: de machinist was per omgeluk—‘hij dacht er even niet aan’—het station Grou-Jirnsum voorbij gereden.

De IJssel bevatte redelijk wat water vandaag. Nog wel.