Tagged:Michel Foucault Wissel reactie discussies | Sneltoetsen

  • tonvanthof 16:40 op 28 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Michel Foucault   

    Over de zorg voor zichzelf (4)

    De derde en laatste tekst betreft een vraaggesprek met Foucault:

    Is ethiek dat wat in het onderzoeken van zichzelf, in de zorg voor zichzelf, verwezenlijkt wordt?

    […] Ik geloof dat men zich bij de Grieken en de Romeinen – vooral bij de Grieken – met zichzelf bezig moest houden om zich goed te gedragen en de vrijheid naar behoren in praktijk te brengen. Men moest voor zichzelf zorg dragen, zowel om zichzelf te leren kennen – de meest gangbare interpretatie van het gnothi sauton (ken jezelf) – als om zichzelf vorm te geven, boven zichzelf uit te stijgen en de lusten te beheersen die je dreigen mee te slepen. […] Gedurende acht grote eeuwen van de Oudheid is de zorg om de vrijheid een wezenlijk en voortdurend probleem geweest. Men vindt er een hele ethiek die om de zorg voor zichzelf draait, en die verleent de klassieke ethiek haar bijzondere karakter. Ik zeg niet dat die ethiek neerkomt op zorg voor zichzelf, maar dat ethiek in de Oudheid als weldoordachte vrijheidspraktijk om dit fundamentele gebod draaide: “draag zorg voor jezelf”.

    Een gebod dat het zich eigen maken van Logoi, waarheden, impliceert?

    Uiteraard. Men kan geen zorg voor zichzelf dragen zonder kennis. Zorg voor zichzelf bestaat natuurlijk uit zelfkennis – dit is het socratisch-platoonse aspect –, maar het houdt ook kennis in van een aantal gedragsregels of principes die tegelijkertijd waarheden en voorschriften zijn. Zorg voor zichzelf dragen betekent zich met deze waarheden toerusten: op dit punt is ethiek met het waarheidsspel verbonden.’

    Zorgdragen voor jezelf omvat dus ook: het ontwerpen van een eigen levensstijl en een eigen moraal, als grondslagen voor een eigen manier van zijn en een eigen manier van handelen.

    ’Vrij zijn betekent dat men geen slaaf is van zichzelf en van zijn lusten, wat impliceert dat men jegens zichzelf een bepaalde verhouding van beheersing of heerschappij instelt.’

    Over de zorg voor zichzelf deel 1, deel 2 & deel 3.

     
  • tonvanthof 14:09 op 28 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Michel Foucault   

    Over de zorg voor zichzelf (3)

    ‘Wat ben ik?’ is een objectiverende vraag, waarin ‘ik’ objectief – zich bepalend tot de feiten, niet beïnvloed door eigen gevoel of door vooroordelen – wordt voorgesteld of beschouwd.

    ‘Objectiveren’ heeft in het Nederlands geen antoniem.

    In de vraag ‘Wie ben ik?’ wordt ‘ik’ subjectief – betrekking hebbend op, uitgaand van de persoonlijke zienswijze of smaak – voorgesteld of beschouwd.

    De staat is geïnteresseerd in wat, niet wie, je bent. Omdat je staatsburger bent. Omdat je belastingplichtige bent. Omdat je verkeersregels kan overtreden. Et cetera.

    De meeste individuen zijn geïnteresseerd in wie zij zijn; de vraag naar wat je bent zul je niet zo snel aan jezelf stellen. Toch kan die vraag bijdragen aan zelfinzicht. Hij dwingt je om van buitenaf naar jezelf te kijken, naar wat eigen aan je is als een persoon die beschouwd of behandeld wordt als een object.

    Zo ben ik, onder andere, een gewezen militair die met functioneel leeftijdsontslag is en als zodanig nog enkele jaren aanspraak heeft op een uitkering.

    Dit antwoord leidt tot nieuwe vragen: Ben ik momenteel, in de huidige situatie, nog van nut voor de staat? Of voor de gemeenschap? Zijn staat en gemeenschap hier synoniem aan elkaar?

    Ik ben en blijf een denkend wezen.

    (Aantekeningen naar aanleiding van de tweede tekst, Individualisering door politieke technologieën, in Breekbare vrijheid: De politieke ethiek van de zorg voor zichzelf, Michel Foucault, Boom/Parrèsia, ed. 1998.)

    Over de zorg voor zichzelf deel 1 & deel 2.

     
  • tonvanthof 15:58 op 27 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Michel Foucault   

    Over de zorg voor zichzelf (2)

    In de eerste tekst, Zelftechnieken, beschrijft Foucault methoden die mensen in de oudheid gebruikten om inzicht in zichzelf te verwerven. Het schrijven van brieven aan vrienden over zichzelf – de dagelijkse gedragingen en stemmingen – is daar een voorbeeld van. Het zou de ervaring van zichzelf verrijken.

    Een andere methode is de askèsis, die oefeningen omvat waarbij de beoefenaar zich in gedachten of daadwerkelijk in een situatie verplaatst, ‘waarin het kan nagaan of het tegen de gebeurtenissen is opgewassen.’ Seksuele onthouding en fysieke ontbering zijn in dit verband exempels van praktijkoefeningen.

    Ook droomduiding werd als zelftechniek aangewend. In de klassieke oudheid kende men aan dromen voorspellende vermogens toe. In handboeken werd beschreven hoe je je eigen dromen verklaren kon. Foucault gaat niet dieper op deze methodiek in. Nu wil het toeval dat ik vanochtend uit een droom ontwaakte die ik me nog goed herinner:

    Ik bevind mij in een lange gang op de vierde of vijfde verdieping van een statig gebouw met dikke muren en eikenhouten vloeren, dat doet denken aan een victoriaans landhuis. Voor me lopen een vrouw en enkele kinderen. Omdat de kinderen overal aan mogen zitten vordert het gezelschap maar langzaam. En ik heb haast. Terwijl ik me erlangs wurm kijk ik de geduldige vrouw recht in haar gezicht en zie dat ze van Javaanse afkomst is. Omdat er mensen voor de lift staan te wachten neem ik de trap en wentel mezelf in een razende vaart naar beneden. Op de eerste verdieping eindigt de trap abrupt bij de bovenste zitplaatsen van een tribune die zicht geeft op een enorme hal. Ik tuimel nog net niet tussen de toeschouwers.

    Huh?

    Over de zorg voor zichzelf deel 1

     
  • tonvanthof 08:25 op 27 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Michel Foucault,   

    Over de zorg voor zichzelf (1)

    Om nog beter inzicht in Foucaults interpretatie van de klassieke ‘zorg voor zichzelf’ te krijgen, lees ik momenteel Breekbare vrijheid: De politieke ethiek van de zorg voor zichzelf (Boom/Parrèsia, ed. 1998), waarin enkele belangrijke teksten van zijn hand over dit onderwerp zijn opgenomen.

    Foucaults De moed tot waarheid: Het bestuur van zichzelf en de anderen II (Boom, 2009) wekte mijn belangstelling voor dit onderwerp en Wilhelm Schmids Handboek voor de levenskunst (Ambo, 2005) vergrootte die.

    Voor de Grieken was de zorg voor zichzelf – meester worden over eigen gedrag, emoties en gedachten – van fundamenteel belang voor het functioneren van de gemeenschap en vormde de primaire grondslag voor de levenskunst. Een kunst die lang aan de vergetelheid is prijsgegeven, maar vandaag de dag weer in de mode raakt.

    Wat levenskunst zo interessant maakt voor een seculiere samenleving zijn de mogelijkheden die zij het individu biedt om ‘een eigen levensstijl en een eigen moraal te ontwerpen.’

    Maar nog even terug naar de geschiedenis. Met de opkomst van het christendom vond langzaam een aandachtsverschuiving plaats: van de klassieke zorg voor zichzelf naar een christelijke ‘liefdevolle gerichtheid’ op de ander, die uiteindelijk zelfs afstevende op een verloochening van het zelf. Een opvatting die nog altijd doorwerkt op wat wij thans moreel ‘goed’ vinden. Foucault zegt hierover:

    ‘Voor ons is het moeilijk om een strikte moraal en strenge beginselen te baseren op het voorschrift beter voor onszelf te zorgen dan voor wat ook ter wereld. We zijn eerder geneigd om de zorg voor zichzelf als immoreel te beschouwen, als middel om zich te onttrekken aan allerhande regels. We zijn de erfgenamen van een christelijke moraal die zelfverloochening als voorwaarde voor verlossing stelt.’

    Toen ik dit las moest ik terugdenken aan mijn militaire opleiding. Vrijwel elke militaire inspanning is een groepsgebeuren en overstijgt individuele belangen. Toch wordt iedere militair afgericht om in menig opzicht eerst zorg voor zichzelf te dragen en dan pas voor anderen. Een zelfpraktijk die ook, of misschien wel vooral, ten dienste staat van de groep. Het draait dan met name om zorg voor eigen gezondheid en eigen veiligheid; aan een zieke, gewonde of dode soldaat heeft niemand iets. Dit kan betekenen dat je soms, in extreme omstandigheden, uit eigen- én groepsbelang, makkers aan hun lot moet overlaten.

    Vanuit deze vaardigheid versta ik de samenhang beter, die de oude Grieken zagen tussen de zorg voor zichzelf en het functioneren van de gemeenschap.

    En er schoot me nog iets te binnen. Na het vallen van de Muur in 1989 veranderde de taakstelling van de krijgsmacht drastisch. De verdediging van het eigen en NAVO grondgebied werd ondergeschikt aan de bevordering van Westerse belangen waar ook ter wereld. We gingen expeditionair. Plotsklaps werd er een groter beroep dan voorheen gedaan op de opofferingsgezindheid, het zelfverloochenende vermogen, van de militair. Het achterstellen van je eigen belangen of gevoelens ten gunste van familie of landgenoten gaat velen toch gemakkelijker af dan het wagen van je leven voor volstrekte vreemden of een bestuurlijke abstractie. Met name tijdens mijn uitzending naar Afghanistan heb ik geworsteld met de politieke en economische overwegingen die, in morele bewoordingen verpakt, tot Westers ingrijpen leidden. Een neerslag hiervan is terug te vinden in mijn bundel Aan een ster / she argued.

    Ik vraag me nu af in hoeverre mijn besef van eer en plicht toentertijd, dat me in Kandahar terzijde stond, op een christelijke moraal stoelde. En of dat besef intussen veranderd is.

     
  • tonvanthof 12:02 op 25 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Michel Foucault,   

    Aanwinsten:

    • Still, Thomas Struth, Schirmer/Mosel, 1998, 2e-hands, € 19,
    • Breekbare vrijheid, Michel Foucault, Boom/Parrèsia, 1998, 2e-hands, € 13,90.
     
c
Maak een nieuw bericht
j
volgende post/volgende reactie
k
vorige post / vorige opmerking
r
Beantwoorden
e
Bewerken
o
toon / verberg reacties
t
ga naar boven
l
ga naar log-in
h
hulp weergeven/verbergen
shift + esc
Annuleren
%d bloggers liken dit: