Auto naar de garage gebracht, op een leenfiets huiswaarts gekeerd, koffie gezet, Exclusief uitgelezen.

‘exclusief’ (bijvoeglijk naamwoord): iets uitsluitend, niet inbegrepen; niet inclusief. En ook: bijzonder.

Deel 4 gaat over asocialiteit, over aso’s & asociale media. Online geweld. Vuilspuiterij. Tedja poogt antwoorden te vinden, zoekt naar een waarom.

‘Ik ben een skinhead zonder gezicht maar ik kan een uitgang vinden.’

In het laatste deel, voor de toegift, worden conclusies getrokken, of zo doet Tedja voorkomen. Want ook hij kan geen uitkomst bieden voor dat hardnekkige gedrag dat zich richt op het weren van een ander. Wel verwijst hij met de opvoering van twee historische figuren naar mogelijke wortels ervan. Eerst maakt Sigmund Freud zijn opwachting:

‘Freud was een auto vol rotzooi in de achterbak.’

Daarna de Vader des vaderlands:

‘Willem van Oranje was allochtoon.’

Jawel. Exclusief voelt aan als een vuistslag.

(Alle aantekeningen die ik over deze bundel maakte kunnen ook worden nagelezen op Goodreads.)

Keek in de spiegel en zag een grijzende kalende man die in zijn gezicht sporen draagt van de tijd: littekens, denkrimpels, kraaienpootjes. Verbeten trek om de mond, dan weer spottend.

Ik heb heel wat afgetobt in mijn leven, en heel wat crises doorgemaakt, waar ik even zo vaak weer uit opkrabbelde.

Ik hou van klein, comfortabel, prettig, vredig.

En ik ben niet over de héle linie teleurgesteld in mezelf.

Lachen man, zo’n standje van zaken.

Oh ja! En ik heb me laten opvoeden door het échte leven, de realiteit.

Pretenties & tekortkomingen.

Ik weet niet beter of. Taaiheid ook. Blootgeven.

Terug naar Tedja. Las delen 2 & 3. Langzaam, met aandacht.

Wees vorm.
Werk met je handen.
Doe jezelf pijn.
Ram je zelfbeeld aan gruzelementen.

Intense poëzie die overpeinzing nodig heeft.

Met mijn meisie naar Reduzum gefietst, waar in bermen koolzaad bloeide en op landweggetjes pimpelmezen wipten.

Reduzum, 2019 © Ton van ’t Hof

Verhalen zien in een zee van feiten? Huh? Ik wil feiten zien!

Begonnen in Exclusief, de nieuwe dichtbundel van Michael Tedja. Wat me als eerste opvalt: hij zit nog altijd, nu al vier boeken lang, bij de kleinere uitgeverij IJzer, waar commercie nog niet tot in de haarvaten doorgedrongen is. Dat siert Tedja. Na Regen en Briljante man, twee retegoede boeken, zouden toch ook uitgeeffabrieken in hem geïnteresseerd moeten zijn.

Al in de openingsregel van het openingsgedicht licht Tedja een tipje van de sluier met betrekking tot de thematiek van deze bundel:

‘de inclusieve wereld heeft haar relevantie verloren’

Een ‘inclusieve wereld’ is een wereld waarin ook voor de zwakkeren plaats is en niemand uit de boot valt.

Terwijl ik deel 1 las—Exclusief bestaat na het openingsgedicht uit vijf delen en een toegift—begon ik steeds sneller adem te halen, voelde me gaandeweg ongemakkelijker, werd pontificaal geconfronteerd met het gegeven dat normeren óók uitsluiten is.

‘De meester speelt de rol van haas bij het aanleren van gedrag.’

Wet Bescherming Nederlandse Waarden (Wet BNW) noemt Baudet dat.

Tedja maakt invoelbaar wat uitsluiting kan doen met een mens.

Ik werd er verlegen van, legde de bundel met een rode kop weg tot morgen.

‘Wiens houding tegenover de wereld is een teken van onzekerheid?’

‘s Middags met Hennie door de stad gekuierd en, terwijl we schuilden voor een hagelbui, geluisterd naar ouwe meuk uit de jaren 70.

Een paar flesjes bier gehaald bij Jelle, waaronder twee trapistenbiertjes die ik nog niet eerder gedronken heb: een Achel 8 blond uit het Belgische Hamont-Achel en een Gregorius uit het Oostenrijkse Engelshartszell.