Ski-jack aan, muts op, handschoenen mee. Naar Sexbierum, voor een loopje van twee en een half uur. Windkracht vier, enkele graden boven nul. De lucht was loodgrijs. Over modderige paadjes naar de Zeedijk. Op het vlakke land werden hier en daar suikerbieten en spruiten geoogst. Toen ik een man in oranje overal gedag knikte riep hij me toe: ‘Frisjes hè!’ Ook op het wad voerde verlatenheid de boventoon. Ik begon te fluiten. Te midden van deze ruigte voel ik me thuis.

‘Kluizenaar wil niet weg’ kopte Trouw vanochtend in een berichtje op pagina 14. Al bijna dertig jaar lang is de Italiaan Mauro Morandi de enige bewoner van het Italiaanse eilandje Budelli, dat ruim 1,5 km2 groot is en even ten noorden van Sardinië ligt. Toen hij vijftig was besloot Morandi het moderne leven vaarwel te zeggen en kocht een catamaran waarmee hij naar de Stille Zuidzee wilde varen. Maar de boot bleek een miskoop en de voormalige leraar strandde al na een dag op Budelli. Dat bleek, geluk bij een ongeluk, een waar paradijsje te zijn en Morandi is nooit meer vertrokken. Hij heeft er een hutje dat van allerlei gemakken is voorzien en wordt elke twee weken bevoorraad.

Maar omdat het eiland deel uitmaakt van een nationaal park, mag Morandi er eigenlijk niet verblijven. Zijn aanwezigheid op Budelli wordt sinds 1994 gedoogd. En daaraan dreigt nu een einde te komen, waardoor de 79-jarige kluizenaar naar alle waarschijnlijkheid terug moet naar het vasteland. Maar hij wil niet en probeert een gedwongen vertrek te voorkomen. Je kunt het verdere verloop van zijn strijd volgen op zijn Facebookpagina. Op dit YouTube filmpje kun je hem zien en horen.

Schreef ook nog een eerste versie van een conceptueel gedicht voor het volgende nummer van petrichor, dat begin januari 2019 zal verschijnen. Thema: ruis.

Sexbierum, 2018 © Ton van ’t Hof