Marwa Helal—’spookaankoop’
uit de bundel Invasive species, Nightboat Books, 2019

SPOOKAANKOOP

ik zou deze koffiedikkopjes kunnen kopen: nu tussen de 3.000 en 5.000 francs waard. ik zou naar galerieën in algerije of tunesië kunnen gaan, ik zou ze uit museumvitrines kunnen laten weghalen, onder het stof vandaan, ik zou een vergelijk kunnen treffen, ze zouden prompt van mij kunnen zijn. ik dacht er even aan om ze aan te schaffen van het geld dat ik aan dit gedicht overhoud. Ik dacht er zelfs even aan om ze in dit gedicht op te nemen, maar naarmate ik vorder raken zij verder op de achtergrond, en wie wil er nou koffiedik lezen als er een gedicht wacht. om te worden geschreven bedoel ik. eenmaal gekocht zouden de kopjes hun waarde verliezen, zoals het overgrote deel van het leven een afnemende meeropbrengst is, of juister gezegd latente; een spook.

OVER #05661

vluchteling #05661 arriveerde op het eiland algiers toen ze 12 jaar oud was en leefde in een periode van grote armoede in het zuiden van de verenigde staten waar ze een zeldzame auto-immuunziekte opliep. op dat moment ging ze steun zoeken bij poëzie. pas op latere leeftijd vestigde ze naam als dichter, publiceerde twee dichtbundels na 55 jaar als genezer en medium werkzaam te zijn geweest, waarbij ze mensen, die tijdens de grote vluchtelingencrisis van 2016-2200 waren vervreemd van hun familieleden, hielp contact te maken. haar werk richtte zich op voorouderlijke herinneringen, de energie die in objecten bruist en de psychische ruimte tussen kolonie en land van herkomst. het is ook opvallend dat ze nooit haar staatsnaam gebruikte maar koos voor de laatste vijf nummers van haar vluchtelingenidentiteitskaart. in de overtuiging dat het leven taal nabootst weigerde ze de koloniale hiërarchie van hoofdletters en kleine letters over te nemen, vond alle letters gelijk en verklaarde ooit: ‘in mijn moerstaal zijn de letters verbonden, de wijze waarop de letters zich in deze taal ophouden is een vorm van isolement waar ik niet in geïnteresseerd ben.

NOOT VAN DE VERTALER

het werk van #05661 was van essentieel belang voor de vluchtelingen die zich op het eiland algiers in het zuiden van de verenigde staten bevonden. ze geloofde dat het geen toeval was dat ze op een eiland was beland met dezelfde naam als het land van haar voorouders. op de onderzoeksuniversiteit merkte ze tot slot tegen haar klas op: ‘daar ik hun raad opvolgde t.a.v. bewustwording, weten en niet-weten, dromen en verantwoordelijkheid, nam ik hun inzichten mee hiernaartoe.’ om haar esthetiek te eren, heeft de vertaler ervoor gekozen om van dezelfde stijlmiddelen gebruik te maken als #05661 deed.

© 2400

*

Slechts in de verbeelding bestaat de toekomst, nergens anders. En iets wat alleen in de verbeelding mogelijk is, niet echt is, wordt hersenschim genoemd, of spook van de verbeelding. Dit toekomstgedicht is een spook van de verbeelding. Wat er in beschreven wordt is niet echt maar fantasie. Het is koffiedik kijken. Laat dat een waarschuwing zijn.

Maar dit vers komt in een heel ander licht te staan als ik het tot een toekomstscenario bestempel dat, middels het doortrekken en uitvergroten van hedendaagse ontwikkelingen, ons huidige denken over onvermijdelijke veranderingen kan prikkelen. Dan is het ineens een interessant experiment met gekke ideeën, waarin een alternatieve wereld wordt geschetst en ruimte is voor kritiek op het actuele maatschappelijke bestel. Deze invalshoek is me liever dan de eerste.

Het gedicht bestaat uit drie delen. Het eerste deel is een vertaling van een vers van ene #05661, wat het pseudoniem is van een vluchtelinge die rond 2200 vanuit Noord-Afrika op een eiland in het zuiden van de VS terechtkwam. (Welke gebieden de VS op dat moment ook mogen omvatten.) In deel twee wordt leven en werk van #05661 kort beschreven en deel drie bevat naast wat aanvullende, van de vertaler afkomstige informatie over #05661 ook nog, in de afsluitende zin, een wetenswaardigheid over vertaler & vertaling zelf. Het geheel wordt in het jaar 2400 vertelt door een verteller die alles weet.

Als we het gedicht als toekomstscenario in beschouwing nemen, dan valt direct op dat de huidige vluchtelingenproblematiek naar de verre toekomst wordt doorgetrokken en uitvergroot: de vluchtelingenstromen houden aan tot 2200, de landstreken die worden ontvlucht breiden zich uit tot in Noord-Afrika, en Noord-Afrikaanse vluchtelingen weten ook de VS als toevluchtsoord te bereiken. Wat hier de oorzaken van zijn—klimaatverandering, strijd, nooddruft?—wordt in het midden gelaten.

Daarnaast wijzen saillante details op toekomstige veranderingen die we nu nog niet voorzien: rond 2200 heerst er grote armoede in het zuiden van de VS en is de franc er een gangbare valuta. Schrikbeelden worden opgeroepen bij het lezen van woorden als kolonie, vluchtelingenidentiteitskaart, koloniale hiërarchie en isolement: in wat voor wereld komen we straks terecht? Gelukkig worden er ook geruststellende zaken aangehaald, dingen die ik nu koester en er kennelijk straks ook nog zijn: galerieën, musea, universiteiten. Ook de aandacht van de vertaler voor het esthetische doet me goed evenals het gegeven dat er over een paar honderd jaar nog poëzie wordt geschreven.

Kommer én vreugd. Geen vreugd zonder kommer. Het is nooit anders geweest. Wie nog wat verder uitzoomt zou tot de conclusie kunnen komen dat het voorgespiegelde toekomstbeeld in wezen niet veel afwijkt van ons verleden: tot op de dag van vandaag zijn migratie, uitbuiting en tradities onlosmakelijk met de mens verbonden. Marwa Helal spreekt hier de verwachting uit dat dat nog wel een tijdje zo zal blijven. In die zin is er dus niets nieuws onder zon. Maar bedenk nogmaals, slechts in de verbeelding bestaat de toekomst, nergens anders. Het blijft koffiedik kijken. Waar altijd en overal ook een flikkering van hoop in zit.