Het wit zo wit

Goed schrijven begint met verontrustende feiten. Opperde ik.

Vanaf de geboorte van haar tweede kind begon mijn betovergrootmoeder Maria van de Leur zich opeens Anna Maria van de Leur te noemen. Dit hield ze vol tot haar dood.

Wie vergeet te leven, verliest.

Dus bracht ik enkele uren op ladders door, in aanwakkerende wind, om dakgoten schoon te maken en het garagedak vrij van klimop.

In bad las ik Bert Voetens dichtbundel een bord bekijken: ‘het wit zo wit / als het rond rond’.

Holwerd, 2020 © Ton van ’t Hof

Wie?

Mijn moeder, die eindelijk weer eens bij ons op bezoek was, zag een babyfoto van me en zei glunderend: ‘Ja, dat was het leukste beestje wat er was.’

Langzaam maar zeker kom ik achter de identiteit van mijn voorouders. Genealogisch onderzoek heeft iets weg van een whodunit.

Terwijl ik naar mijn betovergrootvader Daniel van ‘t Hof vorste, vond ik de ouders van zijn echtgenote Maria: Judocus van de Leur en Lamberta Toemen. Toen Judocus en Lamberta in 1820 trouwden, was hij linnenbleker van beroep en zij dienstmeid. Later zou Judocus nog het vak van, jawel, tapper uitoefenen en dat van bouwman.

Dit blog is ook een motor, methodiek, om te ontdekken wat ik bedoel, te zeggen heb, en op basis daarvan te handelen, vorm te geven aan mijn aanwezigheid / in de wereld.