Bovenop de stapel lag een familiefoto waarop een van mijn overgrootmoeders van moederskant centraal staat, Maria Spann, geboren Eerden. Ze poseert samen met twee dochters, hun echtgenoten en een zootje kleinkinderen. Links heeft mijn grootvader Harm Geert Leupen een hand op de schouder van zijn oudste dochter (mijn moeder) gelegd, en helemaal rechts kijkt mijn grootmoeder Gerarda met nauwverholen trots in de camera. Ik schat dat deze foto in 1947 genomen is. Mijn overgrootmoeder is dan al enkele jaren weduwe.

Via het Gelders Archief vond ik een kopie van haar geboorteakte: Maria Eerden werd op 20 maart 1876 in Millingen aan de Rijn geboren. Haar vader Jacobus was op dat moment 37 jaar oud en riviervisser van beroep, haar moeder Margaretha, meisjesnaam De Bruijn, was twee jaar jonger dan Jacobus en zwaaide de scepter over het huishouden.

Stomtoevallig kreeg een oudere broer van Jacobus, Hermanus, op dezelfde dag eveneens een dochter: Helena. De vader van deze broers, Cristoffel Eerden, blijkt voordat hij riviervisser werd militair te zijn geweest. Hij is de derde militair die ik tot nu toe in mijn stamboom ben tegenkomen—de twee anderen zijn mijn vader (KVV’er geweest) en ikzelf. Ik heb nog veel uit te zoeken. Elke nieuwe genealogische vondst roept nieuwe vragen op.

Als ik over mijn eigen leven schrijf of praat, ben ik een gluurder die vertelt wat hij gezien heeft. En als mijn autobiografische schrijfsels al een doel hebben dan zou dat acceptatie kunnen zijn, van mijzelf en de wereld waarin ik leef, en dan niet halfhartig en met pijn en moeite, maar totaal en met vuur.

Thans zie ik iemand die, al zijn leven lang, in weinig tot niets trots is op zichzelf. Die dikwijls angstig is. Cynisch ook. Maar niet onvriendelijk. Eigenwijs soms, maar niet laconiek. Hij kan hiervoor geen diepere oorzaken aanwijzen.

In 1908 waren mijn betovergrootouders, Jacobus Eerden en Margaretha de Bruijn, veertig jaar getrouwd. En ik heb het dan over de ouders van de moeder van mijn grootmoeder van moederskant. Bij die gelegenheid lieten ze zich, vermoedelijk voor hun huis in Millingen aan de Rijn, samen met hun negen kinderen fotograferen. Mijn betovergrootmoeder zit in het midden, haar echtgenoot staat, voor de kijker, links achter haar. Mijn overgrootmoeder, Maria, naar wie mijn moeder is vernoemd, zit, voor de kijker, uiterst rechts.

Mijn grootmoeder, die ik goed heb gekend, had haar pinnige mond, zie ik nu, van mijn betovergrootmoeder.

6428B25D-9A3E-48B1-AC7F-03008B0ED364