Je verscheurd voelen door loyaliteit aan de politiek & hogere legerleiding enerzijds, en staan voor je manschappen anderzijds, is voor veel hoger geplaatste militairen een herkenbare gewaarwording. Ik heb er zelf mee geworsteld, en anderen mee zien worstelen. Het overkwam Generaal-Majoor Van Langen, Chef van de Generale Staf van het KNIL, ook. Van Langen was de grootvader van Hans Goedkoop. In De laatste man. Een herinnering (2012) reconstrueert Goedkoop de carrièregang van Van Langen gedurende de jaren van de politionele acties en probeert erachter te komen waarom zijn grootvader na zijn repatriëring werd uitgerangeerd. Ik las het in één adem uit.

Dat Angela Merkel nooit een leven ‘in de marge’ heeft willen leiden, al vroeg haar ‘intellectuele mogelijkheden’ kende en van plan was die te benutten, verbaast me niets. Ik ben nimmer een ambitieloze generaal tegengekomen. Maar als Wierd Duk in Angela Merkel. Koningin van Europa (2014) me vertelt wat een van haar lievelingsfilms is, zit ik op het puntje van mijn stoel. Dat zegt iets, wat ik nog niet wist, over de mens achter de eerzuchtige politica. Die Legende von Paul und Paula is een Oost-Duits ‘romantisch drama’ uit 1973 die tegenwoordig geldt als ‘Ostalgie-cultfilm’. Merkel was 19 toen Die Legende werd uitgebracht. In de film scheuren de getrouwde Paul en alleenstaande moeder Paula, op muziek van de Oost-Duitse rockband The Pudhys, elkaar de kleren van het lijf. Op YouTube trof ik een video aan met beelden en muziek uit Die Legende (zie hieronder); achter Merkels effen gezicht gaat hartstocht schuil.

10.09.2019

Afgelopen weekend werd er een poëzierelletje geschopt. Martin Reints, die weer reageerde op een bericht van Huub Beurskens, noemde Vasalis’ ‘beroemdste’ gedicht ‘Afsluitdijk’ ‘een toonbeeld van onzin’. Ik zal je zeggen, ik had nog nooit van dat vers gehoord laat staan gelezen. Nu bevindt er zich tussen de honderden poëziebundels die ik bezit dan ook niet ééntje van Vasalis. Nee, geen blos van schaamte op mijn wangen. Ik ga mijn eigen weg.

‘De dingen die je je herinnert hebben geen vorm. Als je over ze schrijft moet je ze een begin, middenstuk en einde geven. Om het leven vorm te geven—dat is wat een schrijver doet. Dat is wat zo moeilijk is.’—Jean Rhys

Bijna tachtig bladzijden lang heb ik de overvloed aan drank, drugs en lusteloosheid in Myles’ Chelsea Girls (1994/2017) weten te verdragen, daarna werd de weerzin te groot en heb ik het boek moeten wegleggen. Wat meer zegt over mij dan over deze vlot geschreven ‘memoires van de rockster van de moderne poëzie’ die, in de bladzijden die ik las, voornamelijk gaan over haar adolescentie en de jaren erna—Myles was 35 toen het boek verscheen. Na verloop van tijd wist ik het simpelweg wel.

Trager, dieper lezen. Geen vluchtigheid maar substantie. We schijnen er, lees ik online, nog steeds nood aan te hebben. Slow reading heet dat. En volgens neurowetenschapper Maryanne Wolf kies je met slow reading voor ‘kritische analyse en empathie’ in plaats van het snel opnemen van informatie.

Op dit punt van schrijven aanbeland, moest ik ineens denken aan enkele Twitterberichten die ik vanochtend las, van jongere literaire auteurs, die in oneliners hun mening over politieke kwesties met andere twitteraars deelden. Wat mij ergerde was de air die uit die berichten sprak, de ijdelheid: luister mensen! ik heb een boekje gepubliceerd en dús doet mijn oordeel ertoe! Maar hoe langzaam ik de uitspraken ook herlas, het bleven losse flodders. (Wat ook nog kan: dat ik de arrogantie er onbewust bíj verzon, fantaseerde, uit afgunst bijvoorbeeld. Je weet het niet.)

In zijn journaal Paul-Tegenpaul 1969-1970 (Nijgh & Van Ditmar, 1970) gaat Paul de Wispelaere in op scherpe kritiek die Rudy Kousbroek ooit uitte op een gedicht van M. Vasalis. En passant betoogt De Wispelaere dat critici elk werk met zowel affectie als aversie zouden moeten benaderen:

‘Een voldoende dosis sympathie is nodig om een werk grondig te begrijpen en naar waarde te schatten (op het gevaar af van overschatting), en een dosis tegenzin of afkeer is nodig om genadeloos de zwakke plekken in een werk bloot te leggen (op het gevaar af van onderschatting).’

Een evenwichtig oordeel, stelt De Wispelaere vervolgens, is gebaseerd op affectieve én aversieve bevindingen: ‘daarin ligt al voldoende spanning besloten om alle tamheid en kleurloosheid [in een recensie] uit te sluiten.’ Hier valt enerzijds wat voor te zeggen, geloof ik, anderzijds vraag ik me af hoe je zo’n duale benadering telkens weer bewerkstelligt; geen eenvoudige opgave, lijkt me.

Ze boeien me meer dan ooit: documentaires over uithoeken van deze wereld. Weg van de idiotie van het mondiale casinokapitalisme, op zoek naar een glimp van een omgeving waarin de mens niet of nauwelijks domineert. Chodovaricha is zo’n plek, een afgelegen weerstation op een Russisch schiereiland in de Barentszzee. Zand, zee, toendra. Wind en bittere kou. Het stationnetje wordt gerund door drie mensen. Eenmaal per jaar worden ze bevoorraad. Soms vindt er een wisseling van personeel plaats, maar dat is eerder uitzondering dan regel. Arctic Limbo (2015) laat zien dat je je ook hier thuis kunt voelen. ‘In Chodovaricha gaat de tijd onopgemerkt voorbij.’

Beurs- en waaggebouw, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof