Laat gaan, joh

Las bij mijn ontbijt – kommetje magere yoghurt met noten, zaden & gedroogde pruimen – het openingsgedicht van Hans Verhagens bundel Moeder is een rover (2004), die ik naar aanleiding van Verhagens dood voor € 8,64 tweedehands aanschafte.

Maar eigenlijk wist ik het na de eerste strofe al: deze poëzie is niets voor mij: te veel onderbuikgevoel, te veel bombast à la Lucebert:

Die het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen
In dit ondermaanse licht ontleend aan schaduwen
anderen de vingers breken tot ze niet meer meetellen
om ooit de sultans ezel voor zich uit te mogen duwen

Ook met Pim Fortuyn in gedachten kan ik hier geen chocola van maken; het is gezwets met een moraliserend ondertoontje. Hup! Onuitgelezen de boekenkast in.

‘Ach, laat gaan, joh.’ Smaken verschillen, ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is, je hebt ook gedichten van hem gelezen die je wel bevielen, geef het nog een kans, je bent even poëziemoe, drinkt te veel cola, et cetera.

Overall aangetrokken, de Makita DUC405 gepakt en – stralend weertje – een uurtje of drie in boomstammen staan zagen.

Kastanjehouten palen besteld om een pergola van te maken. Slagerij Smit gebeld voor een ‘Moederdag thuisbezorgd voordeelpakket + gratis Moederdag verrassing’. Lege potten en flessen naar de glasbak gebracht, drie tassen vol. Speklappen gemarineerd voor ‘Gemarineerde speklappen met groenten uit de wok’. Vaatwasser uit- en ingeruimd.

Op m’n reet gaan zitten, biertje gepakt.

Ondanks alle vonken heb ik deze dag geen moment vervelend of gevaarlijk gevonden.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Negentig kilo, godverdomme, de rem gaat er weer op.

Als ik dit schrijf zit ik in de tuin en kijk op een bolle buik neer. Het is tegen de dertig graden. We hebben net een fietstocht van ruim 35 kilometer achter de rug. Onderweg geluncht in Café Baard: Hennie een broodje warm vlees, ik een salade met geitenkaas, waarbij ik twee glazen Grimbergen Blanche van de tap dronk. Wel lekker, minder goed voor de lijn.

Op naar een dieet dus, koolhydraatarm, dat werkt goed bij mij. Nu de focus nog.

Toch doet dat fietsen door de weilanden iets met mijn brein; ik word er kalmer van, opgeruimder ook. Kleurrijk detail: de vele veldbloemen in ongemaaide bermen, een lust voor het oog. Op de Boksumerdyk, waar maar weinig auto’s komen, zagen we een kievitsjong op de weg trippelen. ‘Die zit er de hele week al,’ riep een oude man die ons tegemoet fietste.

Na 150 bladzijden Lucebert biografie wekt de hoofdpersoon—dan ergens in de twintig—nog maar weinig sympathie bij me op. Hij komt op me over als een bangerik, praalhans & jokkebrok. Met schilders- en schrijverskwaliteiten, dat wel.

Wirdum, 2019 © Ton van ’t Hof

• Is het dan toch de liefde / die ons in de benen houdt?

• Dronk niet twee, zoals gebruikelijk, maar vier koppen koffie vanochtend.

• Las Marc van der Holsts nieuwe dichtbundeltje en was laaiend enthousiast.

• Herlas Rutger Koplands Het orgeltje van yesterday (1968) en werd een paar keer tot tranen toe geroerd.

• Luisterde naar de nieuwe plaat van Nieuw-Zeelander Marlon Williams, Live at Auckland Town Hall, en was er helemaal ondersteboven van.

• Heb hoogstwaarschijnlijk mondslijmvliesontsteking. Ontkom niet aan een bezoekje aan de dokter. Ik ga momenteel door een periode van verminderde weerstand heen. Mogelijke oorzaken: stress (dood van mijn vader), CLL, combinatie van beide.

• Ontwierp een eerste versie van de omslag voor de nieuwe bundel van Alain Delmotte, die binnenkort als het vierde deeltje van de Chaia • Chapbooks reeks zal verschijnen, en bracht de laatste verbeteringen aan in het binnenwerk.

• Las, afwisselend in zon en schaduw, over Luceberts rafelrand, zijn oorlogsverleden, de periode waarin hij als jongeling, ergens aan de Elbe, vrijwillig meedraaide in de Duitse oorlogsmachine. Het gebeuzel in zijn brieven naar Tiny Koppijn (sic) is nu eens schokkend, dan weer lachwekkend:

‘Inderdaad, een groot gedeelte van ons volk is verwekelijkt, is verjoodst, is ontaard, doch een reden te meer om te vechten voor de zuivere kern die er ongetwijfeld nog in aanwezig is.’

Elk gedicht van Lucebert zal me voortaan ook—jeugdzonde of niet—aan zijn compromitterende houding in de oorlogsjaren doen denken.

• Het Engelse landschap kan oogstrelend zijn, maar het Friese vlakke land voelt o zo vertrouwd aan. Als een oud jasje dat je niet weg kunt doen.

Tijdens onze fietstocht vanochtend de slinkse wendingen van twee tureluurs bestudeerd, knotsgekke manoeuvres om onze aandacht van hun nestje af te leiden. Ze vlogen van hot naar haar. Zeer verantwoordelijke beestjes, hoor.

• Uitgelezen: Oosterse denkers in de polder (2013), waarin Nederlandse filosofen worden geconfronteerd met de vraag of de oosterse filosofie wel tot een vorm van maatschappelijk engagement kan komen. De meesten vinden van wel.

Terloops komen ook andere kwesties aan de orde, waaronder deze: Hoe moedig en mild in het leven te blijven staan? (Helaas geen pasklaar antwoord.)

• Begonnen in: Lucebert. Biografie (2018) van Wim Hazeu. Waarom daarom.

Hoptille, 2019 © Ton van ’t Hof

Het idioom van mijn kunst – dichtkunst en schilderkunst – is in wezen realistisch. Ik wil heel precies met mijn gevoelens en omgeving omgaan. Ergens moet de verbeelding een aanvang nemen.

‘Onze politieke opvattingen vormen een essentieel onderdeel van onze identiteit,’ lees ik in Eos magazine, ‘de eerste levensjaren bepalen of je links of rechts bent.’ Maar blijkbaar liggen onze opvattingen niet voor altijd muurvast. Ik heb lang en vol overtuiging rechts gestemd, maar ben pak hem beet vijftien jaar geleden eerst naar links en daarna uiterst links uitgeweken.

Volkskrant van vandaag: ‘De jonge Lucebert (pseudoniem van Bertus Swaanswijk, 1924-1994), die zich na de Tweede Wereldoorlog manifesteerde als revolutionaire en zeer geëngageerde dichter en schilder, blijkt tijdens de Duitse bezetting bevlogen te zijn geraakt van de ideologie van de nazi’s, inclusief hun antisemitische gedachtengoed. Dat onthult Wim Hazeu in de biografie Lucebert, die vandaag verschijnt.’

Vanochtend aan een zonovergoten Harlingervaart gezeten met mijn digitale ezel. Na ruim twee uur was de batterij leeg, waardoor ik ‘s middags nog even ben teruggegaan voor de laatste details.

BF8ED2D3-12BC-46F4-BAD8-4828EF6DF3A1

Harlingervaart, Leeuwarden, op een ochtend in februari, 2018 © Ton van ’t Hof