Deze week werd Dichter & andere dingen tweemaal besproken: door Piet Kaptein en Remco Ekkers. Beide heren hebben geen affiniteit met en geen kaas gegeten van het soort experimentele poëzie dat ik schrijf. Hun recensies zijn navenant. Waar Kaptein zijn gebrek aan kennis nog probeert te verbloemen door aan de hand van andermans oordeel de loftrompet over de bundel te steken, doet Ekkers geen enkele moeite om zijn onkunde te verbergen. Hij kraamt onzin uit: George Oppen en Charles Bernstein zijn geen flarfdichters, mijn gedicht ‘nederland is groot’ is niet tot stand gekomen met behulp van een Markov Generator en ik ben geen beroepsvlieger bij de krijgsmacht geweest. Ekkers neemt zijn lezers niet serieus.

Je vraagt je af waarom deze heren überhaupt aan een recensie van mijn bundel begonnen zijn? Wie heeft er baat bij deze besprekingen? Je laat een poprecensent die geen verstand heeft van klassieke muziek toch ook niet de laatste cd van violiste Liza Ferschtman bespreken?