In Laurens Hams debuutbundel Mijn grote schuld (Wereldbibliotheek, 2017) is een reeks gedichten opgenomen over de overwintering van Willem Barendsz en zijn bemanning in 1596-1597 op Nova Zembla. Bij het schrijven ervan heeft Ham zich o.a. laten inspireren door een brief die in 1672 door Engels kapers op een Nederlands schip werd buitgemaakt. Onder elk gedicht valt een fragment uit deze brief te lezen. ‘s Winters kan het gemakkelijk twintig tot dertig graden vriezen op Nova Zembla. Het moet steenkoud zijn geweest in en om het uit drijfhout opgetrokken Behouden Huys. Het kot had geen ramen en werd verwarmd met een open vuur. Met het spelen van spelletjes probeerde men de honger en wanhoop nog wat weg te dringen. In onderstaand gedicht geeft Ham deze hachelijke situatie trefzeker weer. De zwarte vingers van Barentsz zijn ook nog een vingerwijzing naar zijn naderende dood. Brrr.

Uit: Mijn grote schuld, Laurens Ham, Wereldbibliotheek, 2017