Lichamen monsteren

BAAIHAL, v. (-len), plaats waar baai verkocht wordt.

‘Authentieke observaties en stijl, inderdaad, meer eisen stelt ware literatuur niet, al het overige schiet tekort.’

L.H. Wiener

Voegde twee voorouders aan mijn stamboom toe: de ouders van mijn betovergrootmoeder Lammigje Rigterink: Evert Rigterink (1797-1870) en Annigje Hendriks Schut (1788-1844). Evert, wever van beroep, en Annigje trouwden in 1821 te Zuidlaren, Drenthe. Annigje was acht jaar ouder dan Evert en weduwe (van Henderikus Aalderink). Ze kregen samen vijf kinderen. Annigje werd maar 53. Evert hertrouwde met Geessien Bruins en kreeg met haar nog drie kinderen. Helaas stierven het eerste kind en Geessien in 1855 kort na elkaar. Evert ging vijftien jaar later hemelen. Nog het vermelden waard: Evert werd geboren in Nordhorn, Duitsland.

Rondje Lutkewier gefietst; zonnig/winderig, gevoelstemperatuur 17°C, UV-index 3 van 10. De noordoosthoek oogt schraler, taaier dan de rest van Friesland.

Daarna lui onderuit in de tuin met William S. Burroughs en Truman Capote.

Zag dat het gras al weer lang is.

Ook monsterden Hennie en ik onze lichamen: dit wordt het jaar van de hangkonten en dunne beentjes. Bij deze slotsom kwamen emoties kijken.

Zoog mijn wangen naar binnen en dacht steeds maar: jij en Flaubert, jongen.

Bornwirdhuizen, 2020 © Ton van ’t Hof

Nee, saai zou ik het leven van mijn betovergrootvader Jan Leupen niet willen noemen, eerder geregeld. Hij bracht het overgrote deel van zijn leven al wevend—zijn beroep—in gat Gasteren (DR) door, trouwde met de drie jaar oudere Lammigje Rigterink en kreeg met haar vier kinderen, wat in die tijd als een bescheiden aantal gold.

Maar wie op de details ingaat ontwaart naast ingedutte tijden ook voor- en tegenspoed. Zo had Jan het geluk dat hij werd uitgeloot voor militaire dienst en mocht blijven weven. Jaren later daarentegen werden hij en Lammigje door een zeer ongelukkig lot getroffen: in 1866 overleed hun enige dochter, Annigje, nog geen tien maanden oud.

Wat ik ook opmerkelijk vind is dat Jan geen van zijn zonen naar zijn vader Hindrik vernoemde, zoals toentertijd gebruikelijk was. Waarom gaf hij zijn eerste zoon de naam Geert mee en liet zichzelf op Geerts geboorteakte Jan Geerts noemen? Een raadselachtige kwestie die om opheldering vraagt.

Nog meer treurigheid: (1) toen Lammigje in 1890, pas zestig jaar oud, de geest gaf, en (2) toen Jan anderhalf jaar later het vertrouwde Gasteren al dan niet gedwongen (werkgelegenheid?) inruilde voor het onbekende Peest (DR), kilometers verderop.

Tot slot Jans nalatenschap. Nadat Jan in 1893 op 59-jarige leeftijd voor Gods rechterstoel was verschenen, mochten zijn drie jongens ‘eenige meubelen van geringe betekenis’ verdelen alsmede 26 are bouwland en 59 are heide in de buurt van Gasteren. Hoe waren die lapjes grond Jan ooit deelachtig geworden? Wordt vervolgd.

Hieronder een recente foto van de nog altijd bestaande woning in Peest waarin Jan, samen met zijn twee jongste zonen, zijn laatste dagen sleet.