In druilregen door het Drentse land van mijn voorouders gereden. Gestopt in Peest (bij het huis waarin mijn betovergrootvader Jan Leupen kort woonde en stierf), Gasteren (bij het huis waarin mijn oom Hindrik Leupen woonde), Anloo (waar talloze Leupens zijn gedoopt), Eext (waar overgrootmoeder Rutgers vandaan kwam) en Rolde (waar grootvader Geert Leupen een logement hield).

In Makkinga (FR) nog het graf van Lammegien Leupen bezocht, de oudste zuster van mijn grootvader van moederskant. Lammegien werd in 1896 in Assen geboren, trouwde in 1914 met boerenknecht Pieter Hendriks Tjassing en legde in 1970 het moede hoofd neer.

Naast het graf van Lammegien en Pieter lagen nog drie Tjassings, die zomaar zonen van hun zouden kunnen zijn geweest: Hendrik, Fedde en Gerard.

PS Heb via AlleFriezen kunnen achterhalen dat Hendrik inderdaad een zoon van Lammegien en Pieter was, die in 1946 op 31-jarige leeftijd ‘door een noodlottig ongeval’ plotseling van zijn familie werd weggerukt.

Muggen. Ik behoor tot het type dat door steekmuggen al op honderd meter afstand wordt waargenomen. Dwars door muren heen. Als er zich één mug in onze straat bevindt weet zij (alleen vrouwtjesmuggen steken) mij te vinden.

Om half vijf wakker. Mug. Naar beneden. Ook daar mug. Zen’sect opgesmeerd, met 40% deet, waarna er prompt een mug op mijn hand landde. Haar met andere hand doodgeslagen. Hoe oud is dat antimuggenspul eigenlijk?

De twee zorgkantoren die zich buigen over de aanvraag van een persoonsgebonden budget voor ma vergen idioot veel van mijn geduld. Ik bespeur drukdoenerij zonder énige concrete output en voel aandrift om met een houthakkersbijl te gaan zwaaien. (Wees niet bang, ik kan en zal me beheersen.)

‘Er is ook een theorie denkbaar dat de kwaliteit van de boekhandel bepaald wordt door de boeken die je er niet vindt.’—Ad ten Bosch

Eindelijk heb ik ze op een rijtje: de kinderen van mijn overgrootouders Geert Leupen en Geertruid Rutgers: elf stuks. Ga er maar aan staan! Lammegien (1891-1970) was de eerste, mijn grootvader Harm Geert (1910-1992) de een-na-laatste. Daar tussenin zaten Jacob, Jan, Annechien, Willem, Roelof, Roelof, Anna en Harmina. De benjamin heette Evert Geert, die in 1911 ter wereld kwam.

Roelof 1 werd ruim dertien maanden oud en Roelof 2 stierf—waaraan is (nog) onduidelijk—op 16-jarige leeftijd. Harmina hield het al na 34 dagen voor gezien. Hoewel ik nog niet weet wanneer Jacob, Jan en Anna de geest gaven, zou het me niet verbazen als mijn grootvader als laatste van het gezin de grote reis aanvaardde. Ik zal mijn herinneringen aan hem op een later moment boekstaven.

Een vraag die me ook bezighoudt: waarom liet zijn jongere broer Evert Geert, die slechts 61 werd, zich als Geert Leupen—dus zonder Evert—begraven?