Daan Roovers, Denker des Vaderlands, Wij zijn de politiek: ‘Ons grootste probleem is niet zozeer de overheersing van de ene klasse over de andere, of de hardnekkigheid van antiwetenschappelijke scepsis, racisme of homofobie, maar de overheersing van de extreme stem over de gematigde.’

Te veel hooi op mijn vork nemen; nóg zo’n trekje van me.

Kunst, literatuur, poëzie gaan voor alles over ‘dat eerste persoonsperspectief’, de ervaring. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik hiervan overtuigd raak.

Alleen ík kan zeggen wat ik vanbinnen ervaar.

Mijn moeder ziet er sinds ze in Bartlehiem zit gelukkiger uit dan in jaren. Het gevoel bekruipt me dat ze sinds mijn vader ziek werd en verbolgen—zijn gezicht stond sedert eind 2015 op onweer—eenzaam is geweest. Pa kon geen begrip meer opbrengen voor haar voortschrijdende dementie; wat een fucking intermenselijk debacle moet dat zijn geweest.

Kunst, literatuur, poëzie maken het leven niet zozeer ‘aangenamer’, maar ontsluiten het eerste persoonsperspectief, maken het toegankelijker voor ons allen. Iets wat machines niet kunnen doen.

Vanmiddag met moeders naar de kantonrechter in Almere geweest, die het verzoek tot onderbewindstelling & instelling mentorschap ten behoeve van ma—opdat mijn zussen en ik mogen beslissen over financiële en medische aangelegenheden die haar aangaan—inwilligde.

Toen we afscheid namen schudde mijn moeder de kantonrechter de hand en zei doodserieus: ‘Welterusten.’

En vandaag is het precies 33 jaar geleden dat ik ‘ja, ik wil’ zei tegen mijn geliefde.

Om 02.15 uur wakker. Gevolgd door een gedachtestroom over zaken die nog geregeld moeten worden met betrekking tot de verhuizing van ma. Opgestaan toen de kerkklok vier keer sloeg.

Brief ontvangen waarin staat dat de as van pa op 5 juli jl. verstrooid is vanuit een vliegtuig over de Noordzee. Toen dit aan ma werd voorgelezen zei ze lachend: ‘Dat vind-ie leuk hoor, uit het vliegtuig!’

Zag een vlog over een gezellig samenzijn in een verlaten sanatorium in het Georgische plaatsje Skaltoebo, waar heet bronwater door de straten loopt. Een Georgiër, Wit-Russin en Londenaar brachten een toost uit op hun vrijheid & Europeaan-zijn. Kennelijk rekbare begrippen. En waarom ook niet!

Je zoekt het een, vindt iets anders:

  • de geboorte- en overlijdensakte van mijn overgrootvader Geert Leupen: geboren op 28 oktober 1863 in Gasteren (DR), overleden op 28 juli 1939 in Epe (GD);
  • de vermeldingen van de geboorte van mijn moeder in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant en De Gelderlander, beide op zaterdag 19 oktober 1935;
  • vijf edities van het Algemeen adresboek van de stad Nijmegen en omliggende dorpen, waaruit blijkt dat mijn grootvader Harm Geert Leupen van 1936-1951 met zijn gezin aan de Postdwarsweg 15 te Nijmegen woonde en al die tijd het beroep van ‘kellner’ (sic) uitoefende.

Laat ik nou onlangs met Tim tijdens onze 2-daagse wandeltocht in Drenthe in de uitspanning Pannenkoekenboerderij Brinkzicht te Gasteren thee met gebak hebben geconsumeerd! En mijn moeder is dus op een woensdag geboren (weetfeitje).

kelner: ‘ober, bediende in café of restaurant’; ontleend aan Duits Kellner, ontwikkeld uit Oudhoogduits kellenāri ‘keldermeester, beheerder van de voorraadkelder’, ontleend aan middeleeuws Latijn cellenarius, afleiding van klassiek Latijn cellārium ‘voorraadkelder, wijnkelder’.

Vanochtend zo druk geweest als een klein baasje: geschilderd, tekst gezet, boodschappen gedaan.

Vond ’s middags een kopie van mijn Diploma Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO), dat ik, na zeven jaar op en neer te zijn gefietst (4 km enkele reis) naar de Bona (Scholengemeenschap Bonaventura-Kijckenborg te Leiden), in juni 1978 uitgereikt kreeg. Mijn eindexamen omvatte de volgende zeven vakken: Nederlandse taal en letterkunde, Engelse taal en letterkunde, Geschiedenis/Staatsinrichting, Wiskunde I, Wiskunde II, Natuurkunde & Scheikunde. Gek genoeg worden de cijfers niet op het diploma vermeld. Voor ik aan de eindexamens begon stond ik voor zes van de zeven vakken onvoldoende. Gelukkig wist ik een eindsprintje in te zetten en slaagde met zeven zessen!

In het grote archief kwam ik ook nog rapporten tegen van mijn vader en moeder. Daar staan géén onvoldoendes op! Van mijn pa betreft het waarschijnlijk zijn laatste rapport van de lagere school, met een 9 voor gedrag en een 9 voor vlijt! Ma zat in 1951/52, 16 jaar oud, in de derde klas van de R.K. U.L.O. School te Eindhoven, en volgende er 18 (!) vakken. Ze werd ook nog eens beoordeeld op gedrag, vlijt, beleefdheid en orde, waar ze in het 3de trimester respectievelijk een 6, een 7, een 7 en een 6 voor scoorde. Toch vreemd om dit soort waarderingen voor je ouders te vernemen.

De drie do’s (dogma’s) van de Amerikaanse cursussen creatief schrijven: Write what you know; show, don’t tell; find your voice. Maar wat weet ik & wie ben ik?

Wow, op zijn eerste wandeldag door de Harz—niet bepaald vlak terrein—overbrugt Heinrich Heine bijna veertig kilometer! We noteren 1824. Heine is dan 26 jaar.

Belde gisternacht bij mijn vader aan. Ik stond beneden voor een gesloten haldeur. Dat is het mooie van dromen: daarin kun je na je dood blijven optreden, mits ze maar van iemand anders zijn. Ook op het vierde belsignaal kwam geen reactie. Ik keek omhoog maar zag niemand bewegen achter de ramen van de ruime seniorenflat. Ver kon-ie in zijn belabberde toestand toch niet zijn. Chagrijnig hield ik mijn vinger wel een eeuw op het zwarte knopje, totdat ik zijn gruizige stem door het luidsprekertje hoorde:

‘Geen mens komt erin, niet één enkele terrorist!’

Mannen en hun angsten.

‘Grijskopkievit gespot in Workum’. Wat groot nieuws is in Friesland, want breed uitgemeten op pagina 3 van het regionale dagblad. Het beestje moet de weg zijn kwijtgeraakt. Hij komt gewoonlijk alleen voor in Siberië, China en Japan, wat overigens best een riant leefgebied is. En als je als grijskopkievit dan toch in Workum bent aangeland, ga je natuurlijk even buurten, zoek je het ‘gezelschap’ op van je ‘bijna-soortgenoten, de gewone kievit.’ Wat ik me wel afvraag: hoe zou hij zijn neven en nichten hebben herként? Vogels weten veel meer dan wij denken.

En dan is daar toch ineens het bewijs: mijn zussen en ik werden inderdaad één dag na onze geboortes gedoopt. Uit het familiearchief vis ik drie getuigenissen op, die zijn opgemaakt door de geestelijken die ons ‘dit Sacrament’ toedienden. ‘Door het H. Doopsel werd [ik] Kind van God en lidmaat van de H. Kerk.’ Na mijn misdienaarschap, waarover later meer, nooit meer iets mee gedaan. Mijn doop vond plaats in de Sint-Antoniuskerk te Haarlem, in bijzijn van mijn in allerijl opgetrommelde peter en meter, respectievelijk de oudere broer van mijn vader, Will, en een jongere zus van mijn moeder, Gerda.

‘De rooms-katholieke, oosters-orthodoxe en de meeste protestantse kerken uit de tijd van de Reformatie kennen het kinderdoopsel (of kinderdoop), waarbij een kind zo vroeg mogelijk gedoopt wordt. Dit doet men naar aloude traditie en omdat de ouders krachtens hun christelijke overtuiging de heilzame of zelfs heilsnoodzakelijke werking van het doopsel niet mogen onthouden aan hun kind.’ (Bron: Wikipedia.)

En ik gok er vooralsnog op dat ma telkens, vermoeid als ze moet zijn geweest, is thuisgebleven.

Muziek uitgezocht voor de crematie morgen, en een toespraakje geschreven. Geen doordacht, genuanceerd verhaal, maar gewoon wat gedachtes die in me opkwamen; een ongeveinsd portretje van mijn ouwe heer.

Daarna in de achtertuin gewerkt: de laatste rotzooi van de vorige bewoners in de puinbak gegooid (in totaal zes kuub weggedragen) en de oude regenpijp van pvc vervangen door eentje van zink. De wederopbouw is gestart.

Aan het einde van de middag volledig gaar in bad gedoken met een dichtbundel: Morgan Christie’s Variations on a Lobster’s Tale (2018)—3 sterren.

Keek naar enkele vlogs van Engelsman Arthur Chichester, die onlangs afreisde naar Wit-Rusland en daar de door Tsjernobyl besmette gebieden bezocht. Fascinerend. Ik kocht ook zijn boek over deze trip, The Burning Edge: Travels through Irradiated Belarus (2018), dat hij in eigen beheer uitgaf (Kindle editie voor € 4,05). Deze rauwe uitingsvormen – vlogs, eigen beheeruitgaven – staan al langere tijd in het middelpunt van mijn belangstelling; hun ongepolijste authenticiteit staat me aan.

In een van de vlogs: een taaie 91-jarige Wit-Russin die nog altijd zelfgeteelde aardappels rooit/rooide in gecontamineerd gebied.

Luisterde naar Sing for Absolution van Muse (één van mijn favoriete nummers in Afghanistan)

en toen brak ik.

Hologig is het juiste woord, en graatmager: zo lag pa vanochtend in zijn bed. Hij was blij me te zien, maar trok zich al snel weer terug onder de dekens; de man wil alleen nog maar rust. Daarna met ma naar een tuincentrum—‘Oh leuk!’—en een bak vol geur & kleur gekocht voor de lege bloempotten op haar balkon. Ze begrijpt heel goed dat pa binnenkort gaat hemelen, maar haar dementie voorkomt, tot nu toe, enige vorm van droefgeestigheid.

‘t Leven gaat zijn eigen weg.

Vanmiddag in de achtertuin gebuffeld, waar de vorige bewoners van ons huis onder de vlonder circa vier kuub puin hebben achtergelaten.

Wat een show moet dat zijn geweest.