Zo bijzonder goed

Stipt om acht uur tikte de fornuizenmonteur op de achterdeur. Hij was hier enkele jaren geleden ook al geweest. Bij de vorige bewoners, zelfde fornuis. ‘Goh, ik reed nog zo hiernaartoe.’ Toen ging het om een weerbarstig ovenlampje, nu om een pit die niet wilde blijven branden. Vijftien minuten later was de reparatie gepiept. Kassa. Ik moet me toch eens in fornuizen gaan verdiepen.

Nadat halverwege de ochtend de hemelkraan was dichtgedraaid trok ik de wandelschoenen aan. Ik hou van fris weer en op hol geslagen wolken. Bij Waaxens rechtsaf geslagen om via de Elbasterwei Holwerd te naderen. Onderweg kom je dan een enorme schietwilg tegen, die zich uit een slootkant grillig heeft opgericht.

‘Sommige staan gekromd,’ schreef Koos van Zomeren over wilgen in zijn bomenboek¹, ‘als een kogelstoter voor zijn worp. Sommige hellen juist áchterover en roepen het beeld op van de verwoeste stad van Zadkine.’

Ik blijf bij déze ‘kogelstoter’ altijd even stilstaan. Gezien zijn stamomvang loopt hij tegen de honderd, wat voor schietwilgen een respectabele leeftijd is. Een en al wilskracht, dacht ik vanochtend.

Op het moment dat ik Holwerd verliet, bij molen De Hoop, begon het opnieuw te regenen, zachtjes gelukkig. Ganzen en aalscholvers kruisten het grijze zwerk, geen mens te bekennen. Ik voelde me zo bijzonder goed dat het me opviel.

  1. Van Zomeren, K. (2008). Het bomenboek. De Arbeiderspers.
Schietwilg, Waaxens, 2020 © Ton van ’t Hof

Omstandigheid van de dag

Koos van Zomeren, Omstandigheden: ‘Is het [leven] dan allemaal tevergeefs geweest? Geen flauw idee. Ik zou zeggen: definieer vergeefsheid, ja, definieer vergeefsheid eens zo dat niet álles vergeefs is. Kijken we daarna verder.’

De regen kletterde op de ramen toen ik om 07.30 uur begon aan een nieuw boek: De omgevallen boekenkast, waarin journalist Hans van Straten (1923-2004) zijn aantekeningen over en naar aanleiding van boeken verzamelde. Een boekenboek voor hartstochtelijke boekenlezers. Deeltje privé-domein nr. 133 (1987) dat ik voor € 16,75 inclusief verzendkosten aanschafte bij een antiquair.

Volgens buienradar neemt vanochtend het binnen zitten vanuit het westen toe.

Dronk een extra bakje koffie.

Verzette na enkele regenbuien toch nog flink wat werk in de tuin, haalde het nummerbord op voor het aanhangwagentje en wandelde met Hennie naar Foudgum, waar dichter en predikant Piet Paaltjes enkele jaren woonde en werkte.

Prachtig plekje. Ca. tachtig inwoners, vrijwel allemaal in eeuwenoude huisjes. De pastorie waarin Paaltjens ooit resideerde is thans een B&B. Foudgum als omstandigheid.

Waar je voeten je heen brengen. 

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Kop vol haar

Lees thans ’s avonds veel. Alleen op onze iPads hebben we nog tv. Geen standalone kastje meer. En dan grijp ik kennelijk sneller naar een boek. Bevalt me voor het moment uitstekend. Alsof ik mijn tijd beter besteed. (Alsof, maar geenszins zeker.)

Begonnen in Otto’s oorlog, waarmee Koos van Zomeren in 1983 literair doorbraak. 37 jaar geleden. Tjee. Ik was toen Eerste Luitenant en werkte in een bunker op de Veluwe, in ploegendienst. Kop vol haar, nog zat potentie. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Afgelopen dagen zo druk als een klein baasje geweest. Geen tijd genomen voor het bijhouden van dit dagboek, wel voor het verzorgen van de tuin en het werken aan reparaties in en om het huis. What else? 

Eén van Van Zomerens personages over Banc d’Arguin, Mauritanië: ‘Dit is de wereld zoals hij God voor ogen moet hebben gestaan voordat zijn schepping begon te mislukken.’ Van Zomeren bezocht begin 1980 dit gebied.

Geweldig sloopweertje vandaag, zweten geblazen. En dan: tiid foar in bier.

Waaxens, 2020 © Ton van ’t Hof

Mijn eerste meubelstuk

Vanochtend de eerste verjaardag van Gaia Chapbooks gevierd met de publicatie van het negende deeltje in de reeks: Your Daily Fake Poetry van debutant Bob Vanden Broeck.

Vervolgens deel tien gezet, dat volgende maand zal verschijnen: De kolengruizer van Martin Knaapen.

Daarna pompoensoep gemaakt en wat gelezen:

‘Het probleem met Nederland is dat de landschappen hier nog vergankelijker zijn dan wijzelf.’

Koos van Zomeren

‘s Middags de overall aangetrokken en mijn eerste meubelstuk gemaakt: een stoel, vrij (want niet helemaal gelijk) naar een ontwerp van de Italiaanse designer Enzo Mari (1932). Morgen beitsen.

Geen geheimen hebben

Met de bus op en neer naar Leeuwarden geweest voor een gebitsreiniging. De tandartspraktijk in Holwerd neemt momenteel ‘helaas geen nieuwe patiënten aan’. Daarom zijn we voorlopig nog op onze oude (en vertrouwde) tandarts aangewezen. Maar wat me voorheen een uurtje kostte, kost me vanwege de toegenomen reistijd thans drie uur.

En wat een takkenweer onderweg! Gelukkig hield Koos van Zomeren me gezelschap; citaat uit Nog in morgens gemeten. Nieuw Herwijns dagboek (2006): ‘Regen, wind, een nieuwe kou. Mooi weer vind ik ook wel mooi, maar van lelijk weer, vooral als het net een hele tijd mooi is geweest, kan ik echt vrolijk worden.’

Eenmaal weer thuis: kop zelfgemaakte erwtensoep opgelepeld, aannemer gebeld, dakpannenreiniger aangeschreven, proefdruk van Bob Vanden Broecks Your Daily Fake Poetry besteld, naambordje op de deur geschroefd, tig verhuisdozen uitgepakt.

En o ja, het loffelijk streven van vandaag was: eerlijk zijn, en aardig, met beide benen op de grond blijven staan, geen geheimen hebben; oftewel: oprekken dat perspectief!

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof