‘Nog altijd loop je hier,’ zegt Koos van Zomeren in een van zijn stukjes voor NRC, ‘aan de hand van de mensen van toen.’ Onze stormachtige verovering van het landschap is overal zichtbaar. Daar doelde Van Zomeren op.

Zeg maar tja.

Uitslag van het kweekje: geen schadelijke bacterie, geen schimmel in de mond. Wat dan? Mondbranden, zei de arts vorige week, zou het ook kunnen zijn. En daar is niets aan te doen. Meestal gaat dat vanzelf weer over. Meestal wel. Kan maanden duren.

Zeg maar tja tegen je tja.

‘Wat eten we?’ ‘Lasagne, maar anders dan anders.’ Wat een halvering bleek te zijn van het gebruikelijke aantal ingrediënten. Eenvoud is het kenmerk van het ware.

Terwijl ik de verrekijker uit de tas opdiepte vloog de vogel op en streek een stuk verderop neer. Door de kijker zag ik wat ik eerder ook al waargenomen had: bruin gevlekt met een kuif. En weg was-ie weer. Opgelost. Thuis kwam ik eerst tot de conclusie dat het een veldleeuwerik moest zijn geweest, maar las even later dat dat beestje zo goed als verdwenen is uit Nederland. Maar welke vogelsoort hadden we dan gezien?

Bij Bartlehiem weigerden vier parelhoenders en een pauw ons de doorgang. En gillen dat ze deden!

Je hoort mij deze dagen niet klagen over te weinig actie, hoor!

Ook onvergetelijke wolkenpartijen vandaag.

Het geven van meninkjes, vellen van oordeeltjes, huldigen van standpuntjes; ze komen mijn neus uit. Toch zal ik er vroeg of laat weer aan moeten.

Koos van Zomeren—Een jaar in scherven. ‘Uitsterven is een wel erg hevige manier van sterven.’

ADVENANT, bn. hupsch, vriendelijk, voorkomend; bijw. naar advenant, in evenredigheid met het vorige, naar evenredigheid.

Vrouwenparochie, 2019 © Ton van ’t Hof

Werd herinnerd aan iets van vroeger—Silvershag—en dacht: dat pakje was toch groen?

Koos van Zomeren—Een jaar in scherven. ‘Kundig niksen is het ruggenmerg van het [schrijvers]vak.’

Vanochtend met ma op Wilgeneiland gewandeld. De temperatuur steeg snel, maar onder de knoepers van bomen was het nét te doen. Ik had nog wat vragen openstaan. In het trouwboekje van mijn ouders valt te lezen dat ik één dag na mijn geboorte de doop kreeg toegediend. Klopte dat? En was mijn moeder daarbij geweest? Of had mijn vader me meegenomen terwijl zij in het kraambed achterbleef? Ik begon voorzichtig:

‘Weet je nog dat ik gedoopt ben, ma?’
‘Uh, jij?’
‘Vlak na mijn geboorte.’
‘O ja? Wie heeft dat gedaan dan?’
‘In de kerk’
‘Vroeger gingen wij wel eens naar de kerk, ja.’

Geen antwoord gekregen, dus. Misschien dat mijn peetoom of peettante, die beiden nog leven, het wél weet.

Luisterde in de auto naar een interview met Ap Verheggen, een Nederlandse kunstenaar die een methodiek bedacht waarmee je water kunt winnen uit droge woestijnlucht. Momenteel wordt er een machientje getest dat, op tamelijk eenvoudige maar vernuftige wijze, 600-1000 liter water per dag produceert, op zonne-energie. Wauw.

Vanochtend vroeg het ebook & de paperback vervaardigd van Brandsma. Een Friese familiekroniek en een proefdruk van de paperback besteld. Over veertien dagen ligt het als #5 van de Gaia • Chapbooks reeks in de winkel.

Dit boekje vervult me met een zekere trots. Het is de vrucht van diepgravend genealogisch onderzoek dat zich over enkele jaren uitstrekte. Vervolgens is het een kunst om alle losstaande feiten om te zetten in een vlotlezend verhaal. Ik denk dat ik daar wel in geslaagd ben. Een strofe van Rutger Kopland dient als motto:

Want zoals altijd en overal en iedereen
kwamen ook wij weer op het punt
dat we tot geen generatie behoorden,
we lagen er alleen voor

Daarna naar Veenwoudsterwal—één van Frieslands mooiste dorpen—gefietst en bij ‘t Dûke Lûk een boerenbal met patat gegeten. Misschien gaan we morgen terug om er een fluisterbootje te huren en door het natuurgebied It Bûtenfjild te varen.

Met het oog op de naderende hittegolf een limoengroen schaduwdoek & een bevestigingssetje besteld.

Koos van Zomeren—Een jaar in scherven. Hij wil zich niet in een debat mengen en geeft daar als reden voor op: ‘Waar standpunten worden betrokken maakt de waarheid zich klein.’ Een boeddhistische gedachte. Prachtboek, dat ik nu voor de derde keer lees.

Vijf uur. Plop! Mindful drinking!

Vanochtend vroeg: het gaat straks regenen & de krant zit nokkievol treurigheid.

Bestelde een SpeedComfort Basic Trio set om gas te besparen en deed een stelletje diepe, stress regulerende ademhalingsoefeningen van iceman Wim Hof.

Wandelde zeven kilometer om twee tochtstrippen te halen.

Maakte het eerste deeltje uit de Gaia • Chapbooks reeks proefdrukgereed en bestelde een proefdrukexemplaar.

Las in Koos van Zomerens Naar de natuur een citaat van de Duitse auteur Jurek Becker, dat Van Zomeren aardig vond en ik van toepassing op mijzelf:

‘Het gevoel bij anderen belangstelling voor mijn persoon op te wekken, volgens mij voor ieder mens van belang, lukt mij het best achter een bureau.’

Hang daarbij wel Lacan aan: ik heb géén kern die ik zou kunnen laten zien.

In Trouw vandaag:

‘Dichter Ton van ‘t Hof schrijft op zijn blog zelfs dat eigenbeheerdichters “een poot is uitgedraaid”. Ze moesten wel het inschrijfgeld van 75 euro betalen, maar zouden nooit een schijn van kans hebben gehad. Onzin, verzekert Baars: de jury heeft alle werken serieus gelezen en weet door de labels heen te kijken.’

Waarmee zo ongeveer alles gezegd is over deze kwestie.

08.14 u. Sinds jaar en dag lees ik op mijn toilet bijna dagelijks een miniatuurtje van Koos van Zomeren, waarvan hij er in de jaren 90 meer dan duizend voor de voorpagina van NRC Handelsblad schreef (gebundeld in Ruim duizend dagen werk, De Arbeiderspers, 2000). Vandaag zat Van Zomeren samen met twee dames uit het hoge noorden in een treincoupé toen er een ambulance met zwaailicht een perron op kwam rijden:

‘“Moet je nou zien,” zei ik. Een van beide vrouwen stond op, boog zich naar het raam en bevestigde het vreemde van wat we samen zagen. Toen zei ik dat er zeker iemand onwel geworden was. “Dat is wel te hopen,” zei die vrouw. “Anders nemen ze misschien zomaar iemand mee.”
     Bestaat er al een vereniging tot behoud van het Groninger gevoel voor humor?’

12.10 u. Ten noorden van Rottevalle gewandeld. Thuis het kliekje van gisteravond opgepeuzeld: mediterrane visstoof met bulgur.

15.18 u. Sloeg Rainald Goetz’s Johann Holtrop dicht en verzonk in gedachten: wat een monumentale roman. Beter is de ondraaglijke leegheid van het moderne witte boordenbestaan nog niet onder woorden gebracht. Hoe uitgeburgerd kun je raken? De kwasterige Holtrop en een van mijn vroegere bazen lijken als twee druppels water op elkaar. Wat een opgeblazen gedoe. Ik had mijn eerste beroepskeuzetest serieus moeten nemen, halverwege mijn middelbare schooltijd, en kok moeten worden of houthakker.

17.24 u. Schrijven wil ik, schrijven als een koppige, wilde klootzak!

18.35 u. Het scherm. De bank. Het lichaam. De kamer. Het huis. De straat. De wijk. De stad. De streek. De provincie. Het land. De unie. Het werelddeel. De wereld. Ruimte. Het heelal.

18.43 u. Ik weet niet precies wat lezen moet doen & hoe het dat zou moeten doen.

18.56 u. Mijn advies met betrekking tot dit blog: ontspan je, scan de tekst, sla de helft over, focus je op wat er volgens jou toe doet. Zo simpel ligt dat.

1C1687B8-41A8-442C-8934-9D41C4176BBF
Rottevalle, 2018 © Ton van ’t Hof

08.44 u. Moest opnieuw knikken bij iets wat Koos van Zomeren al in 1993 op de voorpagina van NRC Handelsblad schreef:

‘Werken aan goede herinneringen. Dat zou iedereen moeten doen. Dat zou iedereen eigenlijk altijd moeten doen.’

13.03 u. ‘t Was een gekkenhuis in de stad. In elke straat duizenden mensen. Allemaal op de reuzen af, van wie de duiker overweldigend is. Ook nog een frietje gegeten.

14.32 u. Aan het einde van hun 11.000 km lange fietstocht door de VS trekken Lotte Stegeman & Peter Smolders in hun boek Country Roads zeven conclusies:

  1. Amerika bestaat niet.
  2. Amerikanen zijn bang.
  3. Wapens zijn niet weg te denken uit (delen van) dit land …
  4. … en God ook niet.
  5. The American Dream is in het zuiden vervlogen.
  6. Amerikanen zijn dik …
  7. … maar ze zijn ook echt, aardig en doorgaans bescheiden.

15.49 u. Met een harde klak! schoot er in mijn onderrug een wervel op zijn plaats; hoop ik.

18.43 u. Herinnerde me, tijdens het kijken naar VVV-Ajax, op Fox Sports, dat ik eind jaren 80, op een zondagmiddag, VVV-Ajax lijfelijk bezocht, samen met een collega, Jo Steijn. Ik meen dat het 0-0 bleef, en dat er aan de korte zijden van De Koel nog geen tribunes stonden. Ik verlang opeens hevig terug naar die tijd.

D8B478C4-88DF-4B9E-9D3C-7B263146CDCD
Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof