Maar je moet het wél doen!

image

‘We moeten aan de criticus vragen “wat hij te weten is gekomen” in plaats van “wat hij ervan vindt”,’ zegt de Brits-Oostenrijkse kunsthistoricus Ernst Gombrich (1909-2001) in het voorwoord van zijn boek Ideals and Idols: Essays on Values in History and Art. How true. Realiseer me tegelijkertijd dat ook ik me schuldig heb gemaakt aan die laatste vorm van kritiek bedrijven: het klakkeloos spuien wat je ervan vindt. En zweer dat bij deze af.

In Ruim duizend dagen werk, waarin Koos van Zomeren al zijn columns voor NRC Handelsblad verzamelde, kom ik deze ware uitspraak tegen: ‘Je gaat tenslotte niet in de kunst om over het hoofd te worden gezien.’ Ook ik niet. Al heb ik mijn vlegeljaren op dit gebied al weer achter me gelaten en maak er geen punt meer van waar ik wel en niet word gezien.

Wim ‘Iceman’ Hof raadt me in Koen de Jongs boek Koud kunstje: Wat kun je leren van Iceman? aan om dagelijks koud te douchen, mijn handen en voeten in een teiltje ijswater onder te dompelen, een ademhalingsoefening te doen en vooral door te zetten. Goed voor je bloedvaten en pijnappelklier. Maar om de positieve effecten te ondervinden moet je het wél doen!

Ideals and Idols: Essays on Values in History and Art, E.H. Gombrich, Phaidon,1979.
Ruim duizend dagen werk, Koos van Zomeren, De Arbeiderspers, 2000.
Koud kunstje: Wat kun je leren van Iceman?, Koen de Jong, Uitgeverij Lucht, 2015.