Khaled Mattawa werd in 1964 in Libië geboren en emigreerde op 15-jarige leeftijd naar de VS, waar hij thans aan de University of Michigan lesgeeft in creatief schrijven. Onlangs verscheen zijn chapbook Mare Nostrum, waarin de vluchtelingenstroom naar Europa een belangrijk thema is. Onderstaand gedicht is opgetrokken uit fragmenten van een blogpost van een Canadese arts die vrijwillig bij de opvang van vluchtelingen betrokken is geweest. Omdat het hier vermoedelijk een ooggetuigenverslag betreft, waardoor Mattawa niet alleen de rol van dichter maar ook die van journalist vertolkt, breng ik dit vers vooralsnog in de categorie documentaire poëzie onder. De sobere, emotieloze taal en precieze beelden vergroten het registrerende karakter en maken ‘Brandstofblaren’ messcherp, indringend.

BRANDSTOFBLAREN

Jerrycans lekken
of worden omgestoten;
gasbenzine mengt zich met zeewater

en als het mengsel
in aanraking komt met de huid
begint de huid te branden.

Vrouwen die op de bodem zitten
of in het midden van de boot
lopen het grootste gevaar.

In de kleine boten zijn
met spijkers en schroeven
triplex vloeren aangebracht,

die voeten doorboren.
Het hout zuigt water op,
zet uit en barst dan.

Vrouwen en kinderen zakken vaak
door de vloer of worden onder
de voet gelopen en verdrinken.

Ze vechten aan boord
en de overlevenden
evenals de doden zitten vol

schrammen, beten, snijwonden
en blauwe plekken maar
de brandstofblaren zijn het gruwelijkst.

Overlevenden komen
onderkoeld, gedehydrateerd,
bijna bewusteloos aan.

Ze moeten met water en zeep
worden gewassen en kunnen zich
zonder hulp niet ontdoen van hun

met gasbenzine doordrenkte kleren,
maar alleen al door aanraking van hun kledij
kunnen latexhandschoenen oplossen.